P. van Buitenen: 156 namen van betrokkenen bij Vuurwerkramp en strafrechtelijke opvolging

13 mei 2000, een nog lege Tollensstraat, iets na 15u00
                                                 13 mei 2000, een nog lege Tollensstraat, iets na 15u00

156 Namen Vuurwerkramp (v.7)

Paul van Buitenen

Status is reachable

Paul van Buitenen

Investigator Fireworks disaster 2000 Enschede (NL).

Deze lijst is een ‘Wie-is-wie’ van betrokkenen bij de Vuurwerkramp en de strafrechtelijke opvolging ervan. Zij allen komen voorbij in de review van de rampdossiers. De lijst is niet compleet. Uitdrukkelijk wijs ik op het feit dat niet alleen medeplichtigen, door mij verdachte personen en daders zijn vermeld, maar ook andere betrokkenen, zoals (niet gehoorde) getuigen, melders van misstanden, deskundigen en andere relevante spelers.

  1. Frits VAN AGGELEN: Als directeur Bouw- en Milieudienst de leidinggevende van ondergenoemde Jan Willem Strebus, Gerard Meijerink en Nico ten Bosch bij onregelmatige verlening van de milieuvergunning aan S.E. Fireworks.
  2. Erik AKERBOOM: Carrouselrijder’ binnen de staatsveiligheid. Volgde collega carrouselrijders Tjibbe Joustra, Ton Annink, Gerard Bouman en Dick Schoof op bij de NCTb, Defensie, Politie en AIVD. Als Korpschef Politie richtte hij schade aan en liep meermaals weg voor de onrechtmatigheden bij de Vuurwerkramp.
  3. Ben ALE: Gepensioneerd professor Risico/Veiligheidskunde. Was tijdens de Vuurwerkramp directeur onderzoek brandweerinstituut NIBRA/IFV (januari 2000 – december 2004). Ben Ale nam deel aan het onderzoek van de commissie Oosting. In interviews was Ale regelmatig neerbuigend over mensen die de geschiktheid van water als blusmiddel bij brandend vuurwerk in twijfel trokken.
  4. Ton ANNINK: Dé leidinggevend BZK-topambtenaar die coördinatie departementen leidde bij de doofpot van de oorzaken van de ramp. Mogelijk zonder medeweten van BZK-minister Klaas de Vries. Zie de beschrijving.
  5. Piet BAKKER (overleden): Gaf als leidinggevende binnen het tactische opsporingsteam van het Tolteam o.a. leiding aan het parallelle onderzoek naar de toen nog niet formeel van brandstichting verdachte André de Vries.
  6. Rudi BAKKER: toenmalig mede-eigenaar S.E. Fireworks v.o.f. Veel méér dan zijn mede-eigenaar Willy Pater is Rudi Bakker het mikpunt geweest van lasterlijke aantijgingen door politie, OM, Oosting en tot op de dag van vandaag door in complotten denkende Twentenaren. Hij werd door de rechtbank vrijgesproken van ‘Dood-door-schuld’. Het gerechtshof volgde alsnog de strafeis van het OM (één jaar cel). Cassatie en herzieningsverzoeken vermochten niets; de Hoge Raad verwijst steeds naar de onrechtmatig tot stand gekomen rapporten van het NFI en de rijksrecherche.
  7. Drs. M.B.C. Beckers – de Bruijn: Lid van de Commissie Oosting. Oud-Kamerlid. Zie verder onder Marten Oosting.
  8. Jeroen van BENTEM: De contactpersoon van S.E. Fireworks bij hun externe accountant De Jong en Laan Accountants. Van Bentem is door het Tolteam als getuige gehoord. Door tunnelvisie van Tolteam en OM is de vraagstelling aan Van Bentem verkeerd geweest en zijn de antwoorden die door Van Bentem zijn gegeven door Tolteam en OM verkeerd geïnterpreteerd. Daardoor dachten Tolteam en OM het bewijs te hebben geleverd van illegale handel en foutieve facturering, terwijl Bakker de boekhouding en facturering van S.E. Fireworks juist volgens de regels en volgens de adviezen van de accountant deed.
  9. Klaas BERENST: Brigadier projectleider technisch onderzoek Tolteam vanaf begin tot aan uitspraak gerechtshof (2003). Sloeg aanbod van bijstand door collega af, waardoor zijn fouten moeilijk waren te corrigeren, zoals ontkenning houten bodems in zeecontainers. Deze konden dus doorbranden. Berenst speelde als schakel tussen Tolteam en NFI een belangrijke rol bij de mechanismen die leidden tot de misleiding van de rechter door het OM.
  10. Gustaaf BIEZEVELD: Is vanaf de vuurwerkexplosie Culemborg (1991) als Officier van Justitie op repressieve wijze bezig geweest met vuurwerk. Voor Gustaaf was het leven simpel: vuurwerkhandelaars en importeurs waren criminelen waar je niet mee praat, maar die je de kop indrukt en kort houdt. Biezeveld is persoonlijk verantwoordelijk voor mislukkingen van afspraken over vuurwerk en opleiding. Hij staat aan de wortel van een crimineel ondergrondse vuurwerkstroom.
  11. Cécile BITTER: Is een van de belangrijkste advocaten van dit kantoor dat al sinds 1888 de landsadvocaat is. Mevrouw Bitter en haar collega’s verdedigen de staat tegen de slachtoffers van de ramp, waarbij de waarheid er niets toe doet.
  12. Rik DE BOER: Als commissaris (kwam uit het blauw) de hoogste leidinggevende van het Tolteam. Had nog nooit een groot recherche-onderzoek gedraaid. Ook de zaaksofficier Herman Stam (kwam van belastingen) had geen relevante ervaring. De keuze van beide onervaren mensen op de belangrijkste leidinggevende posities van het grootste recherche bijstandsteam van na de oorlog is op zijn minst zeer vreemd. Enkele typerende uitspraken van De Boer, gedaan als leidinggevende van het Tolteam: 1. Die twee: Paalman en De Roy van Zuydewijn, kregen gewoon hun zin niet en waren daarom gefrustreerd. 2. De regie werd bepaald door het college van Pg’s en politiek Den Haag, daar kan ik verder niets aan veranderen. 3. Ik maak mij zorgen om Paalman en heb daarom een afspraak voor hem gemaakt bij de districtspsychiater te Almelo.
  13. Earryt BOETES: Officier van Dienst (OvD) brandweer Enschede, specialist gevaarlijke stoffen, eerste leidinggevend brandweerofficier ter plaatse (15u10) bij de brand. Werkte voor ramp aan inventarisatie gevaarlijke stoffen. Zijn (terechte) gevaarinschatting is toen afgezwakt door contractant AVIV. Boetes was horizontaal ingestroomd en werd overrompeld door de situatie ter plaatse. Heeft onder zeer zware druk gestaan en is na de ramp vertrokken naar een andere Veiligheidsregio. Kon zich bij afleggen verklaringen niets herinneren van opleiding, inventarisatie, gevaaraanduidingen en zijn keuzes bij brandbestrijding. Zijn verklaringen kunnen meinedig zijn geweest.
  14. Herman BOLHAAR: Voorzitter van het College van procureurs-generaal tussen 2011 en 2017. Gaf in 2011 opdracht om het laatste feitenonderzoek (Daslook-2012) te laten verrichten door dezelfde rijksrechercheurs als in 2004.
  15. Maarten BOLLEN: Woordvoerder van de politie Twente en schrijver van het boek ‘Op zoek naar de onderste steen’ over het strafrechtelijk onderzoek van het Tolteam. Dit boek, geschreven in opdracht van politie en gesubsidieerd door BZK, getuigt van de tunnelvisie waarin het Tolteam verkeerde.
  16. Nico TEN BOSCH: Milieuambtenaar van de gemeente Enschede die de milieuvergunning voor S.E. Fireworks heeft verzorgd en zich daarbij niet aan de regels heeft gehouden. Alleen al de getuigenverklaringen van Ten Bosch bevatten genoeg belastende informatie om de gemeente Enschede strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Het College van Pg’s verbood de hoofdofficier dit door te zetten.
  17. Arie den BREEJEN: Voormalig ambtenaar van de ministeries van VROM (1985 – 1998) en V&W (1998 -2004), verantwoordelijk voor de regelgeving op het gebied van de opslag en transport van gevaarlijke stoffen, soms rechtstreeks met het vuurwerkdossier. Hij schreef in publicaties 2005 (artikelen in vakbladen), 2010 (boek) en 2015 (rapportages) over zijn ervaringen met de regelgeving en interne gang van zaken bij deze ministeries. Het blijkt dat nalatige regelgeving van de rijksoverheid een belangrijke oorzaak is van het kunnen optreden van de Vuurwerkramp. Het reviewrapport wijt daar hoofdstuk 6 aan.
  18. Alex BRENNINKMEIJER: Nationale Ombudsman (28/6/2005 – 31/12/2014). Behandelt klacht klokkenluider Paalman. Misleid door College Pg’s, bevestigt hij de rijksrecherchebevindingen. Solliciteerde tijdens het onderzoek naar EU-functie.
