H. Raaphorst: Longartsen weigeren zorg aan slachtoffer medische fout

Toelichting SIN-NL

Herman Raaphorst (1950)  beschrijft hoe hij in 2002 als 52 jarige volkomen ten onrechte ten dode werd opgeschreven door twee artsen in het LUMC Prof. Rabe en dr Willems, longartsen, en -onvoldoende geinformeerd- misbruikt werd voor een trial.
Gelukkig had hij de moed voor een second opinion en behandeling door artsen in Freiburg, waar een grote genezende operatie plaatsvond en hem het leven redde. 
Het is verbijsterend te lezen dat artsen in Nederland anno 2016 Raaphorst nog steeds als patiënt weigeren als gevolg van de grove medische fout van Willems en Rabe en hij zijn geneeskundig heil in het buitenland moet zoeken: Steeds weer moest het buitenland me redden
.

Let wel: Raaphorst is niet de enige patiënt/slachtoffer van medische fouten die voor medische hulp naar het buitenland moet gaan ivm zorgweigering door NLse artsen.
Naar de mening van SIN-NL volstaat een waarschuwing niet aan artsen die onterecht een doodvonnis uitspreken en wensen uit te voeren bij een patiënt die inmiddels al 13 jaar overlever. Het weigeren van medische zorg in strijd met de ethische, professionele en wettelijke zorgplicht van iedere arts en dient met duidelijke sancties zoals schorsing bestraft te worden.

Door artsen veroorzaakt maar de gevolgen zijn voor de patiënt

Hoe triest is het als je erachter komt dat het hoofd van de longafdeling bij het LUMC, professor dr. Rabe en de longspecialist dr. Willems in mij een prima proefkonijn zagen. Het was het jaar 2002.
Ik was ernstig ziek door longkanker in stadium IIIA.
Ik vertrouwde de artsen voor honderd procent dus toen me gevraagd werd om deel  te nemen aan een Europees onderzoek en een trial(EUS-FNA, in Nederland geïntroduceerd door Rabe), stemde ik direct toe.
Hoe kon ik weten dat deze artsen mijn ziekte zouden misbruiken om de trial nog een keer af te dwingen. Sluw zei dr. Willems dat de maandenlange chemo geen succes was geweest. Ik had niet lang meer te leven. Sluw was hij ook toen hij kort zweeg en het bericht even liet indalen. Hij liet me even boven mijn graf zweven.
Listig kwam hij op het juiste moment met het voorstel om de trial nog eens over te doen want misschien liet het biopt wel dode cellen zien. Aangedaan stemde ik ermee in en aangedaan belde ik thuis direct met de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam voor een second opinion.
Onzeker en wantrouwend was ik toen ik in gedrogeerde toestand voor de tweede keer het  instrument van Rabe door mijn strot geduwd kreeg en heel boos toen ik een klap moest incasseren omdat ik probeerde mijn pijnlijk ingeklemde onderlip te bevrijden.
Geluk had Rabe dat ik gedrogeerd was.
Blij was ik toen de Daniël den Hoed kliniek een totaal andere mening had over de behandeling. Niet palliatief maar curatief moest de behandeling zijn. In opzet genezend dus en die conclusie werd schriftelijk meegedeeld aan Willems en de afdeling radiotherapie in Leiden.
Jammer was het dat ik door drukte niet bij de Daniel den Hoed kon blijven voor verdere behandeling.  Woest was ik toen dr. Willems niets meer met mij te maken wilde hebben en de afdeling radiotherapie in Leiden mij niet bleek te kennen en ook geen tijd voor me had.
Blij werd ik van het bericht van mijn zorgverzekering dat ik naar Antwerpen kon voor een tijdige behandeling.
Doortrapt bleken de artsen in Leiden toen men ervan hoorde en mij meedeelden dat de afdeling radiotherapie in Leiden alsnog tijdig kon behandelen.
En heel erg verdrietig was mijn lieve gezin toen ik in het vroege voorjaar van 2003 weer werd opgegeven.
Blij als een kind dat jarig is, was ik in mei 2003, toen ik na weer een second opinion alsnog geopereerd werd in Duitsland. Een second opinion waar twee ziekenhuizen bij betrokken waren en die dezelfde mening hadden. Curatief behandelen.
Het werd een grote operatie door zes maanden tijdverlies.
Gruwelijk was vervolgens het weigeren van longartsen in Nederland om mij nazorg te verlenen. Leerzaam daarentegen was het bestuderen van mijn LUMC dossier waaruit bleek dat mij slechts een palliatieve bestraling was gegeven in plaats van de afgesproken curatieve behandeling . Zo had Leiden dus tijd gecreëerd. Zonder mij te informeren werd de curatieve behandeling die men in Antwerpen wilde geven, ingeruild voor een palliatieve behandeling in Leiden. Wat rancune al niet kan doen met de mens achter de arts.
Spannend was de gang naar de tuchtcommissie maar wrang was de door hen opgelegde maatregel. De longarts kreeg een waarschuwing op twee punten. Bij een waarschuwing krijgt de arts geen vermelding achter zijn naam in het BIG-register. De ‘straf’ blijft anoniem en is in feite een ontsnappingsluik.
Als ik niet naar Duitsland was gegaan, zou het misbruik en de stiekeme palliatieve behandeling nooit aan het licht gekomen zijn. Dan was ik in 2003 stil en kansloos gestorven. Als een waarachtig proefkonijn.
Absoluut absurd is, al dertien jaren lang, het hardnekkig weigeren van longartsen in de regio om correcte nazorg te geven. Stompzinnig en schandalig is bovendien het chronisch schofferen van de patiënt. Die houding had een aantal keren fataal kunnen uitpakken. Steeds weer moest het buitenland me redden.
Uitermate dom van de collegae om dertien jaar lang te blijven wrijven in de vlek op het blazoen van Willems. Daar wordt die vlek alleen maar groter van.
Het is beangstigend dat zulke zaken kunnen gebeuren in de zorg. Zo beangstigend dat ik er geregeld nachtmerries van heb.
Binnenkort komen de kleinkinderen weer langs. Kinderen die mij zonder de tweede second opinion alleen op een foto hadden kunnen zien. Ik vraag me soms af hoe ik gereageerd zou hebben als Willems mij in 2002 gevraagd had nog eens te figureren. Het is zeker niet ondenkbaar dat ik ja gezegd zou hebben want ik had vertrouwen in artsen. Het zou heel andere gevolgen gehad hebben. Voor iedereen.

Herman Raaphorst, auteur van het boek: ‘Een klein deurtje dat weer open kon’, zie boekbespreking

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone