Staand koor Malaika uit Utrecht discrimineert zingende rolstoelster Sophie Hankes

Toelichting Mr Sophie Hankes, voorzitter stichting SIN-NL
Niet iedereen heeft de moed en de mogelijkheid om een procedure aan te spannen.
Het aanspannen van de procedure tegen deze ernstige discriminatie heb ik vooral gedaan om andere rolstoelgebruikers te steunen in hun wens om bij een koor te zingen.
Mij is een vrouw bekend die meer dan 20 jaar bij een koor in Utrecht zong, invalide werd en in een rolstoel terecht kwam door MS en niet meer welkom was bij het koor!
Zij legde zich er noodgedwongen bij neer.
Mede dankzij de hulp van de organisatie artikel1MiddenNederland kon ik de procedure aanspannen.
Inderdaad zing ik bij een ander koor in Utrecht. De eerste keer dat ik daar kwam, eind mei 2018  was ik direct welkom. Iedereen was heel vriendelijk en in de pauze stelde ieder lid zich voor. Ik heb uitdrukkelijk gevraagd of het bezwaarlijk was dat ik uitsluitend zittend kan zingen en hierop antwoordde iedereen, ook de koordirigente, nee geen enkel probleem.

De uitspraak van het College van de Rechten voor de Mens vermeldt helaas niet dat ik 2 verklaringen had van koordirigenten die verklaarden dat zittend zingen de klankkleur niet negatief beinvloedt.
De heer Orkun Demir had hen verzocht te verklaren wat hun mening was over zittend zingen.
Het bestuur van het koor Malaika heeft mij op  respectloze wijze geweigerd als koorlid.
Het lijkt erop dat voornamelijk het bestuur en dirigente Anne Jansen/ Anne Stokman een rolstoelafhankelijk koorlid niet prettig vond. Anne Stokman heette mij niet welkom, en stelde zich ook niet voor. Zeer onbeleefd en niet vriendelijk.
Het gebrek aan punctualiteit en mijn houding hebben zij later toegevoegd, geheel onterecht. Het contact met verschillende koorleden van Malaika  was tijdens de repetities prima.
Ik heb verklaringen van 6 medekoorleden  dat ik tijdens koorrepetities bescheiden en vriendelijk ben, over humor beschik en op tijd kom. Helaas heeft het College  deze verklaringen niet vermeld in haar oordeel.
Hoe dan ook het is terecht dat het College deze vorm van discriminatie veroordeeld heeft.

Sophie Hankes uit Utrecht wilde graag bij het koor zingen.

Sophie Hankes uit Utrecht wilde graag bij het koor zingen. © Angeliek de Jonge

Staand koor uit Utrecht discrimineert zingende rolstoeler

Update
Het Utrechtse vrouwenkoor Malaika heeft een vrouw in een rolstoel gediscrimineerd door haar af te wijzen als nieuw lid. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.

 

Sophie Hankes uit Utrecht wilde graag bij het koor zingen en woonde vorig jaar twee repetities bij. Het koor wees haar vervolgens af als lid. Het zingt namelijk staand, en het geluid van een zittende persoon is anders, redeneert de vereniging. Zittend zingen zou de kwaliteit van het koor aantasten, werd de vrouw in een e-mail medegedeeld. Ook is er volgens het koor soms sprake van choreografie.

Hankes is gehandicapt door een fout tijdens een medische ingreep. Na de afwijzing van het koor liet ze het er niet bij zitten en antwoordde dat ze zittend goed kan zingen. Verder vroeg ze om aanpassingen, zodat ze toch kan deelnemen. Het antwoord luidde dat de dirigente en koorleden tot de conclusie waren gekomen dat de match tussen hen en de vrouw ontbrak.

,,Ik was teleurgesteld en verbijsterd’’, vertelt de Utrechtse. ,,Ik heb zangles en bij andere koren gezongen. Ik heb een verklaring van mijn zanglerares overlegd dat mijn klankkleur prima is, ook al zit ik. Het lijkt erop dat voornamelijk het bestuur een rolstoelafhankelijk koorlid niet prettig vond.’’