  19. Reint BRINKS: Rechercheur Techn. Rech. Politie Twente tot 1 dec. 2000. Stelde kleding André De Vries zeker op 19 juni 2000 na poging brandstichting eigen auto. Deze kleding bewaard, op voorgeschreven wijze verzegeld in TR-kast. Wegens vertrek bij politie kast leeggeruimd en kleding De Vries begin nov. 2000 aan techn. rech. Schreurs gegeven. Brinks’ verklaringen geven ander beeld dan de officiële lezing. Brinks is verder buiten alle onderzoeken gehouden van rijksrecherche en latere feitenonderzoeken 2010-2012. Dit is één van de elementen die wijzen op het bestaan van meerdere rode broekjes van André de Vries binnen het onderzoek (!)
  20. Harm BROUWER: Voorzitter College van Pg’ tussen 2005 en 2011. Was in die hoedanigheid betrokken bij de misleidende verificatieopdracht voor de Tweede Kamer (mr. Herstel), en bij de eerste twee feitenonderzoeken (2010-2011), die niet aan waarheidsvinding deden maar aan feiten verstoppen. Ook kon Brouwer tijdens een interview op Radio-1 niet de verleiding weerstaan om Tolteam klokkenluider Paalman van leugens te beschuldigen.
  21. Peter DE BRUIJN: Onderzoeker bij achtereenvolgens het Gerechtelijk Laboratorium en het NFI, waar hij verantwoordelijk was voor zowel het technisch onderzoek naar de vuurwerkramp in Culemborg (1991), als die in Enschede (2000). Liet zich ontvallen (in niet uitgezonden interviewpassage) dat hij het gebruik van bluswater bij brandend vuurwerk voortaan zou afraden.
  22. Raymond BRUINEWOUD: Meldde zich op 13 maart 2001, samen met zijn vriend Robby Kooken, bij strafrechtadvocaat Robert Speijdel, met verklaring dat André de Vries betrokken kon zijn bij de Vuurwerkramp. Hij herhaalde dit bij Tolteam en RC. De verklaringen bleken onjuist, maar het OM voerde deze ‘Millenniumverklaring’ op als bewijs tegen De Vries. Het OM vermoedde al meineed (zitting 6 juni 2002). OM misleidde de rechtbank met dit onrechtmatig ‘bewijs’ uit vonnis 22 aug. 2002. Bruinewoud is op 22 okt. 2002 veroordeeld tot 3 jaar cel wegens brandstichtingen en diefstallen. Zie ook bij ‘Robby Kooken’ over zijn aanwijzingen dat Bruinewoud betrokken zou zijn bij de Vuurwerkramp.
  23. Gerrit VAN DER BURG: Voorzitter van het College van procureurs-generaal vanaf 2017 tot heden. Negeert alle aanwijzingen voor onregelmatigheden bij de Vuurwerkramp, ondanks herhaaldelijk en jarenlang aandringen.
  24. Martin CAMP: Commandant regionale brandweer Noord-Limburg. Hij stelde in zijn eentje het zogeheten justitieel onderzoeksrapport op over brandweeroptreden ramp. Dit rapport bevat veel fouten en omissies en kan gezien worden als een kort en oppervlakkig collegiaal doofpot-rapportje. Niets over gevarenaanduidingen, het openen van deuren en ontstaan oppervlaktebrand. Camp is later als VVD-gemeenteraadslid te Venlo aangeklaagd wegens malversaties bij de aankoop van een pand. <Links nog aanbrengen>
  25. Warner CEELEN: Hoofd van afdeling MILAN bij het ministerie van Defensie, de wettelijk adviseur van gemeentes bij vergunningverlening vuurwerkopslag. Hield zich bezig met incompatibele nevenactiviteiten en liet zijn werk beïnvloeden door gunsten. Is na onderzoek bij Defensie (dat al vóór de ramp startte) uit functie gezet.
  26. G. DAM: Officier Dam schreef een zeldzaam onbeschofte brief aan een tipgever, die voordien goed gedocumenteerd melding maakte van aanwijzingen betreffende de oorzaak van de ramp. Officier Dam stelt ongemotiveerd dat deze tip niet hoeft te worden nagetrokken.
  27. Riet DEDDING: Senior Jurist van de politiebond ACP. Zij werd door de ACP begin 2005 op het dossier Paalman en De Roy van Zuydewijn gezet ter vervanging van een jurist die te veel op de hand was van beide melders. Trok de onderhandelingen met de korpschef alsnog vlot door hen beiden te bewegen tot acceptatie het aanbod tot ‘eervol ontslag’ volgens de voorwaarden van de korpsleiding.
  28. Piet DEELMAN: Korpschef politie Twente 2002-2008. Als nieuwe korpschef vroeg hij beide melders hun zorgen informeel op te schrijven. Deelman verspreidde deze informatie tegen de afspraak. Hij liet hen onderzoeken door een advocaat-generaal, Bureau Interne Zaken en de rijksrecherche. Deelman bedreigde hen langdurig met strafontslag, daarbij geflankeerd door Capra-advocaten.
  29. Letty DEMMERS: Nu (2020) Ombudsfunctionaris Nationale Politie en landelijk bemiddelaar NABO’s ministerie IenW. Was waarnemend burgemeester in diverse gemeenten, landelijk partijvoorzitter D66, en korpschef Politie Zeeland. Jan Paalman vroeg haar naar de mogelijkheid van rehabilitatie. Demmers stond Paalman welwillend te woord en ontving ook stukken van mij (PvB). Nadat politiechef Oost-Nederland, Oscar Dros, haar zei dat de vaststellingsovereenkomst van Paalman niet onderhandelbaar was en Paalman al gerehabiliteerd was, moest Demmers ‘nee’ zeggen tegen Paalman. Zij kon alleen bemiddelen als de politieleiding dat wil. Met de review van Van Buitenen kon en wilde zij zich niet mee bemoeien. Een persoonlijk beroep van mij op Demmers leverde wél interesse op, maar Paalman’s zaak bleef gesloten.
  30. Piet-Hein DONNER: Minister van Justitie tussen 2002 en 2006. Mr. Plasman informeerde Donner in januari 2003 over misstanden. Toen een intern onderzoek deze bevestigden, droeg Donner de rijksrecherche op deze kritiek te ontkrachten. Ook misleidde Donner de Tweede Kamer over deze onderzoeken.
  31. Dick VAN DOP: Oud-politiecommissaris, deskundige milieucriminaliteit, adviseur bij politie Twente voor opsporingsactiviteiten Vuurwerkramp. Liet zich zeer kritisch uit over de niet-vervolging van de overheid, maar was verder loyaal aan het onderzoek: André de Vries kan toch schuldig zijn (na vrijspraak) en hij was trots op de reconstructie van de administratie van S.E. Fireworks (B45).
  32. Oscar DROS: Als huidig politiechef Oost Nederland niet bereid om ook maar na te denken over rehabilitatie en schadeloosstelling van beide Tolteamrechercheurs Paalman de De Roy van Zuydewijn. Zij stelden de misstanden aan de kaak die plaatsvonden tijdens de opsporing en vervolging van de ramp. Dros verstopt zich achter de vaststellingsovereenkomst die in naam eervol ontslag gaf aan beide melders. Dat zij beiden die overeenkomst na jarenlange pesterijen, strafmaatregelen en dreiging met strafontslag onder dwang moesten accepteren, daar heeft Dros geen boodschap aan. Hij volgt hiermee de lijn van zijn voorganger Stoffel Heijsman.
  33. Jeroen DIJSSELBLOEM: weigerde, als opvolger van Tjibbe Joustra als voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, diens afwijzing van een verzoek van de Tweede Kamer om onderzoek door de OVV naar het reviewrapport Vuurwerkramp, terug te draaien. Deze afwijzing was gestoeld op foute gronden. Dijsselbloem was op dat moment echter veel te druk bezig met het vinden van een prestigieuze internationale baan dan dat hij zich bekommerde om dit verzoek van de Tweede Kamer.
  34. Ir. M.E.E. Enthoven: Voormalig topambtenaar van het betrokken ministerie van … en lid van de Commissie Oosting. Zie verder onder Marten Oosting.
  35. G. FABER: Inspecteur bij de rijksrecherche. Maakte deel uit van het team dat een gemankeerd rijksrechercheonderzoek uitvoerde in 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde.
  36. Gerard FRÄNKEL: Milieurechercheur van het Tolteam. Gelooft in het criminele karakter van S.E. Fireworks, en een verkeerde classificatie van het vuurwerk. Wél viel het Fränkel op hoeveel beter er in het buitenland met vuurwerkopslag werd omgegaan, maar dit is kennelijk niet tot het OM doorgedrongen.
