Reconstructie Hoe Nederland de controle verloor De corona-uitbraak van dag tot dag

Hoofdstuk 1
Eerste berichten

31 december 2019

Are you on this?

  • 0 mensen opgenomen
  • 0 mensen overleden

Op de laatste dag van 2019 heeft ProMed, een wereldwijde mailservice over ongebruikelijke besmettingen, maar drie uitbraken te melden. Een koe in de Amerikaanse staat Montana heeft de bacteriële ziekte brucellose. In de Pakistaanse provincie Khyber Pakhtunkhwa zijn twee nieuwe patiënten met polio. En in de Chinese provinciestad Wuhan liggen 27 patiënten in het ziekenhuis met een onverklaarbare longontsteking. Allemaal bezochten ze dezelfde voedselmarkt. Met zeven gaat het heel slecht.

Even in de gaten houden, denkt viroloog Marion Koopmans. Misschien is het vogelgriep, zoals vaker voorkomt op Chinese voedselmarkten. Voor de zekerheid stuurt ze haar collega’s bij Wereldgezondheidsorganisatie WHO een mail: „Are you on this?”

Viroloog Jean-Luc Murk scant het bericht in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg en denkt: het zal wel. ProMed meldt elke maand wel een paar keer onbegrepen luchtwegklachten ergens ter wereld.

Chinese onderzoekers stellen de WHO in die eerste dagen gerust. Een grote uitbraak van ernstig zieke patiënten is er in Wuhan niet, het aantal bevestigde gevallen blijft op 41 steken. Het nieuwe virus lijkt op SARS. En dat is gunstig: patiënten die dat virus hadden, waren pas besmettelijk als ze zo ziek waren dat ze toch al nauwelijks meer contact met anderen hadden.

Maar Murk raakt ongerust als hij meer leest over Wuhan. In de ‘provinciestad’ blijken elf miljoen mensen te wonen. Vanaf de plaatselijke luchthaven vertrekken dagelijks tientallen vluchten, ook naar Europese bestemmingen. Bovendien zit China middenin een griepseizoen, iedereen hoest en niest. Hoe kan je in die situatie zieken opsporen en isoleren?

Chinese autoriteiten melden ook nog dat er geen bewijs is dat mensen elkaar met het virus kunnen besmetten. Een geruststellende gedachte, die de WHO op 14 januari de wereld in twittert, en die door infectiebestrijdingsautoriteiten over de hele wereld wordt overgenomen.

Dat kán niet kloppen, denkt Murk als hij de tweet ziet: het is dan al bekend dat er ook mensen besmet zijn die niet op de markt zijn geweest. Hoe zijn die dan ziek geworden?

Voor de rest van de wereld is het bericht uit Wuhan voorlopig bijzaak. Begin 2020 maken regeringsleiders zich vooral zorgen over de mogelijke escalatie van het conflict tussen Iran en Amerika, na de liquidatie van de Iraanse generaal Soleimani bij Bagdad. Zeker als Iraniërs vervolgens per ongeluk een Oekraïens passagiersvliegtuig uit de lucht schieten.

Nederland ligt er ogenschijnlijk glanzend bij. Het oude jaar is afgesloten met een begrotingsoverschot van 14 miljard euro. Het nieuwe jaar begint met historisch lage werkloosheid: 3 procent. De bijna 40.000 vliegtuigen die die maand op Schiphol landen en vertrekken, vervoeren meer dan 5 miljoen passagiers en 115 miljoen kilo vracht. In mei komt het Eurovisie Songfestival voor het eerst in veertig jaar naar het land. De Nederlandse mannen doen weer mee aan het EK voetbal. Op het Binnenhof zijn politici vooral met elkaar bezig: de aanpak van het stikstofdossier dreigt de coalitie te verscheuren.

Een half jaar later heeft de onverklaarbare longontsteking uit Wuhan alleen al in Nederland ruim 6.000 mensen gedood. Dat is het officiële cijfer, uit oversterftecijfers van het CBS blijkt dat duizenden meer aan het nieuwe coronavirus stierven. Het begrotingsoverschot is omgeslagen in een tekort dit jaar van ten minste 90 miljard euro. De werkloosheid stijgt weer. Schiphol vervoerde vorige maand nog ‘maar’ 208.286 mensen, een daling van 97 procent. Het EK voetbal en het Songfestival zijn niet meer dan het topje van de berg aan uitgestelde gebeurtenissen – eindexamens, schoolreizen, bruiloften, alles moest wijken.

Lees ook over de voorbereiding op het virus: Wat doet Nederland als het nieuwe coronavirus hier opduikt? Van de overtuiging dat een nieuw SARS-achtig virus beteugeld kon blijven, bleef al snel weinig over. De illusie dat Nederland goed voorbereid was op een uitbraak leidde tot onderschatting van de gevolgen van het virus, blijkt uit ruim honderd gesprekken die NRC de afgelopen drie maanden voerde met tientallen betrokkenen. Politici en deskundigen maakten inschattingsfouten, institutionele barrières en bureaucratisch denken vertraagden acties om het virus in te dammen en de focus op het voorkomen van beddentekort op de intensive care leidde tot een blinde vlek voor de ramp die zich ontvouwde in verpleeghuizen.

Pas toen het virus zich al onder duizenden Nederlanders had verspreid, greep de overheid in – wakker geschud door berekeningen die een Brabantse arts-microbioloog op eigen houtje maakte. Waarschuwingen van deskundigen die de regels van het RIVM negeerden, improvisaties van rond de klok werkende ambtenaren en ziekenhuizen die een keurslijf van regels en protocollen opzij zetten, hielpen een grotere ramp voorkomen.

19 januari 2020

Een paracetamolletje

  • 0 mensen opgenomen
  • 0 mensen overleden

In een modern kantoorpand aan de hoofdstraat van het Beierse dorp Stockdorf vergadert een Chinese vrouw met twee Duitse mannen. Ze is op 19 januari voor zaken uit Shanghai naar Duitsland gereisd. Een paar dagen voor vertrek zag ze haar ouders uit Wuhan. Die waren verkouden, maar niets om je zorgen over te maken. Als de vrouw aanschuift in de vergaderzaal, voelt ook zij zich beroerd. Een beetje grieperig, met rug- en borstpijn. Jetlag, denkt ze, en ze neemt een paracetamolletje. Als ze op 22 januari terugvliegt naar China, heeft ze al drie collega’s besmet. Een van hen draagt het virus in de kantine over aan een vierde collega aan een andere tafel. Ze hebben contact bij het doorgeven van een zoutvaatje.

Pas als de vrouw terug is in China krijgt ze koorts en begint ze te hoesten.

Diezelfde dag stuurt minister Bruno Bruins van Medische Zorg zijn eerste coronabrief naar de Tweede Kamer. Terwijl China 571 besmettingen en 17 doden meldt, schrijft Bruins: „Het virus lijkt niet makkelijk van mens op mens overdraagbaar.” Hij baseert zich nog op wat de Chinese autoriteiten drie dagen daarvoor aan de WHO meldden.

Maar in China is inmiddels alles anders, zo blijkt uit twee besluiten die het wereldnieuws halen. In een ultieme poging de voortrazende uitbraak in te dammen, zonderen de autoriteiten de elf miljoen inwoners van Wuhan af van de buitenwereld. Aan de zuidwestelijke rand van de stad start de bouw van een coronaziekenhuis met duizend bedden.

In Nederland komt eind januari het landelijke outbreak managementteam (OMT) voor het eerst bij elkaar, al voelt de virusuitbraak dan nog als een probleem in een Chinese stad ver weg. Het OMT, dat het kabinet moet adviseren, is een hecht netwerk van medische experts met vooraanstaande posities in hun vakgebied, onder leiding van Jaap van Dissel, directeur Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM en hoogleraar in Leiden. De bijeenkomsten van het team krijgen zelden landelijke aandacht. Vaak is een uitbraak, zoals van een resistente bacterie in een verpleeghuis, al onder controle voordat die het nieuws haalt.

Dat premier Mark Rutte in de weken die volgen het OMT de feitelijke leiding over de coronabestrijding zal geven, is dan nog ondenkbaar. Hoewel sommige virologen en epidemiologen al wel het gevoel hebben dat dit weleens de pandemie kan zijn die ze al jaren vrezen.

Omdat het virus nu ook buiten China opduikt, moet Nederland corona bestempelen tot een zogenoemde ‘A-ziekte’, adviseert het OMT. Medici moeten verdachte patiënten dan direct melden bij de GGD. Vallen ze binnen de ‘casusdefinitie’ van het RIVM, dan krijgen ze een coronatest. Daarvoor moet je én meer dan 38 graden koorts hebben én minstens twee andere ziekteverschijnselen én in Wuhan geweest zijn, zo bepaalt het RIVM.

Deze „brede” casusdefinitie is „opgesteld met als doel om laagdrempelig patiënten te kunnen opsporen en verdere verspreiding in te dammen”. Maar het OMT „adviseert nadrukkelijk” om bij mensen met klachten die buiten de definitie vallen „geen diagnostiek” in te zetten. Anders test je straks iedereen met een verkoudheid, het is immers griepseizoen.

Bruins bestempelt corona tot A-ziekte en trekt daarmee ook de leiding over de bestrijding naar zich toe. Daadwerkelijk ingrijpen is niet nodig: „We zijn als Nederland goed voorbereid en alert”, schrijft hij aan de Kamer.

Lees ook dit profiel van Jaap van Dissel: Met voortschrijdend inzicht duidt het RIVM de coronacrisis Andere landen kijken immers al jaren jaloers naar het systeem waarmee Nederlandse huisartsen, GGD’s en medisch microbiologen onder regie van het RIVM de verspreiding van infectieziekten tegengaan. Door dragers van nieuwe ziekten snel te zien, hun contacten te onderzoeken en mensen te isoleren weet Nederland nieuwe virussen en ziekten als polio, die in andere landen hardnekkig blijven voorkomen, al decennia buiten de deur te houden.

Zo zal het ook wel met corona gaan. Zit het tegen, dan wacht Nederland wellicht een herhaling van de heftige griepgolf van drie winters terug. Dat is waar de draaiboeken van uitgaan: een nieuw, griepachtig virus. Heftig, vast ook dodelijk, maar zeker niet zo erg dat het maatschappij en zorg ontwricht. Bij de Mexicaanse griep van 2009 was dat ook niet gebeurd.

GGD’en werken met drie scenario’s: het virus blijft in China, er komen wat incidentele besmettingen in Nederland, of er komt een ‘grote’ introductie van maximaal twintig patiënten tegelijkertijd. Allemaal overzichtelijk. Patiënten, is het idee, zijn mensen die terugkomen uit China, thuis klachten ontwikkelen, getest worden en daarna in thuisisolatie blijven zodat het virus zich niet verder verspreidt. De laboratoria van het Erasmus Medisch Centrum en het RIVM kunnen dagelijks „tientallen” patiënten testen. Nederland kan dit aan.

Binnen twee weken na de eerst bekende besmetting in Nederland zal het land die verdedigingslinie opgeven.

Burgers beginnen zich zorgen te maken over het nieuws uit China. Ze zien dat andere landen verdergaande maatregelen nemen en overstelpen het RIVM met vragen. Waarom testen we zo weinig? Sporen we zo wel besmettingen op die het land binnenkomen? „De ziekte lijkt, met wat er nu bekend is, niet heel besmettelijk. De ziekte lijkt ook niet makkelijk van mens op mens overdraagbaar”, twittert het RIVM op 28 januari.

Terwijl China al bijna tienduizend besmettingen meldt in 31 provincies, twittert het RIVM op 1 februari dat mensen uit China „die niet in de regio Wuhan zijn geweest, geen risicogroep vormen. De kans dat zij besmet zijn met het coronavirus, is ontzettend klein”.

En hoewel het RIVM regelmatig herhaalt dat over het virus nog maar weinig bekend is, straalt het tegelijk een grote zelfverzekerdheid uit. „We zijn zeer goed voorbereid mocht het virus hier opduiken.” […] „De kans dat de ziekte zich hier in Nederland verspreidt is klein.” […] Problemen met testcapaciteit verwacht het instituut niet. Er kunnen tientallen, „zelfs honderden” monsters per dag worden verwerkt.

Op 30 januari publiceren gerenommeerde Duitse wetenschappers dat de Chinese vrouw die Duitsland bezocht anderen heeft besmet zonder zelf symptomen te hebben. Dat nieuws leidt tot ontzetting onder deskundigen: als het waar is, kan het virus zich snel en onzichtbaar verspreiden. Dan is de Nederlandse strategie – bij nieuwe zieken de contacten opsporen om te voorkomen dat ze anderen besmetten – totaal ontoereikend.

Op Twitter wuift het RIVM het onderzoek weg: „Het bevat veel fouten”. De onderzoekers hadden gemist dat de vrouw haar symptomen met paracetamol onderdrukte. De mantra blijft: „Pas als mensen ziek worden, kunnen ze anderen besmetten.”

Viroloog Jean-Luc Murk in Tilburg snapt niet dat het artikel zo eenvoudig aan de kant wordt geschoven. Heeft men het onderzoek wel goed gelezen? De klachten die de vrouw met paracetamol onderdrukte waren zo mild dat ze volgens de RIVM-regels nooit in aanmerking was gekomen voor een coronatest. En nog zorgelijker: ook de twee mensen die zij besmette, gaven het virus door terwijl ze nog geen symptomen hadden, en dat binnen een paar dagen. Het wijst allemaal op een gemakkelijke en geruisloze verspreiding van het virus, en verklaart de extreme maatregelen die China inmiddels neemt.

Hoewel hij er met collega’s intern felle discussies over heeft, steunt Murk in het openbaar de stellingname van het RIVM. Zeker weet hij het ook niet. En het is belangrijk, vindt hij, om geen verwarring te zaaien. Zeggen dat ogenschijnlijk gezonde mensen de ziekte kunnen verspreiden, maakt iedereen verdacht.

7 februari 2020

Zinnige zorg

  • 0 mensen opgenomen
  • 0 mensen overleden

Ik moet het ministerie waarschuwen, besluit een Rotterdamse zorgambtenaar. De Rotterdamse Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie (GHOR) waar hij voor werkt heeft op aandringen van lokale ambtenaren die pandemiescenario’s uitwerken, een rondgang gemaakt langs zorginstellingen in de regio. Hebben ze genoeg mondkapjes en andere beschermingsmiddelen? De uitkomsten zijn zorgelijk.

De wereldmarkt voor mondkapjes is oververhit, overal bereiden landen zich voor op het onheil uit China. Levertijden zijn ineens veel langer dan normaal, nieuwe aanvoerlijnen aanboren lukt niet – leveranciers willen eerst hun bekende afnemers voorzien.

Op 7 februari mailt en belt de Rotterdamse ambtenaar zijn contact op het ministerie. De boodschap: als dit zo doorgaat, krijgen we schaarste aan cruciale beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers. Ze gaan ermee aan de slag, mailt een Haagse ambtenaar terug.

Een week later schrijft minister Bruins aan de Tweede Kamer dat het grootschalig inkopen van mondkapjes en andere persoonlijke beschermingsmiddelen door de overheid niet nodig is. Hij beperkt zich tot het in de gaten houden van de ontwikkelingen en tot het doorspelen aan „brancheverenigingen en fabrikanten” van signalen van incidentele tekorten. Er is immers „nog geen sprake van een acuut tekort voor heel Nederland”.

Zijn afwachtende houding past bij de rol van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het geregionaliseerde en semi-geprivatiseerde Nederlandse zorgstelsel. Partijen moeten zelf hun eigen problemen oplossen. Het ministerie houdt de hoofdlijnen in de gaten.

De Nationale Politie koopt bijna vijftigduizend mondkapjes. Je weet maar nooit, denkt de politietop

De Nationale Politie heeft dan al bijna vijftigduizend mondkapjes gekocht. Je weet maar nooit, denkt de politietop. In de maanden die volgen zullen politieagenten nooit onbeschermd hun werk hoeven te doen. De politie geeft zelfs mondkapjes aan de zorg.

Ook Ernst Kuipers wacht niet. De bestuursvoorzitter van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum – het grootste ziekenhuis van Nederland – denkt al sinds de eerste berichten uit Azië terug aan een pandemie-oefening in de Rotterdamse zorgsector waar hij in het najaar aan meedeed. De oefening, die een maand duurde, begon met een mailtje over een vreemd virus uit Azië, waarna binnen een week de eerste fictieve patiënten het ziekenhuis binnenrolden. Toen voelde het nog als zo’n verplichte brandoefening. Maar nu besluit Kuipers de voorraad medische mondkapjes te vergroten. Er komen er 80.000, in normale omstandigheden genoeg voor tien maanden. Later zal hij denken: had ik er maar 800.000 besteld.

Jan Kluytmans koopt op 12 februari mondkapjes en desinfecteergel voor thuis. Hij is arts-microbioloog van het Amphia-ziekenhuis in Breda, en ook lid van het OMT. Zijn moeder is kwetsbaar, hij wil naar haar toe kunnen als het nodig is. Hij denkt: het virus komt deze kant uit. Nu kan ik de spullen nog kopen.

Ziekenhuizen blijken voor vrijwel elke crisis een draaiboek te hebben, behalve voor een echt ontwrichtende pandemie

Overal waar écht gekeken wordt hoe goed Nederland voorbereid is, valt het tegen. Zo blijken ziekenhuizen voor vrijwel elke crisis een draaiboek te hebben – van stroomuitval tot nucleaire ramp – behalve voor een echt ontwrichtende pandemie. Bruins heeft de Kamer geschreven dat Nederland met 250 isolatiebedden op de IC goed voorbereid is. Maar bij de pandemie-oefening in Rotterdam raakte de IC al snel overspoeld. Patiënten werden op de gang gelegd. Al snel kwam daar de vraag op die geen arts wil beantwoorden: wie moeten we aan zijn lot overlaten?

Ook ziekenhuisbestuurders in Brabant weten: áls het virus hen bereikt, komt de capaciteit onder druk te staan. Dat gebeurde al bij griepepidemieën in de winters van 2017 en 2018. Ze zullen her en der wat patiënten moeten verplaatsen naar andere ziekenhuizen, verwachten ze. Ze praten over de mogelijkheid om de regionale capaciteit te inventariseren, zodat ziekenhuizen weten wat ze aan elkaar hebben. Tot actie leidt die gedachte niet.

Dat schaarste dreigt, is geen toeval. Alles in de Nederlandse zorg is erop gericht vooral niet te veel te doen. Hoogwaardige zorg voor iedereen is alleen mogelijk als je zuinig en efficiënt bent. ‘Zinnige zorg’ heet dat in beleidstaal. Lege IC-kamers, grote voorraden, al te uitgebreide diagnostiek, het moet allemaal vermeden worden. Zo is er een systeem ontstaan dat in normale tijden met altijd schaarse middelen net genoeg zorg biedt voor iedereen. Dat een zorg zonder vetrandjes ook een prijs heeft, zal blijken.

Hoofdstuk 2
Een sluipmoordenaar

22 februari 2020

Carnaval!

  • 0 mensen opgenomen
  • 0 mensen overleden

Gespannen zit John Meeuwissen aan een vergadertafel in sporthal de Drie Linden. De voorzitter van de Prinsenbeekse carnavalsvereniging praat die zaterdagavond 22 februari met zijn bestuur over de optocht van zondag. Ruim vijftig praalwagens zullen door de straten van ‘Boemeldonck’ rijden, sommige wel elf meter hoog. Maanden is er aan gewerkt.

Maar het waait, de hele week al. Een voorbode van storm Ellen. De meteoroloog met wie ze dagelijks overleggen heeft die avond slecht nieuws: Ellen zal ook Prinsenbeek raken. Hij verwacht zondag windkracht 6, met windstoten van zelfs 7 en 8. Afblazen, besluit Meeuwissen meteen. Hij vreest afgewaaide stukken praalwagen die op hoge snelheid door de straten vliegen. Als er wat gebeurt zou hij het zichzelf nooit vergeven.

Het feest wordt verplaatst naar de gymzaal. Daar dansen die zondag honderden Prinsenbeekers dicht op elkaar gepakt. Als „één bewegende massa” gaan ze helemaal los, schrijft een lokaal medium.

Op de dag dat mensen elkaar in Prinsenbeek hossend aansteken, sluiten de Italiaanse autoriteiten elf dorpen af

Dat Meeuwissen zich een paar dagen later ziek voelt, verrast hem niet. Wie is er níet ziek na carnaval? Dat is de prijs die je betaalt. Om zich heen hoort hij het overal, hoewel de griep dit jaar bij sommigen heftiger lijkt dan normaal. Vreemder vindt hij dat hij ineens niets meer proeft en ruikt. Dat was anders nooit zo. Aan het coronavirus denkt hij helemaal niet.

Corona voelt in Nederland nog steeds ver weg, al is het virus in verschillende Europese landen opgedoken. Met name in Italië gaat het hard. Op de dag van de vergadering in Prinsenbeek telt Italië tachtig besmettingen en de eerste twee doden. Een dag later is het aantal besmettingen verdubbeld. Op de dag dat in Prinsenbeek mensen elkaar hossend aansteken sluiten de Italiaanse autoriteiten in het noorden elf dorpen af: scholen en universiteiten, musea, bioscopen en theaters sluiten, restaurants en cafés moeten na 18:00 dicht. Evenementen worden afgelast, het beroemde carnaval van Venetië wordt stilgelegd.

Het RIVM twittert: „Met wat we nu weten, lijkt het virus inderdaad een beetje op de gewone griep.”

Dat het carnaval in Nederland misschien ook moet worden afgelast, komt bij de regionale en nationale bestuurders niet op. De zorgen gaan uit naar storm Ellen en C2000, het communicatiesysteem van politieagenten, dat recent een paar keer uitgevallen is. In de bestuursoverleggen vraagt niemand zich af of het wel verstandig is: duizenden mensen dicht op elkaar gepakt, net nu de eerste wintersporters terugkomen uit mogelijk besmette gebieden zoals Noord-Italië. Nederland is immers nog coronavrij.

Lees ook deze reportage over het Brabantse dorp Erp: Verbondenheid was altijd de kracht van Erp Microbiologen als Jean-Luc Murk kijken naar de kaart van Europa, zien in vrijwel alle omringende landen besmettingen en denken: natúúrlijk is er al corona in Nederland. Ook binnen het OMT en het RIVM vragen mensen zich af waarom de testregels niet sneller worden verruimd. De eis dat je in Wuhan geweest moet zijn, heeft het RIVM vervangen door de eis dat je in China geweest moet zijn. Maar waarom mogen mensen die uit andere landen met corona komen niet worden getest? En waarom nog steeds alleen mensen met koorts testen? Uit de eerste Chinese onderzoeken blijkt dat zeker 40 procent van de patiënten in de eerste dagen van hun klachten geen koorts had. Die mensen zijn wél besmettelijk en verspreiden het virus verder.

Toch blijft de Nederlandse aanname dat het virus hoogstens incidenteel mensen zal besmetten en dat het fijnmazige Nederlandse systeem die patiënten snel genoeg zal vinden om te voorkomen dat ze anderen besmetten. Zo zal een echte uitbraak voorkomen worden.

Over carnaval maakt het RIVM zich dan ook weinig zorgen. Ook niet als de eerste Nederlandse coronapatiënt op 27 februari in isolatie wordt geplaatst in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. De Brabander is in Noord-Italië geweest, en heeft daarna carnaval gevierd in Loon op Zand.

Zo zorgwekkend is dat niet, zegt RIVM-man Jaap van Dissel tegen RTL Nieuws. „Ook op zo’n feest kun je de contacten op beste wijze terug vinden. Carnaval vier je meestal toch in een vrij kleine groep.” En, zegt hij, veel mensen zal een zieke toch niet aansteken: „Het virus verspreidt zich door grote druppeltjes. Dus het risico beperkt zich tot ongeveer anderhalf, twee meter.”

Op dat moment zijn er al zo’n drie- tot negenduizend besmette mensen in Nederland, zal het Imperial College London later terugrekenen op basis van de coronapatiënten die een paar weken later overlijden. Onbewust, en buiten het zicht van de sussende Nederlandse infectieziektebestrijders, dragen ze het virus over aan de mensen om hen heen.

28 februari 2020

Het is goed mis

  • 9 mensen opgenomen
  • 0 mensen overleden

Als Lea Kant in een mobiele intensive care unit het Erasmus MC wordt binnengereden, merkt ze daar zelf niets van: ze is al een paar dagen in coma. Het is vrijdag 28 februari, een week nadat Kant is opgenomen in het Gorinchemse Beatrix Ziekenhuis. Ze kwam daar terecht omdat ze zich al langere tijd benauwd en kortademig voelde.

In Gorinchem stonden haar artsen voor een raadsel. Toen Kant op de spoedeisende hulp binnenkwam, bleek ze een dubbele longontsteking te hebben. Maar behandelingen sloegen niet aan, haar toestand verslechterde met de dag. Was het corona? Hoewel haar artsen het elke dag bespraken, droegen ze Kant niet bij het RIVM aan voor een test. Kant was niet in China geweest en in Nederland waren nog geen besmette patiënten ontdekt van wie ze het kon hebben gekregen. Ze viel dus niet onder de casusdefinitie van het RIVM.

Artsen elders die het RIVM in die dagen wél vragen zulke patiënten te testen, leren dat al gauw af. Het antwoord is toch nee. Zelf kunnen de meeste ziekenhuislabs dan nog niet testen op corona.

Zo zit het testbeleid gevangen in een cirkelredenering: als je alleen mensen test met heel specifieke kenmerken, zie je ook alleen coronagevallen met die precieze kenmerken en mis je alle anderen. Gevolg is dat vroege patiënten worden gemist en het virus zich ongemerkt kan verspreiden.

Ziekenhuizen die niet van het RIVM afhankelijk zijn voor hun coronatesten, vinden in die dagen steeds meer patiënten die niet binnen de RIVM-definitie vallen. Zoals Lea Kant, die op zaterdag 29 februari eindelijk wel op corona wordt getest. Ze is positief. Later die dag test ook een man positief die uit het Rotterdamse Maasstad Ziekenhuis naar het Erasmus MC is overgebracht. Net als Kant is hij niet in een risicogebied geweest, maar heeft hij een zware onverklaarbare longontsteking.

Nu staan artsen voor een nieuw raadsel: twee patiënten die volgens de definitie van het RIVM niet besmet kónden zijn, zijn doodziek van het virus. Die dag komt er een derde bij: een man uit Coevorden die carnaval heeft gevierd in Tilburg.

Lees ook de reportage: De week van een ziekenhuisdirecteur: een ramp in slow motion In het Amphia-ziekenhuis in Brabant denkt arts-microbioloog Jan Kluytmans: als een paar patiënten zonder link met een risicogebied het virus dragen, dan moet het al rondgaan onder de bevolking. Als dat zo is, vangt de starre casusdefinitie van het RIVM die mensen nooit. Hij besluit op 2 maart in het Amphia álle patiënten en personeel met griepklachten te testen. Als ‘opschalingslab’ heeft het Amphia inmiddels alle benodigde middelen om dat zelf te doen.

De eerste positieve medewerker is in Italië geweest. Maar al snel daarna testen medewerkers positief die geen enkele band met risicogebieden hebben. Sommigen hebben carnaval gevierd in Prinsenbeek. Kluytmans appt 4 maart Jaap van Dissel: „Het gaat hier niet goed Jaap. De ene na de andere medewerker is positief. Soms ook zonder link naar het buitenland. Ik vrees dat carnaval een superspreidend effect heeft gehad.”

Die vrijdag 6 maart roept het RIVM Brabanders met milde klachten – hoesten, niezen, misschien koorts – op thuis te blijven. Zo hoopt het RIVM de verspreiding van corona in Brabant „te bevriezen”, zegt Van Dissel voor de camera’s van de NOS. „Wat we in Nederland proberen, en denken nog te kunnen, is het virus de kop in te drukken, te beperken zodat we er geen last van hebben, met name zodat we onze zorg en onze kwetsbare ouderen kunnen ontlasten. Die situatie is in de rest van Nederland nog gunstig.”

7/8 maart 2020

Allesbehalve gewone griep

Eén ding weten de artsen op de spoedeisende hulp in Tilburg zeker. Dit is allesbehalve een gewone griep. Maar wat het wel is? Geen idee. De patiënten die binnendruppelen zijn moe, maar voelen zich niet benauwd. Behalve dat ze wat glazig uit hun ogen kijken, zien ze er eigenlijk niet erg ziek uit. Maar als artsen ademhalingssnelheid en zuurstofgehalte meten, schrikken ze. Deze mensen krijgen zo weinig zuurstof binnen dat ze eigenlijk naar adem zouden moeten happen. Ook hun longfoto’s begrijpen artsen niet. De witte vlekken die een beschadiging aanduiden, zitten op andere plekken dan bij een normale longontsteking.

Op zaterdag 7 maart melden zich tien patiënten in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis. Een dag later twintig. Zestien van deze mensen zijn er zo slecht aan toe dat artsen ze direct opnemen. De druppels zijn een aanzwellende stroom geworden.

Mensen krijgen zo weinig zuurstof binnen dat ze eigenlijk naar adem zouden moeten happen

Alle signalen – Kluytmans’ onderzoek naar ziekenhuispersoneel, steeds meer Brabantse ziekenhuizen die steeds meer patiënten met dezelfde onbegrijpelijke ernstige symptomen melden – komen samen bij Bart Berden. Hij is niet alleen directeur van het ziekenhuis in Tilburg, maar ook de regionale coördinator van acute zorg in Brabant. Berden voelt zich overvallen, het gaat te snel. Op zondagochtend pakt hij de telefoon.

Nog diezelfde middag zitten in het Van der Valk Hotel in Uden zo’n twintig Brabantse artsen en bestuurders aan een grote zwarte tafel, op afstand van elkaar. Ook Jaap van Dissel is opgetrommeld. De kledingstijl is informeel: na het bericht van Berden is iedereen halsoverkop naar de vergadering gereden. Er worden geen handen geschud. Het is één dag voor de persconferentie waarop Rutte het handenschudden in de ban zal doen.

Kluytmans vertelt de ziekenhuisbestuurders en burgemeesters dat het virus al veel verder verspreid lijkt dan gedacht. De aannames van het RIVM kloppen niet: het virus komt niet alleen via het buitenland binnen. Nederland is zelf een brandhaard geworden.

Het zal nog vijf kostbare dagen duren voor die gedachte ook aan het Binnenhof is ingedaald.

Hoofdstuk 3
De kanteling

Klanten slaan extra veel boodschappen in nadat het RIVM nieuwe maatregelen heeft aangekondigd. Foto Jeffrey Groeneweg/ANP

7 maart 2020

Telefoontje uit Italië

  • 103 mensen opgenomen
  • 2 mensen overleden

Diederik Gommers zit thuis op de bank als zijn telefoon gaat. Het is zaterdag 7 maart, rond half elf ’s avonds. Al weken volgt de Rotterdamse intensivist het nieuws over het coronavirus. Als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) is hij op 27 februari voor het eerst aangeschoven bij het OMT. Hij kreeg er vaker het woord dan hij verwacht had. Hij moest uitleggen hoe de intensive care in Nederland werkt, hoeveel bedden er zijn – 1.150. Toen later die dag de eerste patiënt in Nederland werd gemeld, dacht hij: nu begint het hier.

Lees ook de reportage: In Milaan is het nu doorlopend zondagochtend acht uur Maar hóé erg het kan worden, realiseert hij zich pas na het telefoontje van 7 maart. Aan de andere kant van de lijn is Jozef Kesecioglu, een Utrechtse intensivist. Hij heeft net gebeld met zijn Italiaanse collega Maurizio Cecconi en speelt diens onheilspellende boodschap nu door aan Gommers. De coronapatiënten hebben de ziekenhuizen in Noord-Italië in een paar dagen tijd overspoeld. „Wij dachten ook dat het mee zou vallen, maar het valt niet mee”, waarschuwt de Italiaan. „Bereid je voor.”

Bij Jinek zegt Jort Kelder dat iedereen „hysterisch” doet. Volgens hem is het virus vergelijkbaar met een griepje

Gommers gaat naar bed, maar het gesprek laat hem niet los. Zijn de Nederlandse intensive cares wel goed voorbereid? De volgende ochtend is hij vroeg wakker en schrijft hij een brief aan zijn leden: „Het is nog stilte voor de storm en wij nuchtere Nederlanders bagatelliseren graag en denken dat het allemaal wel mee zal vallen. Ik wil graag een oproep doen dat iedereen ervoor zorgt dat de intensive care van ieder ziekenhuis er klaar voor is.”

Tien Nederlanders met corona liggen er op de intensive care als hij op maandagavond 9 maart in Nieuwsuur, tijdens zijn eerste tv-optreden ooit, waarschuwt voor een crisis op de IC. „Dan heb je een oorlogssituatie en moet je keuzes maken wie wel en niet behandeld kunnen worden.”

9 maart 2020

Blindvaren

  • 175 mensen opgenomen
  • 4 mensen overleden

In Bennebroek treffen elf mannen de laatste voorbereidingen voor hun wintersportvakantie in het Oostenrijkse Sankt Anton. Ze kennen elkaar van de basisschool van hun kinderen. Ze praten wel over corona, maar aan afzeggen denken ze niet: volgens de adviezen van Buitenlandse Zaken kunnen ze nog veilig afreizen.

Vlak voor het weekend heeft Jort Kelder aan tafel bij Jinek gezegd dat iedereen „hysterisch” doet. Volgens hem is het virus te vergelijken met een griepje. Daaraan gaan nou eenmaal mensen dood. Zes op de tien ondervraagden in een peiling van Maurice de Hond vinden dat media de dreiging van het virus overdrijven.

Als Mark Rutte op maandagavond 9 maart met Jaap van Dissel aankondigt dat Nederlanders geen handen meer mogen schudden, is de sfeer ontspannen. Rutte heeft het over alternatieven als „voetzoenen”, en als hij Van Dissel aan het einde van de persconferentie toch een hand geeft, moet iedereen lachen. Meer lijkt niet nodig. Nederland is in control.

In Brabant zijn wel extra maatregelen nodig. Op dinsdag roepen veiligheidsregio’s in Noord-Brabant op tot zeven dagen ‘sociale onthouding’. Betaald voetbalwedstrijden en andere evenementen met meer dan duizend man in de provincie worden afgelast. Dat moet toch genoeg zijn, denken Brabantse bestuurders.

Op het vliegveld van Zürich huurt de vriendengroep uit Bennebroek een busje voor hun spullen. Terwijl ze naar Sankt Anton rijden, verschijnt er in de groepsapp een bericht van twee mannen die al eerder waren afgereisd: MooserWirt, hun favoriete après ski, is dicht vanwege corona. Een geruststellend bericht. Blijkbaar zitten de autoriteiten er bovenop. Bij aankomst horen ze dat het skigebied op maandag 16 maart wegens corona zal sluiten. Mazzel, denken ze, nét na hun laatste vakantiedag daar.

In Nederlandse media verschijnen steeds meer dramatische beelden uit Italië. Ziekenhuisgangen liggen vol met patiënten. Patiënten liggen op hun buik, zodat machines makkelijker zuurstof in hun falende longen kunnen persen. Paniekerige Italiaanse artsen waarschuwen Europa: kom in actie tegen het virus voor het te laat is.

Terwijl het in de bergen rond Sankt Anton nog gezellig druk is in, kantelt in Nederland de publieke opinie. In tweets en tv-programma’s wordt de snel oplopende Nederlandse curve van besmettingen vergeleken met die van Italië. We liggen acht dagen achter, zeggen experts die de noodzaak van verdere maatregelen willen onderstrepen. Wat in Italië gebeurt, met overstromende intensive cares en overwerkte artsen, dreigt over een week ook in Nederlandse ziekenhuizen. Discussies of Nederland niet te veel doet, maken plaats voor kritiek dat de overheid te weinig doet.

Maar Nederland vaart blind de storm in. In een brief aan Jaap van Dissel waarschuwt de vereniging van medisch microbiologen dat het RIVM door het „restrictieve testbeleid” een onjuist beeld van de virusverspreiding aan Nederland voorschotelt: „De RIVM-data geven de indruk dat Brabant niet veel verschilt van Utrecht en dat de stijging van het aantal gevallen wel meevalt. Wij weten allen dat dat niet zo is.”

Ze roepen op tot ingrijpen voor het te laat is: meer testen om zicht te houden op verspreiding, ingrijpende maatregelen om de verspreiding af te remmen. Ondertekenaar van de brief is arts-microbioloog Ann Vossen, voorzitter van de microbiologenvereniging én lid van het OMT.

De dubbele positie van Vossen tekent de discussie binnen het OMT. Een deel van de experts wil maximaal testen, om zo zicht te houden op de verspreiding van het virus en nieuwe brandhaarden snel in te kunnen dammen. Anderen zien daar het nut niet van in, het virus is al te ver verspreid en er zou toch geen testcapaciteit voor zijn. Als de brief publiek wordt, ontstaat gedoe. Leden van de vereniging ergeren zich eraan dat het RIVM publiekelijk wordt afgevallen. Zulke meningsverschillen hou je binnenskamers.

Maar de richtingenstrijd is dan al ingehaald door het virus zelf. Op dezelfde donderdagochtend 12 maart dat microbiologen hun kritische brief sturen, praat viroloog Marion Koopmans het OMT bij over wat haar team de afgelopen dagen heeft ontdekt. Ze hebben de genetische samenstellingen onderzocht van de virusstammen uit Brabant. Die komen steeds minder vaak uit een al eerder bekende bron. In Brabant is het virus dus al overal. Voor Koopmans is dat het bewijs dat het coronavirus in Nederland niet meer op korte termijn uitgeroeid kan worden.

„In meerdere gebieden van Nederland is het indammen van de uitbraak niet meer mogelijk”, concludeert het OMT. Het virus breidt zich zo snel uit dat het testen van alle mogelijk besmette patiënten en het onderzoeken van hun contacten niet meer vol te houden is. GGD’en die de monsters bij patiënten moeten afnemen, hebben niet genoeg personeel en beschermingsmiddelen en er dreigt schaarste van testmateriaal, zo meldt het OMT.

De stelligheid van het OMT is opmerkelijk, want op dat moment heeft nog niemand geïnventariseerd wat die testcapaciteit eigenlijk is. Toch baseert het OMT er een verregaand besluit op: het bron- en contactonderzoek wordt voor héél Nederland losgelaten. De vermaarde verdedigingslinie van snel testen en opsporen waarachter Nederland zich veilig waande, wordt twee weken na de eerste vastgestelde besmetting definitief verlaten.

Het is alsof de dijkbewaking in het hele land wordt opgegeven omdat de Brabantse dijken overlopen. Het OMT schrijft zelf dat delen van Nederland het virus nog wel zouden kunnen onderdrukken, alleen in Brabant is de stroom patiënten al te groot en onoverzichtelijk. Toch laten ook GGD’en in veel regio’s waar het virus zich nog niet heeft gevestigd, het onderzoek lopen.

In Groningen en Friesland blijven GGD’en en labs volop testen. Toeval of niet, daar zal het virus geen voet aan de grond krijgen.

De rest van Nederland zet in op ongekende maatregelen om verdere verspreiding af te remmen.

12 maart 2020

Hamsteren

  • 349 mensen opgenomen
  • 10 mensen overleden

Wie thuis kan werken, moet dat doen. Wie klachten heeft, moet sowieso thuisblijven. Alle evenementen met meer dan honderd mensen worden afgelast – musea, concertzalen en theaters moeten sluiten. Contact met ouderen en andere kwetsbaren moet worden vermeden. Nederland moet hen beschermen, zij hebben het meest te vrezen van dit virus. Het is een hallucinant lijstje maatregelen dat Bruno Bruins voorleest.

Rutte, Bruins en Van Dissel hebben journalisten opgeroepen voor een ingelaste persconferentie. Van Dissel legt uit dat GGD’en in Brabant niet meer kunnen uitzoeken waar alle infecties vandaan komen en dat er ook op andere plekken in het land onverklaarbare infecties opduiken. „De situatie in Nederland is mogelijk aan het kantelen.”

Rutte vraagt begrip: het kabinet volgt deskundigenadviezen, maar moet met „50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen”. Dan kunnen er dingen misgaan. Rutte kijkt strak. Niets is over van de luchtige sfeer van de persconferentie op maandag, drie dagen eerder. Nuchterheid is omgeslagen in angst.

De persconferentie is amper afgelopen of burgers beginnen in de supermarkten houdbaar voedsel en wc-papier te hamsteren. Nog voordat er écht crisis is, blijkt de schokbestendigheid van de samenleving beperkter dan gehoopt, concluderen betrokkenen in de top van de crisisorganisatie bij het zien van de beelden van lege schappen.

Die avond in Sankt Anton zorgt de beveiliging van Anthony’s Happy Valley Steakhouse dat er niet te veel mensen naar binnen gaan. Het is weer gezellig, en net als de avond daarvoor hebben de elf vrienden het gevoel dat ze in een Nederlandse kroeg zitten, zoveel landgenoten horen ze om zich heen. Ze maken flauwe grappen terwijl ze uit elkaars flesjes drinken. „Hier, neem wat corona.”

’s Nachts gaan op de corona-afdeling in het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis stabiele patiënten ineens hard achteruit. Intensivisten zetten alles op alles om ze tijdig te intuberen voor beademing. Ze zijn ontzet. Hebben ze iets gemist? Wat gebeurt hier? Gelukkig waren ze net als andere Brabantse ziekenhuizen al bezig met de uitbreiding van hun intensive care.

De echte tsunami aan patiënten moet nog komen. Vanuit de brandhaarden die tijdens carnaval ontstonden, heeft het virus zich meer dan twee weken ongetest en dus ongestoord kunnen verspreiden. In Prinsenbeek worden huisartsen overstelpt met telefoontjes van bezorgde en zieke dorpelingen. Er zijn „zeer veel mensen met griepachtige klachten”, schrijven de huisartsen in een brief aan hun patiënten. „De meeste van hen zijn ziek geworden na carnaval.” Toch zal de lokale GGD al die zieke Prinsenbekers niet testen, melden de huisartsen. Alleen wie ernstig ziek is of „intiem contact” heeft gehad met een bewezen coronapatiënt kan een test krijgen. Ook carnavalsvoorzitter Meeuwissen wordt niet getest. Dat hij zijn smaak en geur is verloren, is voor de huisarts voldoende bewijs: corona.

In het Oostenrijkse Sankt Anton dumpen vluchtende toeristen hun gehuurde skispullen voor de winkels

Halverwege de vrijdagmiddag slaat in Sankt Anton de paniek toe. Boven op de berg ziet een deel van de vriendengroep dat ze tijdens het skiën allerlei oproepen hebben gemist van hun maten die na de lunch beneden bleven hangen. Het Oostenrijkse bergdorp gaat in quarantaine, als ze niet snel weg zijn, zitten ze er straks vast. Zo snel ze kunnen, dalen ze af. De chauffeur van het busje appt: „Gasten, zijn jullie er al? Ik wil NU wegrijden.” In het dal is het chaos. Vluchtende toeristen dumpen hun gehuurde skispullen in groeiende stapels voor de winkels. Mensen rennen rond op sokken, rolkoffers achter zich aan, op zoek naar een lift om het gebied uit te komen. Terwijl politieagenten de uitvalswegen beginnen af te zetten, rijdt de vriendengroep weg in het busje. Onderweg bespreken ze telefonisch met hun partners hoe ze thuis in quarantaine kunnen gaan.

Ze gaan op weg naar een Nederland waar de stations stil zijn en de straten uitgestorven. Er zijn 614 mensen positief getest. In werkelijkheid, zo volgt uit latere berekeningen van het Imperial College London, zijn al tussen de 67.000 en 95.000 mensen besmet.

In het weekend worden de elf mannen uit Bennebroek allemaal ziek. Ze hebben keelpijn, hoge koorts, voelen zich beroerd. In de week die volgt, verandert in Brabant de stroom coronapatiënten in een vloedgolf die over de provinciale grenzen heen spoelt.

Hoofdstuk 4
Paniek

15 maart 2020

Overleg in het Catshuis

  • 628 mensen opgenomen
  • 40 mensen overleden

Na een week waarin bijna  elk besluit een dag later alweer ontoereikend  bleek, wil Mark Rutte zondag 15 maart ‘met de benen op tafel’ reflecteren en vooruitkijken. Informeel, zonder agenda en notulen, in de rust en afzondering van het door bomen beschutte Catshuis. Hij heeft de vicepremiers uitgenodigd, een paar topambtenaren en woordvoerders van betrokken ministeries, Jaap van Dissel en intensivist Diederik Gommers.

Ook minister van Onderwijs Arie Slob is erbij. Was donderdag nog besloten dat scholen mochten openblijven, vrijdagochtend waren veel schoolklassen al half leeg. Universiteiten sloten zelf hun deuren. Zaterdag zwol de roep om schoolsluiting aan, toen medisch specialisten daarvoor pleitten. In het Cathuis voelen ze dat de situatie onhoudbaar is.

Wetenschappelijk bewijs dat zo’n schoolsluiting het virus afremt is er niet, benadrukt Van Dissel. Vanaf zijn eerste persconferentie heeft Rutte gezegd dat hij zich laat leiden door experts. Zonder voorzet van het OMT gebeurt er niets. Maar nu besluit het kabinet een uitzondering te maken. De maatschappelijke druk is te groot geworden, de scholen gaan dicht.

Het Catshuisoverleg staat in geen enkel draaiboek maar zal steeds doorslaggevender blijken

De maatregelen van donderdag zijn ook alweer achterhaald, blijkt in het Catshuis. Van Dissel toont berekeningen waaruit blijkt dat de intensive cares alsnog overvol zullen raken zonder contactopsporing van besmette patiënten. En dat hebben ze donderdag juist afgeschaft.  Op deze manier zal er in mei een tekort aan IC-bedden ontstaan. In de zomer dreigen er zelfs meer dan vijfduizend  IC-patiënten te zijn. Ze moeten meer doen, en snel.

Om half zes die zondag kondigt Bruins aan dat alle horeca, seksbedrijven en sportclubs binnen een half uur moeten sluiten. Slob meldt dat de scholen vanaf maandag niet meer open gaan.

Lees ook het interview: Viroloog Marion Koopmans: ‘Dit coronavirus komt in ons vaste winterpakket’ Het Catshuisoverleg staat in geen enkel draaiboek, maar zal steeds doorslaggevender blijken. Officieel blijven de adviezen van de experts in het OMT leidend en de ministeriële crisisoverleggen beslissend. Maar wat zondagochtend 15 maart begint als informeel samenzijn, wordt al snel de plaats waar de echte beslissingen worden genomen.

Van Dissel komt die zondag met een ontnuchterende boodschap. Zolang er geen vaccin is, wordt de samenleving pas resistent als zo’n acht miljoen Nederlanders de ziekte hebben gekregen. Hij gebruikt een woord dat vrijwel niemand aan tafel kent: ‘groepsimmuniteit’.

Er zijn verschillende mogelijkheden, schetst hij. Je kunt het virus vrij laten uitrazen. De bevolking zal dan al voor de zomer immuun zijn, maar de zorg wordt overspoeld en tienduizenden zullen sterven. Je kunt ook besluiten geen sterfte en besmettingen te accepteren, maar dan moet de samenleving in afwachting van een vaccin meer dan een jaar op slot. En als de maatregelen versoepeld worden, zal het aantal besmettingen snel oplaaien.

Als ze horen dat een vaccin nog minstens een jaar op zich zal laten wachten, realiseren de politici in het Catshuis zich dat dit geen korte en felle strijd wordt. Nederland zoals het was keert voorlopig niet meer terug.

Het derde scenario accepteert dat het virus niet meer verdwijnt, maar remt de verspreiding af door extra maatregelen. Hebben die effect, dan wordt meer vrijheid mogelijk. Als je het zo doseert dat de zorg niet overbelast raakt, krijg je uiteindelijk ook groepsimmuniteit. Hoewel het op die manier jaren kan duren.

De volgende dag neemt premier Rutte die gedachte over in een tv-toespraak. Het is de eerste keer in bijna vijftig jaar dat een Nederlandse premier live het land toespreekt. Zijn team werkt de hele dag aan de speech, Van Dissel leest mee en accordeert de alinea’s over groepsimmuniteit. Er wordt geen expliciet strategisch besluit genomen: Van Dissels middenweg wordt als de vanzelfsprekend verstandigste gezien. Het virus is immers niet meer volledig uit te bannen, en Nederland jarenlang op slot kan ook niet.

Het is geen gemakkelijke boodschap, erkent Rutte in zijn sombere toespraak, maar „de realiteit is dat het coronavirus onder ons is en voorlopig ook onder ons zal blijven”. Tot er een vaccin is kan Nederland de verspreiding afremmen. Uiteindelijk zal een „groot deel van de Nederlandse bevolking met het virus besmet raken” en zo „gecontroleerd groepsimmuniteit” opbouwen. Die zal een „beschermende muur” vormen rond kwetsbaren en ouderen, zegt hij. ’s Avonds in Nieuwsuur zegt Van Dissel nog dat „we het virus gecontroleerd willen laten rondgaan onder de gezonde bevolking”.

Sommige OMT-leden zitten verbaasd voor de televisie. De drie scenario’s die Rutte schetst, kennen ze. Maar een advies over groepsimmuniteit via besmettingen hebben ze helemaal niet gegeven. Laat staan dat er een hard besluit genomen is dat dít het pad is dat Nederland kiest.

Twee dagen later zegt Rutte dat er een „misverstand” is ontstaan: groepsimmuniteit is geen doel op zich. Maar het kwaad is geschied. Hij heeft een klein legertje critici doen ontwaken dat de opmerkingen over groepsimmuniteit ziet als het simpelweg accepteren dat in Nederland duizenden mensen moeten sterven.

Intussen berekent één man thuis achter de computer dat Nederland al afstevent op het scenario dat Rutte ten koste van alles wil vermijden: een onhanteerbare explosie van zieken. Niet in de zomer. Al binnen een paar weken.

16 maart 2020

Ongeloof

  • 812 mensen opgenomen
  • 64 mensen overleden

Arts-microbioloog Jan Kluytmans zit thuis. Toen hij zorgpersoneel ging testen, bleek hij zelf ook positief te zijn. Een dag later testte hij weer negatief en klachten heeft hij niet, maar uit voorzorg blijft hij weg uit het ziekenhuis. Deze maandagochtend kijkt hij  naar de coronacijfers van het RIVM. Landelijk zijn er 24 doden. Dat lijkt nog mee te vallen maar bijna al die doden, weet hij, zijn in Brabant gevallen. Met een Brits epidemiologisch model dat hij van internet plukt, rekent hij terug hoeveel Brabanders dan tweeënhalve week eerder besmet moeten zijn geraakt. En hoeveel nieuwe mensen door die groep aangestoken kunnen zijn en dus nu besmet in de provincie rondlopen. Hij schrikt, kan zijn ogen bijna niet geloven. Hij wíl het ook niet geloven.

Het RIVM telt op die dag in totaal 1.413 besmette Nederlanders, van wie 146 op de IC liggen. Maar zijn model vertelt Kluytmans dat er alleen al in Brabant minimaal 42.000 mensen besmet zijn. Als je de cijfers doortrekt, zullen duizend van hen binnen twee of drie weken op de intensive cares terecht komen. En Kluytmans weet:  Brabant heeft tweehonderd IC-bedden, die ook in normale tijden grotendeels bezet zijn.

Het zal nog vier dagen duren voor de berekeningen van Kluytmans het denken aan het Binnenhof veranderen. Want als zijn cijfers op dinsdag 17 maart via ziekenhuiscoördinator Bart Berden op het ministerie terecht komen, gelooft topambtenaar Angelique Berg haar ogen niet. Dit kán niet waar zijn, zegt ze. Ze vraagt Berden de cijfers voor te leggen aan RIVM-modelleur Jacco Wallinga. Die moet de berekening eerst maar bevestigen.

Veel ambtenaren op het ministerie zijn die week dagenlang noodgedwongen bezig met iets anders dan crisisbestrijding: de voorbereiding van een Kamerdebat over de aanpak van het virus. Dat dreigt volkomen uit de hand te lopen. Vijftien Kamerleden willen spreken, vijf ministers moeten komen. Het parlement negeren kan niet: dan stel je de democratie buiten werking. Maar voor veel ministers en ambtenaren die vat op de crisis proberen te krijgen, voelt het toch als verspilde tijd.

Als Bruins toezegt medische mondkapjes te gaan confisqueren, weten ze in het kabinet dat hij de controle kwijt is

Het is de meest chaotische week van de coronacrisis. Terwijl voor half Nederland het leven tot stilstand is gekomen, komen mensen op ministeries en het RIVM, politiebureaus en gemeentehuizen, in  ziekenhuizen, laboratoria en verpleeghuizen, in crematoria en op begraafplaatsen juist tijd tekort. Ze leven op adrenaline, maken extreem lange dagen, kunnen nauwelijks meer dan een dag vooruit kijken.

Op woensdag ziet intensivist Diederik Gommers bij een bezoek aan ziekenhuis Bernhoven in Uden hoe een patiënt bij de ingang van de eerste hulp moet wachten op een plek tot twee andere patiënten zijn weggevoerd – naar lijkwagens. Verpleegkundigen vertellen verhalen over patiënten die stabiel lijken, dan opeens heel snel gaan ademen en bijna direct overlijden, nog voor de familie er is. Ze zeggen dat ze het zo druk hebben met de levenden dat ze geen tijd hebben om even een hand vast te houden van de stervenden. De toekomst die Kluytmans voorrekende, dient zich al aan.

Die middag en avond debatteert de Kamer. Bruins heeft het zwaar. Rond het kabinet zien ze al weken dat deze minister, die doorgaans in de luwte werkt met overzichtelijke dossiers, dít dossier eigenlijk niet aankan. Als ze hem stukken voorleggen, merken topambtenaren dat de inhoud niet meer tot hem doordringt. Als Bruins de Kamer toezegt medische mondkapjes te gaan confisqueren, weten ze in het kabinet dat hij de controle kwijt is. Met zo’n verregaande maatregel zou hij anders nooit instemmen.

Kort daarop, na zeven uur vergaderen, zakt hij ineen. De volgende ochtend legt hij zijn ministerschap neer.

Bruins zit bij de dokter als er donderdagochtend op de derde etage van het ministerie spoedoverleg is over de cijfers van Kluytmans. Aanwezig zijn onder meer Berden, topambtenaar Angelique Berg en  Ernst Kuipers, die ook voorzitter is van het landelijke ziekenhuizennetwerk.  RIVM-modelleur Wallinga belt in. De cijfers van Kluytmans kloppen, zegt hij.

Niemand twijfelt meer: de zorg in Brabant zal binnen een paar dagen zó overspoeld worden, dat ziekenhuizen patiënten zullen moeten weigeren.

Die avond melden zich zestig coronapatiënten op de spoedeisende hulp in Tilburg, drie keer zo veel als de week daarvoor.

19 maart 2020

Jij gaat het doen

  • 1.587 mensen opgenomen
  • 150 mensen overleden

Hoewel hij vicepremier is, heeft Hugo de Jonge als de minister die verantwoordelijk is voor langdurige zorg tot dan toe een bijrol gehad. Als Rutte zijn persconferenties geeft, praat De Jonge ministers die niet in het crisisteam zitten bij over de genomen besluiten. Donderdagochtend, als iedereen zich afvraagt hoe het met Bruins zit, heeft hij zijn handen vol aan zijn eigen zaken: hij wil alle verpleeghuizen in Nederland sluiten voor bezoek, om de bewoners tegen corona te beschermen.

Dan belt Rutte: „Bruno stopt, jij gaat het doen.” Een vraag is het niet. PvdA’er Martin van Rijn komt hem ondersteunen.

De Jonge laat zich direct bijpraten door ambtenaar Angelique Berg. Van alles is te weinig, hoort hij: beschermingsmiddelen, testcapaciteit, IC-bedden.

Brabantse ziekenhuizen proberen vrijdagochtend patiënten te verplaatsen zoals ze dat gewend zijn: door te bellen met andere ziekenhuizen. Maar de aantallen zijn simpelweg te groot. Het Zwolse Isala Ziekenhuis krijgt de vraag of ze honderd patiënten willen opnemen.

Die avond belt De Jonge Erasmus MC-bestuurder Ernst Kuipers. Ze voegen Brabander Berden toe aan het gesprek. Brabant kan het niet meer alleen, concluderen ze. Als er niets gebeurt, liggen de intensive cares de volgende dag vol. Kuipers stelt een bijna militaire structuur voor: een landelijk coördinatiecentrum waar wordt bijgehouden waar de lege IC-bedden zijn en patiëntenverplaatsingen worden geregeld.

Er liggen die vrijdag 357 coronapatiënten op Nederlandse IC’s – 210 meer dan toen Kluytmans vier dagen eerder begon met rekenen.

De volgende ochtend staan  voor ziekenhuis Bernhoven in Uden twintig ambulances om patiënten naar de rest van Nederland te vervoeren. Ook uit andere Brabantse ziekenhuizen worden patiënten verplaatst. Defensie helpt met de coördinatie. Het eerste weekend verloopt chaotisch: in onder meer Amsterdam, Groningen en Venlo arriveren ambulances of tourbussen met  coronapatiënten waar ziekenhuizen niks van weten.

De Brabantse intensive cares stromen dat weekend nét niet over.

Op geen enkel moment in de coronacrisis zijn de gevreesde Italiaanse toestanden zó dichtbij geweest als dat weekend in Brabant, concluderen betrokken medici achteraf. Een acute ramp is voorkomen.

Hoofdstuk 5
Files bij de stranden

22 maart 2020

NL-Alert

  • 2.501 mensen opgenomen
  • 331 mensen overleden

De oven van het crematorium in Uden draait overuren. Om acht uur ’s ochtends start de ochtendploeg de eerste verbranding. ’s Avonds om half twaalf sluit de avondploeg de oven af. In de tussentijd zijn er negen crematies en nemen evenveel families afscheid van hun dierbaren. Koffie en condoleance mogen niet meer, na de dienst staan de nabestaanden direct weer buiten. Op de parkeerplaats zijn hartjes geschilderd op anderhalve meter van elkaar, waar ze kunnen gaan staan om na te praten.

Twee weken na de spoedbijeenkomst in de Udense Van der Valk is het Oost-Brabantse plaatsje dé Nederlandse brandhaard geworden.

Zaterdag 21 maart is een prachtige voorjaarsdag. Bij populaire stranden staan files, sommige treinen zitten vol dagjesmensen. Natuurgebieden lopen vol, ook in Brabant. Oproepen van ziekenhuismedewerkers op sociale media om vooral binnen te blijven, halen weinig uit: zondag is het nóg drukker. Die dag liggen er 573 coronapatiënten op de IC’s.

In het Catshuis denken ze: dit moet stoppen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid stelt voor een NL-Alert te versturen. Om 11:29 zoemen alle mobieltjes in Nederland. „Volg instructies Rijksoverheid op: houd 1,5 meter afstand! Bent u ziek of verkouden? Blijf thuis. Bescherm uzelf en de mensen om u heen. Samen tegen Corona.” Ook op het Catshuis gaan de telefoons af. „Kijk, het werkt”, grapt Rutte.

Er móéten extra maatregelen komen, besluiten ze in het Catshuis. Het land volledig afsluiten en mensen verbieden om naar buiten te gaan, zoals bij de lockdowns in Zuid-Europese landen, willen de bestuurders niet. Het zou te ver gaan, niet bij het liberale Nederland passen ook. Rutte heeft een ander idee: een „intelligente lockdown”.

De lockdown mag intelligent heten, de  presentatie ervan in een persconferentie op maandag is chaotisch. Er komt een samenscholingsverbod, maar waar geldt het precies? Wat is een samenscholing? De uitleg van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) schept vooral verwarring. Alsof het vergeten is, maakt het kabinet later in de avond nog bekend dat instellingen voor jeugd, gehandicapten en geestelijke gezondheidszorg hun deuren voor bezoekers sluiten. De volgende dag worden de centrale eindexamens voor het voortgezet onderwijs geschrapt.

Pas na vier dagen overleg hebben burgemeesters genoeg duidelijkheid om de maatregelen in noodverordeningen vast te leggen. „Dat had zeker strakker gekund”, zal Rutte later toegeven.

RIVM-directeur Van Dissel heeft woensdag 25 maart eindelijk een glimpje hoop te bieden. In een briefing voor Kamerleden zegt hij dat de eerste effecten van maatregelen zichtbaar zijn: de snelheid waarmee het virus zich verspreidt, lijkt af te nemen.

Lees ook dit dagboek uit de intensive care: IC-artsen in Amsterdam en Assen: ‘De meeste mensen denken: iemand zal het wel oplossen’ Maar die boodschap wordt overschaduwd door wat intensivist Diederik Gommers direct daarna zegt. Zonder „centrale militaire aansturing” van de IC-capaciteit gaat het alsnog mis, zegt hij. Er liggen die dag 753 coronapatiënten op de IC’s, 100 meer dan een dag daarvoor, 529 meer dan een week eerder. Als de stijging zo aanhoudt, vertelt Gommers, kan „de Nederlandse gezondheidszorg het gewoon niet aan”. Secondenlang is het stil in de zaal.

In het crematorium in Uden krijgt locatiemanager Kee Ceelen twintig meldingen per dag – normaal vijf. De negen koelcellen liggen vol, de mobiele koelunit met negen plekken die half maart achter het gebouw is geplaatst ook. En nog moet ze mensen doorsturen naar een ander crematorium, zelfs een oude Udenaar die zijn hele leven het dorp niet uit was geweest. Zijn dochter huilt aan de telefoon. Op 1 april komt een kist binnen zonder naam en zonder identificatienummer. Wie de overledene is, is niet te achterhalen zonder hulp van familieleden. Als Ceelen de uitvaartondernemer die de kist heeft gebracht vraagt hoe dat komt, barst die in tranen uit. „Dit is me nog nooit gebeurd”, zegt ze. „Ik heb het zo druk…”

Het virus trekt een diep spoor door de Brabantse dorpen. In Uden hebben ze diensten voor broers en zussen. Soms stellen ze een uitvaart uit tot de partner ook overleden is. In een normale maand worden in het centrum zo’n 85 mensen gecremeerd, in april zullen het er 188 zijn.

5 april 2020

Code Zwart

  • 8.099 mensen opgenomen
  • 2.287 mensen overleden

Mark Rutte wéét wat een crisis is. De schietpartij in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn, in 2011. De ramp met MH17 in 2014. De tramaanslag in Utrecht, vorig jaar.

Maar in deze crisis moet hij zelf beslissen over leven en dood.

Het aantal coronapatiënten op de IC’s blijft toenemen. Op zondag 5 april liggen er 1.302 – ruim 150 méér dan de volledige reguliere capaciteit. Het zijn angstwekkende aantallen, die precies de modellen volgen die Kluytmans, Gommers en het RIVM twee weken eerder hebben besproken. Angstwekkender is nog dat aan de dagelijkse stijging maar geen einde lijkt te komen.

Bij Code Zwart weiger je patiënten niet omdat behandelen geen zin heeft, maar omdat de bedden en artsen op zijn

Huisartsen door heel Nederland bellen in die dagen hun oudere patiënten op. Sommigen omdat ziekenhuizen erom vragen. Anderen op eigen initiatief, zoals een huisarts uit het midden van het land. Hij deed het al toen er geen corona was: praten over het einde. Vaak bleken mensen er zelf al over te hebben nagedacht. Nu wordt het gesprek opgedrongen door een naderend virus. Toch doet hij het: zijn patiënten moeten de gelegenheid krijgen regie te houden, nu ze nog gezond zijn. Als iemand eenmaal corona heeft en te kortademig is om te praten ben je te laat, vindt hij.

De Nederlandse ziekenhuizen proberen het aantal IC-bedden in tien dagen te verdubbelen, naar 2.400. Ernst Kuipers, bestuurder van het Erasmus MC, belt intussen dagelijks met Duitse ziekenhuisdirecteuren: kunnen zij bedden beschikbaar stellen aan Nederlandse patiënten? De zorgminister van deelstaat Noordrijn-Westfalen zegt Kuipers uiteindelijk zeshonderd IC-bedden toe. Voor het eerst in de crisis is er opluchting bij de Rotterdamse medici.

Toch blijft de vrees dat het niet genoeg zal zijn. Dan dreigt Code Zwart.

Artsen maken altijd keuzes over wie er behandeld kan worden en wie niet. Meer dan in andere landen wegen Nederlandse artsen de verwachte levenskwaliteit van oudere patiënten mee bij de vraag of ze iemand zullen behandelen. Je kunt een 85-jarige wel weken op de intensive care leggen, maar die zal daarvan nooit meer herstellen. Heeft behandelen dan wel zin? Het is een logisch gevolg van de moraal dat zorg ‘zinnig’ moet zijn.

Lees ook de reportage Na drie weken intensive care nog eenentwintig weken revalideren Bij Code Zwart is dat anders. Dan weiger je patiënten niet omdat behandelen geen zin heeft, maar omdat de bedden en artsen op zijn. De patiënt zelf heeft niets meer te kiezen. Wie ouder dan zeventig is en Covid-19 heeft, zal de intensive care niet meer op mogen en hoogstwaarschijnlijk overlijden. Ook mensen die gezond genoeg zijn om de IC te kunnen overleven en daarna nog toekomst hebben.

Over die leeftijdsgrens gaat het zondagochtend 5 april in het Catshuis. Je kunt dokters van alles vragen, vinden de medici die aan tafel zitten. Maar voor God spelen doen ze niet. Het uitroepen van Code Zwart, waarmee zeventigplussers zonder medische reden aan hun lot worden overgelaten, móét genomen worden door politici.

De zorgminister van Noordrijn-Westfalen zegt uiteindelijk zeshonderd IC-bedden toe

Maar die willen dat niet. Kunnen dat niet. Durven dat niet. In de Tweede Kamer heeft minister De Jonge onder druk van onder meer de partij 50Plus toegezegd dat leeftijd geen criterium zal zijn. Hij wil zo’n keuze niet maken, zegt De Jonge in het Catshuis, Rutte noemt een harde leeftijdsgrens „onacceptabel”.  De discussie loopt hoog op: het is een botsing tussen medici die straks aan patiënten moeten uitleggen dat ze niet behandeld zullen worden, en politici die de keuze over leven en dood aan kiezers moeten uitleggen. Ze komen er die ochtend niet uit.

