Rapport Onderzoeksraad voor Veiligheid: gebreken in terminale zorg RvPuttenziekenhuis

Onderzoeksraad voor de Veiligheid Rapport Ruwaard van Putten ziekenhuis

Zie onder artikel van skipr informatie van website van de Onderzoeksraad

3 dec 2013 bron: http://www.skipr.nl/actueel/id16691-terminale-zorg-bij-ruwaard-niet-in-orde-.html

Terminale zorg bij Ruwaard niet in orde
De zorg voor terminale patiënten op de afdeling cardiologie in het voormalige Ruwaard van Putten ziekenhuis in Spijkenisse was niet in orde. Patiënten waren er de dupe van gebrek aan goede communicatie door cardiologen en voelden zich onveilig en onzeker over hun lot. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid na een onderzoek. De raad publiceerde dinsdag het rapport hierover.

Patiënten en familie wisten soms niet wat ze te wachten stond: herstel, verlichting van de symptomen of overlijden. Bij nabestaanden heerste soms twijfel of hun naaste was overleden door de voorgeschreven dosis morfine, meldt de onderzoeksraad.
Ook leek het bestuur van het ziekenhuis geen vat te hebben op de cardiologen, zo blijkt uit het rapport. In het ziekenhuis heerste een eilandcultuur “waarin medisch specialisten en afdelingen geen gezamenlijke visie tot stand brachten”. Na vele waarschuwingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd de afdeling cardiologie gesloten.
Terminale zorg
Volgens de raad geldt ook voor andere ziekenhuizen dat de zorg rond het levenseinde niet goed ontwikkeld is. Zo blijkt dat veel artsen niet weten dat ze morfine niet mogen gebruiken om de dood te bespoedigen. De onderzoeksraad geeft in het rapport als aanbeveling voor de medische sector om te investeren in kennis over terminale zorg. “Dit vereist specifieke competenties en een specifieke manier van werken.” (ANP)

3 dec. 2013
http://www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/1419/kwetsbare-zorg-patstelling-in-het-ruwaard-van-putten-ziekenhuis

Sector Gezondheid
Kwetsbare zorg: patstelling in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis Spijkenisse
Introductie
In december 2012 kwamen de conclusies van bureau Medirede naar buiten, dat dossieronderzoek had gedaan naar aanleiding van de verhoogde sterftecijfers in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis in Spijkenisse. De conclusies waren voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg reden voor een bevel aan de vier cardiologen om tot nader order geen zorg meer te verlenen. Zij hadden in 2010 in een aantal gevallen onzorgvuldige diagnoses gesteld bij hartpatiënten en te weinig rekening gehouden met andere aandoeningen van deze patiënten, aldus Medirede. Ook zouden zij te snel hebben besloten dat een patiënt niet meer te behandelen was; en morfine aan stervende patiënten hebben toegediend zonder de relevante richtlijnen in acht te nemen.

In januari 2013 besloot de Onderzoeksraad voor Veiligheid de gebeurtenissen in het ziekenhuis te onderzoeken. Redenen hiervoor waren de vragen die in de maatschappij leefden over morfine en de levenseindeproblematiek, maar ook vragen in bredere zin over patiëntveiligheid en het feit dat het ziekenhuis geaccrediteerd was en kennelijk toch niet veilig.

In januari 2013 besloot de Onderzoeksraad voor Veiligheid de gebeurtenissen in het ziekenhuis te onderzoeken. Redenen hiervoor waren de vragen die in de maatschappij leefden over morfine en de levenseindeproblematiek, maar ook vragen in bredere zin over patiëntveiligheid en het feit dat het ziekenhuis geaccrediteerd was en kennelijk toch niet veilig.

Startdatum onderzoek 9 jan. 2013 Einddatum onderzoek 3 dec. 2013
Raadslid voor dit project Prof. dr. Pauline Meurs Portefeuillehouder

Publicatie

Persberichten 3 dec. 2013
Betere samenwerking nodig rond zorg levenseinde
De cardiologische zorg in het voormalige Ruwaard van Putten Ziekenhuis in Spijkenisse was niet optimaal. Hierdoor was de veiligheid voor de patiënt niet gewaarborgd. Onder meer bij de zorg rond het levenseinde ontbrak het aan overleg en intercollegiale consultatie, en goede communicatie met de patiënt en diens naasten. Zorg rond het levenseinde vraagt om een houding van de dokter waarbij niet genezing voorop staat, maar de begeleiding van de patiënt naar een waardig einde. Niet alleen in het voormalig Ruwaard van Putten Ziekenhuis maar ook in andere Nederlandse ziekenhuizen kan de zorg rondom het levenseinde verder verbeterd. Dat staat in het vandaag gepubliceerde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Onderlinge afstemming, communicatie en documentatie
De cardiologen in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis onderkenden de complexiteit van de zorg rond het levenseinde onvoldoende. Ze besteedden weinig aandacht aan communicatie met terminale patiënten en hun familie en documentatie daarover. Patiënten en familie bleven soms in het ongewisse over wat de patiënt te wachten stond: herstel, verlichting van de symptomen, of overlijden. Overigens geldt ook voor andere ziekenhuizen dat de zorg voor terminale patiënten nog niet overal goed ontwikkeld is. Deze zorg is intensief en vaak confronterend voor zorgverleners.

