IGZ: 55 meldingen zwijgcontracten en resultaten onderzoek zwijgcontracten in de zorg

IGZ Rapport zwijgcontracten Vaststellingsovereenkomsten in de zorg

Resultaten onderzoek vaststellingsovereenkomsten in de zorg

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft onderzoek gedaan naar vaststellingsovereenkomsten met ongewenste afspraken in de zorg, ook wel de zogenaamde ‘zwijgcontracten’.
Dit zijn overeenkomsten tussen personen en zorginstellingen met één of meer afspraken die een belemmering vormen voor openheid en transparantie in de zorg.
In totaal heeft de inspectie 55 meldingen gehad van vaststellingsovereenkomsten met ongewenste inhoud. Van acht vaststellingsovereenkomsten heeft de inspectie geoordeeld dat er inderdaad ongewenste afspraken in staan.

Op 7 april 2016 riep de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mensen die een mogelijk ‘zwijgcontract’ hadden getekend op zich te melden bij de inspectie. Mensen konden zich anoniem melden. De inspectie garandeerde hen volledige vertrouwelijke behandeling. Het belang en het eerbiedigen van de privacy voor de melders staan voorop. Daarom maakt de inspectie niet bekend wie de melders of betrokken zorgaanbieders zijn.

Belangrijkste conclusies

De inspectie ontving in de periode van april 2016 tot 1 april 2017 55 meldingen. De meldingen zijn afkomstig uit de hele zorgsector. De inspectie heeft in acht zaken vastgesteld dat er sprake was van ongewenste afspraken. Eén van de meldingen ging over een niet-gemelde calamiteit.
Hier is een boete voor opgelegd.

Wat heeft de inspectie gedaan met de acht vaststellingsovereenkomsten met ongewenste inhoud?

  • In de recente zaken (na 2012) heeft de inspectie het bestuur hierop aangesproken en een waarschuwing gegeven. Deze waarschuwing is ook schriftelijk gegeven. Het bestuur is verteld dat als de zorgaanbieder nogmaals ongewenste afspraken maakt, de inspectie een bestuursrechterlijke maatregel zal opleggen.
  • In de oudere zaken (van voor 2012) heeft de inspectie de zorgaanbieder een brief gestuurd. Hier stond dat zij zich moet onthouden van het maken of aanbieden van ongewenste afspraken. Zo niet, dan zal de inspectie een bestuursrechterlijke maatregel opleggen.
  • In enkele gevallen is er op verzoek van de melder geen contact geweest met de betreffende zorgaanbieder.

Hoe verder?

De inspectie blijft aandacht vragen voor dit onderwerp, omdat zulke afspraken ongewenst zijn. En haaks staan op een open en transparante werkcultuur. De IGZ gaat de resultaten en bevindingen met de beroeps- en brancheverenigingen bespreken.
Patiënten, familie en nabestaanden roepen wij op melding te blijven doen.
Niet alleen als u vermoedt een degelijke vaststellingsovereenkomst te hebben getekend, maar ook als er een vaststellingsovereenkomst met ongewenste afspraken is aangeboden. U kunt zich ook anoniem melden.

Na publicatie van het rapport zijn alle zorgaanbieders in Nederland voldoende gewaarschuwd.
De inspectie gaat er van uit dat er geen vaststellingsovereenkomsten met ongewenste afspraken worden aangeboden en ondertekend. Bij nieuwe gevallen zal de inspectie direct overgaan tot het opleggen van een bestuursrechterlijke maatregel.

Meer informatie

  • Rapport Vaststellingsovereenkomsten in de zorg18-05-2017 | PDF-document, 247 kB
  • Melden over zwijgcontracten
    ————————————

    Acht van de vijfenvijftig zwijgcontracten ‘ongewenst’

    1 reactie

    Vijfenvijftig meldingen over ‘zwijgcontracten’ kreeg de Inspectie voor de Gezondheidszorg na een oproep van minister Schippers in april vorig jaar. Acht van die contracten bevatten inderdaad ongewenste afspraken, zo concludeert de inspectie na onderzoek.

