Zwolse klaagt tien cardiologen Radboudumc aan: leven hing aan zijden draadje door verkeerde medicatie

Commentaar SIN-NL
De aanklacht is gericht tegen drie cardiolthoracaal chirurgen en zeven cardiologen. Twee artsen zijn inmmiddels vertrokken naar andere ziekenhuizen.
Bij cardiothoracale chirugie werken tien artsen, de afdeling cardiologie telt 25 cardiologen.

Dit artikel beschrijft klassieke gebeurtenissen in de zorg rond medische fouten.
De patiënte werd vooraf onvoldoende geïnformeerd over de  mogelijkheden tot behandeling.
De zorg na de operatie  door de cardiologen was onvoldoende adequaat.
De cardiologen en cardiochirurgen hadden de patiente regelmatig moeten controleren.
Waren het internisten die patiente  mogelijk te snel naar huis en naar de huisarts stuurden?
Waarom weken de behandelende artsen niet gemotiveerd af van de protocollen, toen de patiente duidelijk fysiek verslechterde?
De klinische situatie van de patiente hoort leidend te zijn, niet het slaafs volgen van protocollen.
De vraag is overigens of deze calamiteit bij de Inspectie Gezondheidszorg is gemeld zoals Radboud UMC wettelijk verplicht is.
Zeer dapper van deze patiente dat ze de tuchtzaak voert.
Wat SIN-NL betreft zijn er zeer duidelijke aanwijzingen dat er sprake is van ernstig vermijdbaar medisch nalatig handelen, in strijd met de informatie en zorgplicht conform de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst en de Wet Kwaliteit Klachten Geschillen Zorg (in werking 1.1.2016).

Een patiënte van het Hartcentrum van het Radboudumc in Nijmegen is na een hartklepoperatie in 2015 met het verkeerde antistollingsmedicijn naar huis gestuurd. Een paar weken erna bleek dat de kunstklep overgroeid was met stollingen en moest er een tweede zware operatie plaatsvinden. Het leven van de destijds 55-jarige vrouw uit Zwolle heeft aan een zijden draadje gehangen.

 

De cardiologen leggen de verantwoordelijkheid bij de interne afdeling, door miscommunicatie wisten zij niet dat de patiënte al ontslagen was zonder aanpassing van de medicatie. ‘Ze hadden ons toch kunnen waarschuwen’, zei een van de specialisten.

Bergafwaarts

Eenmaal thuis ging het bergafwaarts met de vrouw, ze werd benauwder en benauwder. Ettelijke telefoontjes naar het Radboud leidden niet tot ingrijpen. Een van de artsen heeft haar zelfs een keer rond middernacht gekapitteld omdat ze te vaak zou bellen: ze moest de huisarts hebben. Een miskleun die de specialist ruiterlijk toegaf voor het tuchtcollege. ‘Wellicht reageerde ik zo door wat ik te horen kreeg tijdens de overdracht kort ervoor’.

Uiteindelijk werd op een echo duidelijk wat de oorzaak was van de benauwdheidsklachten. Maar ook daarna wachtten de behandelend artsen nog een paar dagen met ingrijpen. Ze hoopten dat het met medicijnen te redden was. Ten slotte is besloten tot een spoedoperatie.

Het zit de klaagster vooral dwars dat ze voor en na beide operaties niet voldoende is geïnformeerd over keuzes die gemaakt zijn. ‘Ik ben een wilsbekwaam ziek mens, ik ben toch geen voorwerp’. Ook was het voor haar volstrekt onduidelijk wie in alle fases nou eigenlijk de regie voerde over haar behandeling.

Discussie

In een brief aan haar hebben drie specialisten erkend dat er fouten zijn gemaakt. Er is niet goed geluisterd naar de klachten toen ze thuis was, de logistiek in het ziekenhuis was niet goed en er is lichtvaardig doorverwezen naar de huisarts.
Voor het tuchtcollege leken ze hun verantwoordelijkheid ‘naar buiten te schuiven’, zoals de voorzitter van het tuchtcollege zei. De reden: voor de tuchtrechter staat niet de organisatie ter discussie maar het medisch handelen van de individuele arts. En dan is het merendeel van de klachten ongegrond, zegt hun advocaat. Ze hebben wat betreft medisch handelen volgens de protocollen en richtlijnen die ervoor staan gehandeld, was een veelgehoorde tegenwerping tijdens de zitting.
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg doet op uiterlijk 19 januari  2018 uitspraak.