Het besluit hoeft uiteindelijk niet genomen te worden. Drie dagen later, op 8 april daalt het aantal coronapatiënten op de IC ineens – van 1.313 naar 1.285.  De daling zet door, veel sneller dan verwacht. Twee weken na de verhitte discussie in het Catshuis lijkt het alweer een probleem uit een andere tijd. Er liggen dan minder dan duizend mensen met Covid op de intensive care.

Nederland bereikt de zwarte fase nooit – dankzij Duitse hulp en door de rappe opschaling van de Nederlandse IC-capaciteit. Maar ook omdat duizenden ouderen die overlijden aan het virus, nooit in het ziekenhuis terechtgekomen zijn.

Hoofdstuk 6 

De stille ramp

Zorggroep Amsterdam Oost – De Open Hof. Er is een draaiorgel geregeld door een familielid van een overleden bewoner die de mensen wil bedanken voor de zorgen en de bewoners een beetje plezier wil brengen in deze rare tijden van corona waarbij ze geen bezoek mogen ontvangen. Foto Olivier Middendorp

Dominostenen

In het Rotterdamse verpleeghuis De Leeuwenhoek begint het op woensdag 18 maart, twee dagen voor Hugo de Jonge de verpleeghuizen voor bezoek sluit. Op de afdeling voor dementerenden, woonkamer Stanvaste, is net een bewoonster overleden met coronaklachten, maar het testresultaat is nog niet binnen. Dan klaagt een man van dezelfde woonkamer over pijn in zijn rug. De arts van dienst ziet dat hij hoest, hij moet in isolatie. Dat gebeurt ook met een tweede man, die koorts heeft. Verpleegkundigen nemen de temperatuur op van alle woonkamergenoten. Ze hebben geen koorts, maar wel een hogere temperatuur dan normaal.

De volgende dag worden elf bewoners van Stanvaste ziek. Alsof je een rijtje dominostenen ziet omvallen, denkt een verpleegkundige. Steeds gebeurt hetzelfde: eerst komt het hoesten, dan de koorts. Met  opkomende misselijkheid verdwijnt de eetlust en begint  diarree. Ouderen die vroeger gezellig babbelden, vallen stil. Terwijl ze van de een naar de ander hollen, zien verpleegkundigen bij sommigen al angst in de ogen. Het personeel is radeloos, wat moeten ze doen? Duidelijke instructies hebben ze niet.

Lees ook: ‘Nederlandse inkoop mondkapjes gaat te traag’ De doos beschermingsmiddelen op de afdeling raakt snel leeg. De mondkapjes die ze dan krijgen zijn zo dun dat ze er met het warme vocht van hun adem al snel gaten in blazen. Wat ze daarna krijgen is beter, maar schaars: van de leiding moeten ze een hele dag met twee mondkapjes en één schort doen. Hoewel hun afdeling sinds het eerste sterfgeval afgesloten is, moeten ze soms spullen bij andere, nog ‘schone’ afdelingen halen. Een verpleegkundige die zich niet lekker voelt, wordt onder druk gezet om toch te komen werken. Er is al zo weinig personeel.

Terwijl bestuurders zich richten op het overeind houden van de Nederlandse ziekenhuizen, zal het coronavirus in veel verpleeghuizen genadeloos huishouden.

De Jonge gaat bij verpleeghuizen op bezoek, en hoort de klachten en zorgen. In het Catshuis vraagt hij er regelmatig aandacht voor. Premier Rutte wéét wat er gaande is: in het Haagse verpleeghuis van zijn eigen moeder heerst het virus. Niet voor niets besluiten ze de verpleeghuizen op 20 maart af te sluiten, nog voor de ‘intelligente lockdown’ begint. Het is voor betrokkenen een van de heftigste besluiten die ze in de hele crisis nemen. Ze beseffen dat ze daar juist de kwetsbaarsten eenzaam achterlaten.

Door de sluiting van de huizen, is de gedachte, kunnen bezoekers de bewoners niet besmetten. Maar ondanks herhaalde waarschuwingen wordt aan een andere grote risicofactor niets gedaan: het zorgpersoneel. Slecht beschermd en ongetest, zijn zij het die in vermoedelijk veel verpleeghuizen hebben bijgedragen aan de verspreiding van het dodelijke virus.

Wanhoopsmail

Op 26 maart, om kwart voor twaalf in de avond, stuurt Wouter van Soest een wanhopige mail naar ambtenaren op VWS en tientallen betrokken zorgbestuurders. Van Soest, directeur van verpleeghuizenkoepel Actiz weet dat ambtenaren ook zien hoe groot de problemen in verpleeghuizen zijn, en keihard werken om ze op te lossen. Maar waarom komen er niet meer mondkapjes en andere beschermingsmiddelen naar de verpleeghuizen? Wordt de langdurige zorg wel serieus genomen? „In sommige regio’s dreigen medewerkers en masse (!) werk neer te leggen als er niet (snel en veel) spullen komen.”

Hij kan niet uitsluiten dat zijn bestuur de dag daarop zal kiezen voor „escalatie naar de minister (en wellicht de pers)”. Dat dat niet helpt, weet hij, „maar ik meld t zodat het jullie niet verrast”.

Lees ook de reportage Toen de testen eindelijk kwamen, was het halve verpleeghuis besmet De wanhoopsmail van Wouter van Soest komt na bijna een maand van vruchteloos overleg tussen het ministerie en de organisaties in de langdurige zorg. Dat begint al op 28 februari, de dag nadat Nederland zijn eerste officiële coronapatiënt meldt. In de weken die volgen stapelen de frustraties zich op. Organisaties voor gehandicapten-, ouderen- en thuiszorg vertellen ambtenaren keer op keer dat ze nauwelijks aan beschermingsmiddelen kunnen komen. Dat de richtlijnen van het RIVM voor het gebruik van die hulpmiddelen onduidelijk zijn, of zo onrealistisch dat het wel lijkt of het RIVM geen idee heeft wat er in de langdurige zorg gebeurt.

Als het voor het eerst lukt een lading mondkapjes binnen te halen, staan bij ambtenaren de tranen in de ogen

Pogingen om handschoenen, mondkapjes en schorten bij verpleeghuizen te krijgen, verlopen moeizaam. Ambtenaren verwijzen de verpleeghuizen naar de regionale netwerken voor acute zorg, die de beschermingsmiddelen verdelen. Een schijnoplossing, waarschuwen zorgbestuurders. Die netwerken worden gedomineerd door ziekenhuizen, in sommige regio’s is de langdurige zorg er zelfs niet op aangesloten. Die zal bij de verdeling van beschermingsmiddelen dus achteraan staan. Kan VWS niet de regie nemen? In de eerste weken van maart heeft een team ambtenaren op het ministerie nog zelf geprobeerd beschermingsmiddelen te kopen. Als het op 21 maart voor het eerst lukt een lading mondkapjes binnen te halen, staan bij ambtenaren de tranen in de ogen. Maar op een wereldwijde vechtmarkt is dat voor het team van uiteindelijk veertig mensen vooral een frustrerende ervaring. Er komen duizenden tips binnen voor partijen beschermingsmiddelen, maar de meeste kunnen na dagen jagen de prullenbak in. En als er dan iets goeds tussen zit, is het ministerie vaak net te laat.

Het tekent volgens leveranciers en zorgorganisaties de pogingen van VWS om grip op de crisis te krijgen. Vol goede bedoelingen van hardwerkende ambtenaren, maar te traag, niet gericht op praktische oplossingen en met te weinig kennis van de zorgwereld.

Zo werken duizenden zorgmedewerkers door met veel minder bescherming dan ze zouden willen, en dan nodig is. Niet alleen in verpleeghuizen en andere instellingen, ook in de wijkverpleging en de thuiszorg.

Doodvonnis

Half maart krijgt een arts-microbioloog in het oosten van het land een radeloze verpleeghuisarts aan de lijn. Die wil op een afdeling met corona bewoners testen om de zieken van de gezonden te scheiden. Maar de GGD weigert: volgens de richtlijnen wordt er niet meer getest als er al twee bewoners van een afdeling positief zijn. Dan moet iedereen op de kamer blijven, en worden zieken geïsoleerd verpleegd. Zo kan de ziekte zich niet verder verspreiden, is de gedachte.

Maar door het gebrek aan beschermingsmiddelen en zonder mogelijkheid zich te laten testen op corona kunnen verpleegkundigen niet voorkomen dat ze het virus toch verspreiden. Op afdelingen voor dementerenden komt er nog een probleem bij: die blijven soms niet op hun kamer, gaan dwalen. Ook in De Leeuwenhoek is een positief geteste bewoner regelmatig op de gangen te vinden.  Later zal blijken dat een kwart van de medewerkers besmet was met corona.

Voor hele afdelingen in verpleeghuizen was het testbeleid een doodvonnis, zal de microbioloog later denken. Corona is voor deze bevolkingsgroep bijna net zo dodelijk als ebola.

Maandenlang vragen zorgbestuurders VWS om meer testen voor de langdurige zorg. Medewerkers zijn niet alleen bang zichzelf en hun eigen families te besmetten, maar ook de mensen voor wie ze zorgen. Waarom kunnen patiënten en medewerkers niet vaker worden getest? Zorgmedewerkers moeten nu thuisblijven als ze klachten hebben, terwijl de werkdruk in de sector door alle zieken al enorm is.

Het RIVM, dat voorschrijft wie getest mag worden, de GGD’en die monsters moeten afnemen en de labs die die monsters moeten testen, hebben VWS sinds het uitbreken van de crisis steeds verteld dat meer testen moeilijk is. Dat heeft geleid tot steeds verdere inperking van het testbeleid.

Terwijl bewoners in het ene na het andere verpleeghuis bezwijken, belooft minister Hugo de Jonge dat alle zorgmedewerkers buiten ziekenhuizen zich vanaf 6 april bij klachten kunnen laten testen. Zo werkt De Jonge: publiekelijk zeggen dat iets gebeurt, omdat er vaak dan pas dingen in beweging komen. Feike Sijbesma, voormalig topman van chemieconcern DSM, moet als ‘speciaal gezant’ een doorbraak forceren. Hij moet de zaken omdraaien: eerst bepalen hoeveel testen er nodig zijn om corona zo goed mogelijk te bestrijden, dan zorgen dat die testcapaciteit er komt.

Maar als Sijbesma op het ministerie van Volksgezondheid navraagt hoe groot de Nederlandse testcapaciteit eigenlijk is, weet niemand het antwoord. Het wekt verbazing: drie weken eerder heeft het OMT het bronnenonderzoek opgegeven omdat er niet genoeg zou kunnen worden getest. Sijbesma schakelt consultancybureau McKinsey in om het uit te zoeken.

In De Leeuwenhoek is het grote sterven dan al begonnen.

Verwarring

De Cobas 6800 en 8800 zijn de beesten onder de testmachines. Normaal gebruikt bloedbank Sanquin ze voor het testen van bloed. Nu zijn ze omgebouwd voor coronatesten. Vanaf 10 april kunnen er 3.600 tests per dag op draaien. Maar terwijl zorgpersoneel in de verpleeghuizen blijft horen dat er niet getest kan worden omdat er geen capaciteit is, zullen de machines wekenlang stilstaan.