  37. Marcel GELAUFF: Hoofd NOS-nieuws. Na maandenlange en goede gesprekken met journalisten van NOS-nieuws over mogelijke uitzending van items uit het reviewrapport trok Marcel Gelauff de stekker eruit. Hij vond de beschuldigingen tegen gerenommeerde instanties, komende van één man, te omvangrijk en gedetailleerd voor verificatie en niet geschikt voor uitzending. De NOS had een te grote verantwoordelijkheid en publiek om hier op in te kunnen gaan.
  38. Arjan van GILS: Gemeentesecretaris van de gemeente Enschede ten tijde van de ramp. Van Gils was daarmee de rechterhand van burgemeester Jan Mans en gaf leiding aan het ambtenarenapparaat van de gemeente. Van Gils is verantwoordelijk voor de ambtelijke fouten gemaakt in bijvoorbeeld de informatieverstrekking naar de gemeenteraad en het afdekken van de brandweerleiding.
  39. Ferd GRAPPERHAUS: Huidig minister van Justitie & Veiligheid, portefeuille met politie en brandweer. Verdedigt foutieve blusvoorschriften van minister Remkes, die levensgevaarlijk zijn. Wordt verkeerd gebrieft door Instituut Fysieke Veiligheid en Stephan Wevers (voorzitter brandweercommandanten). Geeft geen antwoord op mijn formele klacht van 27 juni 2019 bij de minister over de reactie van het College Pg’s op mijn reviewrapport. De zienswijze van het OM dat mijn klacht geen echte klacht is en daarom geen reactie behoeft van het OM is semantische spitsvondigheid die geen recht doet aan de terechte en ernstige inhoud van mijn klacht.
  40. Paul GREMMEN: Bevelvoerder ter plaatse van de eerste brandweervoertuigen bij de ramp. Gremmen liet waarschijnlijk het leven bij een reddingspoging van fotograaf Van Nieuwenhoven. In een conceptrapportage wilde de C.O.V. de schuld van de escalatie mede in de schoenen van Gremmen schuiven, die zich niet meer kon verdedigen. Hij zou dan bij de verkenning van het terrein een cruciale brand over het hoofd hebben gezien. Na felle kritiek zag men hier vanaf. Inmiddels heeft de review uitgewezen dat een dergelijke brand geen rol speelde bij de escalatie van brand naar ramp. Het is een verzonnen scenario.
  41. Ton van de GRIENDT: Inmiddels gepensioneerd politieofficier betrokken bij zowel de feitenonderzoeken Vuurwerkramp (2011) als bij aanhoren bevindingen reviewrapport (2017). Hield zich aan strikte interpretatie van procedures en instructies (onderzoeksopdracht) en heeft daardoor waardevolle informatie buiten het onderzoek gelaten.
  42. Aad GROOS: brandweercommandant gemeentebrandweer Enschede tijdens de ramp. Als commandant verantwoordelijk voor de ontbrekende preparatie, ontbrekende brandweeradvisering bij vergunningverlening, verkeerde aansturing van de brandweer tijdens de brand en de daaropvolgende ramp, het weglopen voor verantwoordelijkheid en verkeerde informatieverstrekking achteraf over de gevaarszetting, de aangebrachte waarschuwingen en de beschikbare informatie.
  43. Klaas HAARMAN: Een ander evenementenvuurwerkbedrijf in Enschede was Haarman Vuurwerk. Vlak na de ramp (22 juni 2000) voerde TNO een inspectiebezoek uit bij Haarman Vuurwerk. Daar bleek: “In afwijking van milieuvergunningen is brand- en explosieveiligheid onvoldoende. TNO twijfelt aan juistheid gevarensubklasse aanduidingen op vuurwerk. Herclassificatie is nodig. Deze problematiek geldt landelijk en de rijksoverheid is aan zet.” Haarman moest zijn locaties bij een woonwijk ontruimen. Waar S.E. Fireworks werd veroordeeld voor 20x ‘Dood-door-schuld’, kreeg Haarman als afkoopsom fl. 5,5 miljoen voor dezelfde fouten van de rijksoverheid.
  44. Ben HENDRIKS: hoofdofficier, werd 5.9.2007 gevraagd naar vermiste brandweerverklaringen, afgelegd ’s ochtends na de ramp. Na ontvangstbevestiging kwam geen antwoord van Hendriks. Hij is in 2010 bevorderd tot rechter.
  45. Ton HERSTEL (overleden): Gerenommeerd jurist. Keek in 2005 op verzoek van de Tweede Kamer naar volledigheid informatieverstrekking door justitieminister Donner, over verschillen in conclusies onderzoeken van politie en rijksrecherche naar onregelmatigheden binnen het Tolteam. Mr. Herstel kreeg ondanks zijn verzoek daartoe, geen toegang tot beide rapportages, door zelfcensuur van de Justitiecommissie. Hij heeft toen politiek correct geantwoord aan de Kamer, waarmee de Kamer de kwestie kon sluiten.
  46. Bas van den HEUVEL: Technisch onderzoeker van beeld- en geluidopnames bij diverse high profile strafrechtelijke procedures, zoals de Vuurwerkramp, de Schipholbrand, moordaanslag op Heinekenontvoerder Cor van Hout, het herzieningsverzoek van Baybasin. Daarbij rijzen soms vragen over de deskundigheid van bedrijfskundig ir vdHeuvel en zijn verhouding tot het OM. BvdHeuvel berichtte snel over de Vuurwerkramp en was er vroeg aanwezig. Hoewel hij een slechte visus en geen rijbewijs heeft, heeft hij tot genoegen van politie/OM aan kunnen tonen met wie hij is meegereden en dat er zicht op de ramp was vanuit zijn woning. Zie OM-verklaring 23 nov. 2011, over de verklaring van BvdHeuvel.
  47. Stoffel HEIJSMAN: Politiechef Oost Nederland (2011-2017). Toonde zich aanvankelijk bereid om Jan Paalman aan te horen. Na ruggespraak met insiders van het vuurwerkrampdossier bij de politie, was Heijsman niet meer bereid iets voor Paalman te doen en volgde hij het beleid van zijn voorganger Piet Deelman (korpschef Twente). De vaststellingsovereenkomst, die hoegenaamd eervol ontslag gaf stond vast. Die overeenkomst is echter na jarenlange pesterijen, strafmaatregelen en dreiging met strafontslag onder dwang gesloten met beide melders. Na Deelman en Heijsman volhardt nu ook politiechef Oost-Nederland, Oscar Dros, hierin.
  48. Ronald HIETBRINK: was als brandweerman ter plaatse bij de ramp. Heeft het tijdens de verhoren bij de rechter-commissaris moeilijk wanneer het gaat over het brandweer optreden op de rampdag. Op het moment dat hij wil gaan verklaren over het openen van de deuren bij de vuurwerkopslagen grijpt rechter-commissaris Melaard in. Hij maakt een eind aan de vraag door Hietbrink te dwingen tot de keuze dat zijn uitspraak een wilde gok was i.p.v. een op waarnemingen gebaseerde veronderstelling. <Nog aanvullen met reconstructie gevarenaanduidingen en brand in driehoek>
  49. Rob VAN DER HOEVEN: Plv. hoofdofficier, was samen met collega Stam bij bespreking van korpschef Deelman met Tolteamleiding en beide klokkenluiders (18/6/2002). Stam verklaarde beide melders niet goed snik, de Tolteamleiding was razend. Vd Hoeven misleidde beide melders met de toezegging dat de melding zou worden opgevolgd. De Vries kreeg echter 15 jr cel en de melding lag in een la.
  50. Rein HULST: plaatsvervangend commandant veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Schreef in 2009 het kader van zijn opleiding tot Master of Crisis & Disaster Management de scriptie Een andere kijk op vuurwerk, een crisis in de dop.’ Hierin staan achtergronden van de crisis die zich dreigde te ontwikkelen tussen BZK en de Veiligheidsregio’s, dit n.a.v. de vuurwerkexplosies in Enschede (2000), Kolding-Dk (2004) en de daaropvolgende testen in Polen (2005). Daarna was Hulst echter niet meer bereikbaar voor commentaar.
  51. J.J.A. HUVE: heeft als voormalig brandweercommandant verzuimd om de wettelijk voorgeschreven brandweerzorg te uit te voeren (verzaken op wettelijke taken), waardoor er sprake was van voorzienbare dodelijke gevolgen bij de te verwachten ongelukken en rampen.
  52. H.H. Jacobs: binnen het Tolteam Financieel rechercheur van Bureau Financiële Recherche (BFR). Hij behandelde samen met zijn collega Jan de Kleine (BFR) het bedrijf S.E. Fireworks als een criminele organisatie. Alle getuigenverklaringen van directeur Bakker werden in dat licht beoordeeld, waardoor uitspraken verkeerd zijn begrepen en er verkeerde processen verbaal zijn opgemaakt.
  53. Ben JANSSEN: Oud Commandant Brandweer Rijnmond en Hoofd internationale werkgroep Operations CTIF HazMat Commission, van nabij betrokken bij de internationale verslaggeving over de EU-CHAF grote schaal vuurwerkproeven in Polen (2005). Hij deed op een internationale conferentie verslag van de invloed van de omstandigheden van opslag van vuurwerk op de explosiviteit ervan, met name ook bij klasse 1.4 vuurwerk.
  54. André DE JONG: Parttime medewerker van S.E. Fireworks en getrouwd met Maria Schippers, de zus van Jeanette Schippers en Marion Schippers. Heeft zijn alibi niet dicht zitten. André de Jong werd reeds op maandag 15 mei 2000 gehoord, maar wilde geen verklaring afleggen zonder advocaat. Bracht op de rampdag een trilplaat weg met de witte Combo van zijn broer Marco. In de verklaringen staat dat hij dit deed met stratenmaker Robert Bies, die dat ontkent. Kan met broer Marco de trilplaat naar de Praxis hebben gebracht om daarna bij S.E. Fireworks het veelbesproken tekstbord ‘HENK-70’ op te halen. Tussen 14u30-15u00 uur zag getuige (El Qoraych) een witte Combo voor de deur van S.E. Fireworks staan. Hier is nooit onderzoek naar gedaan.
  55. Marco DE JONG: Parttime medewerker van S.E. Fireworks, broer van André de Jong, de zwager van Marion Schippers. Heeft evenals zijn broer zijn alibi niet dicht zitten. Kan samen met zijn broer André de trilplaat naar de Praxis hebben gebracht om daarna door te gaan naar S.E. Fireworks voor het tekstbord ‘HENK-70’. Marco verklaart dat hij de middag van de ramp bij de Subaru garage Duivelaar was, maar Duivelaar herinnert zich dat niet. Toch worden in het afsluitende proces-verbaal de alibi’s van de gebroeders De Jong dicht verklaard.
  56. Tjibbe JOUSTRA: Typisch product van ambtenaren carrousel, elkaar afdekken mentaliteit en op doofpotten zitten. Kreeg als hoofd van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid het verzoek van Kamervoorzitter Arib om mijn reviewrapport te onderzoeken. Joustra liet dit verzoek liggen en wachtte tot de laatste dag van zijn mandaat om het verzoek af te wijzen, op volledig foutieve en verzonnen gronden.
  57. Gerrit VAN DE KAMP: Vanaf 2004 t/m heden voorzitter van de politievakbond ACP. Daar waar zijn voorganger Joop Vogel zich nog actief bemoeide met de zaak van de beide klokkenluiders Paalman en De Roy van Zuydewijn heeft Van de Kamp zich nooit willen branden aan de zaak. Enkele uitspraken van hem: 1. Het zit veel te hoog, het ligt bij het college van Pg’s en politiek Den Haag. 2. Elk jaar komen er een stuk of tien soortgelijke meldingen van collega’s bij ons binnen. 3. Hier doen we niets mee, dat is vechten tegen de bierkaai.
  58. Hans KAMPERMAN: Leidinggevende in Tolteam. Harde werker die het zaaksofficier Stam graag naar de zin maakte. Speelde rol bij achterhouden van een voor De Vries ontlastend telecom proces-verbaal. Ondanks niet-vervolging door OM is meineed niet uit te sluiten. Kamperman gaf, bij gelegenheid van overlijden van De Vries aan kanker, een interview waarbij hij de eerder vrijgesproken De Vries een trap na gaf door hem betrokkenheid te verwijten. Tubantia 16 juli 2013.
  59. Harry KAPEL: Voormalig plv. commandant Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen. Alias: ‘Mr. Vuurwerk’. Speelde dubbelrol in vuurwerkwereld. Bood zich daags na de ramp als deskundige aan. Rijksrecherche waarschuwde het Tolteam dat Kapel niet kosher was. Gemeente Enschede gaf toch opdracht aan Kapel om te gaan rapen op het rampterrein. Kapel door Tolteam 4x gehoord als deskundige. Trad op in Tv-programma’s. Is later opgepakt en veroordeeld voor illegale vuurwerkpraktijken.
  60. Alfred KAPPL: Oostenrijks vuurwerk- en explosievendeskundige die op verzoek van een Twentse stichting en de Duitse Tv onderzoek deed naar de ramp. Specifiek naar het scenario dat NFI/TNO in elkaar zetten over het escalatiescenario. Toonde aan d.m.v. vuurwerkproeven en computersimulatie dat hier op zijn minst grote vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. Zie desbetreffend hoofdstuk uit het reviewrapport.
  61. Peter van KESTEREN: Na de Vuurwerkramp was persofficier Van Kesteren hét gezicht van het Openbaar Ministerie. Hij verdedigde de keuzes van het OM en maakte de arrestatie van André de Vries bekend. Er waren al problemen met de voorgeleiding van De Vries wegens gebrek aan bewijs, maar persofficier Van Kesteren verkondigt dat er meer dan een redelijk vermoeden van schuld is.
  62. Jan DE KLEINE: Tolteam rechercheur van het Bureau Financiële Recherche. Gaf weinig blijk van inzicht in facturen, BTW en getuigenverklaringen. Dit ten nadele van de beide S.E. Fireworks eigenaren. Werd sterk in zijn functioneren als politieambtenaar gehinderd door een pregnante vorm van loyale tunnelvisie.
  63. Bennie van KLINGEREN: Cruciale rol als tipgever op André de Vries. N.a.v. een getuigenverklaring over een wegrennende man in een rode korte broek kon het Openbaar Ministerie André de Vries niet als verdachte binnenhalen. Vanwege het afwijkend signalement zou het Tolteam daar niet op aanslaan. Doordat Van Klingeren zich met leugenachtige verklaringen meldde en op De Vries tipte was er een eigenstandige basis voor verder onderzoek naar De Vries. Het verhoor van Van Klingeren door de rijksrecherche is hilarisch: de man is aangeschoten, dus laten ze hem maar.
  64. Hennie KLOPPENBORG (overleden): Klusjesman van S.E. Fireworks en enige werknemer waarvan is vastgesteld dat hij op de rampdag op het terrein van het bedrijf is geweest. Zaaksofficier Stam snoerde zijn mond met meineedklacht, waardoor hij niet meer hoefde te verklaren over wat hij heeft gezien.
  65. Johan KLUNDER: In 2010 en 2011 deden ex-Fireworks directeur Bakker en ex-Tolteam rechercheur Paalman aangifte tegen officier Stam en politieofficieren, wegens strafbare feiten bij de strafrechtelijke opsporing Vuurwerkramp. Officier Klunder seponeert beide aangiftes in 2012 en hij verwijst naar het gemankeerde rijksrechercherapport 2004. Deze seponering blijkt nu onterecht.
  66. Janny KNOL: Was als districtschef Twente, politie Oost Nederland, aanwezig bij de presentatie op 11 juli 2017 te Apeldoorn van de bevindingen uit de review van de Vuurwerkramp aan vertegenwoordigers van de korpsleiding Nationale Politie, o.a. Pim Miltenburg en Lute Nieuwerth. Toen ik (PvB) meldde dat bij onvoldoende opvolging ik overwoog om de nu in beslotenheid gepresenteerde bevindingen openbaar te maken vroeg Janny Knol of ik mij bewust was van de maatschappelijke onrust die daardoor kon ontstaan. Ik antwoordde dat ik blij was dat zij zich dat überhaupt realiseerde.
  67. Konhuurne: Brandweerman van het eerste uur. Zou later tijdens een oefening van de brandweer in Zweden, tegen een collega hebben gezegd dat het allemaal anders is gegaan dan op papier staat, maar dat men daar nooit achter zal komen.
  68. Robby KOOKEN: Getuige meldde zich 13 maart 2001 met Raymond Bruinewoud bij strafrechtadvocaat Robert Speijdel. Zij gaven een verklaring over mogelijke betrokkenheid van André de Vries bij de Vuurwerkramp. Kooken vertelde onlangs (2020) dat zijn verklaringen nooit waarheidsgetrouw zijn opgenomen. Hij zou bij verhoor meermaals verdenking over betrokkenheid van Bruinewoud bij de ramp hebben geuit. Kooken onderbouwde dat met aanwijzingen die kunnen duiden op rol Bruinewoud bij de ramp. De verhoren van vriendenkring rond Bruinewoud en Kooken waren gefocust op verdachte André de Vries, niet op een rol van Bruinewoud. Bruinewoud is op 22 okt. 2002 veroordeeld voor brandstichtingen en diefstallen. Verificatie van Kooken’s aanwijzingen valt buiten de review. Gelet op vele onjuistheden in verklaringen Bruinewoud, besluit ik Kooken’s verdenking nú toch en expliciet te benoemen. Zie verder onder ‘Raymond Bruinewoud’.
  69. H. Korswagen: Marechaussee <Aanvullen>
  70. Gaston KROEP: Was ten tijde van de ramp de civiel advocaat van S.E. Fireworks en bereidde de, volgens de kort-geding rechter kansrijke, bodemprocedure voor tegen oud-eigenaar Smallenbroek. Dit belangrijke dossier is door het OM nooit bij het strafonderzoek betrokken. Stopte als advocaat voor S.E. Fireworks een paar dagen na de ramp. Waarschuwde de autoriteiten voor belangenverstrengeling van de overheid bij het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp. Hij gaf toen het stokje over aan mr. Plasman (verdediging Bakker) en mr. Meijers (verdediging Pater).
