Coronavirus. De les van de Spaanse griep: houd afstand!

Een halve eeuw hadden de ooggetuigen gezwegen, de pijn weggestopt. Totdat historicus Howard Phillips ze in de jaren zeventig vroeg naar hun ervaringen met de Spaanse griep van 1918. „Het was alsof je een kraan opendraaide. De verhalen stroomden eruit. Wat ze vertelden, was verschrikkelijk. Ze beschreven taferelen die we associëren met de Zwarte Dood: karren met lijken die door de straten reden. Het was zo traumatisch voor de overlevenden geweest, dat ze de herinneringen diep weg hadden gestopt. Deze mensen waren een jaar of zeventig oud, maar vergeten waren ze niets.”

Howard Phillips is emeritus hoogleraar geschiedenis van de geneeskunde aan de Universiteit van Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij heeft zich zijn hele werkzame leven beziggehouden met het bestuderen van de uitbraak van de Spaanse griep. Dat leidde tot talrijke publicaties van artikelen, bundels en boeken. „Mijn onderzoek heeft me ervan overtuigd dat ziektes een doorslaggevende invloed hebben gehad op de loop van de geschiedenis, terwijl we het daar veel te weinig over hebben.”

Onder controle

Nu de wereld een eeuw later opnieuw geteisterd wordt door een pandemie, is het nuttig om achterom te kijken om te zien wat we van de uitbraak van de Spaanse griep kunnen leren, zegt Phillips. „Toen stond de westerse geneeskunde nog in de kinderschoenen. Laten we gebruikmaken van alle extra kennis die er nu is.”

Er zijn veel verschillen tussen de uitbraak van het nieuwe coronavirus in 2020 en die van de Spaanse griep in 1918, maar er is in ieder geval waarschijnlijk één belangrijke overeenkomst: een vaccin gaat ook onze problemen niet oplossen. Dat zegt de Britse wetenschapsjournalist Laura Spinney. Van haar hand verscheen in 2018 De Spaanse griep. Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde. „Aangezien het nu ook nog minstens anderhalf jaar duurt voordat er een vaccin is dat mensen kan beschermen tegen het nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2, moeten we ervan uitgaan dat we de situatie voorlopig zelf onder controle moeten houden.”

Spinney spreekt over de telefoon vanuit Parijs, waar ze schrijft voor onder meer The Guardian en de New Statesman. „Het belang van het nemen van strenge maatregelen is inmiddels gelukkig overal duidelijk. Nu komt het aan op de medewerking van het publiek. Het is daarbij essentieel dat de overheid eerlijk blijft tegen haar burgers. De Spaanse griep heet niet de Spaanse griep omdat hij in Spanje uitbrak, maar omdat dit een van de weinige landen was waar zonder censuur over de ziekte kon worden bericht. Daarom dacht men dat de ziekte daar vandaan kwam. Vanwege de Eerste Wereldoorlog was de pers elders bijna overal aan banden gelegd.”

De opmars van het coronavirus hebben we de afgelopen maanden redelijk goed kunnen volgen, terwijl de uitbraak van de Spaanse griep als een donderslag bij heldere hemel kwam, zegt Phillips. „Maar wie de jaren vóór 1918 goed bekijkt, ziet dat er mogelijk al iets gaande was. In 1915 verschijnen er berichten over ongewoon veel griep in landen als Finland, Duitsland en India. Een jaar later zijn er twee heftige uitbaken van wat men toen purulent bronchitis (etterige bronchitis) noemde, in legerkampen in Frankrijk en Engeland. Die ziekte verdween weer snel. Mijn idee is dat het virus al een aantal jaar aan het muteren was, voordat het in 1918 definitief uitbrak. Dat is niet zo’n gek idee, want een influenzavirus muteert constant, met alle gevolgen van dien voor de besmettelijkheid. Het komt en het gaat, het komt en het gaat, enzovoort.”

Bijzonder besmettelijk

De eerste échte uitbraak van de Spaanse griep vond waarschijnlijk plaats begin 1918 in een legerkamp in Kansas. Van hieruit breidde het aantal infecties zich snel uit, ook omdat het leger grote groepen mensen bleef verplaatsen. Phillips: „Het was prioriteit nummer één om zoveel mogelijk troepen aan het front in Frankrijk te krijgen.”

Deze eerste golf van de griep was wel bijzonder besmettelijk, maar niet bijzonder dodelijk, zegt Phillips. „Toen leek de ziekte in de zomer van 1918 te verdwijnen, maar niets was minder waar. Het virus muteerde opnieuw, en toen het terugkwam in de herfst was het vreselijk dodelijk geworden. Bij deze tweede golf van de Spaanse griep vielen in drie maanden tijd het leeuwendeel van het totaal aantal doden van de pandemie.”

De ziekte was in deze periode zo heftig, zegt Laura Spinney, dat men dacht dat er allerlei oude ziektes waren teruggekomen. „Je hoorde geluiden over tyfus, cholera en zelfs de builenpest. Men begreep niet wat er gebeurde.”

Bij een ‘gewone’ griepepidemie sterven meestal kinderen en ouderen, maar dat was in 1918 niet het geval, zegt Spinney. „De groep tussen twintig en veertig jaar oud werd bijzonder hard geraakt. Hier zaten natuurlijk de soldaten bij, die dicht op elkaar gepakt zaten. Maar ook aan het thuisfront was deze groep kwetsbaar, omdat ze kostwinner waren in een tijd met weinig sociaal vangnet. Zij bleven dus naar hun werk gaan, ook als dat misschien beter was van niet.”

Catastrofaal voor jonge mensen

Er is ook een medische verklaring voor de hoge mortaliteit onder mensen die in de kracht van hun leven waren, zegt Howard Phillips. „Zij beschikken over een sterk immuunsysteem. Het idee is dat dit zo heftig reageerde op de ongenode gast dat dit catastrofaal uitpakte voor het lichaam. Er werd te veel vocht met witte bloedlichaampjes naar de longen gestuurd. Dat leidde tot beschadigingen en volgelopen longen, waardoor de patiënt min of meer verdronk.”

Na deze dodelijke tweede golf, volgden er nog een paar kleinere uitbraken, waarna de Spaanse griep verdween. Phillips: „Dat zal aan twee zaken hebben gelegen: doordat er al veel mensen besmet waren geweest, kon het virus zich minder makkelijk verspreiden. Dat is de groepsimmuniteit waarover iedereen het nu heeft. Daarnaast is het mogelijk dat het virus muteerde tot een minder gevaarlijke variant.”

Over het aantal mensen dat stierf aan de Spaanse griep, bestaat veel onduidelijkheid. Spinney en Phillips houden het allebei op de consensus van tussen de vijftig en honderd miljoen, op een toenmalige wereldbevolking van zo’n anderhalf miljard. Dat zou betekenen dat ongeveer 5 procent van alle mensen op aarde aan de ziekte overleed. Nederlands onderzoek heeft onlangs vraagtekens bij deze conclusies gezet. De auteurs van een artikel uit 2018 komen op een totaal van ongeveer twintig miljoen doden. Phillips is het niet eens met deze cijfers, reageert hij, omdat het Nederlands onderzoek te zeer leunt op getallen uit de westerse wereld die niet representatief zouden zijn.

Nul doden

Wat kunnen we nu leren van deze pandemie? Het was immers een tijd waarin medici niet eens wisten dat er zoiets bestond als een virus. Spinney: „We zien in de Verenigde Staten dat er een groot onderscheid is tussen steden waar in 1918 verschillende maatregelen zijn genomen om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Bekend zijn de gevallen van Philadelphia en Saint Louis. In de eerste stad werd een grote parade gehouden waarbij 200.000 mensen aanwezig waren. Drie dagen later lagen alle ziekenhuizen vol. In Saint Louis sloot het gemeentebestuur na de eerste gevallen meteen alle scholen, bibliotheken en zelfs kerken. Als je de grafieken van de sterftecijfers in deze twee steden bekijkt, zie je echt een enorm verschil. Ook New York had lage sterftecijfers, omdat de bevolking gewend was naar gezondheidsaanwijzingen te luisteren vanwege een eerdere campagne tegen tuberculose.”

Phillips kent een ander, bijzonder dramatisch voorbeeld, dat zich afspeelde ver van de grote steden van de westerse wereld. „Op het eilandje West-Samoa in de Stille Oceaan overleed 25 procent van alle bewoners aan de Spaanse griep. Geen enkel ander gebied werd relatief zo hard getroffen. Maar: op het nabijgelegen eilandje Amerikaans Samoa had de gouverneur een totale quarantaine afgekondigd. het resultaat: nul doden. Dit laat zien hoe belangrijk het is om strenge maatregelen in te voeren en die rigoureus te handhaven. Als mensen niet uit zichzelf luisteren, moet de overheid de bevolking maar dwingen.”

Wat de wetenschap de komende tijd ook heel goed in de gaten zal houden, is de aard van het virus, zegt Phillips. „Het waren de mutaties die de Spaanse griep in het najaar van 1918 uiteindelijk zo dodelijk maakten. Het kan met het SARS-CoV-2-virus misschien ook de andere kant opgaan. Dat zou betekenen dat het milder wordt in de loop van de tijd. Laten we daarop hopen, maar er niet van uitgaan.”