Meer openbaarmakingen Inspectie Gezondheidszorg en overige inspectiediensten

Meer openbaarmakingen inspectiediensten

Inspectie- en onderzoeksgegevens van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Jeugdzorg en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit moeten actief openbaar worden gemaakt. Aanpassingen van de Gezondheidswet en de Wet op de jeugdzorg om dit te regelen zijn al enige jaren gaande. Betrokkenen kunnen nu reageren op een ontwerp-algemene maatregel van bestuur via een open consultatie op een website van de overheid.

De algemene maatregel van bestuur gaat vooral over de inspectiegegevens van de Voedsel- en Warenautoriteit, die nu nog niet openbaar worden gemaakt. Maar openbaarmakingsregels gaan gelden voor alle inspectiediensten die vallen onder de Gezondheidswet en de Wet op de jeugdzorg.
De IGZ en IJZ publiceren nu al veel inspectiegegevens, zoals tuchtmaatregelen tegen zorgverleners in het BIG-register en toezichtsrapporten. Maar bijvoorbeeld calamiteitenrapporten worden nog niet openbaar gemaakt.

Transparantie  van de inspectiediensten is belangrijk, omdat het inzicht geeft in het functioneren van de overheid, schrijft Schippers in een begeleidend stuk bij de internetconsultatie (zie hieronder)  Daarnaast is het de bedoeling dat ondernemingen, instellingen en beroepsbeoefenaren, doordat hun identiteit bekend wordt gemaakt, zich gecontroleerd voelen door de afnemers van hun producten en diensten. Dat is niet bedoeld als ‘leedtoevoeging’ na een kritisch oordeel van een inspectiedienst, maar als prikkeling om de prestaties te verbeteren en zich in positieve zin van concurrenten te onderscheiden.

Volgens Schippers zal er bij publicatie niet worden gekeken naar aspecten als de zwaarte van de opgelegde maatregelen en de aard van de overtredingen. Dit zou in het geval van de Voedsel- en Warenautoriteit ook onmogelijk zijn; daar worden tot 200.000 openbaarmakingen per jaar verwacht.

De minister vindt het belang van transparantie en het informeren en beschermen van anderen belangrijker dan het individuele belang van mogelijk te lijden reputatieschade.
Dat het bedrijfs- of beroepsmatig functioneren voor het publiek kenbaar zal zijn en dat die personen daarbij in een negatief daglicht kunnen komen te staan, vindt Schippers een minder zwaarwegend belang dan het maatschappelijk belang dat is gediend met openbaarmaking. Het weglaten van dergelijke informatie, zou een verkeerd beeld van de werkelijkheid geven en dan kan er onzekerheid bij het publiek ontstaan. Ook wijst ze erop dat inspectiezaken tegenwoordig toch niet anoniem te houden zijn door onder meer de invloed van social media en zoekmachines. Daarom is het volgens haar beter betrouwbare en objectieve informatie te geven.

Wel komt er een ‘standstill’-periode van twee weken. In die periode mag informatie nog niet naar buiten worden gebracht, zodat een betrokkene nog via de voorzieningenrechter bezwaar kan maken, bijvoorbeeld omdat de informatie onjuistheden bevat. Dit geldt niet in uitzonderlijke gevallen waarin het publiek onmiddellijk moet worden geïnformeerd.

Lees ook:

 

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone