Eindelijk erkenning voor de ouders van doodgeboren Anouschka uit Wierden

Eindelijk erkenning voor de ouders van doodgeboren Anouschka uit Wierden

ALMELO / WIERDEN – De cirkel is bijna rond voor Wim en Hermien Frontroth uit Wierden. De naam van hun dochter Anouschka mag eindelijk hardop worden uitgesproken. Ze verloren haar bij haar geboorte.

Met de officiële naamsvermelding van hun bij de geboorte overleden dochter Anouschka én met een kerkviering voor het overleden, ongedoopte kind in de Sint Jan de Doperkerk krijgen Wim (78) en Hermien (75) Frontroth de erkenning waar ze al zo lang op wachten. Na de wetswijziging van begin dit jaar, waardoor een levenloos geboren kind officieel kan worden geregistreerd, krijgt het echtpaar alle medewerking. „Het is hartverwarmend”, zegt Wim. „Zeker als je weet dat we in het verleden een hoop negativisme meemaakten. Haar naam Anouschka Maria Johanna is nu officieel bij de akte van overlijden geplaatst. Ze reageerden heel lief bij de gemeente Almelo waar ze is geboren.”

De heftige gebeurtenis van bijna een halve eeuw geleden bepaalde grotendeels het leven van de oud-Rijssense en de Almeloër. Het stel beleeft het drama nu opnieuw. Tijdens het interview wellen de tranen op in de ogen van Hermien. „Je maakt het hele proces weer mee”, zegt Wim. „Ze wilde zo graag moeder zijn. Je huilt samen, maar je moet verder. Dat er nu iets gebeurt geeft voldoening.”

Erg stil

6 april 1970, in het Elisabethziekenhuis in Almelo komt het kindje van het echtpaar levenloos ter wereld. „We hadden verwacht dat de bevalling normaal zou verlopen”, zegt Wim. „Er waren geen signalen vooraf. Maar toen de kleine was geboren bleef het erg stil. We zagen hoofden schudden en weg liepen ze met het kindje.” Hermien: „Ik heb haar heel even gezien terwijl iemand haar in de handen hield. Je weet niet hoe het gaat. Je denkt dat ze haar schoonmaken of controleren. Maar ze kwam niet terug.”

Terwijl Hermien in haar kraambed ligt krijgt Wim te horen dat er een kistje besteld moet worden. „Ik moest haar dat vertellen én dat het kindje die dag begraven werd. Ik tekende de overlijdensakte, maar dat kan ik mij niet herinneren. Ik heb het onlangs zwart-op-wit gezien, anders had ik het niet geloofd. Ons dochtertje werd naamloos geregistreerd, als levenloos geboren kindje. Ze werd weggebracht naar het kerkhof zonder dat wij afscheid konden nemen of erbij konden zijn. Dat was wreed.”

De tijd die volgde was zwaar, helemaal omdat er volgens het stel medische fouten waren gemaakt. De placenta was achtergebleven en dat werd pas enkele dagen later ontdekt. „Ik heb veel meegemaakt”, zegt Hermien. „Ben in veel ziekenhuizen geweest voor operaties. Ze hebben het verknoeid. Ik raakte opnieuw in verwachting. We wisten niet dat het een tweeling was. Dat ging helemaal mis.” 

Eerlijk

Omdat hun kinderwens groot was gaven Wim en Hermien niet op. Een traject volgde met ivf, dat toen nog in de kinderschoenen stond. In Nijmegen ontmoetten ze na een jarenlange emotionele en lichamelijke worsteling professor Eskes. „Voor het eerst konden we praten met iemand die eerlijk was. Hij beloofde niets, alleen dat hij zijn best zou doen.”

Het mocht niet zo zijn. Het paar bleef kinderloos. Adoptie was een brug te ver. Na vijftien jaar was Hermien het zat. Ze riep: ‘Ik doe het niet meer’. „Ik voelde me een beest. Ze zeiden dat het tussen mijn oren zat, maar ik wist dat dat niet zo was. Je mocht er met niemand over praten. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een ziekte had. Die ene keer dat iemand er naar vroeg was ik blij. Ik kon eindelijk mijn verhaal kwijt.” Haar man: „Het was de tijdsgeest, het werd doodgezwegen. Daar deed de overheid driftig aan mee, net als de katholieke kerk.”

Nadat de naam van Anouschka werd bijgeschreven in het huwelijksboekje, was de cirkel toch nog niet rond voor het Wierdense echtpaar. „Het kerkboekje werd niet ingevuld, omdat het kindje niet gedoopt was. Daarom heb ik dat destijds zelf gedaan”, zegt Wim. „Verder liet de kerk niets van zich horen. Ik heb begin dit jaar gewoon gebeld. Voor mezelf en voor Hermien. Ik legde het verhaal voor aan pastoraal werkster Jeannette Koopman. Ik kreeg het idee dat zij geraakt was door ons verhaal. Zij kaartte bij de parochieraad en de vicaris aan dat ze iets wilde doen voor ons en nam met ‘nee’ geen genoegen. Doodgeboren kinderen kunnen nu met naam worden bijgeschreven in het overlijdensregister van de kerk. Bovendien wordt er een speciale viering gehouden waar wij zelf aan meewerken. We willen iedereen die iets soortgelijks meemaakte in de gelegenheid stellen daar bij te zijn. Ik breng op een nette, maar indringende manier het verhaal van de vader, waarbij ik de bijbehorende gevoelens van toen uitspreek.”