Leidse huisarts Maarten B. 5,5 jaar cel, tbs en 5 jaar beroepsverbod voor ontucht en filmen patiëntes

Lees hier het vonnis van de rechtbank Den Haag

Leidse huisarts krijgt 5,5 jaar cel en tbs voor ontucht en filmen patiëntes

Maarten B., een 38-jarige huisarts uit Leiden, heeft woensdag van de rechtbank in Den Haag 5,5 jaar cel en tbs met dwangverpleging opgelegd gekregen wegens ontucht met onder anderen zijn dochtertje en minderjarige patiëntes.

De rechtbank in Den Haag achtte woensdag vrijwel alle aantijgingen van het Openbaar Ministerie (OM) tegen B. bewezen. Hij krijgt ook een beroepsverbod van vijf jaar.

De straf is iets lager dan de zes jaar celstraf en tbs met dwangverpleging die de aanklager had geëist. Dat komt doordat ontucht met één vriendinnetje van zijn dochter volgens de rechter niet was bewezen.

De man heeft ook kinderporno gemaakt en in zijn bezit gehad. Een deel van de filmpjes die B. heeft vervaardigd zijn gemaakt in huisartsenpraktijken in Schiedam en Amstelveen.

Ontuchtige handelingen te zien op beelden

Op de beelden zijn ontblote meisjes en jonge vrouwen te zien. Op zeven opnamen zijn daarnaast ook ontuchtige handelingen te zien, waarvan deskundigen hebben gesteld dat deze medisch onnodig waren.

De ontucht met zijn dochter heeft plaatsgevonden vanaf het moment dat zij twee jaar oud was. Later heeft de man ook ontucht gepleegd met twee vriendinnetjes van zijn kind.

B. heeft tijdens een eerdere zitting verklaard dat hij geen herinnering meer heeft aan de gebeurtenissen. Ook heeft hij enkele beschuldigingen tegengesproken.

De handelingen hebben plaatsgevonden van 2010 tot zijn aanhouding in 2017.


Cel en tbs voor Leidse huisarts Maarten B. om ontucht en filmen

Cel en tbs voor Leidse huisarts Maarten B. om ontucht en filmen
© Tekening J. Hensema

De rechtbank in Den Haag achtte woensdag vrijwel alle aantijgingen van het Openbaar Ministerie (OM) tegen verdachte Maarten B. bewezen. Na zijn straf heeft hij ook een beroepsverbod opgelegd gekregen van vijf jaar. De straf is iets lager dan de zes jaar celstraf en tbs met dwangverpleging die de aanklager had geëist. Dat komt omdat ontucht met één vriendinnetje van zijn dochter volgens de rechter niet was bewezen.

B. sprak tijdens de zitting de meeste beschuldigingen tegen of zei dat hij het niet meer wist. De rechtbank vond dat ongeloofwaardig en zag in de ontucht ,,een omvangrijk en diepgeworteld patroon”. De handelingen gebeurden van 2010 tot aan zijn aanhouding in oktober 2017. Misbruik op deze schaal is ernstig en zorgwekkend, zei de rechter, die het de verdachte zwaar aanrekende dat hij het vertrouwen als huisarts en vader ernstig heeft geschonden.

De rechtbank bestempelde B. als ,,ontwijkend, verhullend en berekenend”. Dat doet afbreuk aan de spijt die hij heeft betuigd, vond de rechter. Omdat de verdachte niet meewerkte aan onderzoek en geen inzicht in de vastgestelde pedofiele stoornis toonde, is het risico op herhaling groot, vond de rechtbank. Daarom is dwangverpleging nodig.

Van de 46 filmpjes in praktijken, in Schiedam maar vooral in Amstelveen, zijn er 18 kinderpornografisch. Op zeven opnamen zijn ontuchtige handelingen te zien. B. raakt daarin borsten, billen en schaamstreek aan, terwijl die handelingen medisch onnodig en ongewenst waren.

—————

Cel en tbs voor huisarts om ontucht en filmen

bron: medischcontact.nl

Een 38-jarige huisarts uit Leiden is veroordeeld tot 5,5 jaar cel en tbs met dwangverpleging wegens ontucht. Hij deed dat met zijn dochtertje vanaf twee jaar en later ook met twee vriendinnetjes van haar.

Ook maakte hij heimelijk tientallen filmpjes van ontblote meisjes en jonge vrouwen in de behandelkamer en pleegde hij ontuchtige handelingen met zeven minderjarige patiëntes. Hij maakte kinderporno en had die ook in bezit.

De rechtbank in Den Haag achtte woensdag vrijwel alle aantijgingen van het Openbaar Ministerie (OM) tegen verdachte Maarten B. bewezen. Na zijn straf heeft hij ook een beroepsverbod opgelegd gekregen van vijf jaar. De straf is iets lager dan de zes jaar celstraf en tbs met dwangverpleging die de aanklager had geëist. Dat komt omdat ontucht met één vriendinnetje van zijn dochter volgens de rechter niet was bewezen.

Lees ook

  • Huisarts verdacht van ontucht met zeven patiënten

    14 september 2018
    —————-

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 38-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 66 maanden en tbs met dwangverpleging.  Ook wordt aan hem een beroepsverbod opgelegd. De man heeft zijn zevenjarige dochtertje en twee vriendinnetjes seksueel misbruikt. Van zijn dochtertje en een ander vriendinnetje heeft hij ook kinderpornografische foto’s gemaakt. Daarnaast had hij een grote hoeveelheid kinderporno in bezit.

    Waarnemend huisarts

    De man heeft ook ontucht gepleegd met minderjarige meisjes die hij als (waarnemend) huisarts behandelde door intieme lichaamsdelen te betasten terwijl dit medisch onnodig was. Daarnaast heeft de man stiekem tientallen video-opnames gemaakt van meisjes en jonge vrouwen die bij hem in de huisartsenpraktijk kwamen. Een deel van deze opnames wordt als kinderpornografisch materiaal  aangemerkt.

    Ernstige misdrijven

    De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij het vertrouwen dat anderen in hem stelden op grove wijze heeft geschonden. Zowel als vader, als ouder aan wie de zorg voor de minderjarige vriendinnetjes van zijn dochter was toevertrouwd, en als huisarts heeft hij telkens zijn eigen behoefte boven het welzijn van anderen gesteld.

    Pedofiele stoornis

    Hoewel de man heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum, kan toch vastgesteld worden dat bij de man sprake is van een pedofiele stoornis. Omdat het onverantwoord is om de man onbehandeld terug te laten keren in de samenleving, legt de rechtbank ter bescherming van die samenleving naast de gevangenisstraf ook tbs met dwangverpleging op.

    Schadevergoeding voor de slachtoffers

    De door de slachtoffers gevraagde schadevergoeding wordt deels toegewezen.
    ————————-

    www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBDHA:2019:701
    Instantie
    Rechtbank Den Haag
    Datum uitspraak
    30-01-2019
    Datum publicatie
    30-01-2019
    Zaaknummer
    09/842332-17 (dagvaarding I) en 09/837216-18 (dagvaarding II)
    Rechtsgebieden
    Strafrecht
    Bijzondere kenmerken
    Eerste aanleg – meervoudig
    Inhoudsindicatie

    Veroordeling van een 38-jarige verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 66 maanden, met oplegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging en een beroepsverbod wegens seksueel misbruik van zijn zevenjarige dochtertje en twee vriendinnetjes, en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen, onder meer van zijn dochtertje en een ander vriendinnetje. Daarnaast heeft de verdachte ontucht gepleegd met minderjarige meisjes die hij als (waarnemend) huisarts behandelde door intieme lichaamsdelen te betasten terwijl dit medisch onnodig was. Ook heeft hij stiekem tientallen video-opnames gemaakt van meisjes en jonge vrouwen die bij hem in de huisartsenpraktijk kwamen. Een deel van deze opnames wordt als kinderpornografisch materiaal aangemerkt.

    Vindplaatsen
    Rechtspraak.nl
    PS-Updates.nl 2019-0155
    Verrijkte uitspraak

    Uitspraak

    Rechtbank DEN HAAG

    Strafrecht

    Meervoudige strafkamer

    Parketnummers: 09/842332-17 (dagvaarding I) en 09/837216-18 (dagvaarding II)

    (ttz. gev.)

    Datum uitspraak: 30 januari 2019

    Tegenspraak

    (Promisvonnis)

    De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

    [verdachte] ,

    geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

    thans gedetineerd in de [P.I.] .

    1 Het onderzoek ter terechtzitting

    Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 6 februari 2018, 18 april 2018, 2 juli 2018, 14 september 2018 en 16 november 2018 (steeds pro forma) en op de terechtzitting van 15 en 16 januari 2019 (de inhoudelijke behandeling).

    De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

    mrs. A. Baas en L.A. Pronk en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. T. Farber naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van wat door of namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

    2 De tenlastelegging

    Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging met parketnummer 09/842332-17 (hierna: dagvaarding I) en de tenlastelegging met parketnummer 09/837216-18 (hierna: dagvaarding II) ter terechtzitting van 15 januari 2019 – tenlastegelegd hetgeen is vermeld in dagvaarding I en II. De volledige tekst van de gewijzigde tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

    3. Inleiding 1

    3.1Start en verloop van het onderzoek

    Op 8 oktober 2017 deed [aangever] aangifte van seksueel misbruik van haar 7-jarige dochter [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ). Zij verklaarde dat [slachtoffer 2] op 4 oktober 2017 bij haar vriendinnetje [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) aan het spelen was en dat de vader van [slachtoffer 1] , de verdachte, aanwezig was. Tijdens dit bezoek zou de verdachte seksuele handelingen hebben verricht bij [slachtoffer 2] .

    Naar aanleiding van bovenstaande informatie is een strafrechtelijk onderzoek gestart en werd op 12 oktober 2017 door het onderzoeksteam aan de verdachte de uitlevering van al zijn digitale gegevensdragers gevorderd. Door de verdachte werd zijn mobiele telefoon van het merk HTC en een computer (notebook) overhandigd.2 Ook werd op aanwijzing van de verdachte bij een computerbedrijf in Nieuw Vennep een desktop van het merk Be Quiet (met daaraan gekoppeld meerdere harde schijven) in beslag genomen die hij daar ter reparatie had aangeboden.3 Op de inbeslaggenomen mobiele telefoon werd onder meer videomateriaal aangetroffen waarop te zien was dat stiekem onder de rokjes van minderjarige meisjes werd gefilmd. Daarnaast werd op de SD-kaart van voornoemde mobiele telefoon een filmpje aangetroffen waarop te zien was dat de verdachte opnameapparatuur verbergt in een doosje in een behandelruimte van een huisartsenpraktijk en waarbij vervolgens een ontbloot minderjarig meisje op de behandeltafel gefilmd werd.4

    De hierboven genoemde onderzoeksbevindingen hebben ertoe geleid dat de verdachte op

    24 oktober 2017 werd aangehouden en dat vervolgens op verschillende tijdstippen in zijn woning in Leiden doorzoekingen hebben plaatsgevonden, waarbij meerdere digitale gegevensdragers in beslag werden genomen. Zo werd er in de woning van de verdachte een computer van het merk Plextor in beslag genomen. Op deze computer werd een hoeveelheid foto- en videomateriaal aangetroffen, waaronder heimelijke video-opnames van met name minder- en meerderjarige vrouwelijke patiënten tijdens consulten in meerdere huisartsenpraktijken.5 Daarnaast werd bij het bedrijf [bedrijf] een door de verdachte ter reparatie aangeboden harde schijf van het merk Western Digital in beslag genomen.6

    Nader onderzoek naar de inbeslaggenomen gegevensdragers wees uit dat het aangetroffen (beeld)materiaal volgens de politie kon worden aangemerkt als kinderporno.7 Daarnaast zouden op een aantal van voornoemde video-opnames ontuchtige handelingen te zien zijn.8

    Uit onderzoek bleek dat de verdachte als huisarts werkzaam was, en in het register van de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG-register) staat geregistreerd.9

    3.2Verdenking

    De verdenking komt er, kort gezegd, op neer dat de verdachte:

    ten aanzien van dagvaarding I

    ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter en drie van haar minderjarige vriendinnetjes, en kinderporno heeft gemaakt en in bezit heeft gehad;

    ten aanzien van dagvaarding II

    heimelijke video-opnames van zijn huisartsconsulten in bezit heeft gehad, waarvan een deel kinderporno betreft, en hij met zeven van zijn patiënten ontucht heeft gepleegd.

    4 Bewijs

    4.1

    Het standpunt van de officieren van justitie

    De officieren van justitie hebben zich, overeenkomstig hun op schrift gesteld requisitoir, op het standpunt gesteld dat alle feiten (en waar van toepassing: in hun primaire variant) wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

    4.2Het standpunt van de verdediging

    De raadsman heeft, zoals verwoord in zijn pleitnota, ten aanzien van alle feiten integrale vrijspraak bepleit, met dien verstande dat hij zich voor wat betreft het onder 4 subsidiair tenlastegelegde (dagvaarding I) heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

    Op de specifieke (bewijs)verweren van de verdediging zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

    4.3De beoordeling van de tenlastelegging ten aanzien van dagvaarding I

    4.3.1Feit 1 (ontucht met [slachtoffer 2] )

    Het bewijs

    [aangever] , de moeder van [slachtoffer 2] ( [geboortedatum] 2010) heeft op 8 oktober 2017 aangifte gedaan van seksueel misbruik van haar dochter door de verdachte10. De verdachte is de vader van [slachtoffer 1] , een vriendinnetje van haar dochter11. Zij heeft verklaard dat [slachtoffer 2] op 4 oktober 2017 voorafgaand aan een kinderfeestje met de verdachte mee naar huis is gegaan. Afgesproken was dat de verdachte [slachtoffer 2] naar het kinderfeestje zou meenemen. Toen zij rond half zeven [slachtoffer 2] kwam halen van het feestje vloog [slachtoffer 2] haar gelijk in de armen en knuffelde haar heel stevig en dat viel haar op. In de auto zei [slachtoffer 2] “mam, ik moet je iets ergs vertellen”. [slachtoffer 2] wilde het pas vertellen nadat de verdachte uit het zicht was. [slachtoffer 2] vertelde dat de verdachte in haar billen had geknepen toen zij op weg naar het feestje op de stang van de kinderwagen van het zusje van [slachtoffer 1] stond. [slachtoffer 2] vertelde dat er ‘nog iets gevaarlijkers’ is. Zij vertelde dat er stroop op haar kleren was gemorst, dat de verdachte het schoon ging maken en daarbij haar jurk, legging en onderbroek uit moesten. Ze moest op haar rug gaan liggen, alleen in haar hemd. De verdachte heeft haar jurk en legging schoongemaakt en haar vervolgens geholpen met aankleden, ook met het aantrekken van haar onderbroek.

    Later die avond heeft [slachtoffer 2] nog gezegd dat de verdachte aan het appen was toen zij op de grond lag. De volgende ochtend heeft [slachtoffer 2] nog gezegd dat zij het op haar blote billen voelde toen de verdachte met zijn hand langs haar billen veegde. En toen hij haar onderbroek weer aan wilde doen, zat die verkeerd om.

    Op 5 oktober 2017 heeft de moeder van [slachtoffer 2] een gesprek met haar gehad, dat zij heeft opgenomen12. In dat gesprek heeft [slachtoffer 2] gezegd dat er stroop op haar kleren was gemorst, dat ze naar boven gingen en hij de badkamerdeur op slot deed. Zij moest haar legging en onderbroek uitdoen. Ze moest op haar rug gaan liggen en hij deed met zijn vinger zo, alleen zo voelen en toen ging hij weer weg. Toen ze was aangekleed wilde ze de deur opendoen maar hij zat op slot en toen deed ze hem open en ging naar beneden. Later op weg naar het kinderfeestje stonden [slachtoffer 3] en zij op de stang en kneep hij in hun billen.

    [slachtoffer 2] is door de politie gehoord in een kindvriendelijke studio op 18 oktober 201713. Zij heeft daar verklaard dat ze met [slachtoffer 1] meeging en daar pannenkoeken ging eten. Er was stroop gemorst op haar kleren en zij ging met de verdachte naar boven naar de badkamer. De verdachte deed de deur op slot. In de badkamer deed de verdachte haar jurk en legging uit. Ook haar onderbroek moest uit, terwijl die helemaal niet vies was. Hij legde haar kleren bij een spin in de badkamer. Ze moest op haar rug op de grond gaan liggen, haar benen waren een beetje wijd. Ze voelde aan haar benen en billen dat de vloer koud was. De verdachte was met zijn vinger een beetje onder haar billen door aan het schuiven, dat duurde ongeveer drie of twee seconden. Hij was met zijn vinger vlak bij haar billen en haar spleetje. De verdachte zat op zijn knieën en had zijn telefoon op haar gericht, hij was een soort van aan het appen. Hij heeft haar kleren schoongemaakt en zij heeft zich weer aangekleed. De verdachte deed haar onderbroek bij haar aan. Beneden heeft de verdachte een vlecht in hun haren gemaakt. Onderweg naar het kinderfeestje stond zij met [slachtoffer 3] op de stang van de kinderwagen en kneep de verdachte in hun billen. Dat vonden [slachtoffer 3] en zij niet fijn.

    Bij onderzoek aan de bij de verdachte in beslag genomen HTC-telefoon met micro-SD geheugenkaart is gebleken dat op 4 oktober 2017 om 13.10 uur een videobestand is aangemaakt met kenmerk

    . Dit bestand bleek dezelfde dag te zijn verwijderd en overgeschreven14.

    De verdachte heeft verklaard dat hij op 4 oktober 2017 [slachtoffer 2] mee naar zijn woning in Leiden had genomen en dat ze daar pannenkoeken hebben gegeten. Er is toen inderdaad stroop gemorst op de kleren van [slachtoffer 2]15. Hij heeft haar toen mee naar boven genomen en haar gevraagd haar broek en shirt uit te trekken. Haar onderbroek is niet uit geweest. Hij heeft haar niet aangeraakt, hooguit heeft hij onbewust met zijn vingers langs haar benen gestreken bij het aankleden van [slachtoffer 2] . De deur was niet op slot, maar [slachtoffer 2] wilde te snel weg en kreeg de deur niet goed open. Op enig moment heeft hij zijn telefoon gepakt, is door zijn knieën gegaan en heeft 5 a 10 seconden [slachtoffer 2] gefilmd, terwijl zij daar in haar onderbroek stond. Later die dag heeft hij dat filmpje van zijn telefoon verwijderd.

    De verdachte ontkent dat hij aan de billen van [slachtoffer 2] heeft gezeten toen ze onderweg waren naar het kinderfeestje.

    Het oordeel van de rechtbank

    Naar het oordeel van de rechtbank kan de verklaring van [slachtoffer 2] als betrouwbaar worden beoordeeld, omdat [slachtoffer 2] spontaan, consistent en authentiek heeft verklaard. De spontaniteit van haar verklaring volgt uit de omstandigheid dat zij volgens haar moeder zonder daar naar te zijn gevraagd heeft verklaard, toen zij na het kinderfeestje werd opgehaald. Opvallend daarbij is dat zij pas aan haar moeder wilde vertellen wat er gebeurd was toen de verdachte uit het zicht was. De verklaring van [slachtoffer 2] is consistent in die zin dat zij zowel in haar spontane verklaring, het opgenomen gesprek met haar moeder een dag later, en het studioverhoor twee weken later op details overeenstemmend verklaart. De authenticiteit volgt uit de omstandigheid dat [slachtoffer 2] gedetailleerd heeft verklaard over wat er in de badkamer gebeurd is. Zo beschrijft zij dat zij de koude vloer op haar billen voelde, dat er een spin in de badkamer liep en het feit dat bij het aandoen van haar onderbroek deze eerst omgedraaid zat.

    Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 2] ook steun in de verklaring van haar moeder. Uit die verklaring blijkt dat [slachtoffer 2] niet alleen direct na het voorval dit aan haar moeder heeft verteld, maar tevens dat zij dit pas durfde te vertellen toen de verdachte uit het zicht was. De verklaring van [slachtoffer 2] vindt voorts steun in de verklaring van de verdachte. Hij heeft immers verklaard dat hij met [slachtoffer 2] in de badkamer is geweest en dat zij zich deels heeft ontkleed. Ook heeft hij verklaard dat hij op dat moment een filmopname van haar heeft gemaakt. Ten slotte vindt de verklaring van [slachtoffer 2] steun in de verklaring van [slachtoffer 3] (zie hierna onder feit 2) die heeft verklaard dat de verdachte ook aan haar billen heeft gezeten toen zij al staande op de kinderwagen op weg waren naar het kinderfeestje.

    Gelet op de voorgaande bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de tenlastegelegde handelingen met [slachtoffer 2] heeft gepleegd. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat evident is dat [slachtoffer 2] ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd op het moment dat zij als 7-jarig meisje bij de dochter van de verdachte aan het spelen was.

    4.3.2Feit 2 primair (ontucht met [slachtoffer 3] , mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam)

    Het bewijs

    [aangever] , de moeder van [slachtoffer 3] ( [geboortedatum] 2010) heeft op 23 november 2017 aangifte gedaan van seksueel misbruik van haar dochter door de verdachte16.

    Zij heeft verklaard dat [slachtoffer 3] op 4 oktober 2017 voorafgaand aan een kinderfeestje met de verdachte mee naar huis is gegaan en dat ze daar pannenkoeken hebben gegeten17. [slachtoffer 3] heeft gezegd dat de verdachte zijn hand op haar bil deed als ze op de kinderwagen stond18. Ook heeft [slachtoffer 3] gezegd dat de verdachte heel lang haar billen ging insmeren met zonnebrand en ook aan de voorkant bij de pipi. Ze wees daarbij naar haar kruis19. Verder heeft [slachtoffer 3] nog verteld dat ze in haar broek had geplast en dat de verdachte haar had verschoond, ook bij de billen en dat vond [slachtoffer 3] gek want ze had niet gepoept.

    [slachtoffer 3] is door de politie gehoord in een kindvriendelijke studio op 24 november 201720. Zij heeft daar verklaard dat ze kwam praten over de papa van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] had haar verteld dat de verdachte aan haar billen had gezeten en [slachtoffer 3] had toen gezegd dat hij dat ook bij haar had gedaan. [slachtoffer 3] voelde zijn hand in het midden van haar reet. Dit was gebeurd toen zij achterop de kinderwagen stonden. Dit was toen vijf keer gebeurd. Een andere keer ging hij haar insmeren bij haar billen en ook tussen haar reet. Dat was toen ze 4 of 5 jaar was en in groep 2 zat. Het was mooi weer en ze gingen in het badje. Ze gingen hun badpak aantrekken maar dan ging de verdachte eerst de kinderen insmeren, het hele lichaam maar het meeste bij hun kont. [slachtoffer 3] was dan bloot en lag op haar buik. De verdachte smeerde dan heel veel op haar kont en in haar reet, tussen haar billen. Daarna moest zij zich omdraaien en dan smeerde hij ook haar piepie in, zo er tussen. Bij haar piepie deed hij ook heel veel, net zoals bij haar kont. Met haar piepie kon ze plassen. Toen ze 4 jaar was had ze wel eens in haar broek geplast. De verdachte had haar toen verschoond op de kamer van [zusje slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: het zusje van [slachtoffer 1]). De verdachte heeft toen aan haar billen en reet gezeten, ze voelde zijn vingers “inpoeren” tussen haar billen en over het midden van haar piepie.

    De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] wel eens met zonnebrand heeft ingesmeerd21. Hij heeft ontkend dat hij [slachtoffer 3] daarbij aan haar billen of in de schaamstreek heeft aangeraakt. Ook heeft hij verklaard haar op 4 oktober 2017 niet aan haar billen betast te hebben.

    Het oordeel van de rechtbank

    Naar het oordeel van de rechtbank is er geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 3] te twijfelen. Zij verklaart consistent en gedetailleerd over wat er aan ontuchtige handelingen bij haar is gebeurd. Haar verklaring wordt bovendien ten aanzien van het betasten van haar billen achterop de kinderwagen ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] , zoals hiervoor bij feit 1 onder overweging 4.3.1 weergegeven. Als steunbewijs voor het insmeren van [slachtoffer 3] met zonnebrand is er de verklaring van de verdachte dat hij [slachtoffer 3] wel eens met zonnebrand heeft ingesmeerd. De rechtbank ziet hierin een bevestiging van de door [slachtoffer 3] benoemde concrete context waarin de ontucht heeft plaatsgevonden.

    Gelet op de voorgaande bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte op een tweetal momenten ontuchtige handelingen met [slachtoffer 3] heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Uit het arrest van de Hoge Raad van 18 mei 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK6910) volgt immers dat reeds het wrijven tussen de schaamlippen gekwalificeerd wordt als het seksueel binnendringen van het lichaam. Ook ten aanzien van [slachtoffer 3] geldt dat evident is dat zij ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd op het moment dat zij als jong meisje bij de dochter van de verdachte aan het spelen was. Het primair tenlastegelegde feit is daarmee bewezen.

    Voor zover de tenlastelegging ziet op het voorval waarbij de verdachte [slachtoffer 3] zou hebben “ingepoerd” tussen de billen, zal de rechtbank de verdachte daarvan vrijspreken, nu daarvoor naast de verklaring van [slachtoffer 3] geen steunbewijs voorhanden is.

    4.3.3Vrijspraak feit 3

    [aangever] , de vader van [slachtoffer 4] ( [geboortedatum] 2010) heeft op 27 november 2017 aangifte gedaan van seksueel misbruik van zijn dochter door de verdachte. Hij heeft verklaard dat zijn dochter uit zichzelf begon te vertellen over chillen in je blote billen. Ze had haar broek omlaag gedaan en zei “even opzij doen om te kijken of er zalf op moet”. Dat is niet iets wat haar ouders tegen haar zeggen. [slachtoffer 4] deed het voor en deed met haar vingers haar schaamlippen opzij. [slachtoffer 4] heeft verder gezegd dat het ongeveer twee jaar geleden was in groep 1. Het was gebeurd bij school in de bosjes en niemand kon haar zien.

    De politie heeft getracht [slachtoffer 4] in een kindvriendelijke studio te horen, maar [slachtoffer 4] wilde hier uiteindelijk niet aan meewerken.

    De verdachte heeft ontkend ontucht met [slachtoffer 4] te hebben gepleegd.

    Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende bewijs voor dit feit, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De verklaring zoals [slachtoffer 4] die tegenover haar ouders heeft afgelegd is onvoldoende concreet over wat er precies gebeurd is, waar dit zou hebben plaatsgevonden en door wie het zou zijn gedaan. Zij noemt niet de verdachte als betrokkene en ook de locatie waar een en ander zou hebben plaatsgevonden (bij school) valt niet aan de verdachte te koppelen. Voorts is er ook geen ander (steun)bewijs waaruit volgt dat de verdachte zich aan ontucht met [slachtoffer 4] heeft schuldig gemaakt. Het enkele feit dat hij een aantal foto’s van [slachtoffer 4] heeft gemaakt die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt (zie hierna onder feit 5) betekent niet dat de verdachte ook de handelingen zoals onder dit feit tenlastegelegd heeft gepleegd.

    4.3.4Feit 4 primair (ontucht met [slachtoffer 1] , mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam)

    Het bewijs

    Op de inbeslaggenomen harde schijf van het merk Western Digital zijn foto’s van de dochter van de verdachte, [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2010) aangetroffen. Zij is onder andere door verbalisanten herkend als de dochter van de verdachte.22

    Op één van de foto’s is te zien hoe een hand van een volwassene de schaamlippen van [slachtoffer 1] uit elkaar trekt en daarbij de vingers tussen de schaamlippen houdt. De geschatte leeftijd van [slachtoffer 1] op deze foto is tussen de 2 en 3 jaar oud23. Deze foto maakt deel uit van een serie kinderpornografische foto’s waarbij [slachtoffer 1] in verschillende poses is gefotografeerd en telkens geheel naakt is24. Op één van deze foto’s is een man te zien met om zijn pols een horloge met een blauwe wijzerplaat.

    [moeder slachtoffer 1] , de moeder van [slachtoffer 1] , heeft op 8 januari 2018 op de aan haar getoonde foto’s zowel het horloge van de verdachte als het aankleedkussen dat op een aantal foto’s zichtbaar is herkend25. Zij heeft op 17 januari 2018 aangifte gedaan van het plegen van ontucht door de verdachte met hun dochter [slachtoffer 1]26.

    De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij degene moet zijn geweest die deze foto’s heeft gemaakt, maar dat hij zich er niets meer van kan herinneren27. Verder heeft de verdachte tijdens één van zijn politieverhoren zijn dochter [slachtoffer 1] en zijn horloge op de aan hem getoonde foto’s herkend28.

    Het oordeel van de rechtbank

    Gelet op de genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan, nu uit het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad volgt dat het houden van de vingers tussen de schaamlippen kan worden gekwalificeerd als het seksueel binnendringen van het lichaam.

    4.3.5Feit 5 (het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno)

    Het bewijs

    [slachtoffer 5]

    Op de SD-kaart van de inbeslaggenomen HTC-telefoon werd een filmpje (met de bestandsnaam [bestandsnaam] ) aangetroffen waarop te zien was dat de verdachte opnameapparatuur verbergt in een doosje in een behandelruimte van een huisartsenpraktijk en waarbij vervolgens een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar op de onderzoekstafel met ontblote vagina werd gefilmd. Tijdens de opname is geen toestemming gevraagd voor de opname29. Het filmpje is door een zedenrechercheur bekeken en aangemerkt als een kinderpornografische afbeelding.30

    Uit onderzoek is gebleken dat dit filmpje is opgenomen op 7 september 2017 in [huisartsenpraktijk] te Schiedam. Een screenshot van zowel het meisje als haar moeder zijn ter identificatie aan dokter [naam] , werkzaam bij voornoemde huisartsenpraktijk, getoond. Hij heeft het meisje herkend als zijn patiënte [slachtoffer 5] , [geboortedatum] 2007.31

    De verdachte heeft verklaard dat hij het filmpje met zijn eigen telefoon heeft gemaakt en dat de betreffende patiënte niet wist dat hij het onderzoek had opgenomen.32

    [slachtoffer 4]

    Op de inbeslaggenomen Be Quiet-computer is een viertal foto’s aangetroffen. Op deze foto’s is telkens een meisje te zien in de geschatte leeftijd tussen 3 en 6 jaar oud. Deze foto’s zijn door een zedenrechercheur bekeken en omschreven. Nader onderzoek wees uit dat twee van de vier omschreven foto’s (foto 3 en 4 zoals beschreven in de tenlastelegging) kinderpornografische foto’s zijn.33

    De vader van [slachtoffer 4] , [aangever] , heeft op 21 november 2017 verklaard dat hij de persoon op de hem getoonde foto herkent als zijn dochter [slachtoffer 4] .34 Hierop hebben de ouders van [slachtoffer 4] op 27 november 2017 aangifte gedaan van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van hun dochter [slachtoffer 4] .35

    De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze foto’s wel gemaakt zal moeten hebben, maar dat hij daar geen actieve herinnering meer aan heeft.36

    [slachtoffer 1]

    Op de inbeslaggenomen harde schijf van het merk Western Digital zijn in totaal 109 kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] aangetroffen. Het gaat dan om 38 unieke foto’s van [slachtoffer 1] (de overige 71 foto’s betreffen duplicaten van die 38 unieke foto’s)37.

    Van het totaal aantal aangetroffen kinderpornografische foto’s is een drietal foto’s van [slachtoffer 1] nader beschreven en in de tenlastelegging opgenomen. Op die foto’s is te zien dat [slachtoffer 1] geheel naakt op een gekleurd aankleedkussen ligt, waarbij zij met haar vingers aan haar schaamlippen zit en zichzelf aan haar schaamlippen betast. Ook is op één foto te zien hoe een hand van een volwassene de schaamlippen van [slachtoffer 1] uit elkaar trekt en daarbij de vingers tussen de schaamlippen houdt. Verder is op een foto een naakte man te zien die met twee handen zijn penis vast heeft en voor [slachtoffer 1] staat. [slachtoffer 1] kijkt naar de penis van de man. Ook is te zien dat de man om zijn pols een horloge met een blauwe wijzerplaat draagt. De geschatte leeftijd van [slachtoffer 1] op deze foto’s is tussen de 2 en 3 jaar oud38. Verder is een drietal kinderpornografische foto’s van [slachtoffer 1] nader omschreven. Deze foto’s maken deel uit van een serie kinderpornografische foto’s waarbij [slachtoffer 1] in verschillende poses is gefotografeerd en telkens geheel naakt is39. De foto’s zijn genomen op verschillende momenten tussen het eerste en vierde levensjaar van [slachtoffer 1]40.

    [moeder slachtoffer 1] , de moeder van [slachtoffer 1] , heeft op 8 januari 2018 op de aan haar getoonde foto’s zowel het horloge van de verdachte als het aankleedkussen dat op een aantal foto’s zichtbaar is herkend.41 Zij heeft op 17 januari 2018 aangifte gedaan van het vervaardigen van kinderporno van haar dochter [slachtoffer 1] .42

    De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij degene moet zijn geweest die deze foto’s heeft gemaakt, maar dat hij zich er niets meer van kan herinneren. Verder heeft de verdachte tijdens één van zijn politieverhoren zijn dochter [slachtoffer 1] en zijn horloge op de aan hem getoonde foto’s herkend.43

    Het oordeel van de rechtbank

    Uit de opgesomde bewijsmiddelen volgt zonder meer dat de verdachte degene is geweest die de op zijn telefoon, computer en harde schijf aangetroffen afbeeldingen heeft gemaakt. De verdachte ontkent dit ook niet. Nu de afbeeldingen een onmiskenbaar seksuele strekking hebben, kan naar het oordeel van de rechtbank ook de kinderpornografische aard van de afbeeldingen bewezen worden verklaard. Voor zover de verdachte zich er ten aanzien van de in de praktijk gemaakte video op beroept dat hij medisch noodzakelijke handelingen heeft verricht, verwerpt de rechtbank, onder verwijzing naar de overwegingen zoals hierna onder 4.4.2 ten aanzien van het bij dagvaarding II onder feit 2 tenlastegelegde vermeld, dat verweer.

    Met het maken van de foto’s van zijn dochter en haar vriendinnetje en de video van een patiënte in de praktijk in Schiedam is meteen gegeven dat de verdachte deze afbeeldingen ook in de tenlastegelegde periode in zijn bezit heeft gehad. De stelling van de verdachte dat hij niet meer wist dat hij deze afbeeldingen had en ook op enig moment niet langer de beschikkingsmacht daarover had – wat daar verder ook van zij – kan dan ook niet tot een ander oordeel leiden.

    Heeft de verdachte van deze misdrijven een gewoonte gemaakt?

    Nu het om een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen gaat, waarvan is vast komen te staan dat deze verspreid over een langere periode zijn vervaardigd en de verdachte deze gedurende een langere periode in bezit heeft gehad, acht de rechtbank tevens bewezen dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen en het bezitten van dergelijke afbeeldingen. Hierbij is tevens van belang dat is gebleken dat de verdachte de door hem gedownloade kinderpornografische afbeeldingen op diverse digitale gegevensdragers (computer, mobiele telefoon en harde schijf) heeft opgeslagen.

    4.3.6Feit 6 (het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno)

    Het bewijs

    Op de inbeslaggenomen Plextor-computer werden 126 benaderbare foto’s aangetroffen. Daarnaast werd er op dezelfde dag in de woning van de verdachte een externe harde schijf van het merk Samsung44 aangetroffen, waarop twee (weliswaar verwijderde) foto’s werden aangetroffen. Ook werden op de Be Quiet-computer drie verwijderde foto’s en twee verwijderde video’s aangetroffen. Tot slot werden op de Western Digital harde schijf 1.096 foto’s aangetroffen. De aangetroffen foto’s betreffen commerciële series45.

    De aangetroffen foto’s zijn door een zedenrechercheur bekeken en omschreven. Hieruit blijkt dat de collectie foto’s voor 100% uit meisjes bestaat, met een geschatte leeftijd van tussen de 13 en 16 jaar. Veel foto’s bestaan uit poserende meisjes die geheel of gedeeltelijk naakt poseren in een onnatuurlijke houding en waarbij telkens de nadruk wordt gelegd op geslachtsdelen/borsten en billen. De foto’s zijn opgeslagen in de downloadmap van de computer onder de naam: ‘ [naam] ’46. Door de zedenrechercheur zijn de foto’s als kinderpornografisch aangeduid. Van het totaal aantal aangetroffen kinderpornografische foto’s is een viertal foto’s nader beschreven en in de tenlastelegging opgenomen. Het betreft allemaal foto’s met poserende meisjes47.

    De verdachte heeft ter zitting verklaard dat het aangetroffen kinderpornografische materiaal “bijvangst” betrof; hij heeft het per ongeluk mee gedownload bij het downloaden van gewone films. Hij is niet actief op zoek geweest naar kinderporno. Wel heeft hij aangegeven dat hij niet altijd een zorgvuldige selectie maakte van wat hij wilde downloaden, maar dat hij een vinkje zette bij ‘download all’ en dat hij dan alles naar binnen haalde. Verder heeft hij verklaard dat hij dat materiaal wat volgens hem als bijvangst meekwam wel eens bekeek en dit dan direct verwijderde. Dit is zeker zo’n tien keer voorgekomen. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij bestanden, die achteraf bezien misschien wel twijfelachtig waren, heeft gedownload van nieuwsgroepen waar reguliere porno werd uitgewisseld en dat hij daardoor welbewust het risico nam dat bij het downloaden kinderporno meekwam.

    Het oordeel van de rechtbank

    In het proces-verbaal zijn een groot aantal afbeeldingen omschreven die afkomstig zijn van de in beslag genomen gegevensdragers, waaronder de vier in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de omschrijvingen van deze vier afbeeldingen in het proces-verbaal strookt met de omschrijvingen zoals opgenomen in de tenlastelegging en dat het een representatieve weergave van de aangetroffen afbeeldingen betreft. De rechtbank heeft op grond van haar eigen waarneming vastgesteld dat het telkens gaat om (hetzelfde) meisje dat kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt. Tevens is de rechtbank, mede op basis van eigen waarneming, van oordeel dat de betreffende afbeeldingen onmiskenbaar een seksuele strekking hebben, gezien de wijze waarop de minderjarige is afgebeeld.

    Verdachtes verklaring dat hij de kinderpornografische afbeeldingen onbewust – en dus niet opzettelijk – in bezit heeft gehad door ze per ongeluk te downloaden, acht de rechtbank niet aannemelijk. Dit oordeel is enerzijds gebaseerd op de omstandigheid dat uit het dossier volgt dat de verdachte interesse had in minderjarige meisjes, zoals onder meer blijkt uit de pogingen van de verdachte om online toegang te krijgen tot de albums met vermoedelijk kinderpornografisch materiaal van ene [naam] en ene [naam] . Anderzijds is het gebaseerd op het feit dat een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen is aangetroffen op verschillende gegevensdragers, waaronder een tweetal harde schijven waarop de afbeeldingen kennelijk door middel van een aparte handeling opgeslagen zijn. Het opslaan van dergelijke hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen wordt in de regel beschouwd als een opzettelijke handeling. De verdachte heeft daarnaast de aangetroffen afbeeldingen, na ontdekking dat het kinderporno betrof, niet onmiddellijk verwijderd. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook dit feit wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

    4.4De beoordeling van de tenlastelegging ten aanzien van dagvaarding II

    Inleiding

    Op de Plextor-computer van de verdachte werden 75 video’s aangetroffen die zijn opgenomen in een huisartsenpraktijk. In 23 daarvan wordt de patiënt toestemming gevraagd voor het opnemen van het consult. Deze opnames vinden plaats in een ruimte met een bureau. De patiënten melden hun klacht aan de verdachte maar kleden zich niet uit. In 52 video’s (waarvan enkele dubbel) is een behandelruimte (op alle opnames dezelfde) te zien. Of er in deze aangetroffen video’s om toestemming wordt gevraagd voor het opnemen van het consult is niet te horen of te zien. De video’s betreffen (op één na) opnames van vrouwen en meisjes. Zij worden aan het lichaam onderzocht en lijken zich niet bewust van het feit dat er een camera aanwezig is48.

    De opnames zijn opgeslagen onder een bestandsnaam bestaande uit zes cijfers, twee letters en wederom zes cijfers. De eerste zes cijfers bleken de opnamedag/-datum en jaar te betreffen. De twee letters de initialen van de patiënte. De tweede zes cijfers de geboortedag, -maand en -jaar van de onderzochte patiënte. Op basis hiervan en doorzoeking van het GBA werden meerdere patiënten ‘geïdentificeerd’. Het bleek dat deze patiënten alle woonden in Amstelveen. Bij verder onderzoek leek het aannemelijk dat het patiënten zijn van een huisartsenpraktijk gevestigd te Amstelveen49.

    Op één van de opnames van de huisartsenpraktijk in Amstelveen is te zien dat de verdachte masturbeert, kennelijk – omdat hij in de camera kijkt – wetende dat dit gefilmd werd, op dezelfde behandeltafel als de heimelijk gemaakte opnames50.

    De verdachte is in 2010 als arts in opleiding (AIO) werkzaam geweest in deze huisartsenpraktijk. De praktijkopleider was in die periode huisarts [naam] . Door middel van de door de politie opgespoorde gegevens van de patiënten op de video’s, de datum van behandeling, de eerste letters van de voor- en achternaam en de volledige geboortedatum werd de identiteit van 33 patiënten vastgesteld. Het betreft patiënten die in 2010 onder behandeling zijn geweest van verdachte51. De patiënten zijn door de politie benaderd en uitgenodigd voor een informatief gesprek zeden, waarna door 30 patiënten aangifte is gedaan van heimelijk filmen, waarvan 17 tevens van vervaardiging van kinderporno, waarvan zeven tevens van ontucht.

    Op de HTC-telefoon van de verdachte bevond zich een opname van het consult van eerdergenoemde [slachtoffer 5]52.

    4.4.1Feit 1 (beschikking hebben over heimelijke video-opnames)

    De verdachte wordt ten eerste verweten – kort gezegd – dat hij heeft beschikt over 46 video-opnames die heimelijk zijn gemaakt in huisartsenpraktijken in Amstelveen (45 opnames) en Schiedam (1 opname).

    De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte was vergeten dat hij de opnames had, en dat daarom niet kan worden gesproken van beschikkingsmacht, zodat de verdachte van het feit dient te worden vrijgesproken

    Het oordeel van de rechtbank

    Op geen van de tenlastegelegde opnames is te horen of zien dat de betreffende patiënte toestemming wordt gevraagd om het consult te mogen filmen. Op één na verklaren alle aangevers dat zij zich ofwel herinneren dat de verdachte geen toestemming daarvoor heeft gevraagd, ofwel kunnen zij zich een dergelijke vraag niet herinneren53. Ook blijkt niet dat de patiënten anderszins is verteld dat het consult zou worden opgenomen.

    De verdachte heeft verklaard dat hij aan het maken van de opnames in de praktijk in Amstelveen, en ook aan het vragen van toestemming, geen actieve herinnering heeft. Als hij toestemming zou hebben gevraagd, zou dit te zien moeten zijn op de beelden, zodat hij ervan uit gaat dat hij deze toestemming niet heeft gevraagd. Aan het filmen in de huisartsenpraktijk in Schiedam (2017) heeft de verdachte wel een actieve herinnering, en daarvan weet hij ook zeker dat hij geen toestemming heeft gevraagd voor het filmen54.

    Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat de tenlastegelegde opnames zijn gemaakt met een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt in de zin van artikel 139f Wetboek van Strafrecht (Sr).

    Vast staat tevens dat de opnames zijn gemaakt in de behandelkamers van twee huisartsenpraktijken, dat wil zeggen niet voor publiek toegankelijke plaatsen.

    De verdachte heeft eveneens opzet gehad op het vervaardigen van de opnames. Hij heeft verklaard dat hij met het heimelijke filmen er op uit was om dingen te doen die niet door de beugel kunnen55. Die gedachte lag ook ten grondslag aan het maken van heimelijke opnames in andere huisartsenpraktijken waar hij meer recent werkzaam was geweest, in Rotterdam en Den Haag, welke opnames hij – naar eigen zeggen – alle heeft gewist56.

    Dat de verdachte de beschikking heeft gehad over de op genoemde wijze gemaakte opnames blijkt uit het feit dat zij gevonden zijn op zijn pc dan wel zijn HTC mobiele telefoon. Hij heeft ze een gestructureerde bestandsnaam gegeven, nadat hij ze in een aantal gevallen eerst had bewerkt57, en hij heeft ze – naar eigen zeggen – gemaakt om de grenzen van het toelaatbare op te zoeken of te overschrijden. Het verweer dat hij zich niet bewust was van het bestaan van de opnames wordt dan ook als ongeloofwaardig verworpen.

    Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de verdachte de beschikking heeft gehad over de tenlastegelegde opnames waarvan hij wist dat die door heimelijk filmen op een niet voor publiek toegankelijke plaats waren verkregen. Feit 1 zal dus bewezen worden verklaard.

    4.4.2Feit 2 (het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno)

    De verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging, verweten dat hij – kort gezegd – kinderporno heeft vervaardigd en in bezit gehad, door 18 met name genoemde video-opnames van huisartsenconsulten (van de onder feit 1 genoemde 46) te hebben gemaakt en gehouden.

    De verdediging stelt zich ter zake dit feit eveneens op het standpunt dat de verdachte was vergeten dat hij de opnames had, en dat daarom niet kan worden gesproken van beschikkingsmacht, zodat de verdachte van het feit dient te worden vrijgesproken. Daarnaast was de verdachte niet bekend met de kinderpornografische aard van de beelden. Hij had met dat maken geen seksuele intentie en de handelingen die op de video’s te zien zijn, werden verricht uit medische noodzaak, zodat het vereiste opzet ontbreekt. Ook heeft de verdachte van dit feit geen gewoonte gemaakt.

    Het oordeel van de rechtbank

    Afbeeldingen kunnen als kinderporno worden beschouwd niet alleen wanneer zij gedragingen van expliciet seksuele aard tonen, maar ook als het afbeeldingen zijn die (anderszins) een onmiskenbaar seksuele strekking hebben. Vergelijk de Hoge Raad in zijn arrest van 7 december 201058, herhaald op 10 juni 201459;

    3.3. (…)moet worden aangenomen dat art. 240b Sr vooreerst ziet op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Voorts ziet art. 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is totstandgekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden “onschuldig” zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.”.

    Een toepassing van het voorgaande vormt het ‘hockeytrainer’-arrest van het gerechtshof Amsterdam60, waarin het hof – zakelijk weergegeven – ten aanzien van de afbeeldingen die verdachte (een hockeytrainer) heimelijk had gemaakt, overwoog dat die afbeeldingen, gezien de omstandigheden strekten tot het opwekken van een seksuele prikkeling. De betreffende omstandigheden waren onder meer dat het ging om minderjarige hockeyspeelsters die (deels) ontkleed waren, waarbij de nadruk lag op hun naaktheid en in voorkomend geval ook op hun billen, hun (ontluikende) borsten en/of de schaamstreek.

    De rechtbank heeft aan de hand van het bekijken van de opnames kunnen vaststellen dat daarop is te zien dat de camera vanaf een hoog punt in de behandelkamer de behandeltafel filmt en dat de patiënten (daardoor) niet in de camera kijken. Er is telkens een jonge vrouwelijke patiënt te zien waarvan borsten en/of billen en/of andere intieme delen (schaamstreek en/of anus en/of vagina) zijn ontbloot. De behandeltafel is midden in beeld en daardoor zijn de patiënten die daarop of daarnaast zitten, liggen of staan, goed belicht en goed zichtbaar. Door het camera-standpunt zijn de ontblote intieme delen van de patiënten ook duidelijk in beeld en ook de eventuele handelingen die daarmee of daaraan worden verricht. Ook staat vast (zoals onder meer hiervoor is bewezen geacht) dat de verdachte de tenlastegelegde opnames heimelijk heeft gemaakt en dat hij ze destijds heeft opgeslagen op zijn pc met een bestandsnaam die de consultdatum, de geboortedatum en de naam van de patiënt blijkt bevatten, en dat hij ze vanaf 2010 op deze pc heeft bewaard.

    Emeritus hoogleraar huisartsgeneeskundedeskundige [naam] heeft op verzoek van de rechtbank als deskundige de opnames bekeken en daarover gerapporteerd61. Hij ziet onder meer dat de verdachte staande patiënten draait waar dat medisch gezien niet nodig is62, of haar niet draait wanneer dat handiger of praktischer zou zijn63. Dit draaien of juist niet draaien resulteert erin, zo heeft de rechtbank kunnen waarnemen, dat in genoemde gevallen de borsten in beeld komen of (langer) in beeld blijven. Deskundige [naam] brengt dit in verband met het positioneren van de patiënt in verband met de (heimelijke) opname.

    De verdachte heeft in één geval verklaard dat hij voor genoemd ‘positioneren’ geen gegronde reden had64; ten aanzien van de overige gevallen heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen.

    De rechtbank is gelet op het samenstel van omstandigheden, te weten de heimelijkheid van het filmen, het camerastandpunt, de prominent zichtbare intieme lichaamsdelen en handelingen, het kennelijke positioneren van patiënten, en het afbeelden van verdachtes eigen seksuele handeling van oordeel dat de 18 opnames uit de tenlastelegging een onmiskenbaar seksuele strekking hebben.

    Het verweer dat de afgebeelde handelingen medisch noodzakelijk waren, treft in dit verband geen doel; de medische noodzaak van de afgebeelde handelingen raakt mogelijk aan de vraag of een gedraging van expliciet seksuele aard is afgebeeld, maar is voor de vraag of de afbeelding zelf (niet de afgebeelde handeling) een seksuele strekking heeft, niet bepalend. Voor zover de gestelde medische noodzakelijkheid als verweer is bedoeld tegen het opzet van de verdachte, overweegt de rechtbank als volgt.

    In zijn rapport verklaart deskundige [naam] over alle door hem bestudeerde consulten dat daarbij het uittrekken en/of uitlaten van de bh en/of de onderbroek vanuit medisch oogpunt in elk geval onwenselijk is, en in 12 van de 1865 gevallen zelfs onnodig. Hij legt uit dat, anders dan bij een thorax-onderzoek66, bij een longonderzoek of hartonderzoek67 de bh niet uit hoeft, zeker niet als het gaat om een mannelijke huisarts met een (jonge) vrouwelijke patiënt68, en dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de grondigheid van het onderzoek69. Hij legt ook uit dat bij gewrichtsonderzoek (heupen of knieën) niet nodig is om de onderbroek uit te doen en dat bij een bepaald consult (AG 03.03) de onderbroek die halverwege de benen is afgestroopt, hinderlijk daarbij is70. Ten aanzien van inspectie van de gehele huid (dus inclusief schaamstreek/billen) bij plekjes of huidproblemen merkt hij op dat het bij kinderen gebruikelijk en wenselijk is om de ouders te laten kijken71.

    Verschillende huisarts-opleiders van verdachte hebben ook over dit onderwerp verklaard. Getuige [naam] verklaart dat het laten uittrekken van de bh of onderbroek ongebruikelijk is. Voor de bh geldt als uitzonderingssituatie dat iemand een grote boezem heeft of een grote bh72. Getuige [naam] verklaart dat de borst alleen hoeft worden aangeraakt als de patiënt last heeft van de borstklier zelf, niet bij longonderzoek, en dat bij onderzoek van de knie in elk geval de onderbroek niet uit hoeft, en dat hij zijn artsen in opleiding dat ook niet heeft geleerd73. Getuige [naam] verklaart dat hij de bh nooit laat uitdoen bij longonderzoek; als hij last heeft van de bh doet hij deze even opzij.74

    Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen medische noodzaak was voor het ontbloten van de intieme delen op de manier waarop dat in de opnames is te zien, en is het verweer van de verdachte dat hij het op die manier van zijn opleiders heeft geleerd, ook niet aannemelijk. Gelet op de wijze van totstandkoming van de opnames en de overige omstandigheden zoals hiervoor genoemd, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte met het gebrek aan noodzaak voor het ontbloten – en de ongeoorloofdheid daarvan – bekend was. Daarbij acht de rechtbank relevant dat de verdachte de genoemde onderzoeken waarbij hij de borsten en/of schaamstreek/billen ontblootte niet vastlegde in het journaal van het betreffende consult. Dat wekt bij de rechtbank de indruk dat hij deze handelingen heeft willen verhullen. Dat de verdachte mogelijk slordig was in het verslagleggen, zoals hij ter zitting heeft verklaard75, is naar het oordeel van de rechtbank niet geloofwaardig omdat hij, zo blijkt uit de journaals van de consulten (ook die van de consulten van feit 2) andere onderzoeken en/of diagnoses veelal wel vastlegt, wat strookt met de opmerking van de deskundige dat huisartsen in opleiding vaak opvallend netjes zijn in hun verslaglegging76.

    Nu de rechtbank het opzet van de verdachte op de kinderpornografische aard van de opnames heeft vastgesteld, zal het tenlastegelegde bewezen worden verklaard77.

    Wat betreft de tenlastegelegde gewoonte neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte kennelijk in maart 2010 is begonnen met heimelijk opnemen van consulten.

    Hij heeft bekend dat hij ook heimelijk heeft gefilmd in huisartsenpraktijken in Den Haag en Rotterdam in de periode daarna, en een kinderpornografische opname van een consult in Schiedam (bewezen geacht van dagvaarding I) vond in 2017 plaats. Gelet op deze tijdspanne en de hoeveelheid opnames is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van het vervaardigen en bezitten van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt.

    4.4.3

    Feit 3 (ontucht met minderjarige patiënten)

    De verdachte wordt ter zake feit 3 verweten – kort gezegd – dat hij ontucht heeft gepleegd met zeven minderjarige vrouwelijke patiënten, blijkend uit zeven (van de onder feit 2 genoemde 18) opnames.

    De verdediging stelt zich in haar pleidooi voor vrijspraak op het standpunt dat de verdachte alle handelingen die in de tenlastelegging als ontucht worden aangemerkt uit medisch motief, geen seksueel motief, heeft verricht, zodat – zo begrijpt de rechtbank de verdediging – geen sprake is van ontuchtige handelingen en/of dat het opzet van de verdachte daarop heeft ontbroken. De verweren die betrekking hebben op de specifieke gevallen van vermeende ontucht, zullen bij de bespreking daarvan worden weergegeven.

    Het oordeel van de rechtbank

    Ontuchtige handelingen zijn handelingen van seksuele aard in strijd met de sociaal-ethische norm. In het kader van de voorliggende zaak zijn het aanraken van borsten, billen of andere intieme delen van patiënten zonder medische noodzaak in beginsel ontuchtige handelingen. Voor elk van de tenlastegelegde gevallen zal de rechtbank nagaan of voor de betreffende handeling een medische noodzaak bestond. Daarbij zal de rechtbank uitgaan van het betreffende oordeel van de deskundige [naam] , zoals dit blijkt uit zijn rapport en uit het proces-verbaal van zijn verhoor bij de rechter-commissaris (hierna: r-c), waarbij ook de raadsman van verdachte vragen aan de deskundige heeft gesteld.

    AG 03.12

    De patiënte, een meisje van 14 jaar, bezoekt de verdachte met klachten van hoesten en kortademigheid78. Op de opname is te zien/horen dat de verdachte het meisje vraagt om met haar rug naar hem toe te komen staan, waardoor de voorkant van het meisje richting de camera komt te staan. De verdachte vraagt het meisje haar bh uit te doen en beluistert met stethoscoop rug en borststreek waarbij verdachte de borsten van het meisje een aantal keren aanraakt. De verdachte legt de stethoscoop neer en bevoelt meermalen de borsten van het meisje. Eenmaal bedekt hij met zijn linkerhand de volledige borst van het meisje en knijpt daarin79. De rechtbank heeft op de betreffende opname waargenomen dat de verdachte in ieder geval een tepel en borst van de patiënt aanraakt.

    Deskundige [naam] oordeelt het palperen van beide borsten en het masseren van een tepel als onnodig, ongebruikelijk en onwenselijk80. Het heeft geen plaats bij klachten van hoesten en kortademigheid. In zijn verhoor bij de r-c geeft [naam] aan dat bij de rechterborst de aanhechting van de ribben aan het borstbeen wordt gepalpeerd, een nuttig onderzoek van de ribaanhechting, maar dat aan de linkerborst iets ander wordt gedaan, het palperen van de borstklieren, wat lijkt op een onderzoek van de borstklier, en dat dit niets te maken heeft met pijn op de borst in relatie tot hoesten en kortademigheid81.

    Gelet op het voorgaande kan het verweer dat de verdachte de tepel niet heeft aangeraakt, of de borsten niet onnodig heeft aangeraakt niet slagen, en komt de rechtbank tot het oordeel dat het palperen van de borsten en/of het masseren van de tepel onnodig waren, en dat daarmee sprake is van een ontuchtige handeling.

    AG 3.15

    De patiënte, een meisje van 7 jaar oud, bezoekt de verdachte met klachten over waterwratjes82. Op de opname is te zien/horen dat de verdachte bij het meisje wier bovenlichaam is ontbloot, met zijn rechterhand over de rechterborst met een ronddraaiende beweging wrijft. De verdachte vraagt het meisje de onderbroek naar beneden te doen, helpt daar ook bij en kijkt in de richting van de vagina van het meisje. Tevens raakt de verdachte de bilspleet van het meisje aan, legt een hand op de bil en duwt de rechterbil naar buiten toe; de verdachte kijkt in de richting van de anus83. De rechtbank heeft op de betreffende opname waargenomen dat de verdachte de rechtertepel van de patiënt aanraakt, op de liesstreek duwt en de rechterbil opzij duwt. Zij kan op de opname niet de vagina of de anus van het meisje zien, en dus ook niet vaststellen of de vagina zich opent dan wel of de anus zichtbaar is voor de verdachte. Van dat gedeelte van de tenlastelegging moet dus in elk geval vrijspraak volgen.

    Volgens deskundige [naam] is het naar beneden doen van de onderbroek en bekijken van anus en vulva in dit geval onnodig en onwenselijk. Het wrijven over de rechtertepel is naar zijn oordeel medisch geheel onnodig en onwenselijk. Ouders kunnen zelf de ontstoken plekjes vinden. [naam] geeft aan dat het evident is dat wrijven over de tepel niets met waterwratjes op de arm te maken heeft. Die handeling is naar zijn oordeel bij een meisje van zeven zeer onwenselijk en duidelijk grensoverschrijdend84. In zijn verhoor bij de r-c wordt de deskundige door de verdediging twee medische handboeken voorgehouden. In een daarvan staat dat bij huidonderzoek de huid van het gehele lichaam moet worden onderzocht, en in de andere dat wratjes vooral aan de romp, gelaat en anogenitaal kunnen voorkomen. De deskundige verklaart hierover dat het eerste handboek te globaal is en dat in de huidige geneeskunde ongebruikelijk is om bij een lokale afwijking de gehele huid te onderzoeken, en dat het tweede boek niet wegneemt – onder verwijzing naar het leerboek ‘kleine kwalen bij kinderen’ – dat het onderzoek mede gebeurt op geleide van de hulpvraag, en dat bij kinderen gebruikelijk en wenselijk is dat de ouders kijken.

    De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij heeft geleerd om bij plekjes op de huid alle plekjes netjes in kaart te brengen en te beschrijven, en dus de gehele huid te onderzoeken.

    Gelet op het voorgaande, in het licht van de discussie over het al dan niet noodzakelijk zijn van het bekijken van schaamstreek en bilspleet (anogenitale gebied) wanneer er – al dan niet terecht – breed huidonderzoek wordt gedaan op waterwratjes, kan de rechtbank niet tot het oordeel komen dat het betasten van de liesstreek en een bil van de patiënte onnodig en daarmee ontuchtig waren. Het aanraken van de tepel is in het licht van het voorgaande echter medisch onnodig geweest en wordt daarom door de rechtbank beschouwd als een ontuchtige handeling.

    AG 3.18

    Als preliminair punt heeft de verdediging aangevoerd dat AG 03.18 meerdere consulten betreft waarbij meerdere onderzoeken zijn gedaan bij dezelfde patiënte, en de tenlastelegging niet aangeeft om welk consult het gaat, zodat de tenlastelegging onvoldoende specifiek is. Voor zover de verdediging hiermee een beroep doet op de nietigheid van de dagvaarding wordt dit beroep verworpen. Van AG 03.18 zijn twee consulten gefilmd. De tenlastegelegde handeling is slechts in het consult van 25 mei 2010 waargenomen, zodat duidelijk moet zijn dat het om dit consult gaat. De omstandigheid dat onder feit 2 het consult van 25 mei 2010 expliciet wordt genoemd in verband met AG 03.18 wijst hier ook op.

    Een meisje van 12 jaar oud komt bij de verdachte voor hoestaanvallen, benauwdheid, koorts en thoracale pijn85. Op de opname is te horen/zien dat de verdachte de bh vraagt uit te doen en met de stethoscoop eerst de rug en daarna de borst van het meisje beluistert. Hij drukt vervolgens met de vingers van zijn linkerhand tegen de rechter zijkant van de linkerborst van het meisje, met de vingers van zijn linkerhand tegen de rechter onderzijde van de linkerborst en daarna tegen de onderzijde van de linkerborst. Daarbij duwt hij de linkerborst omhoog. Hij duwt daarna tegen de linkerzijde van de rechterborst, duwt met zijn vingers tegen de onderkant van de rechterborst, legt vervolgens zijn volle linkerhand op de rechterborst en knijpt vervolgens iets in deze rechterborst. Ook pakt hij vervolgens met zijn hand de volle rechterborst van het meisje en duwt op die borst. Hij kijkt daarbij naar de borsten van het meisje. Daarna onderzoekt de verdachte wederom de linkerborst van het meisje. Hij doet dat door met de vingers van zijn linkerhand aan de linkerzijde en onderzijde van deze linkerborst te voelen86. De rechtbank heeft op de betreffende opname waargenomen dat de verdachte de ontblote borsten van de patiënt verschillende keren opduwt en induwt, maar niet dat de schaamstreek van de patiënt wordt betast. Deskundige [naam] ziet op de opname een ongebruikelijke manier van palperen van de borsten (‘het is toch palperen, maar de gehele borst wordt vastgepakt’), maar niet het inspecteren van de schaamstreek 87. Van dat laatste dient dus vrijspraak te volgen.

    De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij slechts met de vlakke hand en/of vingertoppen op de overgang van de ribben naar het borstbeen drukt, waarbij ‘wat contact’ is geweest tussen borst en hand. In het licht van het voorgaande, in het bijzonder haar eigen waarneming, verwerpt de rechtbank dat betoog van verdachte en gaat, mede gelet op haar eigen waarneming, uit van de omschrijving van de handelingen door de deskundige.

    Deskundige [naam] oordeelt ten aanzien van de noodzaak van de handelingen dat het longonderzoek bij beide consulten zeker gerechtvaardigd was, maar dat het vastpakken van de borsten niet past bij klachten van thoracale pijn, en dat dit duidelijk grensoverschrijdend is88. Op de vraag in welk geval je wel de hand op de borst legt, zegt de deskundige: niet. Hij noemt het beluisteren van de longen onder de linkerborst een volstrekt zinloze activiteit, omdat je daar nooit de longen kunt horen89.

    Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het op de opname van het tweede consult zichtbare palperen/vastpakken van de borsten medisch onnodig was, en daarom moet worden beschouwd als een ontuchtige handeling.

    AG 3.25

    Een meisje van 17 jaar komt bij de verdachte voor overleg over anticonceptie (‘pilconsult’)90. Op de opname is te zien/horen dat de verdachte haar vraagt om de bh uit te doen. Hij luistert met de stethoscoop onder meer naar de borststreek van het meisje waarbij hij haar linkerborst aanraakt. Vervolgens vraagt hij aan het meisje om eens te gaan liggen en vraagt of ze haar broek een stukje naar beneden kan doen. De verdachte beluistert de buik van het meisje met een stethoscoop. Hij beklopt en bevoelt de buik van het meisje. Desgevraagd geeft het meisje aan dat ze daar geen pijn voelt. Vervolgens duwt de verdachte op een plek tussen rechterheup en schaambeen en zegt dat hij daar iets voelt en dat dit waarschijnlijk gewoon ontlasting is. Daarop vraagt de verdachte aan het meisje of ze het goed vindt dat hij toch even van beneden voelt om het zeker te weten, en dringt daar na een opmerking van de patiënte nogmaals op aan. Hij zegt dat hij haar niet naar huis wil sturen met pillen die niet goed voor haar blijken te zijn91. Vervolgens verricht hij bij haar een vaginaal toucher92.

    De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in dit geval onderzoek deed voor zijn opleiding. Zeker in het begin deed hij met vrouwen bij een pilconsult gewoon even wat onderzoek: hart en longen luisteren en in haar geval dan ook de buik. Er was ook een stukje onzekerheid, en de opleiders moedigden aan het onderzoek breed in te zetten. Dat is vanuit opleidingsmogelijkheid een uitgelezen mogelijkheid om een niet afwijkende situatie te onderzoeken. Met een blanco voorgeschiedenis is onderzoek in beginsel niet nodig93. Het was zeer onwaarschijnlijk dat de weerstand die de verdachte voelde een ontsteking van de eileider zou zijn omdat het meisje verder geen klachten had en hij er ook geen vragen over heeft gesteld. Dat hij uit onervarenheid voor extra zekerheid koos, terwijl het wel een vervelend onderzoek is. Dat de verdachte over dit onderzoek niet veel tegen de patiënt heeft gezegd, niet weet waarom hij het niet met zijn opleider heeft overlegd, en patiënte geen pijn had. Dat hij te secuur is geweest en niet weet waarom hij het vaginaal onderzoek niet in het journaal heeft opgenomen94.

    Deskundige [naam] geeft aan dat bij een pilconsult lichamelijk onderzoek onnodig is. Er was geen indicatie voor een verdenking van een eileiderontsteking en dus ook geen aanleiding voor een vaginaal toucher. De deskundige vindt het opvallend dat verdachte het vaginaal onderzoek niet in zijn journaal vermeldt95. [naam] blijft bij zijn eerdere bevindingen als hij bij de r-c wordt gehoord. De plek waar de verdachte iets meent te voelen is niet de plek waar de eileider zit. De deskundige ziet niets dat het vaginaal onderzoek rechtvaardigt96.

    Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het betasten van de borsten en de vagina (in de vorm van het vaginale toucher) medisch gezien onnodig waren en daarom moeten worden beschouwd als ontuchtige handelingen.

    AG 3.28

    Een meisje van 6 jaar oud komt bij de verdachte voor een plekje op het hoofd, mogelijk een teek97. Op de opname is te zien/horen dat de verdachte het meisje onderzoekt op plekjes op haar lichaam. Op verzoek van de verdachte wordt de onderbroek van het meisje naar beneden gedaan en komen vagina en schaamlippen van het meisje duidelijk in beeld, waar overigens nog twee andere kinderen bij zijn. De verdachte trekt aan de huid van bovenbenen om de liezen te bekijken. Vervolgens wordt het meisje gevraagd om op haar buik te gaan liggen waarna de verdachte zijn beide handen op de billen van het meisje plaatst en gedurende een aantal seconden de billen van het meisje uit elkaar worden gehouden. De verdachte klopt vervolgens met zijn hand zachtjes op de linkerbil van het meisje98.

    De verdachte verklaart99 dat hij de hele huid is afgegaan, vooral bij plooien moet je goed kijken.

    Deskundige [naam] beschouwt het spreiden van de benen en het inspecteren van de vulva in dit geval als onnodig en onwenselijk. Het verdient aanbeveling om de ouder te verzoeken het kind goed te inspecteren. Bij zijn verhoor door de r-c geeft de deskundige aan dat het onderzoek van het gehele lichaam bij een krentenbaard niet te verklaren is, zeker niet deze delen van het lichaam. Krentenbaard kan in genitale gebieden zoals de schede voorkomen maar dat is geen gebruikelijke complicatie. De deskundige verklaart dat je de anus en de vulva niet inspecteert. Teken zitten vaak tussen de billen en kunnen goed in de lies zitten. Het is het advies dat inspecteren van de bil door de ouders gebeurt100.

    Gelet op het voorgaande, en wat overwogen is ten aanzien van onderzoek van gehele huid bij AG 03.15, kan de rechtbank niet vaststellen dat het zoeken van een teek in de bilspleet en de lies medisch gezien in het geheel niet nodig was. Evenals de deskundige heeft de rechtbank niet kunnen zien op de opname dat verdachte de schaamstreek zelf aanraakt. De verdachte dient van deze handelingen dan ook te worden vrijgesproken. Gelet op de verklaring van de deskundige kan echter het spreiden van de benen en het bekijken van de op die manier zichtbaar geworden schaamlippen en vulva niet als medisch noodzakelijk worden beschouwd, zodat die handeling als ontuchtig wordt beschouwd.

    AG 3.30

    Een meisje van 8 jaar oud komt bij de verdachte voor plekken onder de linker oksel, mogelijk krentenbaard101. Op de opname is te zien/horen dat de verdachte in het begin van het onderzoek zijn rechterhand op de linkerbil van de patiënt heeft gelegd. De verdachte vraagt het meisje de onderbroek uit te doen en op de behandeltafel te gaan liggen. Het meisje geeft aan dat ze het niet weet, maar eerlijk gezegd niet denkt dat ze daar wat heeft. Wanneer het meisje naakt op de behandeltafel ligt doet de verdachte haar benen uit elkaar waardoor haar vagina geheel in beeld komt. Hij doet het topje van de middelvinger van zijn rechter hand op de rechter schaamlip van het meisje en trekt heel kort met deze vinger de schaamlippen van het meisje iets uit elkaar. Hij kijkt daarbij naar de vagina. Het meisje draait zich om en gaat op haar buik op de behandeltafel liggen. De verdachte duwt vervolgens met zijn handen de billen van het meisje uit elkaar en kijkt in haar bilspleet, en vervolgens met zijn linkerhand op de linkerbil van het meisje102.

    De verdachte verklaart evenals in andere gevallen van huidproblemen dat hij de gehele huid onderzoekt. Hij wil alle plekjes in kaart brengen zodat de mensen weten waar ze zalf moeten smeren.

    Deskundige [naam] beoordeelt het inspecteren van de vulva met spreiding van de schaamlippen als medisch onnodig en onwenselijk, evenals het aanraken van de billen. De NHG standaard bacteriële huidinfecties beveelt alleen inspectie en palpatie van de aangedane huid aan. Dat de arts het meisje geheel naakt op de onderzoeksbank laat plaatsnemen is heel ongebruikelijk. Inspectie van de schaamstreek met spreiding van de schaamlippen is medisch onnodig omdat men daar geen impetigo verwacht en het meisje aangeeft onder haar onderbroek waarschijnlijk niets te hebben. Het is evident dat het aanraken van de billen geen plaats heeft bij de inspectie daarvan103.

    Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het aanraken van de billen en het spreiden van de schaamlippen medisch gezien onnodig waren, zodat die handelingen als ontuchtig worden beschouwd. De rechtbank heeft op de opname niet kunnen zien dat verdachte de anus heeft aangeraakt, zodat hij in zoverre zal worden vrijgesproken.

    AG 3.34

    Een patiënte van 15 jaar komt bij de verdachte in verband met mogelijke SOA en pijn bij het vrijen104. Op de opname is te zien dat de verdachte, nadat hij een speculum onderzoek van de vagina heeft gedaan aan de patiënt vraagt of het goed is als hij nog even naar haar hart en nieren luistert. Zij doet haar zwarte T-shirt en bh uit. Na beluisteren van de rug en borst met de stethoscoop gaat hij achter haar staan. Hij pakt met beide handen in haar zij ter hoogte van de onderzijde van de borsten. De patiënte gaat vervolgens op verzoek van de verdachte op de behandeltafel liggen en hij plaatst nogmaals de stethoscoop op het borstbeen, boven de rechterborst. Nadat hij bij de linkerborst heeft geluisterd, duwt hij met beide handen aan weerszijden van de borsten105. Er werden twee versies van het betreffende consult aangetroffen op de computer van de verdachte. De ene versie bevatte alleen het lichamelijk onderzoek, te weten de video onder de naam [bestandsnaam] . De onbewerkte versie bevatte het inleidende gesprek met het meisje, het inwendig en lichamelijk onderzoek en het afsluitende gesprek106.

    Deskundige [naam] geeft aan dat het laten uitdoen van de bh bij longonderzoek medisch onnodig en onwenselijk is, evenals het aanraken van de borsten bij thoracale compressie. De NHG-standaard SOA-consult van 2004 beveelt ook niet het onderzoek van de longen aan. Het aanraken van de borsten daarbij is medisch onnodig en onwenselijk bij een meisje van vijftien. Thoracale compressie is niet geïndiceerd omdat er geen sprake is van thoracale pijnklachten. Maar het aanraken van de borsten bij die compressie is geheel onnodig en onwenselijk (bij een meisje van vijftien jaar). Bij zijn verhoor bij de r-c verklaart [naam] nog dat het longonderzoek, dat niet nodig is, ook niet goed wordt uitgevoerd omdat er wordt geluisterd onder de linkerborst, waar geen long zit, en onder de rechterborst waar de lever zit. Verder is niet nodig dat de zijkant van de borsten wordt aangeraakt. 107

    De verdachte geeft aan dat hij zich van het consult niets kan herinneren, maar dat de patiënt iets over haar vroegere astma moet hebben gezegd, omdat hij anders geen longonderzoek zou hebben gedaan108.

    Gelet op het voorgaande, en het feit dat het verweer van verdachte niet het gebrek aan noodzaak van het aanraken van de borsten bij longonderzoek wegneemt109, is de rechtbank van oordeel dat het aanraken van de borsten in dit geval medisch onnodig was, en dus ontuchtig moet worden geacht.

    Opzet (alle gevallen)

    De rechtbank is van oordeel dat de verdachte opzet had op de genoemde ontuchtige handelingen. Voor dat oordeel zijn de volgende omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, redengevend:

    – de verdachte legde de als ontuchtig beoordeelde handelingen en de onderzoeken waarvan deze (volgens hem) deel uitmaakten, zonder uitzondering niet vast in het journaal van het betreffende consult. Dat wekt bij de rechtbank de indruk dat hij deze handelingen heeft willen verhullen. Dat de verdachte mogelijk slordig was in het verslagleggen, zoals hij ter zitting heeft verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet steekhoudend omdat hij, zo blijkt uit de journaals van de consulten (ook die van de consulten van feit 2) andere onderzoeken en/of diagnoses wel goed vastlegt, wat strookt met de opmerking van de deskundige dat huisartsen in opleiding vaak opvallend netjes zijn in hun verslaglegging110;

    • de consulten waarbij de betreffende handelingen werden gepleegd waren heimelijk opgenomen, en daarbij had de verdachte – zo is gebleken ter zake van feit 2 op grond van de daar genoemde feiten en omstandigheden – opzet op het maken van kinderpornografie, in de zin van afbeeldingen van minderjarigen met een onmiskenbaar seksuele strekking;
    • uit de overwegingen ter zake de feiten van dagvaarding I, waarbij bewezen is geacht dat verdachte ontucht met zijn dochter en minderjarige vriendinnen van zijn dochter heeft gepleegd, zelf kinderporno heeft vervaardigd en commerciële kinderporno in bezit heeft gehad, is gebleken van een seksuele belangstelling voor jonge meisjes;
    • de betreffende handelingen waren medisch niet noodzakelijk. Hoewel dat een geobjectiveerde conclusie is, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte als huisarts in opleiding van dat gebrek aan noodzaak in beginsel op de hoogte was. Voor zover de verdachte verklaart dat hij sommige protocollen niet had geraadpleegd, dan wel uit onzekerheid meer onderzoek deed dan nodig, onderzoek breder dan nodig inzette, of ter vergroting van zijn ervaring onnodig onderzoek deed om te weten hoe een en ander bij een ‘gezonde’ patiënt is, acht de rechtbank die verklaringen niet geloofwaardig in het licht van de andere omstandigheden, te minder nu het doen van onnodig onderzoek in beginsel besproken moet worden met de patiënt, hetgeen in geen enkel geval is gebeurd.

    Met de vaststelling dat de ontuchtige handelingen door de verdachte, als huisarts werkzaam in de gezondheidszorg, zijn gepleegd met personen die zich als patiënt aan zijn zorg hadden toevertrouwd, leidt het voorgaande ertoe dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdacht de onder 3 tenlastegelegde ontucht heeft gepleegd.

    4.5De bewezenverklaring

    De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

    ten aanzien van dagvaarding I (09/842332-17)

    1.

    hij op 4 oktober 2017 te Leiden met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 6] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

    – het knijpen in en betasten van de billen van die [slachtoffer 6] en

    – het zich laten uitkleden en vervolgens gedeeltelijk ontkleed op de grond laten liggen van die [slachtoffer 6] en

    – het betasten van de schaamstreek en billen van die [slachtoffer 6] en

    – het filmen van het naakte onderlichaam van die [slachtoffer 6] ;

    2.

    hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2014 tot en met 4 oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7] , te weten het:

    – wrijven van zijn, verdachtes, vingers in/tegen de vagina en tussen de schaamlippen en billen van die [slachtoffer 7] en

    – betasten van de billen van die [slachtoffer 7] ;

    4.

    hij op een tijdstip in de periode van 1 juli 2012 tot en met 1 juli 2015 te Leiden, met zijn kind [slachtoffer 1] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

    te weten:

    – het met zijn, verdachtes, vingers de schaamlippen van die [slachtoffer 1] uit elkaar trekken en houden;

    5.

    hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 oktober 2017, te Schiedam en/of Leiden, (telkens) afbeeldingen heeft vervaardigd, en afbeeldingen en gegevensdragers, te weten een PC en een mobiele telefoon en een harde schijf, bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen onder meer bestonden uit:

    [slachtoffer 5] :

    een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar loopt een onderzoeksruimte binnen. Ze neemt plaats op een onderzoekstafel. Verdachte laat het meisje zich (gedeeltelijk) ontkleden en/of het meisje trekt haar jurk naar boven. De (ontblote) vagina van het meisje is (duidelijk) in beeld gebracht en/of

    [slachtoffer 4] :

    – Foto

    Op de grond ligt een meisje met een geschatte leeftijd tussen 3 en 6 jaar. Haar hemdje is omhoog gerold ter hoogte van haar borst. De benen van het meisje zijn gespreid waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar is en/of

    [slachtoffer 4] :

    – Foto

    Op een bed ligt een meisje met een geschatte leeftijd tussen 3 en 6 jaar. Haar hemdje is omhoog gerold. Het meisje heeft haar benen gespreid en/of haar benen opgetrokken, waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar is en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje ligt geheel naakt op een aankleedkussen. Op de foto is te zien dat het meisje met haar vingers haar schaamlippen betast en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje ligt geheel naakt op een aankleedkussen. Op de foto is te zien hoe de hand van een volwassene de schaamlippen van het meisje uit elkaar houdt en/of (daarbij) de vinger(s) tussen de schaamlippen houdt en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje zit op een stoel en naast haar staat een man met naakt onderlichaam. De man heeft met twee handen zijn penis vast en staat dicht bij het meisje. Het meisje kijkt naar de penis van de man,

    van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

    6.

    hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, afbeeldingen en filmbestanden en gegevensdragers (onder andere een externe harde schijf) van seksuele gedragingen bij welke vorenbedoelde afbeeldingen en filmbestanden telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen bestonden uit onder andere:

    het poseren door minderjarige met nadruk op geslachtsdelen/borsten en/of billen, te weten onder andere:

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 16 jaar oud. Het meisje draagt een oranje kort doorschijnend vest en een donkere spijkerbroek. Het meisje staat frontaal naar de camera toe en heeft het vestje open. Te zien zijn een blote buik en de borsten van het meisje. De tepels van het meisje worden afgedekt door het vestje en/of

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de leeftijd tussen de 13 en 16 jaar oud. Het meisje draagt een nachthemd met dunne spaghettibandjes. Het meisje staat met haar rug naar de camera en kijkt over de schouder in de camera. Ze houdt haar nachthemd omhoog tot aan de navel. De blote billen van het meisje zijn zichtbaar. Het meisje draagt een zwarte string. De aandacht van de foto richt zich op de blote billen van het meisje en/of

    – [filename]

    Te zien is meisje in de geschatte leeftijd tussen 13 en 16 jaar oud. Zij staat zijwaarts naar de camera gedraaid en kijkt over haar rechter schouder de camera in. Het meisje draagt een blauw topje en een zwarte string. De billen van het meisje zijn bloot en/of

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 16 jaar. Het meisje draagt een nachthemd met dunne spaghettibandjes. Op de foto is te zien dat het meisje op handen en knieën zit. Doordat het meisje voorover gebogen zit, valt haar nachthemd open ter hoogte van haar borsten. De rechter borst van het meisje is zichtbaar op de foto;

    ten aanzien van dagvaarding II (09/837216-18)

    1.

    hij in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, de beschikking heeft gehad over een groot aantal films, waarop telkens te zien is dat in een behandelkamer van een huisartsenpraktijk te Amstelveen en/of Schiedam een persoon, al dan niet geheel of gedeeltelijk ontkleed, wordt onderzocht en/of wordt behandeld, te weten de volgende films:

    – [bestandsnaam] (AG03.01) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.02) en

    – [bestandsnaam] (AG03.03) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.04) en

    – [bestandsnaam] (AG 03.05) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] en [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.06 en 03.16) en

    – [bestandsnaam] (AG03.07) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG 03.08) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.09 en 03.11) en

    – [bestandsnaam] (AG03.10) en

    – [bestandsnaam] (AG03.12) en

    – [bestandsnaam] (AG03.13) en

    – [bestandsnaam] (AG03.14) en

    – [bestandsnaam] (AG03.15) en

    – [bestandsnaam] (AG.3.17) en

    – [bestandsnaam] (AG03.18) en

    – [bestandsnaam] (AG03.19) en

    – [bestandsnaam] (AG03.20) en

    – [bestandsnaam] (AG03.21) en

    – [bestandsnaam] (AG03.22) en

    – [bestandsnaam] (AG03.23) en

    – [bestandsnaam] (AG03.24) en

    – [bestandsnaam] (AG03.25) en

    – [bestandsnaam] (AG03.26) en

    – [bestandsnaam] (AG03.27) en

    – [bestandsnaam] (AG03.28) en

    – [bestandsnaam] (AG03.29) en

    – [bestandsnaam] (AG03.30) en

    – [bestandsnaam] (AG03.31) en

    – [bestandsnaam] (SO NN 03.32) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.34) en

    – [bestandsnaam] (AG03.35) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.33 en 03.36)

    – [bestandsnaam] (AG03.37) en

    – [bestandsnaam] en [bestandsnaam] (AG03.38) en

    – [bestandsnaam] (AG FD)

    welke films, naar hij, verdachte wist, door een onder artikel 139f onder 1° van het Wetboek van Strafrecht gestelde handeling was verkregen, te weten afbeeldingen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigd van bovengenoemde in code vermelde personen, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een behandelkamer van huisartsenpraktijken;

    2.

    hij in de periode van 26 maart 2010 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden en/of Amstelveen, 18 afbeeldingen, te weten video’s, en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een computer), van seksuele gedragingen waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, te weten:

    AG 03.01 en AG 03.03 en AG 03.04 en AG 03.05 en AG 03.06 en 03.16 en AG 03.07 en AG 03.09 en 03.11 en AG 03.12 en AG 03.14 en AG 03.15 en AG 03.18 en AG 03.25 en AG 03.26 en AG 03.27 en AG 03.28 en AG 03.30 en AG 03.34,

    heeft vervaardigd en in bezit gehad

    welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 13 jaar) maakt haar bh los. Vervolgens draait hij, verdachte, het lichaam van het meisje in de richting van de camera. Haar borsten zijn duidelijk zichtbaar op de camera. Vervolgens laat hij, verdachte, het meisje op haar rug op een behandeltafel liggen. Het meisje doet haar bh weer aan. Hij, verdachte, trekt met zijn beide handen de onderbroek van het meisje naar beneden, waarna haar vagina is te zien.

    (AG 03.01; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 33)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 11 jaar) ligt op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt haar onderbroek vast en trekt die naar beneden tot halverwege haar bovenbenen. Hij, verdachte, plaatst zijn handen op/naar de rechter lies van het meisje. Hierdoor is het schaamhaar van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar. Als het meisje haar onderbroek aan wil doen, pakt hij, verdachte, de onderbroek vast en doet die weer iets naar beneden. Hij vraagt het meisje zich om te draaien en op haar buik te liggen. Het meisje doet haar onderbroek aan en gaat op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt haar onderbroek tot over de billen naar beneden. Haar blote billen zijn zichtbaar.

    (AG 03.03; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 59)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) doet op verzoek van hem, verdachte, haar broek en onderbroek naar beneden tot over haar knieën. Vervolgens gaat het meisje op de behandeltafel liggen met haar voeten richting de camera. Haar buik en vagina zijn ontbloot en duidelijk zichtbaar in beeld. Haar vagina is van onderen goed zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, draait het meisje zich op haar buik. Haar broek is nog steeds ter hoogte van haar knieën. Hierdoor zijn de billen van het meisje goed in beeld. Vervolgens spreidt hij, verdachte, met zijn beide handen de billen van het meisje. Daarbij is de anus van het meisje goed in beeld.

    (AG 03.04; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 93)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 4 jaar) ligt op haar rug op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt met twee handen haar onderbroek vast en trekt het tot haar knieën naar beneden. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje gestrekt op de behandeltafel liggen en is haar vagina duidelijk zichtbaar in beeld. Vervolgens gaat het meisje op verzoek van hem, verdachte, op haar buik liggen. Haar onderbroek zit ter hoogte van haar knieën waardoor zij met blote billen op de behandeltafel ligt.

    (AG 03.05; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 104)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) ligt op haar rug op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, rolt het meisje haar onderbroek van haar been af tot bijna kniehoogte. Hierdoor is de vagina van het meisje duidelijk in beeld. Vervolgens gaat het meisje op haar linker zij op de behandeltafel liggen. Ze ligt dan met haar (ontblote) billen in de richting van hem, verdachte, op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt met beide handen haar billen vast en trekt deze iets uit elkaar.

    (AG 03.06 en AG 03.16; [bestandsnaam] ZD Amstelveen p. 120A)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) gaat op haar rug met haar benen gestrekt op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje haar onderbroek naar beneden tot haar knieën. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar rug liggen. Haar vagina is nu duidelijk zichtbaar in beeld. Vervolgens gaat het meisje op verzoek van hem, verdachte, op haar buik liggen. Haar blote billen zijn zichtbaar. Hij, verdachte, pakt met beide handen een bil vast en trekt de billen van het meisje iets uit elkaar.

    (AG 03.06 en AG 03.16; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 120E)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Te zien is dat een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) zichzelf uitkleedt. Ze staat naast de behandeltafel met haar gezicht naar de camera. Het meisje heeft een ontbloot bovenlichaam en houdt haar armen voor haar borsten. Op verzoek van hem, verdachte, komt het meisje naar hem toe en draait zij haar rug naar hem toe. Zij staat dan met haar rechter zijde naar de camera en heeft haar armen nog steeds voor haar borsten. Als het meisje met de voorzijde van haar lichaam wegdraait van de camera, draait hij, verdachte, het meisje zodat zij met de voorzijde van haar ontblote bovenlichaam weer op de camera is te zien. Haar borsten zijn dan zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, drukt met beide handen tegen de zijkant van de borsten van het meisje. Hierdoor drukt hij, verdachte, de borsten van het meisje naar binnen toe en komen de borsten omhoog. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt de onderbroek van het meisje iets omhoog. Hierdoor zijn de (ontblote) billen van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar.

    (AG 03.07; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 158)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 17 jaar) is gekleed in een bh en een string. Ze staat naast de behandeltafel met haar rug naar de camera. Doordat het meisje een string draagt zijn haar blote billen grotendeels zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, draait het meisje zich om waardoor de voorzijde van haar lichaam zichtbaar is. Op zijn, verdachtes, verzoek doet het meisje haar bh uit. Ze staat nu met een ontbloot bovenlichaam met de voorzijde gericht naar de camera. Hij, verdachte, pakt met zijn hand de borsten van het meisje vast en drukt/voelt op meerdere plekken op haar borsten.

    (AG 03.09 en AG 03.11, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 224)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 14 jaar) komt in beeld lopen. Het bovenlichaam van het meisje is ontbloot op een witte bh na. Op verzoek van hem, verdachte, komt het meisje met haar rug naar hem, verdachte, staan. Hierdoor is de voorkant van het lichaam van het meisje naar de camera gericht. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje vervolgens haar bh uit. Met zijn rechter hand veegt hij, verdachte, de haren van het meisje die haar linker borst bedekken, over haar schouder naar haar rug. Het ontblote bovenlichaam van het meisje is naar de camera gericht. Te zien is dat hij, verdachte, zijn linker hand op de linker borst van het meisje plaatst en met zijn vingers op verschillende plekken aan deze borst voelt. Met de handpalm van zijn linker hand bedekt hij, verdachte, vervolgens de gehele linker borst van het meisje. Daarna verplaatst hij, verdachte, zijn linker hand naar de rechter borst van het meisje en duwt een aantal keren tegen de linker zijde van deze borst. Vervolgens duwt hij, verdachte, nog een aantal keren met zijn vingers op verschillende plekken op beide borsten. Tot slot bedekt hij, verdachte, met zijn linker hand de volledige rechter borst van het meisje en knijpt daar in.

    (AG 03.12; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 273)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) kleedt zich uit. Daarna staat het meisje in een lichte onderbroek en een donkere bh rechts naast de behandeltafel. Hij, verdachte, gaat achter het meisje staan, draait haar naar voren en duwt haar iets naar rechts. Het meisje staat nu met de voorkant van haar lichaam naar de camera. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje haar beide armen door de bandjes van haar bh en laat zij haar bh langs haar middel zakken tot aan haar onderbroek. Het meisje staat nu met ontbloot bovenlichaam voor [verdachte] . Met zijn rechter hand pakt hij, verdachte, de rechter borst van het meisje vast en tilt hij de borst wat omhoog. Als het meisje haar bh weer heeft aangetrokken, rolt ze op verzoek van hem, verdachte, haar onderbroek naar beneden tot halverwege haar dijbeen. Hierdoor

    is het schaamhaar van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar.

    (AG 03.14, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 326)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 7 jaar) gaat op haar rug op de behandeltafel liggen. Ze is alleen gekleed in een witte onderbroek en sokken. Met zijn linkerhand haalt hij, verdachte, het haar van het meisje weg dat over de rechterzijde van haar borst hangt, waardoor de rechterzijde van haar borst ontbloot is. Met zijn vingers wrijft hij, verdachte, over de rechterzijde van de borst en/of de tepel van het meisje. Hij, verdachte, maakt hierbij ronddraaiende bewegingen. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar onderbroek naar beneden. Hij, verdachte, trekt daarna met zijn beide handen de onderbroek van het meisje verder naar beneden tot net boven haar knieën en duwt dan het linkerbeen van het meisje licht naar buiten. Hierdoor zijn de benen van het meisje licht gespreid en is de vagina van het meisje zichtbaar op de camera. Vervolgens duwt hij, verdachte, ook het rechter been van het meisje naar buiten. Hij, verdachte, plaatst zijn handen onder de liesstreek van het meisje en duwt met de vingers van zijn beide handen de huid naar buiten. Hierdoor opent de vagina van het meisje zich. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar buik liggen. Haar onderbroek zit ter hoogte van haar knieholten. Hij, verdachte, trekt de onderbroek wat naar beneden. Hij, verdachte, drukt op de billen van het meisje en raakt de bilspleet van het meisje aan. Ook duwt hij, verdachte, de huid van de rechterbil van het meisje naar buiten toe. Hierdoor is de anus zichtbaar.

    (AG 03.15, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 346)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 12 jaar) gaat naast de behandeltafel staan en trekt haar hemdje uit. Ze draagt een bh. Het meisje staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera gericht. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar bh uit. Het meisje staat nog steeds met haar gezicht naar de camera. Met zijn vingers duwt hij, verdachte, tegen de borsten van het meisje en duwt daarbij de linker borst wat omhoog. Vervolgens legt hij, verdachte, zijn hand op de rechter borst van het meisje en knijpt daar in. Het meisje gaat daarna met haar rug op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje de bovenrand van haar broek en haar onderbroek naar beneden tot vlak boven haar schaambeen. Even later trekt hij, verdachte, de onderbroek van het meisje naar beneden. Hierdoor is het schaamhaar van het meisje zichtbaar. Het meisje ligt daarbij nog steeds met haar ontblote bovenlichaam op haar rug op de behandeltafel.

    (AG 03.18; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 389)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 17 jaar) staat naast de behandeltafel. Ze draagt eerst nog een bh, maar trekt deze op verzoek van hem, verdachte, uit. Ze staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera gericht en haar bovenlichaam is nu geheel ontbloot. Hij, verdachte, veegt de haren van het meisje die haar linker borst bedekken naar haar rug. Terwijl hij, verdachte, een stethoscoop op de borsten van het meisje plaatst, houdt hij zijn hand op de borsten. De linker borst tilt hij, verdachte, wat op. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje daarna op haar rug op de behandeltafel liggen en duwt zij de bovenrand van haar broek een paar centimeter naar beneden. Hij, verdachte, plaatst zijn handen vlak onder de oksels van het meisje en drukt dan tegen haar borstkas. Hierdoor worden de borsten van het meisje een beetje naar elkaar geduwd. Het meisje doet haar bh en trui weer aan en gaat dan weer op haar rug op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar broek en onderbroek naar beneden, eerst tot op haar knieën en vervolgens tot halverwege haar kuiten. De vagina van het meisje is hierbij zichtbaar. Het meisje heeft haar knieën opgetrokken en haar voeten plat op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje vervolgens haar knieën uit elkaar en ligt dan met haar vagina zichtbaar in beeld.

    (AG 03.25; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 498)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 13 jaar) gaat op haar rug op de behandeltafel liggen. Ze is dan gekleed in een trui of vest en een onderbroek. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar onderbroek naar beneden tot net onder haar kruis/vagina. Het schaamhaar van het meisje is zichtbaar. Het meisje trekt de voorkant van haar onderbroek omhoog en gaat dan op verzoek van hem, verdachte, op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt dan de bovenrand van de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan de onderkant van haar billen. De bilspleet van het meisje is geheel zichtbaar. Hij, verdachte, duwt de rechter bil van het meisje een beetje naar buiten waardoor de billen van het meisje een beetje uit elkaar worden geduwd.

    (AG 03.26; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 519)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 5 jaar) klimt op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, trekt de moeder de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan haar enkels en gaat het meisje op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, pakt met zijn handen de billen van het meisje vast en duwt de billen een stukje uit elkaar, waardoor de anus van het meisje zichtbaar is. Daarna gaat het meisje op zijn, verdachtes, verzoek op haar rug liggen. Haar onderbroek zit dan nog steeds bij haar enkels. Hij, verdachte, duwt dan tegen de binnenkant van de knie van het meisje. Hierdoor ligt het meisje met gespreide benen en is haar vagina duidelijk te zien.

    (AG 03.27; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 537)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 6 jaar) staat met een ontbloot bovenlijf en gekleed in een onderbroek in de behandelruimte. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar rug op de behandeltafel liggen. De moeder van het meisje trekt op zijn, verdachtes, verzoek eerst de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan haar enkels. Daarna haalt de moeder de onderbroek van de enkels van het meisje. Vervolgens trekt hij, verdachte, de benen van het meisje uit elkaar waardoor de vagina en de schaamlippen van het meisje duidelijk zichtbaar worden. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje daarna op haar buik op de behandeltafel liggen. Vervolgens trekt hij, verdachte, aan het been van het meisje zodat haar benen uit elkaar worden geplaatst. Vervolgens trekt hij, verdachte, met zijn handen de (ontblote) billen van het meisje uit elkaar.

    (AG 03.28; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 560)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 8 jaar) alleen gekleed in een onderbroek staat naast de behandeltafel met haar gezicht naar de camera. Op zijn, verdachtes, verzoek trekt het meisje haar onderbroek uit en gaat zij op haar rug op de behandeltafel liggen. Het meisje is dan geheel naakt. Hij, verdachte, doet de benen van het meisje uit elkaar waardoor de gehele vagina van het meisje is te zien. Te zien is dat hij, verdachte, zijn vinger op de schaamlip van het meisje en trekt kort de schaamlippen iets uit elkaar. Daarna gaat het meisje op zijn, verdachtes, verzoek op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, duwt dan met zijn handen de billen van het meisje uit elkaar.

    (AG 03.30; [bestandsnaam] ZD Amstelveen p. 608)

    en

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) gaat naast de behandeltafel staan. Ze doet eerst haar lange broek uit en daarna haar onderbroek. De vrouw heeft alleen nog haar bovenkleding en sokken aan. Op verzoek van hem, verdachte, plaatst het meisje haar billen op de rand van de behandeltafel en haar beide voeten aan weerszijden van haar billen en gaat zij op haar rug liggen. Hij, verdachte, spreidt met zijn vingers beide schaamlippen van het meisje en drukt een speculum in de vagina van het meisje. Gedurende een (1) minuut is de geopende vagina met de speculum erin volledig in beeld. Hierna schijnt hij, verdachte, een lamp in de richting van de vagina. Vervolgens haalt hij, verdachte, de speculum uit de vagina. Vervolgens veegt hij, verdachte, met zijn vinger over een schaamlip van het meisje. Ook spreidt hij, verdachte, met zijn hand meerdere keren de schaamlippen van het meisje.

    Hierna trekt het meisje haar onderbroek en broek weer aan. Op verzoek van hem, verdachte, trekt zij haar bovenkleding en haar bh uit. Hij, verdachte, plaatst een stethoscoop onder de borsten van het meisje en duwt daarbij de borsten iets omhoog. Met zijn beide handen duwt hij, verdachte, aan weerszijden van de borsten van het meisje.

    (AG 03.34; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 669)

    en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

    3.

    hij in de periode van 16 april 2010 tot en met 24 augustus 2010 te Amstelveen, terwijl hij als (huis)arts (in opleiding) werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 8] (AG 03.12) en [slachtoffer 9] (AG03.15) en [slachtoffer 10] (AG 03.18) en [slachtoffer 11] (AG 03.25) en [slachtoffer 12] (AG 03.28) en [slachtoffer 13] (AG 03.30) en [slachtoffer 14] (AG 03.34), die zich als patiënt aan verdachte’s hulp hadden toevertrouwd, die ontuchtige handelingen er in bestaande dat verdachte, terwijl verdachte (telkens) de betreffende consulten/behandelingen (heimelijk en/of bewust) op video heeft opgenomen:

    -bij die [slachtoffer 8] (AG03.12) een tepel en een borst heeft aangeraakt en

    -bij die [slachtoffer 9] (AG 03.15) een tepel heeft aangeraakt en tegen de liesstreek heeft geduwd en op een bil heeft geduwd en

    -bij die [slachtoffer 10] (AG 03.18) een of meer borsten heeft vastgehouden en

    -bij die [slachtoffer 11] (AG 03.25) borsten en een bil en de vagina heeft betast en

    – bij die [slachtoffer 12] (AG 03.28) de schaamlippen en billen heeft gespreid, en

    -bij die [slachtoffer 13] (AG 03.30) de schaamlippen heeft gespreid en de billen van die [slachtoffer 13] heeft betast en

    -bij die [slachtoffer 14] (AG 03.34) borsten heeft betast.

    Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

    5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

    Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

    6 De strafbaarheid van de verdachte

    De verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. Weliswaar is – ondanks dat de verdachte niet heeft meegewerkt aan onderzoeken naar zijn persoon – door deskundigen een pedofiele stoornis vastgesteld en het vermoeden van een (lichte) autistische stoornis geopperd die van invloed kunnen zijn geweest op het plegen van de bewezenverklaarde feiten, maar de rechtbank is van oordeel dat ook als uitgegaan wordt van een maximale doorwerking van deze (mogelijke) stoornissen, dit gelet op de aard van die stoornissen hoogstens leidt tot een enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid, zodat de strafbaarheid van de verdachte niet is uitgesloten.

    7 De strafoplegging

    7.1De vordering van de officieren van justitie

    De officieren van justitie hebben op grond van wat zij bewezen hebben geacht, gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaren met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast hebben de officieren van justitie, gelet op het herhalingsgevaar, de ernst van de feiten, de ernst van de problematiek en het feit dat de verdachte aan het opstellen van de rapportages niet heeft meegewerkt waardoor geen voorwaarden konden worden opgesteld in het kader van een terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden, de tbs-maatregel met dwangverpleging gevorderd, omdat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen die verpleging van overheidswege eisen.

    Daarnaast hebben zij gevorderd dat aan de verdachte een beroepsverbod om werkzaam te zijn in de gezondheidszorg of de maatschappelijke zorg voor de duur van elf jaren wordt opgelegd.

    7.2Het standpunt van de verdediging

    Ter terechtzitting heeft de verdediging een aantal verweren gevoerd tegen oplegging van een tbs-maatregel en verzocht om oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

    De verdediging heeft in de eerste plaats bepleit dat de tbs-maatregel niet opgelegd kan worden omdat in de onderhavige zaak niet is voldaan aan het gevaarscriterium ex artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht. Er zou geen concreet gevaar voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen bestaan waarvoor de oplegging van de maatregel wordt vereist. De feiten zoals deze zijn gepleegd en de risico’s die hiervan uitgaan, voor zover deze bewezen kunnen worden verklaard, kunnen door de oplegging van bijzondere voorwaarden, in het bijzonder door een behandeling, worden uitgesloten. De verdachte heeft bovendien een blanco strafblad. De verdediging heeft verder naar voren gebracht dat niets concreets bijdraagt aan de onderbouwing dat sprake zou zijn van een pedofiele stoornis, laat staan welke invloed die stoornis zou hebben gehad op de tenlastegelegde feiten. De vaststelling door de deskundigen dat bij de verdachte sprake is van een pedofiele stoornis, louter gebaseerd op de DSM criteria, zonder enig nader onderzoek, gaat een brug te ver. Daar komt bij dat ten onrechte uitgegaan wordt van een veelvoud aan strafbare feiten gedurende een langere periode waarbij als belangrijkste informatiebron de vrouw van de verdachte is geraadpleegd.

    Verder heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat oplegging van de tbs-maatregel – al dan niet met voorwaarden – een te zwaar middel is en dat er andere minder vergaande alternatieven voorhanden zijn. De verdachte is – in tegenstelling tot de weergave van de proceshouding van de verdachte in de rapportages van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) en de reclassering – bereid zich te laten behandelen en zich aan alle bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel te houden. Een voorwaardelijke gevangenisstraf zou voor de verdachte een enorme stok achter de deur zijn om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden. Daarnaast is hij gemotiveerd om aan zijn problematiek te werken en erkent hij al vanaf het begin de noodzaak tot het ondergaan van een behandeling. Een en ander blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte al tijdens zijn verblijf in detentie is gestart met het voeren van gesprekken met de psycholoog van de P.I. om een behandelvraag te formuleren en dat hij al een intakegesprek heeft gehad met De Waag om de behandeling zo snel mogelijk te kunnen laten aanvangen.

    De verdediging heeft daarom verzocht om aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld de door uw rechtbank nader te stellen bijzondere voorwaarden, waarbij gedacht kan worden aan: een reclasseringstoezicht (onder andere betreffende het internetgebruik), een behandelverplichting bij De Waag (die tijdens detentie al zou kunnen worden opgestart), een contactverbod met de slachtoffers en het houden aan de aanwijzingen en afspraken met behandelaars/begeleiders.

    Subsidiair heeft de verdediging een voorwaardelijk verzoek gedaan, inhoudende dat indien de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd acht wat betreft het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, de zaak dient te worden aangehouden om de reclassering opdracht te geven tot het opstellen van bijzondere voorwaarden.

    7.3Het oordeel van de rechtbank

    Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en zijn gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

    De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

    De ernst van de feiten en de houding van de verdachte

    De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen – waarbij in sommige gevallen sprake was van seksueel binnendringen – met een groot aantal minderjarigen, waaronder zijn eigen dochter (op dit moment acht jaar oud), vriendinnetjes van zijn dochter die bij hem thuis langskwamen, en meisjes dan wel jonge vrouwen die hij in zijn hoedanigheid als huisarts behandelde door intieme lichaamsdelen (borsten, schaamstreek, vagina en/of billen) te betasten terwijl dit medisch onnodig en onwenselijk was. Daarnaast heeft hij meerdere kinderpornografische foto’s gemaakt van zijn dochter en een vriendinnetje van zijn dochter en heeft hij kinderpornografische video-opnames gemaakt van meisjes en jonge vrouwen die bij hem in een huisartsenpraktijk kwamen. Dit laatste deed hij door heimelijk consulten van deze patiënten te filmen waarbij deze zich geheel of gedeeltelijk moesten ontkleden. Hierbij zorgde de verdachte ervoor – door positionering van de camera en de patiënte – dat de borsten, schaamstreek en/of billen op film zichtbaar waren. Om dit te bewerkstelligen deed hij in voorkomende gevallen onderzoek dat medisch niet noodzakelijk en onwenselijk was. Hij bewerkte vervolgens de verkregen opnames door ze op maat te maken en bewaarde ze onder een naam waaruit onder meer de leeftijd van de betreffende patiënte blijkt. Ruim veertig van dit soort opnames is bij de verdachte aangetroffen, waarbij op sommige ook meerderjarige vrouwen te zien zijn. Ten slotte is bij de verdachte ook een aanzienlijke hoeveelheid (meer dan duizend foto’s) kinderpornografisch materiaal aangetroffen dat niet door hemzelf is gemaakt.

    De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij vanuit verschillende belangrijke private en maatschappelijke rollen het vertrouwen dat anderen in hem stelden op grove wijze heeft geschonden. Zowel als vader, als ouder aan wie de zorg voor de minderjarige vriendinnetjes van zijn dochter was toevertrouwd, en als huisarts heeft hij telkens zijn eigen behoefte boven het welzijn van anderen gesteld, anderen die bovendien ook nog van hem afhankelijk waren. Voor de betrokken jonge kinderen, waaronder zijn dochter, geldt dat op dit moment nog onduidelijk is in welke mate het gedrag van de verdachte hen heeft geschaad en in hun latere ontwikkeling nog zal schaden. De betrokken ouders zullen met deze onzekerheid over het welzijn van hun kinderen moeten leren omgaan. Uit de verklaringen en vorderingen ingediend door slachtoffers van het heimelijk filmen in de huisartsenpraktijk blijkt dat zij zich vies, bekeken en misbruikt voelen. Daarnaast bestaat bij hen de angst dat het gefilmde materiaal is verspreid – waarvoor tot op heden overigens geen aanwijzingen bestaan – en heeft het vertrouwen in (mannelijke) artsen in veel gevallen een gevoelige knauw gekregen. Dit laatste klemt in het bijzonder nu een consult bij een (huis)arts bij uitstek een plek is waar een patiënt zich fysiek en mentaal kwetsbaar moet kunnen opstellen en de patiënt er volledig op moet kunnen vertrouwen dat de betreffende arts daarbij te allen tijde de gepaste discretie in acht neemt.

    Al deze gevolgen heeft de verdachte willens en wetens op de koop toe genomen, terwijl juist hij deze – vanuit zijn hoedanigheid als arts – had kunnen en moeten voorzien en voorkomen. Het feit dat het misbruik desondanks op deze schaal heeft plaatsgehad, is naar het oordeel van de rechtbank zeer ernstig en zorgwekkend. Deze laatste kwalificaties krijgen voorts meer gewicht door het feit dat de verdachte gedurende de afgelopen tien jaar op geen enkele wijze hulp heeft gezocht, terwijl hij het laakbare van zijn handelen kende en voor hem, gelet op zijn intelligentie en opleiding, de weg naar hulpverlening open lag. Reeds gelet op de hoeveelheid en aard van de bewezenverklaarde feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet van op zichzelf staande incidenten worden gesproken – zoals de verdachte wel lijkt te betogen. Er zijn echter ook nog incidenten in het dossier gedocumenteerd die niet ten laste zijn gelegd. Die incidenten gaan terug tot 2007, en omvatten het heimelijk fotograferen onder de rokjes van meisjes, het heimelijk opnemen van andere huisartsconsulten en het aanbieden van een gebruikte onderbroek van zijn dochter in ruil voor toegang tot een verzameling kinderporno. Als deze incidenten mee worden geteld, kan niet anders vastgesteld worden dan dat sprake is van een omvangrijk en diepgeworteld patroon. Of de verdachte dit patroon – buiten zijn verklaring dat hij “een kronkel in zijn kop heeft” waardoor hij dingen doet die “niet kunnen” – niet wil onderkennen of dat hij dit wellicht – als gevolg van (een) mogelijk bij hem bestaande stoornis(sen) – ook niet kan onderkennen, is niet duidelijk geworden. Dat komt omdat de verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn persoonlijkheid door te weigeren mee te werken aan de onderzoeken daaromtrent.

    De (inhoud van de) gesprekken die de verdachte met een psycholoog in de penitentiaire inrichting heeft gehad en waar de verdachte ter zitting aan gerefereerd heeft, doen hier niet aan af. Die gesprekken zijn immers niet gevoerd met forensische deskundigen, en de betreffende psycholoog kent ook het strafdossier niet en is voor informatie geheel afhankelijk van de verdachte. Dit gebrek aan medewerking weegt de rechtbank mee ten nadele van de verdachte. Dit geldt eveneens voor het feit dat de verdachte in het feitenonderzoek geen volledige openheid van zaken heeft gegeven door bijvoorbeeld het achterhouden van wachtwoorden van gegevensdragers en enkel over belastende zaken te verklaren als het niet anders kon, terwijl hij zich verder heeft beroepen op zijn zwijgrecht ofwel heeft aangegeven geen herinnering meer te hebben aan het gebeurde, hetgeen de rechtbank, gelet op de aard van de gebeurtenissen en het ontbreken van een verklarende psychische of neurologische aandoening, ongeloofwaardig voorkomt. Hierdoor komt de verdachte ontwijkend, verhullend en berekenend over. Dit doet afbreuk aan de door hem ter terechtzitting betuigde spijt, hoezeer hij dit wellicht ook meent en voelt.

    Overige informatie over de persoon van de verdachte

    Het strafblad

    Uit het strafblad van de verdachte van 13 december 2018 volgt dat hij, voorafgaand aan de bewezen verklaarde feiten, niet eerder is veroordeeld voor relevante andere strafbare feiten.

    De rapporten

    De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende rapportages die over de verdachte zijn opgemaakt.

    Het Pro Justitia rapport (psychologisch) van 31 januari 2018

    De verdachte heeft aan het onderzoek door psycholoog [psycholoog] niet meegewerkt. Om die reden heeft de psycholoog de onderzoeksvragen niet kunnen beantwoorden.

    De psycholoog heeft in overweging gegeven om de verdachte te laten observeren in het Pieter Baan Centrum.

    Het rapport van het Pieter Baan Centrum van 6 september 2018

    Ook aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) heeft de verdachte zijn medewerking onthouden, waardoor de deskundigen zich hebben onthouden van (een volledig) advies. Wel hebben psycholoog [psycholoog] en psychiater [psychiater] gerapporteerd over hetgeen uit de observatie van de verdachte, uit het dossier en uit het milieuonderzoek is af te leiden.

    Hieruit komt naar voren dat er bij de verdachte geen aanwijzingen zijn voor ernstige psychopathologie in de zin van een psychose, een ernstige depressieve stoornis, een angststoornis of een bipolaire stoornis. Evenmin zijn er aanwijzingen voor verslavingsproblemen of een verminderde intelligentie. Een ernstige autistische stoornis lijkt bij de verdachte evenmin aannemelijk. Een (mildere) autistische stoornis, die ook fors beperkend kan zijn in het dagelijks sociaal en emotioneel functioneren, is daarentegen niet uit te sluiten gelet op het feit dat verschillende referenten hebben genoemd dat er bij de verdachte vanaf zijn volwassenheid sprake is van problemen in de afstemming en de sociale interactie, naast opvallende zaken op emotioneel gebied. Dit zou echter nader onderzocht moeten worden.

    Voorts komt naar voren dat er sinds 2007 veel aanwijzingen en signalen zijn voor de aanwezigheid van divers seksueel grensoverschrijdend gedrag van de verdachte, ook los van de huidige tenlastegelegde feiten. Uit de beschikbare informatie komt daarbij een duidelijke voorkeur naar voren voor jonge meisjes. Gezien het expliciete beeldmateriaal concluderen de onderzoekers dat, indien de feiten bewezen worden verklaard, er bij de verdachte sprake moet zijn van een pedofiele stoornis. Tevens zijn er vermoedens van een bijkomende parafilie, zoals voyeurisme. Een pedofiele stoornis is een hardnekkige stoornis die in de regel zonder behandeling niet verdwijnt, en deze was ook aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Doordat de verdachte niet heeft meegewerkt, is onbekend gebleven hoe deze seksuele stoornis bij de verdachte tot uiting komt, wat zijn (seksuele) belevingen zijn, de mate van exclusiviteit van de pedofiele gevoelens, of er sprake is van hyperseksualiteit, of er andere preoccupaties zijn, hoe groot zijn controle over de seksuele impulsen is, hoe zijn coping strategieën zijn en of zijn seksualiteitsbeleving ook een vorm van coping is. Ook is onbekend gebleven in hoeverre een eventueel aanwezige autistische stoornis of persoonlijkheidsproblemen hierin een rol spelen. Daarnaast is onduidelijk welke mate van keuzevrijheid bij de verdachte bestond bij het plegen van de tenlastegelegde feiten, indien bewezen. Er kan daarom niet bepaald worden wat de doorwerking van de vastgestelde stoornis is in de tenlastegelegde feiten.

    Het is zonder nader onderzoek niet mogelijk om een pathologisch bepaald recidiverisico te formuleren. Wel is sprake van een langdurig patroon en een grote hoeveelheid aan signalen en tenlastegelegde feiten, zodat verondersteld kan worden dat sprake is van een ingesleten gedragspatroon, wat per definitie moeilijk veranderbaar is. Over welke mogelijke behandelingen en interventies gelet hierop noodzakelijk zijn en in welk juridisch kader, kan onder deze omstandigheden geen uitspraak worden gedaan, aldus het rapport.

    Het rapport van de reclassering van 21 december 2018

    De verdachte heeft in eerste instantie ook niet met de reclassering in gesprek willen gaan. Later heeft hij dit alsnog gedaan en aangegeven dat hij een aantal van de tenlastegelegde feiten bekent, maar dat hij zich deze grotendeels niet meer kan herinneren. Geconfronteerd met het feit dat hij, door geen medewerking aan het persoonlijkheidsonderzoek te verlenen, de kans om uit te zoeken waar dit gedrag vandaan komt, niet heeft benut, geeft hij aan dat dit een gekozen en strategische proceshouding is, ingegeven door zijn advocaat.

    Naar eigen zeggen staat hij wel open voor diagnostiek, maar pas na de zitting en niet door het in zijn ogen bevooroordeelde NIFP of PBC. Gelet op deze proceshouding wenst hij ook geen toestemming te geven voor het inwinnen van nadere informatie bij de inrichtingspsycholoog met wie hij al enige tijd intensief gesprekken voert. Deze houding van de verdachte maakt dat de reclassering slechts een oppervlakkig gesprek met de verdachte heeft kunnen voeren, waardoor zij geen zicht hebben gekregen op de factoren die geleid hebben tot het delictgedrag en evenmin op de factoren die in verband staan met het risico op recidive. Wel acht de reclassering de kans op recidive – gelet op de informatie die wél beschikbaar is – zeer reëel, waarbij ook verwezen wordt naar de conclusie van het PBC over de bij de verdachte bestaande seksuele preoccupatie met jonge meisjes en het feit dat hij – indien de feiten worden bewezen – voor een langere periode misbruik heeft gemaakt van gelegenheden die hij zag op meerdere plekken in diverse rollen (onder andere als vader en als huisarts). Ook bij gebruik van het risicotaxatie-instrument Static-99R valt de verdachte – indien de feiten waarvan hij verdacht wordt meegenomen worden – in de categorie met een matig-hoog aantal statische risicofactoren. Op basis van de lage responsiviteit die bij de verdachte is waargenomen, sluit de reclassering daarbij niet uit dat de verdachte zich zal onttrekken aan eventueel bij een straf of maatregel op te leggen voorwaarden.

    Concluderend kan de reclassering als gevolg van het gebrek aan informatie over de persoonlijkheid van de verdachte niet adviseren over mogelijke interventies of toezicht, en daarmee ook niet over de wenselijkheid van algemene en/of bijzondere voorwaarden bij een op te leggen straf of maatregel. Wel adviseert de reclassering in het geval van veroordeling aan de verdachte een beroepsverbod op te leggen om te voorkomen dat de verdachte opnieuw in een soortgelijke situatie aan de slag kan gaan. Dit sluit risico’s uit en schept duidelijkheid, aldus het rapport van de reclassering.

    Straf en/of maatregel?

    De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de zaak tegen de verdachte moet worden afgedaan met een (al dan niet lange) gevangenisstraf, of dat er aanleiding is om de verdachte (eventueel daarnaast) een strafrechtelijke maatregel, zoals terbeschikkingstelling (tbs), al dan niet met dwangverpleging, op te leggen.

    Om de maatregel van terbeschikkingstelling te kunnen opleggen dient, ingevolge het eerste lid van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), de vraag te worden beantwoord of bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond (onderdeel 1), alsmede of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist (onderdeel 2). Voorts is krachtens de wet voor een last tot terbeschikkingstelling een advies van twee gedragsdeskundigen, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht, vereist. Uit alle hiervoor besproken rapportages blijkt dat de verdachte een weigerende observandus is in de zin van artikel 37a, derde lid, Sr in combinatie met artikel 37, derde lid, Sr. Op grond van artikel 37a, derde lid, Sr in combinatie met artikel 37, derde lid, Sr kan ook aan een weigerende observandus de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging worden opgelegd. De eis van een (volwaardig) multidisciplinair onderzoek, als bedoeld in artikel 37a, derde lid, Sr in combinatie met artikel 37, tweede lid, Sr vervalt in dat geval. Ook dan blijft evenwel vereist dat wordt vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van het feit.

    Gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens?

    De rechtbank hecht, bij de beantwoording van de vraag of bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, in het bijzonder waarde aan het hiervoor genoemde rapport van het PBC van 6 september 2018. Hoewel de verdachte aan het onderzoek in het PBC niet mee heeft willen werken, blijkt uit het rapport van de twee deskundigen wel dat bij de verdachte sprake is van een pedofiele stoornis indien de tenlastegelegde feiten worden bewezen. Nu de rechtbank hierboven tot een bewezenverklaring van nagenoeg alle tenlastegelegde feiten is gekomen, ziet zij geen beletsel deze conclusie van de deskundigen over te nemen. Hierbij is voorts van belang dat deze conclusie door de onderzoekers met redenen is omkleed. De redeneringen en conclusies in het rapport zijn voorts begrijpelijk en navolgbaar. De raadsman van de verdachte heeft weliswaar in twijfel getrokken of de informatie die voorhanden is, voldoende is om tot het bestaan van een pedofiele stoornis te kunnen concluderen, maar de rechtbank deelt die twijfel niet, gelet op het voorgaande en bij gebrek aan een andersluidende contra-expertise.

    Gelet op het rapport van de deskundigen van het PBC in combinatie met de bewezenverklaarde feiten, is naar het oordeel van de rechtbank het bestaan van een pedofiele stoornis bij de verdachte in voldoende mate aannemelijk geworden. Een dergelijke stoornis is naar zijn aard duurzaam. Dit brengt mee dat de rechtbank concludeert dat deze stoornis aanwezig was bij de verdachte toen hij de bewezenverklaarde feiten pleegde.

    Recidiverisico?

    In alle rapportages wordt aangegeven dat het risico op recidive moeilijk is in te schatten bij gebrek aan relevante informatie over de persoonlijkheid van de verdachte en de (mogelijk) bestaande stoornis(sen). Dit laat evenwel onverlet dat uit de aard van de bij de verdachte vastgestelde stoornis en de veelheid aan bewezenverklaarde feiten wel degelijk kan worden afgeleid dat een aanzienlijk risico op recidive aannemelijk is – zoals ook in de rapportages is te lezen – zeker als adequate behandeling uitblijft. Hierbij is voorts van belang dat de verdachte tot op heden niet heeft laten zien dat hij beschikt over enig ziekte-inzicht om een dergelijke behandeling te laten slagen, te minder nu hij tot op heden niet uit eigen beweging hulp heeft gezocht.

    Conclusie

    Naar het oordeel van de rechtbank is de stoornis van de verdachte en het daaruit voortvloeiende recidiverisico zodanig dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om de verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. Gelet op het door de reclassering gesignaleerde gebrek aan responsiviteit in de houding van de verdachte en het hierboven beschreven gebrek aan ziekte-inzicht heeft de rechtbank geen enkel aanknopingspunt voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Om dezelfde redenen ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het opleggen van een tbs met voorwaarden. Het voorwaardelijk gedane verzoek van de raadsman wordt dan ook afgewezen.

    De rechtbank ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan om ten aanzien van de feiten onder 2, 4, 5 en 6 van dagvaarding I, en onder 2 en 3 van dagvaarding II, de terbeschikkingstelling van de verdachte te gelasten. Nu genoemd recidiverisico een aanzienlijk gevaar voor personen oplevert omdat aannemelijk is dat de verdachte zonder behandeling opnieuw ontucht zal plegen met jeugdige slachtoffers zal de rechtbank bepalen dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd. Deze door de verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de oplegging van deze maatregel. Nu de tbs-maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar hebben veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, is sprake van een ongemaximeerde tbs als bedoeld in artikel 38e Sr en kan de totale duur van de op te leggen maatregel om die reden een periode van vier jaar te boven gaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om een advies te geven over het tijdstip waarop de tbs met dwangverpleging dient aan te vangen, zoals bedoeld in artikel 37b Sr.

    Hierboven heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat zij de verdachte hooguit enigszins verminderd toerekeningsvatbaar acht en dat dit betekent dat zijn strafbaarheid niet geheel is uitgesloten. De rechtbank is derhalve van oordeel dat aan de verdachte gelet op de ernst, aard en veelheid van de gepleegde feiten, naast voornoemde maatregel, ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Wat betreft de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de voor de rechtbank geldende LOVS-oriëntatiepunten alsmede bij straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde straf in beginsel passend en geboden, maar zal deze enigszins matigen nu de rechtbank niet in alle gevallen waarin de officier van justitie tot bewezenverklaring heeft geconcludeerd, tot een bewezenverklaring komt. Voorts zal de rechtbank het door de reclassering geadviseerde en door de officier van justitie verzochte beroepsverbod aan de verdachte opleggen, met dien verstande dat dit heeft te gelden voor beroepen in de gezondheidszorg gedurende de maximale wettelijke termijn.

    8 De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregelen

    8.1Inleiding

    ten aanzien van dagvaarding I

    [slachtoffer 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.500,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit immateriële schade.

    [slachtoffer 7] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 7.230,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 1.230,-, bestaande uit de posten:

    – reiskosten (bezoeken aan politie, rechtbank en therapie) ad € 180,-

    – kunstzinnige therapie ad € 1.050,-;

    en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 6.000,-.

    [slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4.085,28. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade, zijnde reiskosten (aangifte, pro forma en inhoudelijke zitting), voor een bedrag groot € 85,28 en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 4.000,-.

    [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 10.000,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit immateriële schade.

    ten aanzien van dagvaarding II

    [slachtoffer 15] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.353,95. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 1.353,95, bestaande uit de posten:

    – eigen risico over 2018 en 2019 ad € 731,86;

    – fysiotherapie ad € 357,-;

    – extra reis- en parkeerkosten ad € 160,29;

    – OV-kosten ad € 104,80

    en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 1.000,-.

    [slachtoffer 5] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 30] ,

    [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd ter zake van de vorderingen tot schadevergoeding, groot € 1.000,-. De vorderingen tot schadevergoeding bestaan telkens uit immateriële schade.

    [slachtoffer 23] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.057,88. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit € 57,88 materiële schade, zijnde reis- en parkeerkosten, en € 2.000,- immateriële schade.

    [slachtoffer 24] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 22.950,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 20.450,-, bestaande uit een jaar studievertraging en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 2.500,-.

    [slachtoffer 25] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding. Uit de vordering tot schadevergoeding blijkt dat er geen schadebedrag is ingevuld, maar dat bij het schadebedrag onder het kopje ‘immateriële schade’ staat vermeld “hetgene wat u hieraan zou toekennen”.

    [slachtoffer 26] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.500,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit immateriële schade voor een bedrag groot € 2.500,- en de proceskosten voor een bedrag van € 894,-.

    [slachtoffer 27] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.010,91. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit € 10,91 materiële schade, zijnde reis- en parkeerkosten, en € 1.000,- immateriële schade.

    [slachtoffer 28] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.013,04. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit € 13,04 materiële schade, zijnde reis- en parkeerkosten, en € 1.000,- immateriële schade.

    [slachtoffer 11] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.118,62. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit € 118,62 materiële schade, zijnde reis- en parkeerkosten, en € 3.000,- immateriële schade.

    [slachtoffer 29] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.165,46. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade, bestaande uit de posten:

    – reis- en parkeerkosten ad € 110,98;

    – tegemoetkoming verlofuren ten behoeve van bijwonen pro forma ad € 54,48 (= 8 x € 6,81 per uur), en € 1.000,- immateriële schade.

    8.2Het standpunt van de officieren van justitie

    De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 29] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] .

    Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23] hebben de officieren van justitie zich op het standpunt gesteld dat een totaalbedrag van € 1.057,88, bestaande uit

    € 57,88 materiële schade en € 1.000,- immateriële schade, dient te worden toegewezen en dat het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

    Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25] hebben de officieren van justitie, nu door de benadeelde partij geen bedrag is ingevuld en daarom feitelijk geen sprake is van een ingediende vordering, gevorderd om een schadevergoedingsmaatregel van € 1.000,- op te leggen, gelet op de soortgelijke vorderingen die wel van een bedrag zijn voorzien.

    Wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26] hebben de officieren van justitie geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 1.000,- immateriële schade. Het gevorderde bedrag aan proceskosten ad € 894,- achten de officieren van justitie onvoldoende onderbouwd, zodat het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

    De officieren van justitie hebben ten aanzien van alle toegewezen vorderingen de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

    8.3Het standpunt van de verdediging

    De raadsman van de verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard dan wel afgewezen moeten worden, indien hij vrijspraak heeft bepleit van de tenlastegelegde feiten waarop de vorderingen betrekking hebben. Verder heeft de raadsman in algemene zin naar voren gebracht dat, voor zover de vorderingen zien op toekomstige (psychische) schade, deze schade op dit moment niet voldoende concreet kan worden vastgesteld en dat de vorderingen in zoverre niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

    Ten aanzien van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] gevorderde materiële schadeposten kunstzinnige therapie en de daarbij behorende reiskosten heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze schade dient te worden afgewezen, nu dit onvoldoende met stukken (bijvoorbeeld verwijzing van een arts) is onderbouwd. Wat betreft de immateriële schade die is gevorderd door de benadeelde partijen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 4] heeft de raadsman verzocht om die bedragen aanzienlijk te matigen, nu de onderhavige zaak onvoldoende gelijkenis vertoont met de zaak waarop de benadeelde partijen zich hebben beroepen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij

    [slachtoffer 1] heeft de raadsman verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing; uit de stukken blijkt dat het op dit moment juist goed gaat met de benadeelde partij.

    De raadsman heeft zich, onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 17 februari 2011 (ECLI:NL:RBALK:2011:BP6263), op het standpunt gesteld dat wat betreft de gevorderde immateriële schade, die ziet op het bij dagvaarding II onder 1 tenlastegelegde feit – kort gezegd: de beschikking hebben over heimelijke opnames –, ten hoogste een bedrag van € 500,- per benadeelde partij kan worden toegewezen.

    Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de opgevoerde materiële schadeposten eigen risico 2018 en 2019, fysiotherapie en de ten behoeve daarvan gemaakte reis- en parkeerkosten dienen te worden afgewezen, omdat dit geen rechtstreekse schade betreft als gevolg van het bij dagvaarding II onder 1 bewezenverklaarde feit en tevens onvoldoende onderbouwd is.

    De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24] , voor zover die ziet op de materiële schade, moet worden afgewezen omdat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de benadeelde partij daadwerkelijk schade heeft geleden als gevolg van studievertraging. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

    Wat betreft de door de benadeelde partij [slachtoffer 25] ingediende vordering kan volgens de raadsman geen bedrag tot schadevergoeding worden toegekend, omdat de benadeelde partij een niet nader opgegeven bedrag aan immateriële schade heeft gevorderd.

    De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26] dient volgens de raadsman te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van enige onderbouwing.

    8.4Het oordeel van de rechtbank

    Algemene overwegingen ten aanzien van de vorderingen benadeelde partijen

    Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de hierna te noemen benadeelde partijen, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van de bij dagvaarding I en II bewezen verklaarde feiten.

    De gevorderde immateriële schade

    ten aanzien van dagvaarding I (het plegen van ontucht in de privésfeer)

    Voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben op de hiervoor bij dagvaarding I bewezen verklaarde feiten – kort gezegd: het plegen van ontuchtige handelingen en/of het seksueel binnendringen – acht de rechtbank, gelet op de aangiftes en de schriftelijke slachtofferverklaringen, voldoende aannemelijk geworden dat de zeer jeugdige kinderen door het handelen van de verdachte in hun persoon zijn aangetast en dat zij (psychische) schade hebben geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. Daarbij overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat personen die op jonge leeftijd te maken krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag daarvan – al dan niet op latere leeftijd – langdurig psychisch leed kunnen ondervinden. Gelet op de aard, ernst, frequentie en gevolgen van de ontuchtige handelingen en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, zal de rechtbank de gevorderde bedragen aan immateriële schade naar billijkheid begroten op € 1.000,- per benadeelde partij. De feiten en omstandigheden zoals die bewezen zijn verklaard geven aanleiding om rekening te houden met de mogelijkheid dat de daadwerkelijke omvang van het ondervonden en nog te ondervinden nadeel als gevolg van verdachtes handelen genoemd bedrag uiteindelijk te boven zal gaan. Echter is dit gelet op de jeugdige leeftijd van de betrokkenen nog onvoldoende voorzienbaar, zodat de rechtbank op dit moment geen aanleiding ziet om hogere bedragen toe te wijzen. De benadeelde partijen zullen voor het overige deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.

    ten aanzien van dagvaarding II (het heimelijk filmen en het plegen van ontucht in huisartsenpraktijk)

    Voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben op de hiervoor bij dagvaarding II onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten – kort gezegd: het ter beschikking hebben gehad van heimelijke, al dan niet kinderpornografische, opnames – acht de rechtbank een bedrag van € 500,- naar maatstaven van billijkheid toewijsbaar. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de impact en de gevolgen die het handelen van de verdachte teweeg hebben gebracht, zoals gebleken is uit de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. Voor de overige gevorderde immateriële schade dienen de vorderingen van de benadeelde partijen te worden afgewezen.

    Verder is de rechtbank van oordeel dat, indien de vordering naast de bij dagvaarding II onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten mede betrekking heeft op het hiervoor bij dagvaarding II onder 3 bewezen verklaarde feit – kort gezegd: het plegen van ontuchtige handelingen –, een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van in totaal

    € 1.500,- op gronden van billijkheid voor vergoeding in aanmerking dient te komen.

    De rechtbank zal ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen als volgt beslissen.

    ten aanzien van dagvaarding I

    [slachtoffer 6]

    Ter zake van de door [slachtoffer 6] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.000,- toewijzen en de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren.

    [slachtoffer 7]

    Ter zake van de door [slachtoffer 7] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.000- toewijzen. Daarnaast acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde therapie- en reiskosten heeft moeten maken. Nu de gevorderde materiële schade bovendien voldoende is onderbouwd, acht de rechtbank het gevorderde bedrag voor toewijzing vatbaar.

    De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van (€ 1.000,- +

    € 1.050,- + € 180,- =) € 2.230,- en het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

    [slachtoffer 4]

    Ter zake van de door [slachtoffer 4] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen, aangezien de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding I onder 5 bewezen verklaarde feit. Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 3 bewezen verklaarde feit, waarop de vordering mede betrekking heeft, integraal zal worden vrijgesproken. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten reiskosten, toekennen zoals verzocht.

    De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van (€ 500,- +

    € 85,28 =) € 585,28 en het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

    [slachtoffer 1]

    Ter zake van de door [slachtoffer 1] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.000,- toewijzen en de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren.

    ten aanzien van dagvaarding II

    [slachtoffer 5] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 30] ,

    [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22]

    Ter zake van de door [slachtoffer 5] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen en de vorderingen voor het overige deel afwijzen.

    [slachtoffer 15]

    Ter zake van de door [slachtoffer 15] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen en het overige afwijzen. De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de materiële schadeposten ‘eigen risico over 2018 en 2019’, ‘fysiotherapeut’ en de bij de fysiotherapeut behorende ‘extra reis- en parkeerkosten’ ad

    € 51,40, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs bij te brengen. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

    De overige gevorderde materiële schade acht de rechtbank alleszins redelijk en voldoende onderbouwd en dus voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van (€ 500,- + € 213,69 =) € 713,69,- en de benadeelde partij, voor zover de vordering betrekking heeft op de materiële schade, niet-ontvankelijk verklaren.

    [slachtoffer 23]

    Ter zake van de door [slachtoffer 23] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten de reis- en parkeerkosten, toekennen zoals verzocht. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van

    (€ 500,- + € 57,88 =) € 557,88 en voor het overige afwijzen.

    [slachtoffer 24]

    Ter zake van de door [slachtoffer 24] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.500,- toewijzen en het overige afwijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het gevorderde ter zake materiële schade wegens studievertraging, omdat de rechtbank van oordeel is dat deze schadepost thans onvoldoende is onderbouwd en dat het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs bij te brengen. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

    [slachtoffer 25]

    De rechtbank zal, nu de benadeelde partij een niet nader opgegeven bedrag aan immateriële schade heeft gevorderd, een schadevergoedingsmaatregel van € 1.500,- opleggen, gelet op de soortgelijke vorderingen die wel van een bedrag zijn voorzien.

    [slachtoffer 26]

    Ter zake van de door [slachtoffer 26] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde proceskosten ad € 894,- afwijzen, nu deze onvoldoende zijn onderbouwd. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 500,- en het overige afwijzen.

    [slachtoffer 27]

    Ter zake van de door [slachtoffer 27] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten de reiskosten, toekennen zoals verzocht. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van (€ 500,- +

    € 10,91 =) € 510,91 en voor het overige afwijzen.

    [slachtoffer 28]

    Ter zake van de door [slachtoffer 28] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten de reis- en parkeerkosten, toekennen zoals verzocht. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van

    (€ 500,- + € 13,04 =) € 513,04 en voor het overige afwijzen.

    [slachtoffer 11]

    Ter zake van de door [slachtoffer 21] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.500,- toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten de reiskosten, toekennen zoals verzocht. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van

    (€ 1.500,- + € 118,62 =) € 513,04 en voor het overige afwijzen.

    [slachtoffer 29]

    Ter zake van de door [slachtoffer 29] gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 500,- toewijzen en het overige afwijzen. Daarnaast zal de rechtbank de niet betwiste en voldoende onderbouwde materiële schade, te weten de reis- en parkeerkosten ad € 110,98, toekennen zoals verzocht. Wat betreft de materiële schadepost tegemoetkoming verlofuren ten behoeve van bijwonen pro forma (ad € 54,48) is de rechtbank van oordeel dat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren indien de benadeelde partij in dit stadium van de procedure alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om nader bewijs bij te brengen. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een totaalbedrag van (€ 500,- + € 110,98 =) € 610,98.

    Ten aanzien van alle toegewezen vorderingen

    Wettelijke rente

    De rechtbank zal ten aanzien van alle toegewezen vorderingen de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 24 oktober 2017, de datum waarop de verdachte is aangehouden, omdat vast is komen te staan dat de schade in elk geval met ingang van die datum is ontstaan.

    Het voorgaande brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

    Schadevergoedingsmaatregel

    Nu de verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bij dagvaarding I en II bewezen verklaarde feiten is toegebracht en de verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot:

    – € 1.000,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 6] ;

    – € 2.230,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 7] ;

    – € 585,28 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4] ;

    – € 1.000,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5] ;

    – € 713,69 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 15] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 16] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 17] ;

    – € 557,88 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 23] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 18] ;

    – € 1.500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 8] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 19] ;

    – € 1.500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 25] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 26] ;

    – € 510,91 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 27] ;

    – € 513,04 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 28] ;

    – € 1.618,62 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 11] ;

    – € 610,98 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 29] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 30] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 20]

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 21] ;

    – € 500,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 22] ,

    vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de hiervoor genoemde slachtoffers.

    9 Beslag

    9.1De vordering van de officieren van justitie

    De officieren van justitie hebben gevorderd dat de voorwerpen 3, 4 en 7 t/m 12 zoals weergegeven op de beslaglijst dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met deze voorwerpen is immers kinderporno vervaardigd of opgeslagen en daarnaast zijn de voorwerpen bestemd tot heimelijk opnemen. Ten aanzien van de voorwerpen 5 en 6 zijn de officieren van justitie van oordeel dat deze kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

    Daarnaast kan het onder 2 genummerde voorwerp worden teruggegeven aan de beslagene, de vrouw van de verdachte: [moeder slachtoffer 1] .

    9.2Het standpunt van de verdediging

    De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat al de inbeslaggenomen gegevensdragers dienen te worden teruggegeven aan de vrouw van de verdachte: [moeder slachtoffer 1] , nadat de zich op de inbeslaggenomen gegevensdragers bevindende gegevens door een onderzoeksteam van de politie zijn verwijderd.

    9.3Het oordeel van de rechtbank

    Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de op de beslaglijst onder 3, 4 en 7 t/m 12 genummerde voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Met behulp van deze voorwerpen zijn immers de bij dagvaarding I en II bewezen verklaarde feiten begaan en daarnaast kunnen deze voorwerpen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten, zoals het heimelijk filmen.

    Ten aanzien van de voorwerpen 5 en 6 op de beslaglijst is de rechtbank van oordeel dat deze aan de verdachte dienen te worden teruggegeven en zij zal daartoe de teruggave gelasten. Ook is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat het onder 2 genummerde voorwerp dient te worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar: [moeder slachtoffer 1] .

    10 De toepasselijke wetsartikelen

    De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

    – 36b, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 139f, 240b, 244, 247, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht;

    Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

    11 De beslissing

    De rechtbank:

    verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/842332-17 onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

    verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I met parketnummer 09/842332-17 onder 1, 2 primair, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde feiten en de bij dagvaarding II met parketnummer 09/837216-18 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

    ten aanzien van dagvaarding I

    Feit 1:

    met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

    Feit 2 primair:

    met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

    Feit 4 primair:

    met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind;

    Feit 5:

    een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

    Feit 6:

    een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

    ten aanzien van dagvaarding II

    Feit 1:

    de beschikking hebben over een met een technisch hulpmiddel opzettelijk vervaardigde afbeelding van een in een niet voor het publiek toegankelijk lokaal aanwezige persoon, welke afbeelding naar de dader wist is verkregen door gebruikmaking van een door een list/kunstgreep daartoe geschapen gelegenheid, meermalen gepleegd;

    Feit 2:

    een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

    Feit 3:

    werkzaam in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd;

    verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

    verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

    veroordeelt de verdachte tot:

    een gevangenisstraf voor de duur van 66 (zesenzestig) MAANDEN;

    bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

    gelast dat de veroordeelde wegens het bewezenverklaarde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

    bepaalt voorts dat de verdachte voor de duur van vijf jaren wordt ontzet van het recht om werkzaam te zijn in de gezondheidszorg;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 6] , een bedrag van € 1.000,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk is;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 7] , een bedrag van € 2.230,-, bestaande uit € 1.230,- materiële schade en € 1.000,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van haar vordering, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, niet-ontvankelijk is;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 4] , een bedrag van € 585,28, bestaande uit € 85,28 materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van haar vordering, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, niet-ontvankelijk is;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1] , een bedrag van € 1.000,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk is;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 5] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 15] , een bedrag van € 713,69,-, bestaande uit € 213,69,- materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 15] voor het overige deel van de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade, niet-ontvankelijk is en haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 16] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 17] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 23] , een bedrag van € 557,88, bestaande uit € 57,88 materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 18] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 24] , een bedrag van € 1.500,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade, niet-ontvankelijk is en haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 19] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 26] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 27] , een bedrag van € 510,91, bestaande uit € 10,91 materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 28] , een bedrag van € 513,04, bestaande uit € 13,04 materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 11] , een bedrag van € 1.618,62, bestaande uit € 118,62 materiële schade en

    € 1.500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 29]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 29] , een bedrag van € 610,98, bestaande uit € 110,98 materiële schade en € 500,- immateriële schade;

    bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade, niet-ontvankelijk is en haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 30] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 20]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 20] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

    [slachtoffer 21] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22]

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 22] , een bedrag van € 500,- immateriële schade;

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

    wettelijke rente

    bepaalt dat alle toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen vermeerderd worden met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

    veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

    schadevergoedingsmaatregel

    legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

    – [slachtoffer 6] € 1.000,- / 20 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 7] € 2.230,- / 32 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 4] € 585,28 / 11 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 1] € 1.000,- / 20 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 5] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 15] € 713,69 / 14 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 16] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 17] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 23] € 557,88 / 11 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 18] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 24] € 1.500,- / 25 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 19] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 25] € 1.500,- / 25 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 26] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 27] € 510,91 / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 28] € 513,04 / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 11] € 1.618,62 / 26 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 29] € 610,98 / 12 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 30] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 20] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 21] € 500,- / 10 dagen hechtenis,

    – [slachtoffer 22] € 500,- / 10 dagen hechtenis;

    bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

    beslag

    verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 3, 4 en 7 t/m 12 genummerde voorwerpen, te weten:

    – 1.00 STK USB stick (kl.: zwart) KINGSTON;

    – 1.00 STK Tandenborstel (kl.: wit) met camera;

    – 1.00 STK Telefoontoestel (kl.: zwart) HTC U11;

    – 1.00 STK Computer BE QUIET;

    – 1.00 STK Computer (kl.: creme) PLEXTOR;

    – 1.00 STK gegevensdrager (kl.: zwart) SAMSUNG SSD externe harde schijf;

    – 1.00 STK USB stick (kl.: zwart);

    – 1.00 STK gegevensdrager WESTERN DIGITAL WCANKA499142;

    gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 5 en 6 genummerde voorwerpen, te weten:

    – 1.00 STK Sleutelbos met in totaal 17 sleutels;

    – 1.00 STK Horloge (kl.: zilver) CASIO Edifice;

    gelast de teruggave aan de rechtmatige eigenaar, genaamd [moeder slachtoffer 1] , van het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten:

    – 1 STK Telefoontoestel (kl.: blauw) PHILIPS ozeo.

    Dit vonnis is gewezen door

    mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

    mr. D. Biever, rechter,

    mr. P. Burgers, rechter,

    in tegenwoordigheid van mr. J.M.M. van den Hoek, griffier,

    en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 januari 2019.

    Rechtbank DEN HAAG

    Strafrecht

    Meervoudige strafkamer

    Parketnummers: 09/842332-17 (dagvaarding I) en 09/837216-18 (dagvaarding II)

    Datum uitspraak: 30 januari 2019

    Vonnis tot herstel van een kennelijke misslag

    van het op 30 januari 2019 uitgesproken vonnis van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

    [verdachte] ,

    geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

    thans gedetineerd in de [P.I.] .

    Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld

    De beslissing met betrekking tot de oplegging en duur van het beroepsverbod aan de verdachte is onjuist in het dictum van voormeld vonnis vermeld. Immers, in het dictum staat vermeld dat de verdachte voor de duur van vijf jaren wordt ontzet van het recht om werkzaam te zijn in de gezondheidszorg, terwijl uit de in het vonnis opgenomen overwegingen met betrekking tot de oplegging en duur van het beroepsverbod blijkt, dat de rechtbank heeft bedoeld dat dit heeft te gelden gedurende de maximale wettelijke termijn.

    Gelet op artikel 31, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht betekent dit in het onderhavige geval dat de verdachte voor de duur van 126 maanden wordt ontzet van het recht om werkzaam te zijn in de gezondheidszorg. In het belang van een juiste executie van het vonnis, zal de rechtbank deze fout herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.

    Beslissing

    De rechtbank handhaaft haar beslissing van 30 januari 2019, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt:

    – bepaalt voorts dat de verdachte voor de duur van 126 (honderdzesentwintig) maanden wordt ontzet van het recht om werkzaam te zijn in de gezondheidszorg;

    – bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 30 januari 2019 en dit vonnis ter kennis doet brengen van de raadsman van de verdachte, alsmede de officieren van justitie en de gemachtigden van de benadeelde partijen.

    Dit vonnis tot herstel is op 30 januari 2019 door mr. G.P. Verbeek, voorzitter, mrs.

    D. Biever en P. Burgers, rechters, en mr. J.M.M. van den Hoek, griffier, vastgesteld en ondertekend.

    Mr. Biever is buiten staat dit vonnis tot herstel mede te ondertekenen.

    Bijlage I

    Tekst tenlastelegging

    ten aanzien van dagvaarding I (09/842332-17)

    1.

    hij op of omstreeks 4 oktober 2017 te Leiden met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 6] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

    – het knijpen in en/of betasten van de bil(len) van die [slachtoffer 6] en/of

    – het zich laten uitkleden en/of (vervolgens) (gedeeltelijk) ontkleed op de grond laten liggen van die [slachtoffer 6] en/of

    – het betasten van de vagina en/of schaamstreek en/of bil(en) van die [slachtoffer 6] en/of

    – het filmen van het naakte onderlichaam van die [slachtoffer 6] ;

    2.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7] , te weten het:

    -(meermalen) plaatsen/houden/wrijven van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand in/tegen de vagina en/of tegen/tussen de schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 7] en/of

    -(meermalen) betasten/strelen van de vagina en/of schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 7] ;

    subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het:

    – ( gedeeltelijk) ontkleed op een tafel laten liggen van die [slachtoffer 7] en/of

    – ( meermalen) betasten/strelen van de vagina en/of de schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 7] ;

    3.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] ,

    te weten het:

    – ( meermalen) plaatsen/houden/wrijven van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand in/tegen de vagina en/of tegen/tussen de schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 4] en/of

    – ( meermalen) betasten/strelen van de vagina en/of schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 4] ;

    subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het:

    – ( gedeeltelijk) ontkleed op een tafel laten liggen van die [slachtoffer 4] en/of

    – ( meermalen) betasten/strelen van de vagina en/of de schaamlippen en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 4] ;

    4.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 1 juli 2015 te Leiden, met zijn kind [slachtoffer 1] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:

    – het met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) de schaamlippen van die [slachtoffer 1] uit elkaar trekken en/of houden

    – plaatsen/houden van zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) tegen/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] , althans het aanraken van/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] ;

    subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 1 juli 2015 te Leiden, met zijn kind [slachtoffer 1] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van

    zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

    – het met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) uit elkaar trekken en/of houden van de schaamlip(pen) van die [slachtoffer 1] en/of

    – plaatsen/houden van zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) tegen/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] , althans het aanraken van/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] ;

    5.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 oktober 2017, te Schiedam en/of Leiden, in elk geval in Nederland, één of meermalen

    (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een PC en/of laptop en/of een tablet en/of een mobiele telefoon en/of een of meer harde schij(f)(ven) en/of een USB stick , bevattende (een) (grote hoeveelheid) afbeelding(en), heeft vervaardigd, in bezit heeft gehad en/of heeft verworven en/of heeft verspreid en/of zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

    terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedraging(en) onder meer bestond(en) uit:

    [slachtoffer 5] :

    een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar loopt een onderzoeksruimte binnen. Ze neemt plaats op een onderzoekstafel. Verdachte laat het meisje zich (gedeeltelijk) ontkleden en/of het meisje trekt haar jurk naar boven. De (ontblote) vagina van het meisje is (duidelijk) in beeld gebracht en/of

    [slachtoffer 4] :

    – Foto (proces-verbaal eerste vervolg raadkamer, p. 137)

    Op de grond ligt een meisje met een geschatte leeftijd tussen 3 en 6 jaar. Haar hemdje is omhoog gerold ter hoogte van haar borst. De benen van het meisje zijn gespreid waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar is en/of

    [slachtoffer 4] :

    – Foto (proces-verbaal eerste vervolg raadkamer, p. 137):

    Op een bed ligt een meisje met een geschatte leeftijd tussen 3 en 6 jaar. Haar hemdje is omhoog gerold. Het meisje heeft haar benen gespreid en/of haar benen opgetrokken, waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar is en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto (proces-verbaal tweede vervolg raadkamer p.270)

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje ligt geheel naakt op een aankleedkussen. Op de foto is te zien dat het meisje met haar vingers haar schaamlippen betast en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto (proces-verbaal tweede vervolg raadkamer p. 270)

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje ligt geheel naakt op een aankleedkussen. Op de foto is te zien hoe de hand van een volwassene de schaamlippen van het meisje uit elkaar houdt en/of (daarbij) de vinger(s) tussen de schaamlippen houdt en/of

    [slachtoffer 1] :

    – Foto (proces-verbaal tweede vervolg raadkamer p. 271)

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd van 2 tot 3 jaar. Het meisje zit op een stoel en naast haar staat een man met naakt onderlichaam. De man heeft met twee handen zijn penis vast en staat dicht bij het meisje. Het meisje kijkt naar de penis van de man,

    van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

    6.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens (een) afbeelding(en) en/of filmbestand(en) en/of gegevensdrager(s) (mobiele telefoon en/of fotocamera(s) en/of externe harde schijf en/of laptop en/of cd rom(s)) en/of USB stick(s) bevattende een of meer afbeelding(en) en/of filmbestand(en) van (een) seksuele gedraging(en) bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) en/of filmbestand(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verworven en/of althans in elk geval in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen bestonden uit onder andere:

    het poseren door minderjarige met nadruk op geslachtsdelen/borsten en/of billen, te weten onder andere:

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 16 jaar oud. Het meisje draagt een oranje kort doorschijnend vest en een donkere spijkerbroek. Het meisje staat frontaal naar de camera toe en heeft het vestje open. Te zien zijn een blote buik en de borsten van het meisje. De tepels van het meisje worden afgedekt door het vestje en/of

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de leeftijd tussen de 13 en 16 jaar oud. Het meisje draagt een nachthemd met dunne spaghettibandjes. Het meisje staat met haar rug naar de camera en kijkt over de schouder in de camera. Ze houdt haar nachthemd omhoog tot aan de navel. De blote billen van het meisje zijn zichtbaar. Het meisje draagt een zwarte string. De aandacht van de foto richt zich op de blote billen van het meisje en/of

    – [filename]

    Te zien is meisje in de geschatte leeftijd tussen 13 en 16 jaar oud. Zij staat zijwaarts naar de camera gedraaid en kijkt over haar rechter schouder de camera in. Het meisje draagt een blauw topje en een zwarte string. De billen van het meisje zijn bloot en/of

    – [filename]

    Te zien is een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 16 jaar. Het meisje draagt een nachthemd met dunne spaghettibandjes. Op de foto is te zien dat het meisje op handen en knieën zit. Doordat het meisje voorover gebogen zit, valt haar nachthemd open ter hoogte van haar borsten. De rechter borst van het meisje is zichtbaar op de foto;

    ten aanzien van dagvaarding II (09/837216-18)

    1.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden, althans in Nederland, (telkens) de beschikking heeft gehad over een groot aantal, althans een of meer film(s) en/of afbeelding(en), waarop (telkens) te zien is dat in een behandelkamer van een (huis)artsenpraktijk (te Amstelveen en/of Schiedam) een of meer personen (al dan niet geheel of gedeeltelijk ontkleed) worden onderzocht en/of worden behandeld, althans aanwezig zijn, te weten (onder andere) de volgende films/afbeeldingen:

    – [bestandsnaam] (AG03.01) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.02) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.03) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.04) en/of

    – [bestandsnaam] (AG 03.05) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.06 en/of 03.16) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.07) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG 03.08) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.09 en/of 03.11) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.10) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.12) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.13) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.14) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.15) en/of

    – [bestandsnaam] (AG.3.17) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.18) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.19) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.20) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.21) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.22) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.23) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.24) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.25) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.26) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.27) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.28) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.29) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.30) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.31) en/of

    – [bestandsnaam] (SO NN 03.32) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.34) en/of

    – [bestandsnaam] (AG03.35) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.33 en 03.36)

    – [bestandsnaam] (AG03.37) en/of

    – [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] (AG03.38) en/of

    – [bestandsnaam] (AG FD)

    welke films/afbeeldingen, naar hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden, door of ten gevolge van een onder artikel 139f onder 1° van het Wetboek van Strafrecht gestelde handeling was verkregen (te weten afbeeldingen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigd van een of meer (bovengenoemde in code vermelde) personen, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een behandelkamer van een of meer huisartsenpraktijk(en));

    2.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 maart 2010 tot en met 24 oktober 2017 te Leiden en/of Amstelveen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens 17, althans een of meer, afbeelding(en), te weten (een) video(‘s) en/of film(s) en/of een of meer gegevensdragers, bevattende afbeeldingen (te weten een computer en/of een of meer harde schijf/ven)

    van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten:

    AG 03.01 en/of AG 03.03 en/of AG 03.04 en/of AG 03.05 en/of AG 03.06 en/of 03.16 en/of AG 03.07 en/of AG 03.09 en/of 03.11 en/of AG 03.12 en/of AG 03.14 en/of AG 03.15 en/of AG 03.18 en/of AG 03.25 en/of AG 03.26 en/of AG 03.27 en/of AG 03.28 en/of AG 03.30 en/of AG 03.34,

    heeft vervaardigd en/of in bezit gehad

    welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 13 jaar) maakt haar bh los. Vervolgens draait hij, verdachte, het lichaam van het meisje in de richting van de camera. Haar borsten zijn duidelijk zichtbaar op de camera. Vervolgens laat hij, verdachte, het meisje op haar rug op een behandeltafel liggen. Het meisje doet haar bh weer aan. Hij, verdachte, trekt met zijn beide handen de onderbroek van het meisje naar beneden, waarna haar vagina is te zien.

    (AG 03.01; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 33)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 11 jaar) ligt op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt haar onderbroek vast en trekt die naar beneden tot halverwege haar bovenbenen. Hij, verdachte, plaatst zijn handen op/naar de rechter lies van het meisje. Hierdoor is het schaamhaar van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar. Als het meisje haar onderbroek aan wil doen, pakt hij, verdachte, de onderbroek vast en doet die weer iets naar beneden. Hij vraagt het meisje zich om te draaien en op haar buik te liggen. Het meisje doet haar onderbroek aan en gaat op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt haar onderbroek tot over de billen naar beneden. Haar blote billen zijn zichtbaar.

    (AG 03.03; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 59)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) doet op verzoek van hem, verdachte, haar broek en onderbroek naar beneden tot over haar knieën. Vervolgens gaat het meisje op de behandeltafel liggen met haar voeten richting de camera. Haar buik en vagina zijn ontbloot en duidelijk zichtbaar in beeld. Haar vagina is van onderen goed zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, draait het meisje zich op haar buik. Haar broek is nog steeds ter hoogte van haar knieën. Hierdoor zijn de billen van het meisje goed in beeld. Vervolgens spreidt hij, verdachte, met zijn beide handen de billen van het meisje. Daarbij is de anus van het meisje goed in beeld.

    (AG 03.04; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 93)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 4 jaar) ligt op haar rug op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt met twee handen haar onderbroek vast en trekt het tot haar knieën naar beneden. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje gestrekt op de behandeltafel liggen en is haar vagina duidelijk zichtbaar in beeld. Vervolgens gaat het meisje op verzoek van hem, verdachte, op haar buik liggen. Haar onderbroek zit ter hoogte van haar knieën waardoor zij met blote billen op de behandeltafel ligt.

    (AG 03.05; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 104)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) ligt op haar rug op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, rolt het meisje haar onderbroek van haar been af tot bijna kniehoogte. Hierdoor is de vagina van het meisje duidelijk in beeld. Vervolgens gaat het meisje op haar linker zij op de behandeltafel liggen. Ze ligt dan met haar (ontblote) billen in de richting van hem, verdachte, op de behandeltafel. Hij, verdachte, pakt met beide handen haar billen vast en trekt deze iets uit elkaar.

