Hof Arnhem heropent meineedzaak tegen schouwarts Dekker inzake overlijden weduwe Tillema

Hof heropent meineedzaak tegen schouwarts

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft woensdag 5 december 2018 de strafzaak heropend tegen een schouwarts die in hoger beroep ging tegen een veroordeling wegens meineed.

De arts kreeg in november 2016 een taakstraf van 180 uur wegens meineed nadat hij – mogelijk dus ten onrechte – had verklaard dat hij een telefoontje met de huisarts van een vrouw had gepleegd.

De schouwarts had verklaard dat de vrouw door een val om het leven was gekomen, terwijl later bleek dat zij was geslagen. Daarop had hij gezegd dat hij met de huisarts van de vrouw had gebeld, die had gezegd dat ze vaker viel.

Telefoontje

Het Openbaar Ministerie (OM) besloot de arts te vervolgen toen het geen registratie van dit telefoongesprek kon vinden. De rechter meende dat de arts met het verhaal over het telefoontje probeerde te verhullen dat hij zijn werk niet naar behoren had gedaan en legde de schouwarts 180 uur werkstraf op. De schouwarts ging in hoger beroep. Het hof wil nu precies weten wie welke handelingen in het EPD van de overleden vrouw heeft verricht, en wat de inhoud van de toegevoegde documenten en bestanden precies betekent.

—————
Tussenarrest Hof Arnhem-Leeuwarden 5.12.2018
inzake GGD schouwarts Dekker en overlijden weduwe Tillema
ECLI:NL:GHARL:2018:10553 bron: rechtspraak.nl
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-12-2018
Datum publicatie
05-12-2018
Zaaknummer
21-006428-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2016:4509
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schouwarts verdacht van meineed. Tussenarrest. Heropening onderzoek. Nader onderzoek EPD.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006428-16

Uitspraak d.d.: 5 december 2018

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 17 november 2016 met parketnummer 08-770126-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 31 augustus 2018 en 21 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J. Anker, naar voren is gebracht.

Heropening van het onderzoek

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien het hof het in het belang van de waarheidsvinding acht dat er nader onderzoek wordt verricht. Het hof verwijst daarom de zaak in volle omvang naar de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris teneinde nader onderzoek in de zaak te verrichten.

Daarbij dient de raadsheer-commissaris in ieder geval het navolgende onderzoek te laten verrichten.

Het hof acht het van belang nader te worden geïnformeerd over het Elektronisch Patiënten Dossier (hierna: EPD) van [naam 1] , en dan in het bijzonder over de volgende gegevens:

 Een overzicht van alle handelingen die vanaf 8 juli 2013 tot heden in het EPD zijn verricht inclusief de data, tijdstippen en de namen van de betrokken personen die deze handelingen hebben verricht. Zoals onder meer het openen van het EPD, het toevoegen van notities aan het EPD, het toevoegen aan en opslaan van documenten in het EPD, dan wel het verwijderen van notities en documenten in het EPD etcetera.

 De integrale inhoud van alle toegevoegde documenten en bestanden in het EPD vanaf 8 juli 2013 tot heden, waaronder de inhoud van het ingescande document ‘checklist overleden personen’ dat volgens de zich in het dossier bevindende zogenaamde dagstaat op 9 juli 2013 om 15.07 uur aan het EPD is toegevoegd.

Daarnaast acht het hof het van belang antwoord te krijgen op de volgende vragen:

 Waar staan alle afkortingen voor die op de zich in het dossier bevindende dagstaat van 9 juli 2013 van het EPD zijn vermeld?

 Waar staan alle afkortingen voor die op de op 20 november 2018 door de huisarts [naam 2] overgelegde ‘geknipt en geplakte’ uitwerking van de notities van 9 juli 2013 staan vermeld?

 Waarom staan in de voornoemde dagstaat andere tijdstippen vermeld bij de ‘notitie/memo’ dan die in de op 20 november 2018 door de huisarts [naam 2] overgelegde ‘geknipt en geplakte’ uitwerking hiervan?

 Waarom staat er in de uitwerking bij de ene notitie (overeenkomstig de dagstaat) [afkorting 1] en bij de andere notitie (van 15:07 uur / 10:21 uur) [afkorting 2] (anders dan op de dagstaat) vermeld? Waar staat in dit verband [afkorting 2] voor?

 Is het technisch mogelijk dat de ingescande ‘checklist overleden personen’ niet op 9 juli 2013 aan het EPD is toegevoegd maar op een latere datum, waarbij wél de datum 9 juli 2013 als registratiedatum staat vermeld in het EPD, hetgeen door de huisarts [naam 2] als mogelijkheid is genoemd in zijn email van 20 november 2018?

 Wat wordt bedoeld met ‘postverwerking’ in de op 20 november 2018 door de huisarts [naam 2] overgelegde ‘geknipt en geplakte’ uitwerking van de notities van 9 juli 2013?

Teneinde bovenstaande vragen beantwoord te krijgen verwijst het hof de zaak naar de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris teneinde een deskundige te benoemen op het gebied van de technische mogelijkheden, functionaliteiten en praktische toepassingsmogelijkheden van het EPD in het onderhavige geval en voorts de onderzoekshandelingen te (laten) verrichten die hem/haar geraden voorkomen.

Voorts overweegt het hof dat de raadsheer-commissaris gehouden is om – naast de in dit tussenarrest geformuleerde vragen – alle vragen te stellen die de raadsheer-commissaris geraden voor komen, en naar aanleiding van zijn/haar bevindingen alle onderzoekshandelingen te verrichten die hem/haar dienstig voor komen.

Gelet op het voorgaande, heropent het hof het onderzoek en stelt de stukken in handen van de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris teneinde voornoemde te realiseren.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde uitvoering te geven aan bovenstaande onderzoekshandelingen en overigens al hetgeen te doen dat hij/zij dienstig acht uit het oogpunt van waarheidsvinding.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.

Aldus gewezen door

mr. E.M.J. Brink, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. L.J. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,

en op 5 december 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 5 december 2018.

Tegenwoordig:

mr. E.M.J. Brink, voorzitter,

mr. S.H.G. du Fossé, advocaat-generaal,

J.B. Schwerzel, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het tussenarrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.