  71. Jurgen Kukler: Misdaadanalist politie, stelde met toestemming van de leiding een telecom proces-verbaal op dat ontlastend bleek te zijn voor verdachte De Vries. Dit pv is maanden buiten het strafdossier gehouden, o.a. door toedoen van Kamperman.
  72. Marthyne KUNST: Huidig waarnemend hoofdofficier Kunst verkocht in 2001/2003 als persofficier het OM-vervolgingsbeleid Vuurwerkramp. Zij is betrokken bij het traineren van de aangifte, die het OM als ‘overige horizontale fraude’ weg schrijft, terwijl juist de overheid als dader wordt aangeklaagd.
  73. G. Looijen: Marechaussee <Aanvullen>
  74. LUISMAN: Heeft per Pv verklaard dat hij de kleding van André De Vries, die op 19 juni 2000 in beslag was genomen, heeft geretourneerd aan De Vries in een papieren zak. Luisman is een van de vele sleutelgetuigen m.b.t. de kleding van De Vries, die wél door het BIZ, maar niet door de rijksrecherche zijn gehoord. Zo kon de rijksrecherche waarheidsgetrouw verklaren dat ‘hen niet is gebleken van’ (naar keuze aan te vullen met het te onderzoeken item).
  75. Jos Lummen: Lid van het Financiële rechercheteam binnen het Tolteam. Is medeauteur van de veel te hoge voorraadreconstructie van S.E. Fireworks <Aanvullen>
  76. Ger LIJNES: Hoofdinspecteur bij de rijksrecherche. Was leidinggevende binnen het team dat een gemankeerd rijksrechercheonderzoek uitvoerde in 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde. Probeerde een verklaring van Paalman buiten het rijksrecherche getuigenverhoor te houden.
  77. Dick MAANDAG: Rechercheur van het Tolteam. Speelde belangrijke rol bij het verzamelen van bewijs tegen André de Vries buiten het zicht van de meeste Tolteam collega’s. Speelde zeer discutabele rol bij het aanleveren van, en de omgang met, het bewijsmateriaal tegen André de Vries. Heeft al eens journalist Rob Vorkink (overleden) bedreigd wanneer zijn vragen te kritisch werden. Hij is door het BIZ Gelderland-Midden bestempeld als verdachte i.v.m. de parallelle opsporingshandelingen verricht t.a.v. de latere verdachte De Vries. De rijksrecherche gebruikte hem echter als sleutelgetuige bij de opbouw van een scenario ter weerlegging van BIZ-verdenkingen over bewuste misleiding van de rechterlijke macht.
  78. Manoury: Voorzitter gerechtshof Arnhem dat op 12 mei 2003 André de Vries vrijsprak en de straf tegen de beide S.E. Fireworks directeuren Bakker en Pater verdubbelde. Toonde zich tijdens de verhoren door het Hof in maart 2003 geërgerd dat hij vragen moest stellen over de bezigheden op de rampdag aan S.E. Fireworks- medewerkers, die zich drie jaar na dato gemakkelijk konden beroepen op geheugenverlies. Manoury liet zich ontvallen dat hij politiewerk zat te doen dat drie jaar eerder had moeten gebeuren.
  79. Jan MANS: Burgemeester van Enschede ten tijde van de ramp. Kreeg grote reputatie als crisismanager en vaderfiguur van Enschede, maar heeft in feite de waarheidsvinding, en daarmee het strafrechtelijk onderzoek, ernstig gefrustreerd. Heeft de gemeenteraad misleid en koppelde zijn lot aan dat van de brandweer. Commissie Oosting was opvallend mild over de brandweerleiding en redde daarmee het vel van Jan Mans en indirect dat van enkele bewindslieden in Den Haag. Mans houdt vol dat hij nog nooit van het vuurwerkbedrijf had gehoord en zei in een op 11 mei jl. uitgezonden interview dat de oorzaak van de brand niet interessant was.
  80. Roelof-Jan MANSCHOT: Zat als hoofdofficier aan tafel met Jan Mans en de politieleiding. Hij gaf leiding aan zaaksofficier Stam en maakte de vervolgingskeuze bekend na de Vuurwerkramp; hij moest buigen voor College Pg’s, die vervolging van de overheid verboden. Manschot verzwaarde de strafeis tegen S.E. Fireworks naar ‘Dood-door-schuld’, dit zonder bijkomend bewijs.
  81. Paul van Meenen: Voorzitter vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid, lid van D66 evenals Onno van Veldhuizen, burgemeester van Enschede. Manipuleerde de stemprocedure in de Kamercommissie J&V dusdanig dat het verzoek om nader onderzoek naar de review eerst werd afgewezen.
  82. René MELAARD: Rechter-commissaris (RC) bij de strafvervolging in eerste aanleg. Had als bijnaam ‘officier-commissaris’ vanwege zijn identificatie met de belangen van het OM. Doordat Melaard zijn RC-rol in de frontlinie van het onderzoek niet als onafhankelijk rechter invulde, maar meer acteerde als een extra officier van justitie, zijn de belangen van de verdediging herhaaldelijk geschonden.
  83. Isabel MENSINK: Leidinggevende van het milieuteam binnen het Tolteam. Kreeg veel aanwijzingen boven water van foutief handelen door de gemeente Enschede. Ook de officieren Stam en De Muij alsmede hoofdofficier Manschot ondersteunden het verzoek om tot vervolging van de gemeente over te gaan, maar dit werd verboden door de top van het OM, het College van Pg’s.
  84. Henk VAN DER MEIJDEN: Als officier landelijk parket verantwoordelijk voor een gemankeerd rijksrechercheonderzoek 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde. Toen BIZ-onderzoeksleider Jan de Bruin in augustus 2004 een op eigen initiatief gemaakte uitwerking van de BIZ-bevindingen aangaande het rode broekje aan Van der Meijden overhandigde, waarschuwde hij De Bruin om niet moeilijk te gaan doen.
  85. Gerard MEIJERINK: Leidinggevende van bovengenoemde Nico ten Bosch bij onregelmatige verlening van de milieuvergunning aan S.E. Fireworks.
  86. Gabriël MEIJERS: De advocaat van S.E. Fireworks directeur PATER. Trad zeer defensief op naar het Tolteam. Wees zijn cliënt meermalen op zijn zwijgrecht en wilde steeds eerst alle andere verklaringen zien voordat zijn cliënt zou verklaren betreffende dat onderwerp. Deze proceshouding van Meijers/Pater staat haaks op de houding van Bakker/Plasman, die niets liever wilden dan bevraagd worden zonder voorkennis, om zo onbevangen mogelijk te kunnen antwoorden.
  87. Pim MILTENBURG: Was waarnemend en plaatsvervangend Chef Politie Oost-Nederland en heeft diverse gespreken gevoerd met zowel Paalman als ondergetekende over de misstanden. Heeft daar nooit zichtbaar op geacteerd.
  88. Hans van der MOLEN: Een van de vier brandweerlieden die het leven hebben verloren tijdens de inzet bij de vuurwerkramp. Zijn weduwe Mathilde is zeer actief in het alsnog boven water krijgen van de waarheid rond de dood van haar man.
  89. Henk MOUS: Inspecteur bij de rijksrecherche. Was lid van het team dat een gemankeerd rijksrechercheonderzoek uitvoerde in 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde.
  90. Erwin Muller: In 2000/2001 heeft hij als directeur van het COT burgemeester MANS dagelijks bijgestaan, waarmee hij zeer nauw betrokken is geweest bij de opvolging van de ramp namens de overheid. Hij was in 2018 als interim-manager bij het Huis voor Klokkenluiders niet onbesproken. Professor mr. dr. E.R. Muller is decaan faculteit ‘Governance and Global Affairs’ en geeft les als hoogleraar Veiligheid en Recht aan de universiteit Leiden. Professor Muller was tot 2018 raadslid en vicevoorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid.
  91. Cees Mijwaart (overleden): Leidinggevende binnen het Tolteam. Was van het type met grote stappen snel thuis. Speelde een prominente rol binnen de tunnelvisie van het Tolteam.
  92. Arie DE MUIJ: Ervaren milieuofficier, op verzoek van procureur-generaal Steenhuis toegevoegd aan het Vuurwerkramp onderzoek, naast onervaren collega Stam. De Muij was overtuigd van de overtreding van de vergunningvoorschriften. Later gaf De Muij toe dat het College Pg’s de vervolging van de gemeente Enschede verbood. De Muij is verantwoordelijk voor de geregisseerde rapportages van TNO en NFI. De Muij is na het Vuurwerkramponderzoek gepromoveerd naar de Caraïben.
  93. Tineke Netelenbos: Minister van Verkeer en Waterstaat, het departement dat met VROM in een loopgravenoorlog was gewikkeld over de overdracht van verantwoordelijkheid voor de vuurwerkregelgeving <Aanvullen>
  94. Marcel van Nieuwenhoven: (overleden tijdens de ramp) Fotograaf die als een van de eerste persmensen ter plaatse was. Heeft op het terrein van S.E. Fireworks gefotografeerd/gefilmd met een <merk camera> nog voor de explosies. De camera, noch de beelden zijn ooit boven water gekomen. <Aanvullen en link>
  95. Lute Nieuwerth: commissaris van politie en leidinggevende van teamleider Ton van de Griendt bij de uitvoering van het VerEsal feitenonderzoek. Was de schakel tussen het OM en het VerEsal team. Is verschillende keren door Paalman benaderd over de te beperkte onderzoeksopdracht van VerEsal. Gaf als antwoord dat Paalman daarvoor bij het Openbaar Ministerie moest zijn dat de onderzoeksopdracht bepaalde. De politie voert slechts uit wat het OM voorschrijft. Wordt nu nog ingeschakeld bij neutraliseren klokkenluiders.
  96. Jans OLTHOF: Kinderrechter en voormalig rechter-commissaris. Verklaarde in 2004 bij de rijksrecherche dat jeugdofficier Patricia van der Valk aan hem een compositietekening in kleur liet zien en dat hij het signalement op Van Klingeren vond lijken. Dit is gemuteerd in het Tolteamjournaal van 6 oktober 2000. Deze tekening werd echter pas drie dagen later gemaakt. Mogelijk tipte Olthof aan de OvJ’s vdValk en Stam niet op Van Klingeren, maar rechtstreeks op André de Vries, want het dossier m.b.t. de brandstichting aan de eigen auto d.d. 19 juni 2000 lag op dat moment bij de rechtbank, met in het Pv een rood sportbroekje. De tip is niet opgevolgd, waarop Van Klingeren zichzelf ‘spontaan’ meldde bij Tolteamrechercheur Maandag, om te verklaren over ene André, die een vage kennis van hem zou zijn, maar in werkelijkheid niet alleen hem, maar ook zijn vrouw en dochter kende.
  97. Marten OOSTING: Hij leidde de onderzoekscommissie naar de ramp die een parlementaire enquete moest voorkomen. Oosting wordt door de gemeentelijke top gezien als ‘De maat der dingen’. Zijn rapport staat bol van dezelfde aannames, scenario’s en misleidingen als bij het NFI en het OM. Hij dekte misstanden toe o.a. door verdraaiing van eerdere lessen uit vuurwerkexplosies en het fingeren van contra-expertises.
  98. Ivo OPSTELTEN: Minister van Justitie (2010 – 2015). Was zéér tevreden toen de Raad van State op 30 april 2014 uitsprak dat hij als minister geen stukken hoefde vrij te geven over Vuurwerkramp onderzoeken. Het boek ‘Vuurwerkramp’ was voorgoed gesloten. Mr. Vreugdenhil, die Opstelten vertegenwoordigde bij de Raad van State, is dezelfde die mij na bestudering van het reviewrapport afpoeierde in juni 2019.
  99. Peter den Oudsten: Burgemeester van Enschede na Jan Mans en voor Onno van Veldhuizen <Aanvullen>
  100. Jan Paalman: Een van beide ex-Tolteamrechercheurs die melding maakten van ernstige misstanden bij het verzamelen van bewijs tegen de van brandstichting verdachte André de Vries. Nadat De Vries was veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf hebben zij beiden, tegen de wil van de korpsleiding en het OM, een verklaring afgelegd bij het gerechtshof in de hoger beroepsprocedure die was aangespannen door De Vries tegen zijn veroordeling. Hierdoor heeft het gerechtshof De Vries vrijgesproken wegens de ondeugdelijkheid van het bewijs dat door het OM tegen hem was ingebracht. Paalman is onder zware druk bij de politie vertrokken.
  101. Willy Pater: Mede-eigenaar/directeur van S.E. Fireworks samen met Rudi Bakker. De positie van Pater is anders dan die van Bakker. Enkele voorbeelden. 1. Bakker gaf zichzelf aan bij de belastingdienst en maakte met een inkeerregeling schoon schip gemaakt. Pater deed hier niet aan mee en verweet Bakker deze actie. 2. Bakker had een positieve en coöperatieve proceshouding. Dit ging heel ver. Zo wilde Bakker geen inzage vooraf in andere verklaringen om zo onbevangen mogelijk op de vragen van het Tolteam te kunnen antwoorden. Ook pleitte zijn advocaat Plasman er voor om de OM-manipulaties met de geheimhoudersverklaringen niet te gebruiken voor een niet-ontvankelijk verklaring van het OM. Bakker wilde graag dat de rechtszaak doorgang kon vinden t.b.v. de waarheidsvinding. Pater daarentegen beriep zich vaak op zijn zwijgrecht, wilde eerst de andere verklaringen inzien en bood weerstand waar mogelijk. 3. Het alibi van Bakker zat dicht, dat van PATER niet, ook al verklaarde zijn advocaat Meijers dat zijn cliënt een van de best gecontroleerde alibi’s had op deze planeet. 4. Bakker had de sterke wil om S.E. Fireworks tot een groot succes te maken. Pater en zijn vriendin Marion Schippers waren aan het afhaken bij het bedrijf. 5. Het OM kon beter overweg met de defaitistische houding van Pater dan met de activistische houding van Bakker. Het OM eiste dan ook tegen Bakker een hogere straf dan tegen Pater, hetgeen overigens niet is gehonoreerd door rechtbank of Hof.
  102. Jan Pronk: Was ten tijde van de ramp minister van VROM, het departement dat verantwoordelijk had moeten zijn voor de regelgeving bij opgeslagen vuurwerk <Aanvullen>
  103. H.J. RAUWERDINK: Hoofdinspecteur bij de rijksrecherche. Was leidinggevende binnen het team dat een gemankeerd rijksrechercheonderzoek uitvoerde in 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde.
  104. Ed Reinshagen: Als hoofdinspecteur de op-een-na hoogste leidinggevende van het Tolteam. Had met zijn ervaring in grootschalige rechercheonderzoeken het tekort aan ervaring van zijn chef Rik de Boer moeten compenseren, maar had feitelijk geen grip op het onderzoek en zijn ondergeschikten Mijwaart en Kamperman (preciezer formuleren)
  105. Johan REMKES: Minister BZK tussen 2002 en 2007. Snoerde veiligheidsregio’s, de gemeenteraad Enschede en de Tweede Kamer de mond over de risico’s van brandend vuurwerk en blussen, waardoor dit nog steeds levensgevaarlijk is. Remkes heeft het langste privé-hoofdstuk in de review.
  106. Henry Reudink: Schreef het rapport Inspectie Brandweerwezen d.d. 21.03.1991 n.a.v. de vuurwerkexplosies in Culemborg. Hij schreef o.a.: “Afgevraagd kan worden of vuurwerkbedrijven met zo’n groot effect op de gemeenschap, nog wel te handhaven zijn op relatief korte afstand van de gemeenschap.” In Reudink’s verklaring bij de commissie Oosting: “Het maakte mij zeer triest dat ik op de video-opname van Enschede een brandweerman met een laddertje zag rondlopen. Deze man is bij de ramp omgekomen. Er is dus niets van de ervaringen van Culemborg terecht gekomen bij de mensen in het veld.” Opmerkelijk is dat de commissie Oosting oorspronkelijk helemaal niet van plan was om de heer Reudink te horen. Op 7okt2000 verschijnt in de TC Tubantia een interview met de toenmalige (1991) districtsinspecteur Henry Reudink. Hij waarschuwde in 1991, n.a.v. de explosie in Culemborg, al voor de enorme – onderschatte – risico’s van groot vuurwerk. De opslag moet de bebouwde kom uit. Maar de CPR deed niets met het rapport van Reudink. Hij is enorm verbaasd dat de commissie Oosting hem nog niet gehoord heeft. Want al die dingen waar Oosting achter komt, stonden al in zijn onderzoeksrapport en adviezen.
  107. Boudewijn Rip: Bij de gemeente gedetacheerd consultant die voor het gemeentelijk grondbedrijf de onderhandelingen voerde met oud-eigenaar Smallenbroek over de aankoop van de grond waarop het bedrijf S.E. Fireworks was gevestigd. (Nog preciseren)
  108. H.J.I.M. (Ric) de Rooij: Leider van het onderzoeksteam van de onderzoekscommissie Oosting naar de Vuurwerkramp. Maakte later ambtelijk carrière als plaatsvervangend SG, nu bij Justitie & Veiligheid (nog nader duiden)
  109. Symen-Klaas Roosma: Bij het milieuteam van het Tolteam gedetacheerd ambtenaar van ministerie … (B159) … (nog aanvullen)
  110. Henk van Rooij: Regionaal specialist gevaarlijke stoffen van de brandweer ten tijde van de ramp. Werd niet op tijd opgeroepen <Aanvullen>
  111. R.A.M. ROSENDAAL: Inspecteur bij de rijksrecherche. Was lid van het team dat een gemankeerd rijksrechercheonderzoek uitvoerde in 2004, dat bevindingen over misleiding rechterlijke macht op basis van ondeugdelijk onderzoek van tafel veegde.