    (AG 03.06 en AG 03.16; [bestandsnaam] ZD Amstelveen p. 120A)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 9 jaar) gaat op haar rug met haar benen gestrekt op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje haar onderbroek naar beneden tot haar knieën. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar rug liggen. Haar vagina is nu duidelijk zichtbaar in beeld. Vervolgens gaat het meisje op verzoek van hem, verdachte, op haar buik liggen. Haar blote billen zijn zichtbaar. Hij, verdachte, pakt met beide handen een bil vast en trekt de billen van het meisje iets uit elkaar.

    (AG 03.06 en AG 03.16; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 120E)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Te zien is dat een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) zichzelf uitkleedt. Ze staat naast de behandeltafel met haar gezicht naar de camera. Het meisje heeft een ontbloot bovenlichaam en houdt haar armen voor haar borsten. Op verzoek van hem, verdachte, komt het meisje naar hem toe en draait zij haar rug naar hem toe. Zij staat dan met haar rechter zijde naar de camera en heeft haar armen nog steeds voor haar borsten. Als het meisje met de voorzijde van haar lichaam wegdraait van de camera, draait hij, verdachte, het meisje zodat zij met de voorzijde van haar ontblote bovenlichaam weer op de camera is te zien. Haar borsten zijn dan zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, drukt met beide handen tegen de zijkant van de borsten van het meisje. Hierdoor drukt hij, verdachte, de borsten van het meisje naar binnen toe en komen de borsten omhoog. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt de onderbroek van het meisje iets omhoog. Hierdoor zijn de (ontblote) billen van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar.

    (AG 03.07; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 158)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 17 jaar) is gekleed in een bh en een string. Ze staat naast de behandeltafel met haar rug naar de camera. Doordat het meisje een string draagt zijn haar blote billen grotendeels zichtbaar. Op verzoek van hem, verdachte, draait het meisje zich om waardoor de voorzijde van haar lichaam zichtbaar is. Op zijn, verdachtes, verzoek doet het meisje haar bh uit. Ze staat nu met een ontbloot bovenlichaam met de voorzijde gericht naar de camera. Hij, verdachte, pakt met zijn hand de borsten van het meisje vast en drukt/voelt op meerdere plekken op haar borsten.

    (AG 03.09 en AG 03.11, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 224)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 14 jaar) komt in beeld lopen. Het bovenlichaam van het meisje is ontbloot op een witte bh na. Op verzoek van hem, verdachte, komt het meisje met haar rug naar hem, verdachte, staan. Hierdoor is de voorkant van het lichaam van het meisje naar de camera gericht. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje vervolgens haar bh uit. Met zijn rechter hand veegt hij, verdachte, de haren van het meisje die haar linker borst bedekken, over haar schouder naar haar rug. Het ontblote bovenlichaam van het meisje is naar de camera gericht. Te zien is dat hij, verdachte, zijn linker hand op de linker borst van het meisje plaatst en met zijn vingers op verschillende plekken aan deze borst voelt. Met de handpalm van zijn linker hand bedekt hij, verdachte, vervolgens de gehele linker borst van het meisje. Daarna verplaatst hij, verdachte, zijn linker hand naar de rechter borst van het meisje en duwt een aantal keren tegen de linker zijde van deze borst. Vervolgens duwt hij, verdachte, nog een aantal keren met zijn vingers op verschillende plekken op beide borsten. Tot slot bedekt hij, verdachte, met zijn linker hand de volledige rechter borst van het meisje en knijpt daar in.

    (AG 03.12; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 273)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) kleedt zich uit. Daarna staat het meisje in een lichte onderbroek en een donkere bh rechts naast de behandeltafel. Hij, verdachte, gaat achter het meisje staan, draait haar naar voren en duwt haar iets naar rechts. Het meisje staat nu met de voorkant van haar lichaam naar de camera. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje haar beide armen door de bandjes van haar bh en laat zij haar bh langs haar middel zakken tot aan haar onderbroek. Het meisje staat nu met ontbloot bovenlichaam voor [verdachte] . Met zijn rechter hand pakt hij, verdachte, de rechter borst van het meisje vast en tilt hij de borst wat omhoog. Als het meisje haar bh weer heeft aangetrokken, rolt ze op verzoek van hem, verdachte, haar onderbroek naar beneden tot halverwege haar dijbeen. Hierdoor

    is het schaamhaar van het meisje (gedeeltelijk) zichtbaar.

    (AG 03.14, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 326)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 7 jaar) gaat op haar rug op de behandeltafel liggen. Ze is alleen gekleed in een witte onderbroek en sokken. Met zijn linkerhand haalt hij, verdachte, het haar van het meisje weg dat over de rechterzijde van haar borst hangt, waardoor de rechterzijde van haar borst ontbloot is. Met zijn vingers wrijft hij, verdachte, over de rechterzijde van de borst en/of de tepel van het meisje. Hij, verdachte, maakt hierbij ronddraaiende bewegingen. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar onderbroek naar beneden. Hij, verdachte, trekt daarna met zijn beide handen de onderbroek van het meisje verder naar beneden tot net boven haar knieën en duwt dan het linkerbeen van het meisje licht naar buiten. Hierdoor zijn de benen van het meisje licht gespreid en is de vagina van het meisje zichtbaar op de camera. Vervolgens duwt hij, verdachte, ook het rechter been van het meisje naar buiten. Hij, verdachte, plaatst zijn handen onder de liesstreek van het meisje en duwt met de vingers van zijn beide handen de huid naar buiten. Hierdoor opent de vagina van het meisje zich. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar buik liggen. Haar onderbroek zit ter hoogte van haar knieholten. Hij, verdachte, trekt de onderbroek wat naar beneden. Hij, verdachte, drukt op de billen van het meisje en raakt de bilspleet van het meisje aan. Ook duwt hij, verdachte, de huid van de rechterbil van het meisje naar buiten toe. Hierdoor is de anus zichtbaar.

    (AG 03.15, [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 346)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 12 jaar) gaat naast de behandeltafel staan en trekt haar hemdje uit. Ze draagt een bh. Het meisje staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera gericht. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar bh uit. Het meisje staat nog steeds met haar gezicht naar de camera. Met zijn vingers duwt hij, verdachte, tegen de borsten van het meisje en duwt daarbij de linker borst wat omhoog. Vervolgens legt hij, verdachte, zijn hand op de rechter borst van het meisje en knijpt daar in. Het meisje gaat daarna met haar rug op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje de bovenrand van haar broek en haar onderbroek naar beneden tot vlak boven haar schaambeen. Even later trekt hij, verdachte, de onderbroek van het meisje naar beneden. Hierdoor is het schaamhaar van het meisje zichtbaar. Het meisje ligt daarbij nog steeds met haar ontblote bovenlichaam op haar rug op de behandeltafel.

    (AG 03.18; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 389)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 17 jaar) staat naast de behandeltafel. Ze draagt eerst nog een bh, maar trekt deze op verzoek van hem, verdachte, uit. Ze staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera gericht en haar bovenlichaam is nu geheel ontbloot. Hij, verdachte, veegt de haren van het meisje die haar linker borst bedekken naar haar rug.

    Terwijl hij, verdachte, een stethoscoop op de borsten van het meisje plaatst, houdt hij zijn hand op de borsten. De linker borst tilt hij, verdachte, wat op. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje daarna op haar rug op de behandeltafel liggen en duwt zij de bovenrand van haar broek een paar centimeter naar beneden. Hij, verdachte, plaatst zijn handen vlak onder de oksels van het meisje en drukt dan tegen haar borstkas. Hierdoor worden de borsten van het meisje een beetje naar elkaar geduwd. Het meisje doet haar bh en trui weer aan en gaat dan weer op haar rug op de behandeltafel liggen. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar broek en onderbroek naar beneden, eerst tot op haar knieën en vervolgens tot halverwege haar kuiten. De vagina van het meisje is hierbij zichtbaar. Het meisje heeft haar knieën opgetrokken en haar voeten plat op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, doet het meisje vervolgens haar knieën uit elkaar en ligt dan met haar vagina zichtbaar in beeld.

    (AG 03.25; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 498)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 13 jaar) gaat op haar rug op de behandeltafel liggen. Ze is dan gekleed in een trui of vest en een onderbroek. Op verzoek van hem, verdachte, trekt het meisje haar onderbroek naar beneden tot net onder haar kruis/vagina. Het schaamhaar van het meisje is zichtbaar. Het meisje trekt de voorkant van haar onderbroek omhoog en gaat dan op verzoek van hem, verdachte, op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, trekt dan de bovenrand van de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan de onderkant van haar billen. De bilspleet van het meisje is geheel zichtbaar. Hij, verdachte, duwt de rechter bil van het meisje een beetje naar buiten waardoor de billen van het meisje een beetje uit elkaar worden geduwd.

    (AG 03.26; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 519)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 5 jaar) klimt op de behandeltafel. Op verzoek van hem, verdachte, trekt de moeder de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan haar enkels en gaat het meisje op haar buik op de behandeltafel liggen. Hij, verdachte, pakt met zijn handen de billen van het meisje vast en duwt de billen een stukje uit elkaar, waardoor de anus van het meisje zichtbaar is. Daarna gaat het meisje op zijn, verdachtes, verzoek op haar rug liggen. Haar onderbroek zit dan nog steeds bij haar enkels. Hij, verdachte, duwt dan tegen de binnenkant van de knie van het meisje. Hierdoor ligt het meisje met gespreide benen en is haar vagina duidelijk te zien.

    (AG 03.27; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 537)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 6 jaar) staat met een ontbloot bovenlijf en gekleed in een onderbroek in de behandelruimte. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje op haar rug op de behandeltafel liggen. De moeder van het meisje trekt op zijn, verdachtes, verzoek eerst de onderbroek van het meisje naar beneden tot aan haar enkels. Daarna haalt de moeder de onderbroek van de enkels van het meisje. Vervolgens trekt hij, verdachte, de benen van het meisje uit elkaar waardoor de vagina en de schaamlippen van het meisje duidelijk zichtbaar worden. Op verzoek van hem, verdachte, gaat het meisje daarna op haar buik op de behandeltafel liggen. Vervolgens trekt hij, verdachte, aan het been van het meisje zodat haar benen uit elkaar worden geplaatst. Vervolgens trekt hij, verdachte, met zijn handen de (ontblote) billen van het meisje uit elkaar.

    (AG 03.28; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 560)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 8 jaar) alleen gekleed in een onderbroek staat naast de behandeltafel met haar gezicht naar de camera. Op zijn, verdachtes, verzoek trekt het meisje haar onderbroek uit en gaat zij op haar rug op de behandeltafel liggen. Het meisje is dan geheel naakt. Hij, verdachte, doet de benen van het meisje uit elkaar waardoor de gehele vagina van het meisje is te zien. Te zien is dat hij, verdachte, zijn vinger op de schaamlip van het meisje en trekt kort de schaamlippen iets uit elkaar. Daarna gaat het meisje op zijn, verdachtes, verzoek op haar buik op de behandeltafel liggen.

    Hij, verdachte, duwt dan met zijn handen de billen van het meisje uit elkaar.

    (AG 03.30; [bestandsnaam] ZD Amstelveen p. 608)

    en/of

    – op de video is te zien dat het camerastandpunt zich schuin boven een behandeltafel bevindt. Een meisje (in de leeftijd van 15 jaar) gaat naast de behandeltafel staan. Ze doet eerst haar lange broek uit en daarna haar onderbroek. De vrouw heeft alleen nog haar bovenkleding en sokken aan. Op verzoek van hem, verdachte, plaatst het meisje haar billen op de rand van de behandeltafel en haar beide voeten aan weerszijden van haar billen en gaat zij op haar rug liggen. Hij, verdachte, spreidt met zijn vingers beide schaamlippen van het meisje en drukt een speculum in de vagina van het meisje. Gedurende een (1) minuut is de geopende vagina met de speculum erin volledig in beeld. Hierna schijnt hij, verdachte, een lamp in de richting van de vagina. Vervolgens haalt hij, verdachte, de speculum uit de vagina. Vervolgens veegt hij, verdachte, met zijn vinger over een schaamlip van het meisje. Ook spreidt hij, verdachte, met zijn hand meerdere keren de schaamlippen van het meisje.

    Hierna trekt het meisje haar onderbroek en broek weer aan. Op verzoek van hem, verdachte, trekt zij haar bovenkleding en haar bh uit. Hij, verdachte, plaatst een stethoscoop onder de borsten van het meisje en duwt daarbij de borsten iets omhoog. Met zijn beide handen duwt hij, verdachte, aan weerszijden van de borsten van het meisje.

    (AG 03.34; [bestandsnaam] , ZD Amstelveen p. 669)

    en/of hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

    3.

    hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 april 2010 tot en met 24 augustus 2010, in elk geval in of omstreeks het jaar 2010 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, terwijl hij als (huis)arts (in opleiding) werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 8] (AG 03.12) en/of [slachtoffer 9] (AG03.15) en/of [slachtoffer 10] (AG 03.18) en/of [slachtoffer 11] (AG 03.25) en/of [slachtoffer 12] (AG 03.28) en/of [slachtoffer 13] (AG 03.30) en/of [slachtoffer 14] (AG 03.34), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte’s hulp en/of zorg had toevertrouwd, die ontuchtige handelingen er in bestaande dat verdachte, terwijl verdachte (telkens) de betreffende consulten/behandelingen (heimelijk en/of bewust) op video heeft opgenomen:

    -bij die [slachtoffer 8] (AG03.12) een tepel en/of een borst heeft betast/aangeraakt en/of

    -bij die [slachtoffer 9] (AG 03.15) een tepel en/of een borst heeft betast/aangeraakt en/of tegen/nabij de liesstreek heeft geduwd (waardoor de vagina zich opende) en/of op een bil heeft geduwd/gedrukt (waardoor de anus zichtbaar werd), in elk geval een bil en/of de schaamstreek van die [slachtoffer 9] heeft betast/aangeraakt en/of

    -bij die [slachtoffer 10] (AG 03.18) een of meer borsten heeft vastgehouden/betast/aangeraakt en/of de schaamstreek van die [slachtoffer 10] heeft betast/aangeraakt en/of

    -bij die [slachtoffer 11] (AG 03.25) een of meer borsten en/of een bil en/of de vagina, althans de schaamstreek heeft betast/aangeraakt en/of

    – bij die [slachtoffer 12] (AG 03.28) de schaamlippen en/of billen heeft gespreid, althans de vagina en/of de schaamstreek en/of een of meer billen van die [slachtoffer 12] heeft betast/aangeraakt en/of

    -bij die [slachtoffer 13] (AG 03.30) de schaamlippen heeft gespreid, althans de vagina en/of de schaamstreek heeft betast/aangeraakt en/of een of meer billen en/of de anus van die [slachtoffer 13] heeft betast/aangeraakt en/of

    -bij die [slachtoffer 14] (AG 03.34) een of meer borsten heeft betast/aangeraakt.

    1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van zaaksdossier Schiedam (hierna: ZD Schiedam), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 73), zaaksdossier Woning (hierna: ZD Woning), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 218), zaaksdossier Kinder- en dierenporno (hierna: ZD Kinder- en dierenporno), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 27), zaaksdossier Amstelveen (hierna: ZD Amstelveen), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 795), met het onderzoeksnummer [nummer] / [naam] en proces-verbaalnummer 2017284663, van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche (DH), afdeling Thematische Opsporing (DH), team Zeden (DH).

    2 Processen-verbaal van bevindingen van 25 oktober 2017 en 15 januari 2018, ZD Schiedam, blz. 1-3; Kvi (IBN-code A04.1880306), Beslagdossier, p. 68.

    3 Kvi (IBN-code A04.1880442), Beslagdossier, p. 72.

    4 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Schiedam, blz. 4-5.

    5 Proces-verbaal aantreffen video’s in behandelruimte, ZD Amstelveen, blz. 1; Kvi (IBN-code A01.03.01.001), Beslagdossier, p. 100.

    6 Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname bij [bedrijf] , Beslagdossier, blz. 161. Kvi (IBN-code B01), Beslagdossier, p. 170.

    7 Zie de feiten 5 en 6 van dagvaarding I.

    8 Zie feit 3 van dagvaarding II.

    9 De verdachte staat BIG geregistreerd onder nummer 39066933801.

    10 Proces-verbaal van aangifte, ZD Woning, blz. 86-91.

    11 Proces-verbaal van aangifte, ZD Woning, blz. 87.

    12 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Woning, blz. 1-3.

    13 Proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, ZD Woning, blz. 8-13.

    14 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Woning, blz. 4-5.

    15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, Persoonsdossier, blz. 33-35; verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    16 Proces-verbaal van aangifte, ZD Woning, blz. 117-124.

    17 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Woning, blz. 111-112.

    18 Proces-verbaal van aangifte, ZD Woning, blz. 119.

    19 Proces-verbaal van aangifte, ZD Woning, blz. 120.

    20 Proces-verbaal samenvatting studioverhoor [slachtoffer 3] , ZD Woning, blz.127-128.

    21 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    22 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Woning, blz. 48.

    23 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen kinderpornografische foto’s [slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 47-50; proces-verbaal aanvulling leeftijd [slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 53.

    24 Proces-verbaal nader omschreven kinderpornofoto’s [slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 51-52.

    25 Proces-verbaal van verhoor (4e verhoor) van de getuige [moeder slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 197.

    26 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [moeder slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 142.

    27 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    28 Proces-verbaal van verhoor (6e verhoor) van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 138-139.

    29 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Schiedam, blz. 4; het proces-verbaal beschrijving filmpje [slachtoffer 5] , ZD Schiedam, blz. 33.

    30 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Schiedam, blz. 6

    31 Proces-verbaal vaststellen identiteit [slachtoffer 5] , ZD Schiedam, blz. 26.

    32 Proces-verbaal van verhoor (3e verhoor) van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 35-36.

    33 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen kinderpornografische foto’s, ZD Woning, blz. 36-38.

    34 Proces-verbaal van bevindingen verhoor [aangever] , ZD Woning, blz. 133-134.

    35 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever] , ZD Woning, blz. 136-139.

    36 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    37 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen kinderpornografische foto’s [slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 48.

    38 Idem, blz. 47-50; proces-verbaal aanvulling leeftijd [slachtoffer 1] , blz. 53.

    39 Proces-verbaal nader omschreven kinderpornofoto’s [slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 51-52.

    40 Idem, blz. 51-52 en proces-verbaal aanvulling leeftijd [slachtoffer 1] , blz. 53.

    41 Proces-verbaal van verhoor (4e verhoor) van de getuige [moeder slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 197.

    42 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [moeder slachtoffer 1] , ZD Woning, blz. 142.

    43 Proces-verbaal van verhoor (6e verhoor) van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 138-139

    44 Kvi (IBN-code A01.03.01.002), Beslagdossier, blz. 100.

    45 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, ZD Kinder- en dierenporno, blz. 1-23.

    46 Idem, blz. 5-6.

    47 Idem, blz. 20-22.

    48 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen video’s in behandelruimte, ZD Amstelveen, blz. 1-11.

    49 Proces-verbaal van bevindingen vaststellen huisartsenpraktijk te Amstelveen, ZD Amstelveen, blz. 12-13.

    50 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen video’s in behandelruimte, ZD Amstelveen, blz. 3.

    51 Proces-verbaal van bevindingen identificatie patiënten Amstelveen, ZD Amstelveen, blz. 14-18.

    52 Zie 4.3.5. van dit vonnis.

    53 Zie ZD Amstelveen ten aanzien van de aangevers ter zake van feit 2.

    54 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    55 Idem.

    56 Idem.

    57 Idem.

    58 ECLI:NL:HR:2010:BO6446.

    59 ECLI:NL:HR:2014:1359.

    60 ECLI:NL:GHAMS:2015:4209 (hockeytrainer).

    61 Medisch-deskundigenrapport [naam] van 4 juni 2018, zoals in de bijlage vastgelegd in tabelvorm in een Excelsheet.

    62 Idem, ten aanzien van AG 03.01, 03.07, 03.08 (niet ten laste gelegd), 03.31(niet ten laste gelegd).

    63 Idem ten aanzien van AG 03.12, 3.14, 3.25.

    64 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 373.

    65 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.01, 03.03, 03.04, 03.05, 03.06/03.16, 03.07, 03.15, 03.18, 03.25, 03.26, 03.30, 03.34.

    66 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 25.

    67 Idem, par. 27.

    68 Idem , par. 41.

    69 Idem, par. 26.

    70 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.03.

    71 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.28; proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 44.

    72 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 755.

    73 Idem, blz. 726.

    74 Idem, blz. 609.

    75 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019.

    76 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 31.

    77 Bij AG 03.25 heeft de rechtbank niet kunnen zien dat de vagina van de patiënte op de opname zichtbaar is.

    78 ZD Amstelveen, blz. 305.

    79 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Amstelveen, blz. 273-275.

    80 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.12.

    81 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 33-36.

    82 ZD Amstelveen blz. 363.

    83 Proces-verbaal beschrijving filmpje [slachtoffer 9] SO 3.15, ZD Amstelveen, blz. 346-349.

    84 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.15.

    85 ZD Amstelveen, blz. 400.

    86 Proces-verbaal van bevindingen ZD Amstelveen, blz. 389-390.

    87 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par 46-47.

    88 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.18 (2e consult).

    89 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par 46-47.

    90 ZD Amstelveen, blz.513.

    91 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Amstelveen, blz. 498-501.

    92 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2019; Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.25.

    93 Proces-verbaal van verhoor (10e verhoor) van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 326-327.

    94 Proces-verbaal van verhoor (11e verhoor) van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 337-342

    95 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.25.

    96 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par 48-50.

    97 ZD Amstelveen, blz. 575.

    98 Proces-verbaal [naam] , ZD Amstelveen, blz. 561-562.

    99 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 381.

    100 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.28.

    101 ZD Amstelveen, blz. 621.

    102 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Amstelveen, blz. 610.

    103 Medisch-deskundigenrapport ten aanzien van AG 03.30.

    104 ZD Amstelveen, blz. 690.

    105 Proces-verbaal beschrijving film, ZD Amstelveen, blz. 669-672.

    106 ZD Amstelveen, blz. 665.

    107 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 54 (zoals deze paragraaf is aangevuld bij proces-verbaal van bevindingen van de r-c van 10 januari 2019).

    108 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, Persoonsdossier, blz. 316.

    109 Zie de betreffende overweging bij feit 2.

    110 Proces-verbaal verhoor getuige-deskundige [naam] bij de r-c, par. 31