Morfine
Een gevolg van de gebrekkige communicatie in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis was bijvoorbeeld de twijfel bij sommige nabestaanden over de vraag of hun naaste misschien door de voorgeschreven morfine was overleden. Dit leidde tot gevoelens van onveiligheid en onzekerheid, overigens soms ook bij verpleegkundigen. Als artsen morfine gebruiken bij terminale patiënten, in snel opklimmende doseringen, en dat niet goed uitleggen en documenteren, kan een onduidelijke situatie ontstaan. Er is dan geen goed onderscheid meer mogelijk tussen symptoombestrijding, palliatieve sedatie (verlagen van het bewustzijn om het lijden te verlichten) en levensbeëindigend handelen.

Er is over het gebruik van morfine bij terminale patiënten nog veel onduidelijkheid, ook onder artsen. Onderzoek uit 2010 laat zien dat veel artsen meenden dat morfine het middel is om het bewustzijn te verlagen of het levenseinde te bespoedigen, terwijl dit tegen de richtlijnen is.

Sturing in het ziekenhuis onvoldoende
De cardiologen werden niet bijgestuurd door andere afdelingen of door het bestuur van het ziekenhuis. Achterliggende oorzaak waren structurele samenwerkingsproblemen in de sturing. Er was sprake van een eilandcultuur waarin medisch specialisten en afdelingen geen gezamenlijke visie tot stand brachten. De medische staf, noch de raad van bestuur, noch de raad van toezicht zijn er in geslaagd deze cultuur te doorbreken en de noodzakelijke samenwerking tussen bestuur en professionals te realiseren. Ook de externe blik van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) of de accreditatie van het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ) had op deze patstelling weinig effect. Die kon pas worden doorbroken toen de Inspectie voor de Gezondheidszorg, na vele waarschuwingen en verbeteropdrachten, uiteindelijk besloot tot sluiting van de afdeling Cardiologie.

Aanbeveling: investeer in kennis over de zorg rond het levenseinde
Zorg rond het levenseinde is complexe zorg, niet zozeer in medisch technisch opzicht maar vooral in psychosociaal opzicht. Bij zorg voor terminale patiënten is het van belang dat zorgverlener en patiënt samen vooruitdenken en vooraf afspraken maken over de zorg bij het levenseinde. Dit vereist specifieke competenties en een specifieke manier van werken. De Onderzoeksraad beveelt dan ook aan kennis en instrumenten voor palliatieve zorg verder te ontwikkelen en te verspreiden (waarbij de Onderzoeksraad opmerkt dat er wat de zorg voor het levenseinde betreft verschillen zijn tussen de medische specialismen; zo is de oncologische zorg al relatief lang vertrouwd met palliatieve zorg). Ook is het belangrijk de oprichting en het goed functioneren van consultatieteams palliatieve zorg in ziekenhuizen te bevorderen.

Aanbeveling: verbeter visitatie- en accreditatiemethoden
Als bestuurders en artsen binnen een ziekenhuis er samen niet in slagen om problemen op te lossen, kan soms de bemoeienis van buiten helpen, zoals visitaties door collega’s en de accreditatie door een erkende instelling. In het geval van het Ruwaard van Putten Ziekenhuis werkte dit niet goed. Daarom pleit de Onderzoeksraad voor een verbetering van de visitatie en accreditatie van ziekenhuizen.

Pleidooi voor sociaal contract tussen bestuur en specialisten
In het Ruwaard van Putten Ziekenhuis was het gedeelde belang en de gedeelde verantwoordelijkheid voor kwalitatief goede en veilige zorg op de achtergrond geraakt. Het bestuur slaagde er niet in om deze situatie te veranderen. In een ziekenhuis zijn bestuurders en artsen sterk afhankelijk van elkaar. Hun ‘sociale contract’ is lang niet altijd te vangen in formele richtlijnen, codes en organisatiestructuren. Daarom roept de Onderzoeksraad de betrokkenen op hier zelf mee aan de slag te gaan. De uitdaging is om problemen in een sociaal contract vroegtijdig te signaleren en aan te pakken.