Met HEART-score kunnen artsen hartinfarct beter ontdekken

HEART-score biedt arts extra handvat

De HEART-score is een veilige methode waarmee artsen de risicopatiënten met een (dreigend) hartinfarct gerichter kunnen opsporen. Dit blijkt uit onderzoek van arts-epidemioloog Judith Poldervaart. Het zou in Nederland jaarlijks tot naar schatting 50.000 onnodige ziekenhuisopnames kunnen voorkomen.

Jaarlijks melden zich op de afdelingen spoedeisende hulp ongeveer 200.000 mensen met ‘pijn op de borst’. Slechts bij 20 procent is sprake van een (dreigend) hartinfarct dat direct moet worden behandeld, vertelt arts-epidemioloog Judith Poldervaart. ‘Het onderscheid tussen wel of geen (dreigend) hartinfarct blijft lastig te maken. Daarom worden veel patiënten opgenomen voor aanvullend diagnostisch onderzoek, zoals een CT-scan of een kransslagaderonderzoek. Maar meer diagnostiek is niet per se veiliger voor de patiënt, gezien het risico op complicaties. Patiënten met een zeer laag risico herkennen, kan daarom overdiagnostiek en -behandeling voorkomen.’

Veiligheid HEART-score
Poldervaart, werkzaam bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde van het UMC Utrecht, onderzocht voor haar promotie de veiligheid van de HEART-score. Daarmee kan een aantal zaken worden bepaald: opname, aanvullend onderzoek of zonder verder onderzoek veilig naar huis. ‘Als artsen bij alle 200.000 patiënten op de seh met pijn op de borst de HEART-score zouden gebruiken, zouden 50.000 laagrisicopatiënten kunnen worden opgespoord. Dat zou een totale besparing van naar schatting 12 miljoen euro kunnen betekenen.’

Klachten en risicofactoren
Aan haar onderzoek deden 3648 patiënten in negen ziekenhuizen mee. Poldervaart vroeg aan arts-assistenten en cardiologen om bij patiënten de HEART-score te berekenen. Die bestaat, net als de standaardzorg voor deze patiënten, uit vragen over de klachten en risicofactoren (roken, hoge bloeddruk), leeftijd, een hartfilmpje en laboratoriumonderzoek. Er is één verschil: bij de HEART-score wordt aan elk onderdeel een cijfer van 0 tot en met 2 gegeven; de scores worden vervolgens opgeteld. ‘Nul punten betekent een laag risico, een score van tien is foute boel. Een 40-jarige roker zonder verdere bijzonderheden scoort bijvoorbeeld één punt. Het risico op een hartinfarct is dan zo laag dat verdere observatie en onderzoek niet nodig zijn.’
Zowel de standaardzorg als de HEART-score hebben een foutmarge van 1 tot 2 procent, zegt Poldervaart. ‘Je kunt niet bij iedereen altijd voor honderd procent het risico op een hartinfarct uitsluiten.’ Ze noemt het instrument een extra handvat waarmee de arts een goed besluit kan nemen. ‘Maar het is geen ijzeren wet. De arts moet zelf blijven nadenken.’

Alle risico’s uitsluiten
De HEART-score, ontwikkeld door de Nederlandse cardioloog Jacob Six en spoedeisendehulparts-in-opleiding Barbra Backus, wordt nu in vijfentwintig Nederlandse ziekenhuizen gebruikt. ‘Artsen zijn nog een beetje terughoudend, ook omdat ons zorgsysteem gericht is op het uitsluiten van zelfs heel kleine risico’s. We willen als maatschappij honderd procent zekerheid én zo laag mogelijke zorgkosten. Dat wringt. De vraag is welk risico we in Nederland aanvaardbaar vinden.’
download heartscore.pdf

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone