Knack: Slachtoffers van medische fouten: ‘Bepaalde artsen wanen zich God’

© Karoly Effenberger

In 2017 heeft het Fonds voor Medische Ongevallen 507 dossiers ontvangen en 46 vergoedingen uitbetaald, zo blijkt uit het jaarverslag. De meeste artsen die betrokken zijn bij een medisch ongeval behoren volgens het verslag tot de ‘snijdende disciplines’: vooral orthopedisten en algemeen chirurgen.

Maar die 507 dossiers vertegenwoordigen slechts een klein deel van alle slachtoffers, stelt Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform. ‘In veel gevallen wordt bemiddeld door het ziekenfonds, en er zijn natuurlijk ook patiënten die helemaal geen klacht indienen. Van zieke, kwetsbare mensen vergt het veel energie om ook nog eens heel die papierwinkel erbij te nemen. Helaas bestaat in ons land geen onderzoek naar slachtoffers van medische ongevallen. Wij krijgen hier schrijnende verhalen binnen: van mensen die lichamelijk maar ook emotioneel zware schade hebben opgelopen, want veel dokters weigeren te communiceren over hun fouten. En ook de zogenaamde second opinion-artsen durven hun collega’s vaak niet openlijk af te vallen.’

Eigenlijk zoek ik vooral erkenning: een eenvoudig “sorry” van mijn gynaecoloog zou al zo’n verschil maken.

Veel artsen geven hun fouten niet toe uit vrees voor schadeclaims. Maar binnenkort vindt er overleg plaats om daarover afspraken te maken, vertelt Weeghmans. ‘We zitten rond de tafel met de koepelorganisaties van artsen, ziekenhuizen en verzekeraars. Daar willen we pleiten voor een open disclosure-beleid: artsen hoeven niet te zeggen dat ze in de fout zijn gegaan, maar ze kunnen wel het gesprek aangaan met de patiënt: dit is er gebeurd, zo kunnen we het oplossen. Dat zou bij de patiënt al heel veel pijn en stress wegnemen.’

CARINE WILLEMS (56): laborante

‘Als tiener speelde ik basketbal op hoog niveau, maar ik kreeg last van mijn enkel. Op mijn zeventiende werd ik geopereerd, maar daarna stond mijn voet helemaal scheef. Na verschillende ingrepen ben ik doorverwezen naar een andere arts, die experimenteerde met fenolinjecties. Op een bepaald moment spoot hij een veel te zware dosis in mijn knie, waardoor mijn onderbeen verlamd raakte. Ik had constant helse pijn, kreeg last van artrose, een trombose en een botinfectie. Uiteindelijk, toen ik 42 was, werd beslist dat mijn onderbeen geamputeerd moest worden.

© KAROLY EFFENBERGER

Ze zeggen vaak: “Wat je niet doodt, maakt je sterker.” Tot op zekere hoogte was dat ook zo. Ik leerde leven met mijn stomp. Maar er groeiden telkens neuromen in, pijnlijke gezwellen die verwijderd moesten worden. Vorig jaar heb ik tijdens zo’n ingreep een ziekenhuisinfectie opgelopen. Die arts besliste om mijn knie te amputeren, terwijl ik denk dat hij dat had kunnen vermijden. Toen is er iets in mij gekraakt. Ik heb eigenlijk een bionische knie nodig, maar die kan ik niet betalen.

De eerste fout is intussen erkend: een rechter heeft me gelijk gegeven en ik kreeg een aalmoes. Niet eens voldoende om een prothese te betalen. Maar vooral de blik van die dokter in de rechtszaal zal ik nooit vergeten. Hoe durf jij mij aan te klagen, zag je hem denken. Ik heb soms de indruk dat bepaalde artsen zich God wanen.’

Wie het volledige verhaal van Carine wil lezen, kan haar boek Sterke Bakens bestellen via carine- willems@telenet.be.

CHRIST’L VAN DE LOOVERBOSCH (59): ex-onthaalmoeder

‘Volgens mijn gynaecoloog was het een routineoperatie: de plaatsing van bekkenbodemmatjes. Ik vertrouwde haar en ben niet het type om dan te gaan googelen. Terwijl achteraf bleek dat toen – intussen acht jaar geleden – al internationaal werd gewaarschuwd voor die ingreep. Toen ik ontwaakte, zei de arts dat alles perfect was verlopen. Ik had wel pijn, maar dat leek me normaal: ik herstel altijd nogal traag. Maar na enkele maanden werd het erger. Ik kon niet meer fietsen en zelfs lopen ging moeilijk.

CHRIST’L VAN DE LOOVERBOSCH (59) © KAROLY EFFENBERGER

Toen begon de molen van verdere onderzoeken: ik ging van de ene dokter naar de andere en liet nog verschillende hersteloperaties uitvoeren, maar niets hielp. Ik heb constant enorme pijn, dag en nacht. Zelfs morfine helpt amper. Mijn job als onthaalmoeder – iets wat ik zo graag deed – heb ik moeten opgeven. En met mijn drie kleinkinderen kan ik nooit eens op stap gaan, zoals een gewone oma. Op goede dagen kunnen we naar buiten met de rolstoel, maar meestal blijf ik thuis.

In 2013 zijn we met een rechtszaak begonnen, maar dat bleek hopeloos. De gynaecoloog ontkent elke fout en de gerechtsarts doet er alles aan om mij te laten overkomen als een labiel persoon. Onze enige hoop ligt nu bij het Fonds voor Medische Ongevallen, maar ook dat dossier sleept al jaren aan. Eigenlijk zoek ik vooral erkenning: een eenvoudig “sorry” van mijn gynaecoloog zou al zo’n verschil maken.’

PEDROUCHKA SAMYN (47): leerlingenbegeleidster

‘In 2007 moest ik een eenvoudige blaasoperatie ondergaan. De uroloog had me gezegd dat hij totaal geen complicaties verwachtte, dus ik maakte me geen zorgen. Maar er werd een zenuw geraakt, waardoor ik wakker werd met immens veel pijn. Medicatie hielp niet, de zenuwpijnen bleven. Een jaar later kreeg ik een hersteloperatie, toen heb ik ook nog een dubbele bekkenbreuk opgelopen. Die hebben ze, zelfs na verschillende pogingen, nooit meer kunnen herstellen. Uiteindelijk kwam het punt waarop geen enkele ingreep nog zou helpen, en heb ik een neurostimulator gekregen. Daardoor is de pijn nu draaglijk.

PEDROUCHKA SAMYN (47) © KAROLY EFFENBERGER

Intussen zijn er twee expertiseonderzoeken gebeurd en beide fouten werden bestempeld als complicaties. Maar wat mij nog het meest pijn heeft gedaan, is dat geen van beide artsen naar me toe is gekomen om te erkennen dat er iets was misgelopen en een oplossing te zoeken. Fouten zijn menselijk, maar je moet ze wel kunnen toegeven.

Ik ben niet iemand die in een hoekje gaat zitten wenen. Je moet zelf het beste maken van je leven. Gelukkig kan ik nog vier halve dagen per week werken: dat geeft me veel voldoening. En terwijl ik vroeger hield van lange wandelingen, maak ik nu samen met mijn man ritjes op de Vespa. Ook zalig. En dan is er nog mijn verzameling krukken: ik heb er in zes verschillende kleurtjes, zodat ze altijd passen bij mijn kleren.’

Pedrouchka Samyn, En toen werd ik wakker, Uitgeverij het Punt, 290 blz., 20 euro.

Uw browser is verouderd!

Update uw browser om deze website goed te bekijken. Update mijn browser nu

×