Rechter doet opnieuw uitspraak over indicatie thuishulp Enschede

Uit het nieuws: Rechter doet opnieuw uitspraak over indicatie thuishulp

De hoogste bestuursrechter in Nederland heeft onlangs opnieuw een gemeente op de vingers getikt over de wijze van toekenning van thuishulp vanuit de wmo. De gemeente Enschede moet aanvragers van huishoudelijke hulp voortaan een duidelijke –  in uren omschreven – toekenning geven. Dus er mag geen sprake meer zijn van omschrijvingen als ‘een schoon huis’ of ‘twee keer per week schoonmaken’. Dat is volgens de rechter onvoldoende.

Duidelijker kan het niet worden voor gemeenten: ‘resultaat gericht’ indiceren zoals veel gemeenten dat nu doen, is niet langer acceptabel. Inmiddels is er al een hele rij gemeenten die worden teruggefloten vanwege deze manier van werken. De uitspraak van de Centrale Raad is bindend voor alle gemeenten.

Opvallend in de Enschedese uitspraak is dat die nog strenger is dan voorgaande vonnissen tegen deze manier van werken: er móet voortaan een indicatie in tijd/uren worden afgegeven. Het is niet langer toegestaan in algemene bewoordingen huishoudelijke hulp toe te kennen.

Enschede geeft beschikkingen af waarin wel is opgenomen waar in huis wordt schoongemaakt en hoe vaak dat moet gebeuren. De Centrale Raad levert daar nu een rekensom bij: de man die in beroep ging krijgt voortaan wekelijks ruim vier uur hulp. Daarbij wordt uitgegaan van de regels/urenindicaties van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Indien nodig moeten gemeenten van die normuren afwijken, als er meer hulp nodig is. En dat moet in samenspraak met de aanvrager worden afgewogen, precies zoals bedoeld met maatwerk in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Gemeenten lijken vooralsnog geen haast te maken met het aanpassen of stopzetten van ‘resultaat gericht’ indiceren. Ze leggen daarmee de uitspraken van de hoogste bestuursrechter aan de kant. Enkele gemeenten, zoals Steenbergen, de Peelgemeenten en nu ook Enschede, laten weten dat ze eerst afwachten hoe de minister van VWS denkt over ‘resultaat gericht indiceren’. Bron: iederin.nl

Uitspraak Centrale Raad van Beroep

Instantie Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak 06-02-2019 Datum publicatie 04-03-2019

Zaaknummer 18/635 WMO15-PV

Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht

Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Inhoudsindicatie

In hoger beroep is aangevoerd dat het college heeft nagelaten om te bepalen

hoeveel tijd nodig is om de benodigde activiteiten met de toegekende frequentie te

verrichten. Deze grond slaagt. Verwijzing naar uitspraak van de Raad van 8

oktober 2018,

ECLI:NL:CRVB:2018:3241. De rechtbank heeft dit niet

onderkend. Vernietiging aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. De Raad

voorziet zelf. College heeft ter zitting toegezegd dat eenmalig extra ondersteuning

bij het huishouden wordt verstrekt voor achterstallige schoonmaakwerkzaamheden.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de

rechtbank Overijssel van 21 december 2017, 17/888 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

ECLI:NL:CRVB:2019:676

18 635 WMO15-PV, 18/4540 WMO15-PV, 19/564 WMO15-PV

het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college)

Datum uitspraak: 6 februari 2019

Zitting hebben: M.F. Wagner, als voorzitter, en L.M. Tobé en N.R. Docter, als leden.

Griffier: G.D. Alting Siberg.

Ter zitting zijn verschenen: [naam A], namens appellant, en [naam B] en

[naam C], namens het college.

Hierna volgen de beslissing van de Centrale Raad van Beroep en de overwegingen waarop deze

berust.

  1. In hoger beroep is aangevoerd dat het college heeft nagelaten om te bepalen hoeveel tijd nodig is

om de benodigde activiteiten met de toegekende frequentie te verrichten. Deze grond slaagt. Dit volgt

uit de uitspraak van de Raad van 8 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3241. De rechtbank heeft dit

niet onderkend. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, voor zover

aangevochten.

  1. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt vernietigd het besluit van 9 juni 2017.
  2. Het beroep tegen de besluiten van 2 februari 2018 en 25 september 2018 is gegrond. Deze

besluiten worden vernietigd.

  1. De Raad bepaalt zelf voorziend dat aan appellant met ingang van 6 februari 2019 vier uur en tien

minuten per week ondersteuning bij het huishouden wordt verstrekt voor Licht huishoudelijk werk

(inclusief afwas), Zwaar huishoudelijk werk, Was verzorging, Extra was beddengoed en Extra

schoonmaak van het toilet. Hierbij wordt aangesloten bij het CIZ protocol en de door appellant

benodigde tijd.

  1. Daarnaast heeft het college ter zitting toegezegd dat het college eenmalig vier uur en tien minuten

extra ondersteuning bij het huishouden verstrekt aan appellant om achterstallige

schoonmaakwerkzaamheden te laten verrichten.

  1. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag

van € 49,80 en bepaalt dat het college aan appellant het betaalde griffierecht vergoedt van € 126,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar.

BESLISSING

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) G.D. Alting Siberg (getekend) M.F. Wagner