    Vier van de acht vaststellingsovereenkomsten, zoals de IGZ ze noemt, met ongewenste afspraken betreffen de ziekenhuissector. Over deze sector kwamen zesentwintig meldingen binnen. Twee ongewenste contracten gaan over de gehandicaptenzorg, waarover zeven meldingen binnenkwamen bij de inspectie. De andere ongewenste contracten betreffen een fabrikant van medische producten en de verpleging en verzorging. In acht korte casussen licht de inspectie toe waarom de afspraken zo ongewenst zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om nabestaanden van een onverwacht in het ziekenhuis overleden zoon, die afzien van het instellen van juridische procedures tegen het ziekenhuis en zorgverleners. Ook moest de melder een aangifte bij de politie intrekken en zouden beide partijen afzien van communicatie met de media en zich niet schadelijk over elkaar uitlaten. In deze casus werden drie ongewenste afspraken gemaakt, oordeelt de IGZ. Met de acht zorgaanbieders waarover melding is gedaan, zijn gesprekken gevoerd. In één geval is er ook een boete gegeven vanwege het niet melden van een calamiteit.

    De inspectie vindt iedere overeenkomst die openheid en transparantie kan belemmeren er één te veel en zal blijven handhaven op dit gebied. Het melden van zwijgcontracten blijft mogelijk.

    lees ook

    ————————————

    IGZ diept nieuwe zwijgcontracten op

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft sinds april vorig jaar twee nieuwe ongewenste vaststellingsovereenkomsten geconstateerd. Het totale aantal zwijgcontracten dat bij de inspectie bekend is komt daarmee op acht.

     In totaal heeft de IGZ 55 meldingen ontvangen over ongewenste geheimhoudingsovereenkomsten in de zorg. Dat zijn afspraken tussen zorginstellingen en patiënten of nabestaanden over het afzien van bijvoorbeeld een (tucht)klacht, een gesprek met lotgenoten of contact met de pers. Bij acht van de overeenkomsten heeft de inspectie geoordeeld dat er inderdaad ongewenste afspraken in staan, meldt de IGZ op donderdag 18 mei.

    De meldingen hebben betrekking op de gehele zorg, onder meer de medisch specialistische zorg en ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, ouderenzorg en farmaceutische bedrijven. De IGZ heeft instellingen waarschuwingen gegeven en een keer een boete uitgedeeld.

    Schikking Tergooi

    Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) deed vorig jaar een oproep om zwijgcontracten te melden bij de inspectie. In eerste instantie kwamen daarop 45 meldingen binnen.
    De oproep kwam na de dood van een 21-jarige tophockeyer in het Tergooiziekenhuis in Hilversum. Hij stierf aan een ontstoken hartzakje, zonder dat een specialist hem had gezien. Het ziekenhuis bleek een schikking te hebben getroffen met de moeder van de jongen. In ruil voor de vergoeding zou ze niet naar de tuchtrechter stappen en zou ze haar aangifte bij de politie intrekken.

    Volgens de IGZ zijn zorgaanbieders in Nederland voldoende gewaarschuwd. “De inspectie gaat er van uit dat er geen vaststellingsovereenkomsten met ongewenste afspraken worden aangeboden en ondertekend. Bij nieuwe gevallen zal de inspectie direct overgaan tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel.”

    In een brief aan de Tweede Kamer onderstreept staatssecretaris Van Rijn dat zwijgcontracten ook strijdig zijn met de Governancecode 2017. “De gehele code is gebaseerd op de principes van een open cultuur, aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid. Meer specifiek zijn vaststellingsovereenkomsten met ongewenste inhoud in strijd met de principes “Goede zorg” en “Waarden en normen”.”

    Aanspreken

    Dit impliceert volgens Van Rijn ook een duidelijke bestuurlijke verantwoordelijkheid. “Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht om de code toe te passen en er een succes van te maken. De brancheorganisaties die de code hebben opgesteld, streven naar een cultuur waarbij men elkaar op fouten aanspreekt. Wanneer een Raad van Bestuur zich niet aan de code houdt dan grijpt de Raad van Toezicht in.
    Voorts kunnen geschillen met betrekking tot de code door belanghebbenden worden voorgelegd aan de Governancecommissie gezondheidszorg. Deze onderzoekt de aan haar voorgelegde schending en doet daarover uitspraak. Deze uitspraken worden vervolgens gepubliceerd op de website van het Scheidsgerecht gezondheidszorg.” (ANP/Skipr)

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone