RIVM: Blootstelling aan corona kan via zwevende druppels, maar risico onbekend

Blootstelling aan het coronavirus via kleine zwevende druppeltjes lijkt mogelijk in een ongeventileerde bus of ongeventileerde vergaderzaal, al is de kans hierop waarschijnlijk klein. Dit blijkt uit berekeningen van het RIVM en de Universiteit van Utrecht.

Onderzoekers van het RIVM en de Universiteit van Utrecht berekenden in welke situaties in de lucht zwevende druppels, die een grotere afstand dan 1,5 meter kunnen afleggen, een potentieel besmettingsgevaar vormen. Ze vonden dat blootstelling aan het coronavirus via zwevende druppels in een ongeventileerde bus of ongeventileerde vergaderzaal kan voorkomen, maar dat de kans hierop in het algemeen klein is. Sowieso is het nog onduidelijk of zwevende druppels in deze situaties voor extra corona-infecties zorgen.

De onderzoekers benadrukken dat blootstelling niet hetzelfde is als infectie. Erwin Duizer, viroloog bij het RIVM en betrokken bij dit onderzoek, legt uit dat blootstelling betekent dat je in contact komt met een virusdeeltjes. “Niet iedere blootstelling leidt tot besmetting. We weten voor het coronavirus nog niet welk deel van de uitgestoten virusdeeltjes besmettelijk is en ook niet hoeveel besmettelijke virusdeeltjes je nodig hebt om geïnfecteerd te raken.”

Wat is er onderzocht?

De onderzoekers keken met behulp van de rekenmodellen naar de kans dat je in een afgesloten ongeventileerde ruimte in aanraking komt met een zwevende druppel met coronavirusdeeltjes van een besmet persoon.

Als iemand hoest, niest of praat komen er druppeltjes van verschillende formaten vrij. Grotere druppels bevatten de meeste virusdeeltjes, maar slaan vanwege de zwaartekracht relatief snel neer op de grond. Kleinere druppels kunnen juist in de lucht blijven zweven en zo een grotere afstand afleggen. Naar die zwevende druppels is in dit onderzoek gekeken.

De onderzoekers simuleerden twee ruimtes in hun rekenmodel. Eén ruimte van het formaat van een bus en één ruimte van het formaat van een vergaderzaal of klein restaurant. In de ruimtes had iemand net één keer gehoest, één keer geniest, twintig minuten gepraat of twintig minuten alleen geademd.

Wat is er gevonden?

De onderzoekers vonden dat in de meeste scenario’s de kans heel klein is dat je in deze ruimtes in aanraking komt met het coronavirus door zwevende druppels. Een belangrijke factor hierbij is de hoeveelheid virus in de keel en neus van mensen met COVID-19. Driekwart van de mensen die besmet zijn met het coronavirus heeft zo weinig virus in de keel en neus dat de verwachte kans kleiner dan 1 procent is dat deze persoon zwevende druppeltjes met coronavirus uitstoot waar vervolgens iemand anders in een bus of vergaderzaal mee in aanraking komt.

Ongeveer 5 procent van de besmette mensen heeft daarentegen zoveel virus in de keel en neus dat de onderzoekers verwachten dat, als diegene hoest of niest in een bus waar dertig personen inzitten, er sowieso één ander persoon wordt blootgesteld aan het coronavirus.

Model wordt verder ontwikkeld

Duizer legt uit dat het onderzoek laat zien dat de gemiddelde persoon die besmet is met het coronavirus het virus niet snel via zwevende druppeltjes zal overdragen. “Dit is in lijn met het huidige RIVM-beleid. Er is een kleine groep mensen, waarbij dit mogelijk wel een risico is. Het lijkt mij daarom nu niet handig om grote groepen mensen in een slecht geventileerde ruimte bij elkaar te zetten. Dan verhoog je namelijk de kans dat daar één persoon tussen zit die veel virus aan het verspreiden is en je hebt een grote groep daaromheen die allemaal besmet kan raken.”

Duizer vertelt dat ze nog bezig zijn met het verfijnen van het model. “Nu wordt er bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met de locatie van de besmette persoon. De in de lucht zwevende deeltjes zijn in het model dus na een hoest gelijk netjes over de ruimte verdeeld, terwijl in werkelijkheid de concentratie druppeltjes in eerste instantie het hoogst zal zijn vlak voor de besmette persoon.”