Tot dan toe hebben de medisch-microbiologische labs alle testen gedaan. Het ministerie wil de testcapaciteit uitbreiden door ook veterinaire laboratoria  in te schakelen, en de labs voor bevolkingsonderzoek en bloedlab Sanquin. Samen kunnen die duizenden tests per dag draaien.

De medisch-microbiologische labs moeten monsters aan de nieuwkomers doorsturen. Maar die verplichte herverdeling stuit op weerstand.

Lees ook: Hoe betrouwbaar zijn de coronatesten? NRC nam de proef op de som Het is „ongewenst” en heeft „risico’s” om de andere labs zelfstandig diagnostiek te laten doen, schrijft de vereniging voor microbiologen in een intern stuk. Bij die labs staat namelijk geen arts-microbioloog aan het hoofd die de kwaliteit van de tests kan bewaken, de resultaten goed kan interpreteren en verder kan zoeken als hij de uitslagen niet begrijpt.

In een mail van 5 april schrijft Ann Vossen, voorzitter van de microbiologenvereniging en OMT-lid aan haar mede-microbiologen: „Wij blijven er voor strijden dat ook dan [als de nieuwe labs meedoen] de medische microbiologische labs in de lead blijven.”

De bezwaren van de microbiologen zijn niet alleen inhoudelijk. Voor een deel van hen beïnvloedt de omzet van hun lab hun inkomen. De medisch-microbiologische labs zijn ook bang om hun grip op de Nederlandse testmarkt kwijt te raken: in andere landen zijn veel kleinere labs al gefuseerd tot grote anonieme testfabrieken. Corona mag geen excuus zijn om dat in Nederland ook te gaan doen.

Op 17 april is het ministerie nog steeds druk bezig met een systeem om de landelijke verdeling van tests goed te regelen.

In andere landen worden besluiten genomen. In Nederland wordt eindeloos overlegd

Verschillende leveranciers van testmateriaal en andere betrokkenen van buiten zien de pogingen van het ministerie om grip te krijgen op de testwereld met stijgende verbazing aan. In andere landen worden besluiten genomen. In Nederland wordt eindeloos overlegd tot iedereen het eens is.

Waarom duurt het zo lang om een ondersteunend ict-systeem op te zetten?  Om de autootjes te regelen die de monsters naar de juiste labs moeten sturen? Waarom zijn er geen ambtenaren die weten hoe de testwereld in elkaar zit? Waarom lag een plan om grootschalig landelijk te testen niet gewoon klaar?

Verpleegkundigen uit de thuis- en verpleegzorg die in het nieuws horen dat ze eindelijk getest kunnen worden, worden bij verschillende GGD’en nog steeds geweigerd. Halverwege april lijken die GGD’en niet door te hebben dat de testregels verruimd zijn. Ook het RIVM zaait verwarring. In plaats van op 6 april de belemmeringen voor het testen van zorgmedewerkers in één keer weg te vagen, verruimt het instituut het testbeleid  over een periode van vijf weken telkens een beetje.

Twee weken nadat het testen van alle zorgmedewerkers had moeten ingaan, erkent De Jonge in een brief aan branche-organisaties en GGD’en dat er „signalen” zijn over „belemmeringen” – bijvoorbeeld over wie de test betaalt, de werkgever of zorgmedewerker zelf. Die moeten worden opgelost, benadrukt hij. Pas dan, zo blijkt uit een interne nieuwsbrief van VWS, begint GGD Nederland te inventariseren „welke knelpunten worden ervaren bij het testen van zorgpersoneel”. Het duurt meer dan een maand voor de chaos rond het testen is opgelost. Pas op 12 mei laat het RIVM de laatste voorwaarde voor testen van zorgmedewerkers vallen – dat ze 24 uur lang klachten moeten hebben.

Uiteindelijk sterft bijna de helft van de ruim zesduizend vastgestelde Nederlandse coronadoden in verpleeghuizen.

Epiloog
Balanceren op de rand

Mensen krijgen sportles in een park met de gewenste corona afstand. Foto Merlin Daleman

19 juni 2020

  • 11.846 mensen opgenomen
  • 6.081 mensen overleden

De oven in het crematorium van Uden brandt weer van negen tot vijf. Soms herinnert locatiemanager Kee Ceelen zich de keer dat ze acht kisten uit de mobiele koelcel tilde omdat ze bij de achterste moest zijn. En dat ze dacht: dit zijn allemaal vaders en moeders. Hebben mensen  boven de rivieren enig idee van wat hier is gebeurd, vraagt ze zich af.

In politiek Den Haag erkennen betrokkenen inmiddels dat het virus volkomen is onderschat. De zelfverzekerdheid van Nederland bleek misplaatst. Het systeem van testen en traceren, waar iedereen op rekende, viel na twee weken al om. Jarenlange bezuinigingen in de zorg hadden een systeem gecreëerd dat geen schokken aankon. Door de cultuur om vooral niet te veel zorg te bieden, gebeurde er zeker in het begin van de crisis te weinig.

Lees ook: Geeft de wereld de strijd tegen corona al op? De intelligente lockdown kwam, door de waarschuwing van arts-microbioloog Jan Kluytmans, nét op tijd om nog erger te voorkomen, blijkt uit berekeningen van het RIVM. Zonder het thuiswerken, de gesloten cafés en restaurants, de afgelaste voetbalwedstrijden, de stille straten en de lege treinen, hadden naar schatting zo’n 23.000 Nederlanders naar de intensive care gemoeten. Duizenden Nederlanders zouden thuis of in een ziekenhuiszaal zijn overleden.

Door de IC-capaciteit te verdubbelen, sleepten de ziekenhuizen het land door de acute fase van de crisis

Velen zijn opgelucht. Ze kunnen weer op het terras zitten, hoewel de tafels wat verder uit elkaar staan. Ze kunnen weer naar kapper en tandarts, die nu vaak achter een plastic hoofdscherm hun werk doen. Het is de ‘anderhalvemetersamenleving’ gaan heten. De kinderen gaan weer naar school. Thuiswerken is ingeburgerd.

Maar tienduizenden landgenoten hebben een heel andere crisis meegemaakt. Hun broers en zussen, ouders en kinderen, geliefden en vrienden stierven. Vaak eenzaam, zonder een afscheid.

Officieel overleden in Nederland ruim zesduizend mensen aan het coronavirus. Maar omdat er maandenlang amper getest is, ligt het werkelijke cijfer veel hoger. Een huisarts uit het midden van het land zag het bij een echtpaar. Beiden waren ziek, alleen de man van 75 had vastgestelde corona omdat hij in het ziekenhuis lag. Twee dagen na zijn dood overleed ook zijn vrouw. Zij was niet getest, kwam dus niet in de officiële RIVM-statistieken, maar dat ze door het virus overleed, staat voor de huisarts vast. Hij moest mondkapjes aan hun kinderen geven, zodat ze naar de begrafenis konden.

Per miljoen inwoners overleden in Nederland volgens de officiële cijfers 351 mensen. In bijvoorbeeld Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk overleden relatief ongeveer twee keer zo veel mensen. Maar in bijvoorbeeld Duitsland en Denemarken overleden maar 100 mensen per miljoen inwoners.

Lees ook de reportage uit Italië: De sirenes waren het ergst, zegt men in Bergamo Veel van de mensen  die corona overleefden, hebben nergens last meer van. Carnavalsvoorzitter John Meeuwissen kreeg na zes weken zijn smaak en geur weer terug.

Maar een onbekend aantal worstelt nog steeds met serieuze klachten. Van de elf vrienden uit Bennebroek die in Sankt Anton ziek werden, hebben vier er ruim drie maanden later nog last van. Een van hen heeft concentratie- en  geheugenverlies, en het gevoel alsof hij door een rietje ademt. Hij kan nog steeds amper de trap opkomen. Tijdens een gesprek raakt hij buiten adem.

Door de lockdown kwam Nederland terecht in een economische crisis. Naar schatting 400.000 mensen zullen het komende jaar hun baan verliezen. De economische klap wordt naar verwachting twee keer zo groot als die van de kredietcrisis. De economie krimpt dit jaar met 6,4 procent.

De ziekenhuizen, vaak nog uitgeput van wat ze hebben meegemaakt, starten de reguliere zorg weer op – de schade van het stopzetten daarvan is onbekend. Ze hebben wanhoop, vertwijfeling, soms angst gekend. Maar bij veel medewerkers overheerst trots. Honderden vrijwilligers meldden zich, iedereen werkte samen, bevrijd van het bureaucratische keurslijf dat in normale tijden zoveel energie kost. Door de IC-capaciteit in korte tijd te verdubbelen, sleepten de ziekenhuizen Nederland door de acute fase van de crisis.

Om groepsimmuniteit te bereiken moeten nog eens zeven miljoen Nederlanders ziek worden

Dezelfde trots voelen ook veel verpleegkundigen in de langdurige zorg, maar bij hen wordt die getemperd door frustratie en verdriet. Waarom kregen ze niet meer steun van de overheid? Ze worstelen met schuldgevoelens: hebben zij ongewild mensen voor wie ze soms jarenlang hadden gezorgd de dood in gejaagd?

Lees ook de reportage uit het Noord-Limburgse dorp Kessel: Het ergste lijkt achter de rug in zwaar getroffen Peel en Maas. Maar nog niet alles is mogelijk De leiding van verpleeghuis  De Leeuwenhoek zegt in uiterst lastige tijden al het mogelijke te hebben gedaan om zijn bewoners zo goed mogelijk te beschermen, en voelt zich daarin gesteund door de conclusies van een door hen aangevraagd onafhankelijk onderzoek. Tekort aan beschermingsmiddelen is er volgens dat onderzoek nooit geweest. Op de hele Leeuwenhoek zijn 26 mensen zeker aan corona overleden, vermeldt het onderzoek. Hoeveel mensen vermoedelijk – maar ongetest – aan corona overleden, noemt het onderzoek niet.

Na drie maanden waarin de zorg het nét hield, hebben vermoedelijk ongeveer een miljoen Nederlanders Covid-19 gehad. Om groepsimmuniteit te bereiken, moeten nog eens zeven miljoen Nederlanders ziek worden.

Het virus is onder controle – voor nu. Kleine uitbraken, zoals in vleesverwerkingsbedrijven en een Haagse moskee, tonen hoe makkelijk het virus om zich heen kan grijpen. Er hoeft maar dít te gebeuren, denken vooraanstaande virologen en medici. Nederland balanceert op de rand van de afgrond.

Deze week laaide het virus op in de Chinese hoofdstad Beijing. Scholen en universiteiten zijn gesloten, meer dan duizend  vluchten afgelast en tientallen wijken in lockdown gegaan. Na 55 dagen zonder nieuwe besmettingen waren er ineens tientallen nieuwe patiënten in een paar dagen tijd. Een deel leek terug te voeren op een voedselmarkt.

Reactie RIVM

NRC heeft het RIVM  schriftelijke vragen gesteld over zijn rol in de crisisbestrijding en verzocht om een achtergrondgesprek. Het verzoek werd afgewezen en op de vragen bleef antwoord uit. Door aanhoudende drukte is voor een goede, complete beantwoording op korte termijn geen tijd, aldus een woordvoerder. Het RIVM werkt aan een eigen reconstructie.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Corona: dé reconstructie