  112. Uri Rosenthal: Was ten tijde van de ramp voorzitter van het aan de Leidse universiteit verbonden Crisis Onderzoek Team (COT). Schreef samen met COT-directeur Erwin Muller, burgemeester Jan Mans en gemeentesecretaris Arjan van Gils een leuk ego-boekje dat geweldige inzichten biedt over de bestuurlijke achtergronden bij de ramp. (Nog preciseren)
  113. Charl de Roy van Zuydewijn: Een van beide ex-Tolteamrechercheurs die melding maakten van ernstige misstanden bij het verzamelen van bewijs tegen de van brandstichting verdachte André de Vries. Nadat De Vries was veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf hebben zij beiden, tegen de wil van de korpsleiding en het OM, een verklaring afgelegd bij het gerechtshof in de hoger beroepsprocedure die was aangespannen door De Vries tegen zijn veroordeling. Hierdoor heeft het gerechtshof De Vries vrijgesproken wegens de ondeugdelijkheid van het bewijs dat door het OM tegen hem was ingebracht. De Roy van Zuydewijn is onder zware druk bij de politie vertrokken.
  114. Prof. mr. J. de Ruiter: Voormalig minister van Justitie en lid van de Commissie Oosting. Zie verder onder Marten Oosting.
  115. Ben Sanders: Huidig nestor en plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad Enschede en het presidium. Ten tijde van de ramp ambulancebroeder en als een van de eersten ter plaatse. Snoeft in kleine kring over zijn kennis van de gebeurtenissen bij de ramp, maar doet er verder het zwijgen toe. (Nog preciseren)
  116. Prof. dr. T.J.F. Savelkoul: Lid van de Commissie Oosting. Zie verder onder Marten Oosting.
  117. Mr. P.J. Schaap: Advocaat van kantoor CAPRA Advocaten, gespecialiseerd in bijstaan overheden bij lozen lastige werknemers. Bij de Vuurwerkramp troffen Paalman en De Roy van Zuydewijn dit kantoor nietsontziend aan de zijde van de korpschef.<Aanvullen>
  118. Jeanette Schippers: Schoonzus van S.E. Fireworks directeur Willy Pater. Was al eens eerder gehoord door het Tolteam, maar klapte in april 2010 uit de school over een verjaarsfeestje dat binnen de familie was gehouden de avond voor de ramp. <Aanvullen met detail, links>
  119. Marion Schippers: Partner en inmiddels echtgenote van S.E. Fireworks directeur Willy Pater en zus van Jeanette Schippers. <Aanvullen>
  120. Willem Schreurs: Technisch rechercheur die een discutabele rol speelde rond de gang van zaken met de kleding van de toenmalige verdachte André de Vries (overleden). <Aanvullen>
  121. Hessel SCHUTH: Als wnd. hoofdofficier ontvangt hij 2010 van Fireworks directeur Bakker en Tolteam rechercheur Paalman aangifte strafbare feiten begaan door officier Stam en drie Tolteam officieren. Schuth zei dat hij slechts kort waarnam als hoofdofficier en niets te maken wilde hebben met de aangifte. Volgens Schuth had het gesprek nooit plaatsgevonden. Er bestaat een opname van het gesprek.
  122. Harm SMALLENBROEK: De vorige eigenaar van S.E. Fireworks. Probeerde het door hem verkochte bedrijf op alle mogelijke manieren kapot te maken. Zijn motief voor intellectueel daderschap is nooit onderzocht door Tolteam en OM.
  123. Mark Smallenbroek: Zoon van de vorige eigenaar van S.E. Fireworks, die tijdens de ramp 19 jaar is. (Duiden getuigenverklaringen, aanwijzingen en omstandigheden)
  124. Marijke SMIT: Jurist van de politiebond ACP die was aangewezen om de beide klokkenluiders Paalman en De Roy van Zuydewijn bij te staan. Deed dat met hart en ziel en werd door de ACP van de zaak afgehaald en vervangen door de meer pragmatische senior collega Riet Dedding. Dedding begeleidde beide klokkenluiders alsnog naar een exit uit het politiekorps.
  125. Robert SPEIJDEL: strafrechtadvocaat te Enschede. Leverde, na de arrestatie van André de Vries op 26.1.2001, tweemaal getuigen aan die konden bijdragen aan de bewijsvoering tegen De Vries voor brandstichting bij S.E. Fireworks. Eerst op 28.2.2001 de gedetineerde F. N. die in het Huis van Bewaring een ‘bekentenis’ van De Vries had gehoord. De tweede keer van getuigen R. Bruinewoud en R. Kooken, die op 13 maart verklaarden aanwijzingen te hebben over betrokkenheid van De Vries. Speijdel deed de verklaringen op 25 maart in de bus bij de politie nadat hij een paginagroot interview met de Tubantia had geregeld voor maandag 26 maart. Kooken vertelde mij dat Speijdel zich alleen op De Vries richtte en Kooken’s aanwijzingen richting Bruinewoud negeerde. (hyperlinks: groot krantenartikel 26.3.01, verklaringen, aanwijz onjuistheden en onwaarschijnlijkheden Bruinewoud).
  126. Margreet Spoelstra: Onderzoeksleider van het IFV onderzoek naar de blusvoorschriften van de brandweer, uitgevoerd op verzoek van minister Grapperhaus.
  127. Herman STAM: Zaaksofficier van justitie bij de strafvervolging Vuurwerkramp. Maakte zich daarbij schuldig aan bijna alles wat er fout kan gaan bij strafrechtelijk onderzoek. Ging daarna 4jr naar de Caraïben. Is nu senior rechter in Almelo.
  128. Bob STEENSMA: hoofdofficier, presenteerde 6/12/2012 de Daslook uitkomsten. Dit was een gefingeerd onderzoek door eerder betrokken rijksrechercheurs die zichzelf konden verifiëren, op verzoek van het College van Pg’s.
  129. Jan Willem STREBUS: Als afdelingshoofd Milieu de leidinggevende van bovengenoemde Gerard Meijerink en Nico ten Bosch bij onregelmatige verlening van de milieuvergunning aan S.E. Fireworks. Bevestigde tijdens zijn ondervraging door de rechtbank Almelo op 5okt2001 dat het vier jaar heeft geduurd (1993-1997) voordat de gemeente Enschede de illegale vergunningloze situatie van S.E. Fireworks met evenementenvuurwerk in een woonwijk heeft heeft aangepast.
  130. Ing. R. TAAL. Co-auteur van het in jan.2001 verschenen BZK/IBR-rapport over het brandweeroptreden t/m de fatale explosies. Dit IBR-rapport vertoonde ernstige fouten: 1. Een vuurwerkbrand is géén gewone brand, want eenmaal brandend vuurwerk kan niet met water geblust worden. 2. Het brandweeroptreden was offensief, terwijl defensief juist was geweest. 3. De grote oppervlaktebrand met vuurstormverschijnselen is niet veroorzaakt door onderbezetting, maar door de verkeerde brandweerinzet. 4. De IBR verzuimt de mogelijke meinedigheid van de OVD-verklaringen te duiden. 5. Het rapport meldt het openen van één deur, terwijl er meer deuren zijn geopend. 6. Bij de Quick scan brandweeroptreden andere steden wordt vuurwerk ongevaarlijk genoemd en zou in Enschede een bijzondere situatie heersen. 7. De IBR legt de basis voor een door justitie verzonnen escalatiescenario. 8. De IBR liegt over de aangebrachte gevarenaanduidingen. 9. De IBR hanteert de fictie van watersprinklers die de brand onder controle hadden kunnen brengen, terwijl sprinklers escalerend kunnen werken.
  131. Fred TEEVEN: Het Kamerlid Teeven kende officier van justitie Stam als collega uit de tijd dat hij zelf ook fraudeofficier was net zoals STAM. Als Kamerlid vertelde hij aan Paalman en De Roy van Zuydewijn (4 september 2009) dat de Vuurwerkramp een maatje te groot was voor Stam. Teeven was verbaasd te horen dat Stam geen ervaren rechercheleider naast zich had. Als minister van justitie zou hij (Teeven) de omstreden verklaringen van BIZ en RR boven water halen. Teeven werd staatssecretaris en schreef Paalman en De Roy van Zuydewijn in november 2010 dat hij als staatssecretaris zich niet met individuele zaken kon bemoeien en dat de minister (Opstelten) gelijk had om de zaken niet verder te openbaren.
  132. Ing. H.A.J. Theuws, Medeauteur van het IBR inspectierapport over de brandweer. Zie omschrijving bij ing R. Taal.
  133. H.J. TINNEMEIJER: Een getuige die zich in maart 2003 meldde bij De Roy van Zuydewijn en Paalman met een verklaring dat hij gehoord had dat er wel degelijk was gewerkt op de rampdag bij S.E. Fireworks. Dit naar aanleiding van een artikel in de krant waaruit bleek dat er niet zou zijn gewerkt. Hij vroeg te worden gehoord door het Tolteam. Na doorverwijzing vonden de Tolteam collega’s het niet meer opportuun om de verklaring van getuige Tinnemeijer aan het dossier toe te voegen. Dit was op een cruciaal moment, tegen het einde van de beroepsprocedure bij het gerechtshof. Er werden toen verklaringen afgenomen van door Tinnemeier genoemde S.E. Fireworks werknemers die verklaarden niet op het terrein te zijn geweest op de rampdag. Paalman heeft Tinnemeier nog eens gehoord in 2011, waarbij Tinnemeier hem vertelde dat hij indertijd niet alleen had gehoord dat er gewerkt was op de rampdag, maar dat er daarbij ook wat was misgegaan.
  134. Wilbert TOMESEN: Als hoofdofficier Zwolle en Almelo stopte hij het onderzoek naar onrechtmatigheden Vuurwerkramp terug in de doofpot. Uitgerekend hij is voorzitter van het Huis voor Klokkenluiders, waar hij grote schade aanricht. Kreeg op voorstel minister BZK bij Kamercie BZK (4/3/2020) goedkeuring voor zijn falen bij Huis voor Klokkenluiders en wordt beloond met meer geld, personeel en aanzien.
  135. Mart VAN TROOST, oud-marinier en voormalig brandweerofficier, tevens springstoffendeskundige. Heeft door kritisch commentaar in diverse stadia na de ramp een grote bijdrage geleverd aan de waarheidsvinding in dit dossier. Zoals de briefwisseling met BZK en de presentatie die hij gaf aan de gemeenteraad van Enschede.
  136. Drs. Y.I. Tümer: Lid van de Commissie Oosting. Zie verder onder Marten Oosting.
  137. Tijkotte: plaatsvervangend commandant brandweer Enschede ten tijde van de ramp <Aanvullen>
  138. Patricia VAN DER VALK: Deze officier verklaart op 10.10.2000 bij de Commissie Oosting dat zij na de ramp op de fiets door Enschede rijdt en concludeert dat het brandstichting is. Dit tegen alle statistieken én aanwijzingen in. Is zij helderziend? Nee, zij was betrokken bij de poging van het OM op 5.10.2000 om een kandidaat brandstichter het dossier binnen te loodsen.
  139. Vaneker: Brandweerman van het eerste uur tijdens de ramp <Aanvullen>
  140. Onno VAN VELDHUIZEN: Huidig burgemeester Enschede. Als uit teflon gegoten, laat hij alle aantijgingen van zich afglijden. Gemeenteraad en raadpresidium laten zich misbruiken als buffer voor Van Veldhuizen.
  141. Joop VOGEL: Voorzitter van de politievakbond ACP tot 2004. Heeft korpschef Deelman benaderd met het verzoek de klachten van Paalman en De Roy van Zuydewijn serieus te onderzoeken. Heeft de ACP juridische ondersteuning laten leveren aan beide melders. Toen de ACP zich uit het dossier terugtrok hebben zij strafrechtadvocaat mr. John Peters aangeraden om de beide melders bij te staan.
  142. Drs. Fred VOS: Oud-marinier en voormalig brandweerofficier. Tevens internationaal deskundige op het gebied van rampenbestrijding. Heeft door zijn kritische commentaar en op eigen initiatief uitgebrachte rapportages een grote bijdrage geleverd aan de waarheidsvinding in dit dossier. Bijzondere vermelding verdient zijn analyse van het NFI-hoofdrapport, waarin hij aantoont dat dit rapport iedere wetenschappelijke grondslag ontbeert en nooit in aanmerking genomen had mogen worden door het OM. Door een conflict heeft Vos zijn toestemming ingetrokken tot het gebruik van zijn rapportage over het NFI. Vanwege het belang voor de waarheidsvinding heeft steller gemeend deze rapportage toch deel te laten uitmaken van het reviewrapport.
  143. Hennie VREUGDENHIL: Senior jurist parket-generaal. Volgt ontwikkelingen bij de Vuurwerkramp. Gaat (in 201x) thuis op bezoek bij klokkenluider Paalman, zit hoorzittingen voor namens College Pg’s (201x), vertegenwoordigt minister Opstelten bij bepleiten geheimhouding dossiers vuurwerkramp bij Raad van State (2013) en poeiert Van Buitenen’s reviewrapport af (2019). Is nu elders geparkeerd.
  144. André de Vries: Door het Openbaar Ministerie binnengeloodste verdachte van brandstichting. Met kunst en vliegwerk werd hij verdacht, onderzocht, aangehouden, vastgehouden en veroordeeld. Is op schandalige wijze behandeld. Mag een wonder heten dat hij niet is doorgeslagen. <Aanvullen met details en links naar analyse>
  145. Klaas DE VRIES: Minister van Binnenlandse Zaken. Laat met Kamerbrief van 16 mei 2000 reeds de uitkomsten zien van het strafrechtelijk onderzoek. Zijn departement BZK dirigeert alle betrokken ambtelijke diensten de juiste richting in. Het is onduidelijk of De Vries daarvan in detail op de hoogte is.
  146. Jans Weges: Brandweerofficier die veel heeft gedaan m.b.t. de begeleiding van de collega’s. Nam de ochtend na de ramp verklaringen af van collega’s in verband met tijdens de ramp zoekgeraakte collega’s. Is veel onduidelijkheid over deze verklaringen die nooit zijn vrijgegeven. <Aanvullen>
  147. Albert WELSCHEN: Advocaat-generaal gerechtshof Arnhem. ‘Weerlegt’ melding misstanden op verzoek korpschef politie. Houdt informatie achter voor gerechtshof. Levert geraamte van fictieve werkelijkheid opgesteld door rijksrecherche.
  148. ing. W.J. Wester (IBR). Ook vermelden bezoek bij RJB
  149. Fred WESTERBEKE: Willigde als hoofdofficier van justitie het verzoek van het College Pg’s in om de afrondende fase feitenonderzoeken 2010 – 2012 te laten verrichten door eerder betrokken rijksrechercheurs. Zij controleerden zo zichzelf.
  150. Cassandra WESTERLING-DIDERICH: Deze officier kreeg 2012 opdracht tot rijksrecherche Daslook onderzoek. Zij weigerde ex-rechercheur Paalman en cruciale getuigen te horen. De uitkomst was stuitend, achterliggend onderzoek gefingeerd.
  151. Stephan WEVERS: huidig voorzitter vergadering van brandweercommandanten. Was tijdens de ramp plv. commandant van de brandweer Enschede. Heeft belang bij het goedpraten van de aansturing van de brandweer tijdens de ramp. In zijn adviezen aan minister Grapperhaus betreffende de blusvoorschriften bij een brandende vuurwerkopslag, zal Wevers altijd volhouden dat vuurwerk gewoon met water bestreden moet worden.
  152. Wim WIJGA: Het OM was met twee officieren en parketsecretaris Wijga, dagelijks als aansturing aanwezig bij het Tolteam. Het OM is theoretisch én praktisch verantwoordelijk en aanspreekbaar voor het onderzoek. Wijga was ‘voelspriet’ van het OM en ‘filter tussen de politie en het OM’. Op 30/1/2001 schrijft Wijga aan Stam dat er nauwelijks bewijzen zijn om De Vries voor te geleiden aan de RC.
  153. Chiel van der Wijk: voormalig crimineel die na een lange gevangenisstraf nu al bijna 20 jaar zijn tijd vult met op internet rondstrooien van onjuiste beschuldigingen over de oorzaak van de Vuurwerkramp. De aard, intensiteit en het repeterend karakter van de beschuldigingen kan wijzen op een ziektebeeld dat onder controle gebracht moet worden. Er is dan ook op 3 dec 2019 aangifte gedaan tegen Van der Wijk. De politie zal gemaand worden opvolging te geven aan deze aangifte.
  154. Dirk van WIJK: Getuige Van Wijk, een buurtbewoner die op ca. 150m van S.E. Fireworks woonde (Roomweg 73), en S.E. Fireworks directeur Willy Pater persoonlijk kende, legt een verklaring af waaruit kan blijken dat Willy Pater wél op het terrein van S.E. Fireworks is geweest, kort voor de ramp. Pater ontkent dit en het OM neemt deze ontkenning zonder enig verder onderzoek als vaststaand aan. Dirk van Wijk is inmiddels overleden.
  155. Joan DE WIJKERSLOOTH: Voorzitter College Pg’s tussen 1999 en 2005. Verantwoordelijk voor buitenvervolgingstelling van gemeente Enschede en de inschakeling van de rijksrecherche ter neutralisering van kritische bevindingen.
  156. Herman Zendman: Brandweerman die onder ede heeft verklaard dat hij een aanvalsplan voor S.E. Fireworks heeft opgesteld, terwijl de brandweerleiding beweerde dat dit niet bestond. <Aanvullen en link>