Verboden

Ze legde de zaak voor aan het College voor de Rechten van de Mens. Die oordeelde recent dat het koor verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt. Een aanbieder van diensten, zoals een koor, moet wettelijk zorgen voor een doeltreffende aanpassing.

Het koor erkent niet goed te hebben gehandeld. Tijdens de zitting bij het College voor de Rechten van de Mens zei het bestuur dat er twijfels waren over het niveauverschil tussen de vrouw en de huidige zangers. Ook was er irritatie over haar houding en ‘gebrek aan punctualiteit’.

,,We hebben haar excuses aangeboden’’, vertelt Malaika-voorzitter Gerda van Es. ,,Het was een stommiteit om haar af te wijzen op basis van de rolstoel, terwijl er meerdere redenen waren. We waren niet goed op de hoogte van de regels.’’ De vereniging zal zich voortaan anders opstellen.

 Art.1 Midden Nederland, het bureau voor gelijke behandeling in de provincie Utrecht, is blij met het oordeel van het college. Consulent Orkun Demir, die Hankes bijstond in de procedure: ,,Voor mensen die gebruikmaken van een rolstoel is het van groot belang dat ze ongehinderd en zelfstandig mee kunnen doen in de maatschappij. Ik vind het betreurenswaardig dat het koor niet eens heeft geprobeerd om het voor deze mevrouw mogelijk te maken lid te worden, terwijl overleg en actief handelen een vereiste is.’’

Hankes zingt inmiddels bij een ander koor. ,,Iedereen is er vriendelijk. Bij repetities en uitvoeringen zit er altijd een mede-koorlid naast mij, uit solidariteit. Zo kan het ook.’’


www.art1middennederland.nl

Vrouwenkoor discrimineerde vrouw vanwege haar beperking
08/01/2019

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt in een zaak tegen het Utrechtse Vrouwenkoor Malaika dat zij een vrouw discrimineerde vanwege haar beperking. De vrouw gebruikt een rolstoel vanwege haar beperking en werd om die reden geweigerd om lid te worden. Ook was het koor niet bereid om te zoeken naar doeltreffende aanpassingen om deelname mogelijk te maken. Vrouwenkoor Malaika maakt hiermee verboden onderscheid op grond van handicap en chronische ziekte, aldus het College.

Begin mei 2018 vroeg een vrouw uit Utrecht, die vanwege een beperking gebruik maakt van een rolstoel, of zij de eerstvolgende koorrepetitie van Vrouwenkoor Malaika mocht bijwonen. Al snel kreeg ze een positieve reactie. Bij haar tweede repetitiebezoek wordt ze in de pauze door de secretaris van het koor bevraagd over de inhoud en duur van haar beperking. Kort daarna ontvangt de vrouw een e-mail met de mededeling dat haar verzoek om lid te worden is afgewezen. Als reden wordt genoemd dat het koor staande zingt en soms choreografie in haar optredens verwerkt. Ook is volgens het koor de kwaliteit van het geluid van een zittend persoon anders en minder sterk van klank. De vrouw laat hierop teleurgesteld weten dat zij goed zittend kan zingen en verzoekt daarnaast om doeltreffende aanpassingen om toch lid te kunnen worden. Helaas is het koor hier niet toe bereid. Vervolgens besluit de vrouw melding te maken bij Art.1 Midden Nederland (Art.1 MN) om te onderzoeken of hier sprake is van ongelijke behandeling ofwel discriminatie. Uiteindelijk volgt op 11 december 2018 een zitting bij het College voor de Rechten van de Mens.

Oordeel
Het College oordeelde dat Vrouwenkoor Malaika met haar handelen jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt. Orkun Demir, consulent discriminatiezaken bij Art.1 MN, vertegenwoordigde de vrouw tijdens de procedure en is blij met het oordeel. “Voor mensen die gebruik maken van een rolstoel is het van groot belang dat ze ongehinderd en zelfstandig mee kunnen doen in de maatschappij. Ik vind het betreurend dat het koor niet eens heeft geprobeerd om het voor deze mevrouw mogelijk te maken lid te worden, terwijl overleg en actief handelen een vereiste is. Het VN-verdrag handicap en chronische ziekten is er sinds 14 juli 2016 om de mensenrechten van mensen met een handicap te waarborgen. Ook de wetgeving is hierop aangepast, zodat dit ook geldt voor aanbieders van goederen en diensten. Een koor valt ook onder deze regelgeving. We merken dat bedrijven, organisaties en particulieren nog steeds niet goed op de hoogte zijn van dit verdrag en de wetgeving. Daarom is het belangrijk dat zij hierop worden aangesproken”, aldus Demir.

Klachtbehandeling door Art.1 Midden Nederland
Art.1 Midden Nederland is het expertisecentrum voor gelijke behandeling en discriminatiezaken in de provincie Utrecht. Bij het vermoeden hiervan kan men terecht bij de afdeling Klachtbehandeling. De consulenten discriminatiezaken kunnen begeleiden en ondersteunen bij bemiddeling of een gang naar het College van de Rechten van de Mens.


Vereniging Vrouwenkoor Malaika discrimineerde een vrouw die gebruik maakt van een rolstoel door af te wijzen als koorlid.

Oordeelnummer 2018-144
Datum: 21-12-2018
Grond: Handicap of chronische ziekte,
Terrein: Leveren van en toegang tot goederen en diensten – Overig, nl, trefwoord1, trefwoord2, Leveren van en toegang tot goederen en diensten

Situatie:

Een vrouw heeft een fysieke beperking en maakt als gevolg daarvan gebruik van een rolstoel.
Zij wil graag lid worden van Vrouwenkoor Malaika en heeft twee koorrepetities bijgewoond.
Het koor wijst de vrouw in een e-mail af, omdat het koor staande zingt en soms een choreografie in haar optreden verwerkt. Het koor schrijft dat de kwaliteit van het geluid
van een zittend persoon anders en minder van sterkte en klank is, waardoor de totale klankkleur en kwaliteit van het koor verandert. De vrouw reageert hier op en schrijft dat zij goed zittend kan zingen en dat dit geen invloed heeft op het geluid en de klankkleur. Verder vraagt zij om doeltreffende aanpassingen. Het koor geeft vervolgens in een e-mail aan dat de dirigente en de koorleden tot de conclusie zijn gekomen dat er geen match is tussen de vrouw en de koorleden en de dirigente. Daarbij verwijst het koor naar zowel de persoon van de vrouw als naar haar zangmogelijkheden en klank van haar stem. De vrouw stelt dat het koor haar heeft gediscrimineerd door haar af te wijzen omdat zij gebruik maakt van een rolstoel.
Het koor geeft toe dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Dit was zeker niet haar bedoeling.
Zij had de indruk dat het niveauverschil tussen de staande zangers en de vrouw afbreuk zou doen aan de kwaliteit van het koor. Bovendien was ook het gedrag van de vrouw een reden
om haar af te wijzen als koorlid.

Beoordeling:

In de wet gelijke behandeling voor mensen met een beperking, de WGBH/CZ, is bepaald dat
het niet is toegestaan om onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte te maken
bij het aanbieden van goederen of diensten. Dit betekent dat een aanbieder van diensten,
zoals een het Vrouwenkoor Malaika, moet zorgen voor een doeltreffende aanpassing. Het College stelt vast dat het feit dat de vrouw gebruik maakt van een rolstoel een rol heeft gespeeld bij de afwijzing. Dat er nog andere redenen waren voor de afwijzing, maakt niet dat er geen onderscheid is gemaakt. Er is niet alleen sprake van onderscheid als de handicap of chronische ziekte de enige reden is geweest om haar af te wijzen, maar ook als deze grond daarbij mede een rol heeft gespeeld. Bovendien heeft het koor niet onderzocht hoe deelname van de vrouw aan het koor wel mogelijk gemaakt zou kunnen worden. Zij is niet ingegaan op het verzoek om doeltreffende aanpassingen, terwijl dit wel van haar had kunnen worden verwacht. Hiermee discrimineerde Vereniging Vrouwenkoor Malaika de vrouw op grond van haar handicap.

Oordeel

Vereniging Vrouwenkoor Malaika heeft jegens de vrouw verboden onderscheid op grond
van handicap of chronische ziekte gemaakt.


Oordeel
2018-144

Datum: 21 december 2018
Dossiernummer: 2018-0285

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoekster

tegen

Vereniging Vrouwenkoor Malaika

gevestigd te Utrecht, verweerster

1 Verzoek

Verzoeker vraagt het College om te beoordelen of verweerster jegens haar verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door haar af te wijzen als koorlid.

2 Verloop van de procedure

Het College heeft kennisgenomen van de volgende stukken;

  • verzoekschrift van 16 juli 2018, ontvangen op 17 juli 2018;
  • verweerschrift van 20 september 2018;
  • e-mail van verweerster van 4 december 2018;
  • e-mail van verzoekster van 4 december 2018.

Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 december 2018. Partijen zijn verschenen. Verzoekster werd bijgestaan door O. Demir, consulent discriminatiezaken Art.1 Midden-Nederland. Verweerster werd vertegenwoordigd door [. . . .], voorzitter. Zij werd vergezeld door [. . . .], penningmeester, [. . . .], bestuurslid, en [. . . .], secretaris.

3 Feiten

Verzoekster heeft een fysieke beperking en maakt als gevolg daarvan gebruik van een rolstoel. Op 6 mei 2018 heeft verzoekster aan verweerster gevraagd of zij de eerstkomende koorrepetitie mag bijwonen. Verweerster heeft haar bij e-mail van 7 mei 2018 uitgenodigd voor de volgende avond. Verzoekster heeft op 8 mei 2018 de wekelijkse repetitieavond bijgewoond. Op 15 mei 2018 gaat verzoekster voor de tweede keer naar de koorrepetitie. In de pauze heeft de secretaris van het koor aan verzoekster gevraagd naar de inhoud en duur van haar beperking. Per e-mail van 18 mei 2018 heeft verweerster verzoekster afgewezen als koorlid. In deze e-mail heeft verweerster aangegeven dat het koor staande zingt en soms een choreografie in haar optreden verwerkt. Volgens verweerster is de kwaliteit van het geluid van een zittend persoon anders en minder van sterkte en klank, waardoor de totale klankkleur en kwaliteit van het koor verandert. In een e-mail van 22 mei 2018 heeft verzoekster hierop gereageerd. Zij heeft aangegeven dat zij goed zittend kan zingen en dat dit geen invloed heeft op het geluid en de klankkleur. Verder heeft zij om doeltreffende aanpassingen verzocht, zodat zij toch lid kan worden. Dit verzoek om doeltreffende aanpassingen heeft zij bij e-mail van 27 mei 2018 herhaald. Verweerster heeft vervolgens per e-mail van 28 mei 2018 aangegeven dat het feit dat iemand in een rolstoel zit op zich geen reden is om iemand af te wijzen. Vervolgens heeft zij in deze e-mail de toelatingsprocedure uitgelegd en aangegeven dat de dirigente en de koorleden op basis van de in de e-mail genoemde punten tot de conclusie zijn gekomen dat er geen match is tussen verzoekster en de koorleden en de dirigente. Daarbij verwijst verweerster naar zowel de persoon van verzoekster als naar haar zangmogelijkheden en klank van haar stem. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster op 29 mei 2018 een melding van discriminatie gemaakt bij Art.1 Midden Nederland.

4 Standpunt verzoekster

Verzoekster stelt dat verweerster jegens haar verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door haar af te wijzen als koorlid. Daartoe voert verzoekster aan dat uit de e-mail van 18 mei 2018 blijkt dat het feit dat zij in een rolstoel zit een rol heeft gespeeld bij het besluit haar af te wijzen als koorlid. Verder blijkt ook uit de vragen die aan haar zijn gesteld tijdens de pauze van de tweede koorrepetitie dat haar fysieke beperking een rol heeft gespeeld bij de afwijzing. Bovendien heeft zij om doeltreffende aanpassingen gevraagd, maar verweerster is hier niet op ingegaan. Verweerster had in ieder geval moeten onderzoeken of er doeltreffende aanpassingen mogelijk waren.

5 Standpunt verweerster

Verweerster stelt voorop dat de in dit geval gevolgde procedure niet de schoonheidsprijs verdient. Zij geeft toe dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Dit was zeker niet haar bedoeling. Bij de eerste repetitie viel het verweerster op dat verzoekster een trechtervormige nek- en halssteun draagt. Zowel de dirigente als enkele koorleden hadden de indruk dat die steun haar stemgeluid verzwakte. Verweerster heeft geen ervaring met zangers met een beperking. Zij had behoefte om meer te weten te komen over de specifieke beperking van verzoekster en daarom heeft zij hierover in de pauze van de tweede repetitie vragen gesteld. Zij had de indruk dat door het niveauverschil tussen de staande zangers en verzoekster
de afstemming tussen de verschillende stemgroepen moeilijk zou zijn. Daarnaast
was er enige irritatie omtrent de houding en het gebrek aan punctualiteit van verzoekster.

6 Beoordeling

6.1 Uitgangspunt is dat een instelling die werkzaam is op het gebied van cultuur bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot diensten geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte mag maken (artikel 5b, eerste lid, aanhef en onderdeel c Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)). Verweerster houdt een koor in stand dat wereldmuziek zingt en kan als een dergelijke instelling worden beschouwd. Verweerster biedt leden de mogelijkheid te zingen in koorvorm onder begeleiding van een dirigent. Het handelen van verweerster valt dan ook onder het bereik van artikel 5b WGBH/CZ.

6.2 In dit geval doet zich de bijzonderheid voor dat verweerster een vereniging is. In principe geldt het verbod van onderscheid bij het in het openbaar aanbieden van goederen en diensten als bedoeld in artikel 5b WGBH/CZ ook voor verenigingen als verweerster. Wel komt haar vanwege de verenigingsvrijheid (artikel 11 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 8 Grondwet) een zekere vrijheid toe ten aanzien van de vraag wie zij toelaat als lid (zie College 10 december 2015, 2015-137, overweging 3.3 t/m 3.7). Voor de bevoegdheid van het College is van belang of een beperkende voorwaarde om lid te worden van een vereniging verband houdt met het doel van de vereniging zoals opgenomen in de statuten. Gesteld noch gebleken is dat in dit geval sprake is van een beperkende voorwaarde die verband houdt met het doel van verweerster. Het College is dan ook bevoegd om over het verzoek te oordelen.

6.3 Het verbod van onderscheid houdt mede in dat degene, tot wie dit verbod zich richt, gehouden is naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen (artikel 2, eerste lid, WGBH/CZ. De verplichting om een doeltreffende aanpassing te verrichten, brengt mee dat een aanbieder van diensten verplicht is om te onderzoeken in hoeverre een oplossing mogelijk is. Daarbij geldt: “Overleg en actief handelen is vereist” (Kamerstukken II 2013/14, 33 990, nr. 3, p. 7).Het is aan de persoon met een handicap of chronische ziekte om aan te geven dat hij of zij daaraan behoefte heeft.

6.4 Verzoekster maakt vanwege haar lichamelijke beperking gebruik van een rolstoel. Zij kan zich daarom op de bescherming van de WGBH/CZ beroepen.

6.5 Het College stelt vast dat uit de e-mail van 18 mei 2018 blijkt dat verzoekster in eerste instantie is afgewezen als koorlid omdat zij gebruik maakt van een rolstoel. Dat verweerster vanwege de fysieke beperking van verzoekster twijfels had over haar lidmaatschap van het koor, bleek eerder al uit de vragen die zij verzoekster stelde tijdens de tweede koorrepetitie. Dat de beperking van verzoekster een rol heeft gespeeld, blijkt verder uit het verweerschrift. Verweerster stelt hierin dat zij de indruk had dat de afstemming tussen de zangers van het koor moeilijk zou zijn door het niveauverschil tussen de staande zangers en de zittende zangers. Verweerster heeft dit ook ter zitting erkend. Dat verweerster in het verweerschrift en ter zitting stelt dat er ook andere redenen waren om verzoekster af te wijzen, doet daaraan niet af. Er is immers niet alleen sprake van onderscheid wanneer de beschermde grond, in dit geval de grond handicap of chronische ziekte, de enige reden is geweest om haar af te wijzen, maar ook als deze grond daarbij mede een rol heeft gespeeld. Ook het feit dat verweerster niet de bedoeling had om verzoekster te discrimineren en dat zij zich er niet van bewust was dat een afwijzing op basis van fysieke beperkingen als discriminatie kan worden beschouwd, doet niet af aan die beoordeling. De intentie is niet bepalend bij de vaststelling of sprake is van onderscheid. Het gaat om het effect van het handelen.

6.6 Bovendien heeft verweerster niet onderzocht hoe deelname van verzoekster aan het koor wel mogelijk gemaakt zou kunnen worden. Zij is niet ingegaan op het verzoek om doeltreffende aanpassingen, terwijl het wel op haar weg had gelegen om, toen zij constateerde dat de beperkingen van verzoekster in de weg stonden aan deelname aan het koor, na te gaan of een doeltreffende aanpassing kon worden getroffen (Vergelijk: College 1 augustus 2017, 2017-99, overweging 6.5). Ook hierdoor heeft zij jegens verzoekster onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt

6.7 Het College concludeert dan ook dat verweerster jegens verzoekster direct onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt. Het maken van direct onderscheid is verboden, tenzij voor het onderscheid een wettelijke uitzondering bestaat. Dit is gesteld noch gebleken. Het College oordeelt dan ook dat verweerster jegens verzoekster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door haar af te wijzen als koorlid.

7 Oordeel

Vereniging Vrouwenkoor Malaika heeft jegens [. . . .] verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Aldus gegeven te Utrecht op 21 december 2018 door mr. G. Lieuw LL.M., voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.M. Schimmel, secretaris.

mr. G. Lieuw LL.M.
namens deze,
mr. D.C. Houtzager
collegelid

mr. R.E.M. Schimmel

 


 www.duic.nl

College voor de Rechten van de Mens tikt vrouwenkoor op de vingers

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat het Utrechtse Vrouwenkoor Malaika een vrouw heeft gediscrimineerd vanwege haar beperking. De vrouw wilde lid worden van het koor, maar zit in een rolstoel en zou om die reden geweigerd zijn bij het koor. Het koor zelf zegt excuses te hebben gemaakt: “Het is gewoon erg stom van ons geweest.”

De vrouw wilde in mei 2018 lid worden van het vrouwenkoor en vroeg of zij de eerstvolgende koorrepetitie bij mocht wonen. Dat kon. Bij haar tweede repetitiebezoek vroeg de secretaris van het koor over de inhoud en duur van haar beperking. Na deze repetitie kreeg de vrouw een e-mail met de mededeling dat haar lidmaatschapsverzoek was afgewezen.

Als reden werd genoemd dat het koor staand zingt en soms choreografie in optredens verwerkt. De vrouw maakte melding van discriminatie bij Art. 1 Midden Nederland. Op 11 december volgde een zitting bij het College voor de Rechten van de Mens, dat oordeelt dat het vrouwenkoor onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte.

Orkun Demir, consulent discriminatiezaken bij Art.1 MN, is blij met het oordeel. “Voor mensen die gebruik maken van een rolstoel is het van groot belang dat ze ongehinderd en zelfstandig mee kunnen doen in de maatschappij. Ik vind het betreurend dat het koor niet eens heeft geprobeerd om het voor deze mevrouw mogelijk te maken lid te worden, terwijl overleg en actief handelen een vereiste is.”

Excuses

Volgens Gerda van Es, voorzitter van het koor, hebben ze een stommiteit begaan en ook hun excuses aangeboden. “Mensen in een rolstoel zijn gewoon welkom bij ons.” Verder legt de voorzitter uit dat er meerdere redenen waren die meespeelden om de vrouw niet toe te laten.

Zo zou zij tot tweemaal toe te laat zijn gekomen bij de repetities en was de kennismaking voor het koor niet positief verlopen. Gerda van Es maakt duidelijk dat ze de rolstoelgebondenheid van de vrouw nooit als reden hadden moeten geven voor de afwijzing.