Het coronavirus kwam sneller dan de overheid reageerde

Het virus kwam sneller dan de overheid reageerde

Politiek crisismanagement Nederland zag het coronavirus van ver aankomen, toch overviel het de regering – net als iedereen. Het kabinet hield zich aan de feiten, en liep zo ook achter de feiten aan.

 

Bruno Bruins geeft Geert Wilders een ‘veilige’ ellebooggroet in de Tweede Kamer. Een week later wordt een debat, met onder anderen Wilders aan de interruptiemicrofoon, Bruins te veel, en zakt hij in elkaar.
Bruno Bruins geeft Geert Wilders een ‘veilige’ ellebooggroet in de Tweede Kamer. Een week later wordt een debat, met onder anderen Wilders aan de interruptiemicrofoon, Bruins te veel, en zakt hij in elkaar. Foto Remko de Waal/ANP

‘Het virus lijkt niet makkelijk van mens op mens overdraagbaar.” En „de kans dat het naar Europa komt [is] klein”. Hij klinkt geruststellend, de eerste brief die de inmiddels afgetreden zorgminister Bruno Bruins (VVD) aan de Tweede Kamer schrijft. Het is dan 22 januari, het bestaan van een nieuw coronavirus dat in Wuhan om zich heen grijpt is net twee weken vastgesteld. In China zijn 571 bevestigde besmettingen en 17 doden.

Nu, twee maanden later, zijn er in Nederland 106 mensen aan het virus overleden, wereldwijd rond de tienduizend. Er is bijna geen land ter wereld waar géén besmettingen zijn. In Noord-Brabant staan sommige ziekenhuizen onder „enorme” druk – niet alleen patiënten zijn ziek, ook medewerkers. Ziekenhuizen in de rest van het land vegen hun agenda’s en bedden leeg om zich op te maken voor de toestroom.

Achteraf lijkt het onbegrijpelijk dat iemand kan hebben gedacht dat het virus niet makkelijk oversprong van de ene mens op de andere. Maar dat was wel wat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op 14 januari van China hoorde, en doorgaf aan de wereld. Het is ook moeilijk voor te stellen dat op 9 januari het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) nog dacht dat er maar een kleine kans was dat het virus de Europese Unie zou bereiken.

Heeft de Nederlandse overheid het gevaar onderschat? Die vraag is nog niet te beantwoorden. Zeker is dat het coronavirus vooralsnog sneller is dan de overheid reageerde. Het is de paradox van deze pandemie: het kabinet hield zich aan de feiten, en liep zo achter de feiten aan.

Het voorspel

In de Chinese miljoenenstad Wuhan zijn eind januari nog maar enkele honderden besmettingen bekend als Nederlandse overheden voor het eerst over het nieuwe coronavirus praten. In veiligheidsregio’s informeren directeuren van GGD’s burgemeesters en ambtenaren. Dit lijkt de pandemie die in de crisisscenario’s staat, waarschuwt de GGD, herinnert iemand zich die bij zo’n overleg aanwezig was. De reactie is lacherig: ging het bij de Mexicaanse griep in 2009 ook niet zo?

We hebben ons erin vergist, zegt de microbioloog, hoe ontzettend makkelijk het virus zich verspreidt. „Daar was ons detectienetwerk niet tegen opgewassen.”

Over het virus is dan nog veel onduidelijk. Maar als het naar Europa komt, wat het ECDC dan nog betwijfelt, moeten overheden er klaar voor zijn. Daarom stoffen gemeenten calamiteitenplannen af en roept Bruins de ziekenhuizen op hun bedden en materiaal te inventariseren. Lange tijd volgt Bruins vrijwel letterlijk de Europese adviezen.

Als op 24 januari de experts van het ‘outbreak management team’ van het RIVM voor het eerst bij elkaar komen, is iets meer bekend over menselijke overdracht. Terwijl in China miljoenen mensen worden opgeroepen veertien dagen zo veel mogelijk binnen te blijven, worden de eerste drie besmettingen in Frankrijk bekend. Het virus heeft Europa bereikt.

Een paar dagen later plaatst Bruins het coronavirus op de A-lijst van ziekten, zodat besmettingen gemeld moeten worden. Hij heeft nu de leiding over de bestrijding. De eerste tests onder Nederlanders zijn negatief. De kans op uitbraken in Europa is klein, schrijft het ECDC in die dagen meermaals – maar alleen als de patiënten die er in sommige Europese landen zijn, worden geïsoleerd. Nederland is „goed voorbereid” op het snel ontdekken en isoleren van een patiënt, schrijft Bruins begin februari aan de Tweede Kamer.

Een ervaren arts-microbioloog vindt het dan al naïef om te denken dat het virus buiten Europa kan worden gehouden. Maar als het virus Nederland bereikt, denkt ook deze medicus, dan kunnen we de verspreiding goed volgen en, door mensen te isoleren, beperken. Nederland heeft een vermaard detectienetwerk waarmee het bijvoorbeeld beter dan veel andere landen de ‘ziekenhuisbacterie’ MRSA buiten de deur houdt.

Carnaval

Halverwege februari maken grote delen van Nederland zich op voor de viering van carnaval. Een deel van de feestvierders komt net terug van wintersport in Italië. Over het coronavirus maakt vrijwel niemand zich zorgen. De Tweede Kamer praat er een paar keer over en hoort steeds van Bruins, ondersteund door de Europese adviezen, dat een uitbraak in Europa onwaarschijnlijk is. Ziekenhuizen hebben hun bedden geïnventariseerd, van een „acuut tekort” aan materialen is geen sprake, stelt Bruins. De GGD’s staan klaar om bij besmettingen de contacten van een patiënt in kaart te brengen en een uitbraak te voorkomen.

In de week voorafgaand aan carnaval hebben bestuurders ook wel wat anders aan hun hoofd. Storm Ellen dreigt. Kunnen de carnavalsoptochten doorgaan? Dat er honderden mensen dicht op elkaar gepakt in de Brabantse kroegen en feestzalen zullen samenkomen, wordt in zeker één van de drie Brabantse veiligheidsregio’s niet besproken. Terwijl virussen zich juist in zulke situaties snel verspreiden. Een landelijk advies om er wél over te spreken is er ook niet.

Wegens de harde wind wordt in onder meer Prinsenbeek, ‘Boemeldonck’ tijdens carnaval, de optocht afgelast. In plaats daarvan organiseert het lokale carnavalscomité een ‘verbroederingsfeest’ in de gymzaal. Een lokaal medium schrijft dat de opkomst „massaal” was en de sfeer „uitstekend”: „in de grote zaal gingen de gasten als één bewegende massa helemaal los”.

Lees ook: Waarom verschilt de aanpak zo per land? En 34 andere vragen over het coronavirus In andere Europese landen begint het aantal besmettingen snel op te lopen. Italië telt op zondag 23 februari 152 vastgestelde besmettingen en 3 doden. Met name in Noord-Italië lijkt een brandhaard te ontstaan. Onder meer in Venetië wordt het carnaval afgelast. Het ECDC adviseert landen die dag om reizigers die terugkeren uit Noord-Italië en andere risicogebieden thuis te laten blijven als ze klachten ontwikkelen, en zich dan te laten melden bij de huisarts. Als donderdagavond 27 februari de eerste Nederlandse besmetting gemeld wordt, blijkt het een man te zijn die recent in Noord-Italië was.

Minister Bruins zit in een live-uitzending van de NOS als hij een briefje krijgt en deze eerste besmetting meldt. Een dag eerder heeft hij in een Kamerbrief naar aanleiding van besmettingen aan de Duitse grens nog geschreven dat er „geen reden” is om aan te nemen dat er Nederlandse besmettingen zijn: van 57 tests bleek niemand positief. Het RIVM adviseerde daarom geen nieuwe maatregelen te nemen.

Op zaterdag 29 februari zegt RIVM-directeur Jaap van Dissel in NRC dat van verspreiding in Nederland nog geen sprake lijkt: de twee besmettingen, behalve de man uit Loon op Zand ook een Amsterdamse vrouw, zijn traceerbaar naar Noord-Italië.

Maar het virus waart dan al in Nederland rond. Diezelfde dag blijkt een medewerker van het Brabantse Amphia Ziekenhuis besmet. De medewerker is niet in Italië geweest, die komt uit Prinsenbeek, waar het carnaval naar de gymzaal was verplaatst. Het virus gaat dus al rond onder de bevolking, concluderen artsen.

De week voor carnaval hebben bestuurders wel wat anders aan hun hoofd. Storm Ellen dreigt

De microbioloog, nu: „Wintersport en carnaval hebben ons genekt.”

In het Gorinchemse Beatrix Ziekenhuis blijkt al een week een vrouw te liggen met een ogenschijnlijk onverklaarbare longontsteking. Ze is niet in Noord-Italië geweest, dus wordt ze niet getest: ze valt niet binnen de RIVM-richtlijnen.

Dat verandert op vrijdag 28 februari, als de vrouw is overgebracht naar het Erasmus in Rotterdam. Daar test ze de volgende dag positief, maakt Bruins op zondag 1 maart bekend. Hij roept reizigers die in risicogebied zijn geweest en klachten hebben op thuis te blijven. Zoals het ECDC een week eerder al had geadviseerd.

Het Beatrix Ziekenhuis zit vijf dagen in spanning: is ziekenhuispersoneel besmet, is er een lokale uitbraak? De GGD laat weten geen testen af te nemen, dat moet het ziekenhuis zelf doen. Het testen blijkt landelijk nog maar beperkt mogelijk, waardoor het tot 5 maart duurt voordat duidelijk is dat personeel niet besmet is en het ziekenhuis weer volledig open kan.

Kantelpunt

Dat weekend van 29 februari is een kantelpunt in het bestuurlijke besef van de ernst van het virus. In Brabant worden burgemeesters bijgepraat door artsen en virologen uit lokale ziekenhuizen. De veronderstelling van het RIVM dat Noord-Italië dé bron van het virus zal zijn is achterhaald, zien de artsen. De onherleidbare besmettingen duiden op een bredere verspreiding: er lopen patiënten rond in Nederland die zelf niet doorhebben dat ze besmet zijn. Binnen een week nadat de Gorinchemse vrouw positief test, blijken ook op andere IC’s patiënten met corona te liggen die daar niet eerder op waren getest.

Bruins’ toon verandert. Aan de Kamer schrijft hij op maandag 2 maart dat de zorgcapaciteit bij een grote uitbraak „fors onder druk” komt. Een dag later komt het kabinet voor het eerst bijeen in een ‘ministeriële commissie crisisbeheersing’ – na een week reces. Ze laten zich bijpraten en besluiten aan scenario’s te gaan werken voor eventuele maatregelen. Aan het stilleggen van het publieke leven denkt nog niemand.

Veel Nederlanders maken zich niet druk. Het is winter, wie snottert er niet? Heel Brabant is de week na carnaval nu eenmaal verkouden. Tijdens een Kamerdebat die week vergelijkt VVD’er Hayke Veldman, net als veel andere Nederlanders, het virus met een seizoensgriepje: daar sterven jaarlijks óók duizenden mensen aan. Op vrijdagavond 6 maart zegt Jort Kelder bij Jinek dat mensen „hysterisch” doen. Die dag is de eerste dode gevallen.

Een week later zal het openbare leven in Nederland vrijwel tot stilstand zijn gekomen.

De pandemie

De week begint nog met een wat lacherige Rutte. We moeten gaan voetzoenen, zegt hij tijdens een persconferentie op maandag 9 maart. Handenschudden mag niet meer. Toch geeft hij Van Dissel van het RIVM naast hem een hand. Er zijn 321 bekende besmettingen.

Op dinsdag roepen de Brabantse veiligheidsregio’s op tot een week „sociale onthouding”. „Dat moet toch mogelijk zijn en is nodig om het virus een halt toe te roepen”, zegt de Tilburgse burgemeester Theo Weterings. Er zijn 382 bekende besmettingen.

Op woensdag bestempelt de WHO de ziekte tot pandemie. In Nederland komen er 121 nieuwe vastgestelde besmettingen bij: tientallen zorgmedewerkers blijken besmet, toevallig gevonden in een steekproef onder ziekenhuismedewerkers in Brabant. De publieke druk om méér te doen neemt toe. Er zijn in totaal 503 bekende besmettingen en 5 doden.

Donderdag schrijven huisartsen in Prinsenbeek, bij Breda, in een brief aan hun patiënten dat er „zeer veel mensen [zijn] met griepachtige klachten. De meesten van hen zijn ziek geworden na carnaval.” Getest worden ze niet. Er zijn 614 vastgestelde besmettingen.

De week begint nog met een wat lacherige Rutte

Die ochtend blijkt bij het RIVM dat de virusvariaties bij veel besmettingen anders zijn dan die uit Italië of andere risicogebieden. Dat bevestigt dat het virus breed verspreid is onder de bevolking. In allerijl wordt een nieuw ministerieel crisisberaad bijeengeroepen. De aanwezigen besluiten: wie kan thuiswerken, moet dat doen. Grote evenementen mogen niet meer, culturele instellingen gaan dicht. De scholen moeten open blijven, anders dreigen zorgwerknemers niet naar werk te kunnen. Als een adviseur daarop zegt dat er ook een vliegverbod moet komen voor risicolanden, gaat er een schok door de zaal. Dat is een ongekende maatregel.

Nederland dreigt de grip op het virus te verliezen, waarschuwt Van Dissel die middag op een nieuwe persconferentie. Rutte en Bruins kondigen daar de verregaande maatregelen aan.

Op vrijdagochtend melden op veel scholen docenten en kinderen zich ziek. Het kabinet kondigt een vliegverbod aan. In Brabant en Zeeland stromen dat weekend veel cafés vol met Belgen. Daar zijn sinds dat weekend alle kroegen dicht. Er zijn dan 804 bekende besmettingen en 10 doden.

Op zondagmiddag kondigt het kabinet alsnog aan om de scholen te sluiten. Cafés en restaurants moeten ook dicht. Brabant zou dat zelf ook al aankondigen. Er zijn dan 1.135 bekende besmettingen en 20 doden.

Maandagochtend 16 maart is het stil op straat. De NS meldt dat er in de ochtendspits 85 procent minder reizigers zijn dan normaal. ’s Avonds zegt Rutte in een live op tv uitgezonden toespraak dat het virus „onder ons is en onder ons blijft”. Er zijn 1.413 bekende besmettingen.

Minister Bruins zakt woensdagavond tijdens een urenlang debat over de aanpak in elkaar. Hij is oververmoeid. De volgende dag besluit hij op doktersadvies af te treden. Aan het einde van de week zijn er, met steeds minder testen, 2.994 bekende besmettingen. En 106 doden.

In steeds meer ziekenhuizen zien artsen en verplegers nu zelf de coronapatiënten. En schrikken. Een internist uit het midden van het land: „We zien niet vaak mensen die opeens zó snel achteruitgaan. Het is een hele tijd stabiel en dan stort het in. Waarom weten we niet zo goed.”

We hebben ons erin vergist, zegt de microbioloog, hoe ontzettend makkelijk het virus zich verspreidt. „Daar was ons detectienetwerk niet tegen opgewassen.”