Forensisch arts mist expertise

De kwaliteit van de opleiding is onder de maat, er is te weinig aandacht voor het vakgebied in het basiscurriculum, er is een gebrek aan financiële middelen en de wetenschappelijke inbedding schiet tekort. Bela Kubat, hoogleraar Forensische Pathologie in het Maastricht UMC, en Udo Reijnders, hoogleraar Forensische Geneeskunde in het UVA/AMC en bij de GGD Amsterdam, schetsen deze week in een interview in Medisch Contact een verontrustend beeld van de staat van de forensische geneeskunde in Nederland.

Drie jaar geleden bracht de Gezondheidsraad (GR) al een alarmerend rapport uit over de forensische geneeskunde, het vakgebied dat zich bezighoudt met sporenonderzoek, lijkschouwing en arrestantenzorg. ‘Op allerlei fronten laat de kennisinfrastructuur van de forensische geneeskunde te wensen over’, schreef de GR in 2013.

Volgens Kubat en Reijnders is de situatie in de afgelopen drie jaar vrijwel niets verbeterd. Reijnders is als hoogleraar aangesteld, maar, zegt hij: ‘Er is nog steeds geen geld om de vervolgopleiding tot forensisch arts – voor een flink deel GGD-artsen die het er in deeltijd bij doen – te faciliteren. Nu bestaat de opleiding uit 38 dagen theorie, betaald door de arts zelf of de werkgever. (..) In het basiscurriculum blijft het vaak bij een uurtje college, soms iets meer.’

Zorgwekkend, vinden beide hoogleraren. ‘Iedere arts moet overlijdensgevallen beoordelen en mishandeling herkennen. Toch heeft driekwart van de artsen geen idee hoe ze mishandeling moeten herkennen’, stelt Reijnders. ‘Er zijn simpele vragenlijsten, waarmee je een groot deel kunt opsporen, maar artsen durven er niet naar te vragen, bang dat ze het mis hebben.’

Kubat: ‘Artsen moeten het onderscheid leren maken tussen accidenteel en intentioneel letsel. Door basisartsen goed forensisch onderwijs te bieden, kunnen ze later voorkomen dat patiënten bij mij terechtkomen. Mensen opleiden kost geld, maar wat kost het niet herkennen van mishandeling?’

Kubat en Reijnders vinden dat de overheid geld moet vrijmaken voor een ‘fatsoenlijke opleiding’ tot forensisch arts. ‘Een vergelijkbare opleiding met die van de huisartsen’, zegt Reijnders, die onlangs een ‘brandbrief’ schreef aan de vaste Tweede Kamercommissie Onderwijs. ‘Twee jaar in een meester-gezelsituatie en nog een jaar stages links en rechts (..). We moeten toe naar zo’n 150 tot 200 fatsoenlijk opgeleide artsen die dat fulltime doen én worden gecontroleerd.’

Op het gebied van de forensische pathologie schort het vooral aan fondsen voor wetenschappelijk onderzoek, zegt Kubat: ‘Van ons wordt verwacht dat we up-to-date, adequaat, correct onderzoek doen. Dat zul je wel moeten financieren, ook het wetenschappelijk onderzoek.’

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone