Preventie infectieziekten is bestuurlijk verweesd

De preventie van infectieziekten is bestuurlijk jarenlang een ondergeschoven kindje geweest. Mede om die reden heeft de huidige corona-epidemie zulke grote vormen kunnen aannemen. Ook het gebrek aan internationale bestuurlijke afstemming is een sta in de weg voor adequate preventie.

Dat stellen verschillende deskundigen in de nieuwe Skipr Quarterly, die deze week verschijnt. In het Skipr-kwartaalmagazine worden de contouren verkend van een pandemiebestendige samenleving. Preventie is daarbij een sleutelwoord, maar juist preventie is door de jaren heen bestuurlijk verwaarloosd. “Niemand draagt er bestuurlijke verantwoordelijkheid voor”, zegt hoogleraar Richard Janssen van het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur in Skipr Quarterly. “Als 30 procent van onze bevolking obees is, is geen enkele minister daar direct op aan te spreken. Zo is het met infectieziekten ook. Jarenlang hebben we gekort op het apparaat – de GGD – dat primair op preventie is toegerust. […] Het zit niet in onze bestuurlijke traditie en het ligt slecht op – wat ik dan maar noem – de politieke markt.”

Spieren trainen

“Wat je nu ziet is dat we als samenleving spieren aan het trainen zijn die we tientallen jaren lang hebben verwaarloosd”, zegt viroloog Alex Friedrich van het UMCG. “En dus is het volkomen logisch dat we nu capaciteitsproblemen hebben. We leefden – zeker hier in Nederland – met het gevoel dat overdraagbare ziekten geen risico vormen. De realiteit is dat dat risico alleen maar groter is geworden. Een wereldwijde griepepidemie in de jaren zeventig deed er anderhalf jaar over om van Oost-Azië bij ons te komen. In het geval van corona duurde dat anderhalve maand.”

In stelling

Hoewel infectieziekten door de corona-uitbraak in één klap weer boven aan de bestuurlijke agenda staan, lopen we volgens Janssen nog steeds achter de feiten aan. “Ingegeven door de gebeurtenissen in Bergamo gingen we in februari met de ic’s aan de slag. Maar toen al hadden we ook de GGD’en in stelling moeten brengen.” De hardnekkige problemen met corona-testen lijken Janssens gelijk te staven.

Internationale planning

Als het op preventie aankomt, biedt volgens Friedrich alleen een internationale aanpak soelaas. “Geen land in Europa heeft voldoende kritische massa om zich afdoende tegen een dergelijke pandemie te kunnen beschermen op de lange termijn. Je moet als continent één strategie hanteren. De epidemie ontploft niet overal tegelijkertijd, dus kun je met een centraal plan en centrale coördinatie je capaciteit daar inzetten waar die op dat moment nodig is en per land en regio specifieke maatregelen nemen. Hadden we dat gehad, dan hadden we indertijd de situatie in Lombardije veel effectiever kunnen aanpakken en had Brabant op zijn beurt sneller uit de brand geholpen kunnen worden.”

Infrastructuur

Friedrich droomt van een Europese infrastructuur voor infectieziekten met voldoende middelen. “Die ga je dan natuurlijk ook gebruiken voor zaken als griep, tuberculose, antibioticaresistentie, soa’s, bedenk het maar. In crisistijd moet je snel kunnen opschalen.” Hij beaamt dat zijn ideaal vast moeilijk te realiseren zal zijn. “De vraag is natuurlijk of de ‘blauwe wereld’, die het moet betalen, dit ook gaat doen. Gezien de ongelooflijke kosten die de Europese landen nu maken om deze crisis te tackelen is de case zo gemaakt, maar helaas werkt het in de Europese samenwerking vaak niet zo.”

Lerende lijn

Volgens hoogleraar patiëntgerichte innovatie Jan Kremer van Radboudumc zijn vertrouwen en ‘de lerende lijn’ absolute vereisten voor een pandemiebestendige samenleving. “Zonder vertrouwen kunnen we niet met z’n allen leren om beter met situaties als deze om te gaan. Mijn angst is dat we daar de ruimte niet voor krijgen van mensen die verlangen naar simpele maatregelen.”
Kremer pleit met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) – waar hij lid van is – voor technologie die de rol van de burger bij het vinden van oplossingen versterkt. “In Australië worden burgers zelf betrokken bij het contactonderzoek, terwijl bij ons de GGD dat helemaal overneemt. Je zou kunnen denken aan een privacy-veilige app die je ontmoetingen bijhoudt en mensen helpt om in no time zelf bron- en contactonderzoek te doen.”
Ook Zweden geeft in dit opzicht een goed voorbeeld. Kremer: “Je kunt zeggen wat je wilt van de situatie daar, maar de baas van het Zweedse RIVM, Anders Tegnell, slaagt erin om van het beleid een soort gezamenlijke leerervaring te maken, waarbij heel veel waarden en belangen in de discussie worden meegewogen.”