Hagaziekenhuis – cardiochirurgie

In 2013 bleken er belangrijke problemen te bestaan op de afdeling cardiochirurgie in het Haga ziekenhuis te Den Haag. Hierdoor bleken patiënten onnodig te overlijden. Dit werd onder andere naar voren gebracht in een uitzending van EenVandaag (16 maart, 2013).

Anno 2016 blijken drie cardiochirugen (K. Khargi, K.B. Prenger en M.A. Keyhan-Falsafi) niet meer werkzaam te zijn in dit ziekenhuis.

Op 2 feb 2016 stond in het weekblad Medisch Contact een advertentie voor een vacature cardiochirurg in het Haga ziekenhuis.

Werkzame artsen

Anno feb 2016 werken de volgende artsen op de afdeling cardiochirugie in het Haga ziekenhuis (bron: hagaziekenhuis.nl)

hoohenkerk

Hoohenkerk, G.J.F.

Hoohenkerk, G.J.F.  – Cardiothoracaal chirurg

Opleidingen

  • 2012: Promotie “Atrioventricular septal defect” LUMC Leiden
  • 2000 – 2006: Opleiding Cardio-thoracale Chirurgie OLVG/LUMC
  • 2000 – 2002: Vooropleiding Cardio-thoracale Chirurgie, Luca-Andreas ziekenhuis te Amsterdam
  • 1991 – 1993: Co-schappen Vrije Universiteit te Amsterdam; keuze co-schap; vaatchirurgie
  • 1991: Opleiding Sportmassage, Leffelaar te Amsterdam
  • 1985 – 1990: Doctoraal Geneeskunde, Vrije Universiteit te Amsterdam
  • 1981 – 1983: Atheneum-B, Christelijke Scholengemeenschap “Keizer Karei College” te Amstelveen
  • 1975 – 1980: HAVO, Christelijke Scholengemeenschap “Keizer Karei College” te Amstelveen

Werkervaring

  • 2006 – heden: Cardiothoracaal chirurg HagaZiekenhuis Den Haag
  • 2006 – 2009: Chef de clinique cardio-thoracale chirurgie Hagaziekenhuis, Den Haag
  • 2002 – 2006: Assistent in opleiding Cardio-thoracale Chirurgie OLVG/Leiden
  • 2000 – 2002: Assistent Algemene Chirurgie, Lucas-Andreas ziekenhuis te Amsterdam
  • 1995 – 1999: Assistent Cardio-thoracale Chirurgie, OLVG te Amsterdam
  • 1993 – 1995: Assistent Algemene Chirurgie, Spaarne ziekenhuis te Heemstede
  • 1989 – 1993: Ambulance verpleegkundige, GGD-Amstelveen

Specialisaties

  • TAV-procedure (transcatheter aortic valve)
  • Coronairchirugie met compleet arteriële revascularisatie
  • Minimal extra corporal circuits bij openhartoperaties

Nevenfuncties

  • 2006 – heden: Docent Cardio-thoracale Chirurgie, HagaAcademie HagaZiekenhuis te Den Haag
  • 2004 – heden: Docent Cardio-thoracale Chirurgie, Amstel Academie te Amsterdam
yazdanbaksh

Yazdanbakhsh, A.

Yazdanbakhsh, A. – Cardiothoracaal chirurg

Opleidingen – informatie ontbreekt waar en wanneer hij zijn studie geneeskunde heeft gevolgd en afgerond!

  • 2011 – 2014: Congenitaal Cardiothoracaal Chirurgie
  • 2007 – 2010: Cardiothoracaal Chirurgie
  • 2005 – 2006: Algemene Heelkunde

Werkervaring

  • 10/2014 – heden: Cardiothoracaal Chirurg HagaZiekenhuis
  • 05/2014 – 08/2014: Fellow Congenitale Cardiothoracale Chirurgie Centre Chirurgical Marie Lannelongue, Paris, France
  • 2011 – 2014: Cardiothoracaal Chirurg AMC/LUMC
  • 2011 – 2014: Fellow Congenitaal Cardiothoracale Chirurgie AMC/LUMC
  • 2005 – 2006: AGIO Algemene Heelkunde Albert Schweitzer Ziekenhuis te Dordrecht
  • 2003 – 2004: AGNIO Cardiothoracale Chirurgie AMC
  • 01/2002 – 09/2002: Internship Cardiothoracic Surgery Texas Heart Institute, Houston, Texas, USA

Specialisaties

  • Reconstructieve Klepchirurgie
  • Aortachirurgie
  • Minimaal invasieve klepchirurgie

Nevenfuncties

  • Werkgroep Hartrevalidatie

Prof. dr. ir. H.A. van Swieten – Cardiothoracaal chirurg

Informatie ontbreekt over opleidingen, werkervaring, specialisaties!

Hij heeft een eigen BV: H.A. van Swieten B.V. – Bracamonteweg 11, 6585 KP, Mook: www.valleibusiness.nl/bedrijfsprofiel/51858/ha-van-swieten-bv/

[Tekst: 19 mei 2014, bron: nshv.nl]
Prof. dr. ir. Henry van Swieten is sinds vier jaar hoofd van het Nijmeegse hartcentrum (hoofd van de afdeling cardiothoracale chirurgie aan de Radboudumc). In 2006 werd de afdeling gesloten door de Inspectie van Gezondheid, omdat het sterfteaantal van operaties een stuk hoger was dan in andere Nederlandse ziekenhuizen. Er stierven maar liefst tweemaal zoveel patiënten als normaal. Samen met prof. dr. Eijsman heeft van Swieten deze afdeling gered van de ondergang. Tijdens deze lezing vertelde van Swieten spreken over het belang van goed leiderschap in de praktijk. De theorie over hoe men hogere professionals leidt (faciliteren i.p.v. instrueren) blijkt namelijk te verschillen van de praktijk. Daarnaast vertelde hij vanuit zijn eigen ervaringen over de essentie van het neerzetten van een goede organisatie en aan welke eisen dit moet voldoen. Hij heeft vanuit zijn visie daarover ook de afdeling cardiothoracale chirurgie in het HaGa ziekenhuis opnieuw opgezet. In dit ziekenhuis werden de hartoperaties in maart 2013 namelijk gestaakt. Ook hier bleken onnodig veel patiënten te zijn overleden. Uit het onlangs verschenen onderzoek van van Swieten bleek dat dit kwam door communicatiefouten tussen de specialisten.

Meer informatie


Belangrijk rapport:

Tijdlijn problemen cardiochirugie Hagaziekenhuis

De namen van de drie andere cardiochirurgen Keyhan-Falsafi, M.A, Khargi, K.B.Prenger.
Grote vraag is nu: wie is van de drie gaat juni 2013(?) vertrekken???

Argosradio onthult dat een van de cardiochirurgen aanmerkelijk hogere sterftecijfers heeft, dat wil dus zeggen, dat er meer patiënten dan gemiddeld overleden wanneer hij opereerde, en dat hij gesjoemeld heeft met de sterftecijfers. Zo zijn er verschillende rapportages bij de vereniging van thoraxchirurgen en bij het Hagaziekenhuis.Wat de exacte sterftecijfers in het hartcentrum over de afgelopen jaren zijn, is onduidelijk omdat een van de cardiochirurgen van het HagaZiekenhuis over de periode 2007-2010 te lage mortaliteitscijfers aanleverde aan de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT). Dat bevestigt voorzitter Chiel Huffmeijer van de Raad van Bestuur van het HagaZiekenhuis.

Prof. M J Schalij cardioloog LUMC voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, cardioloog LUMC en hoofd afdeling cardiologie Medisch Centrum Haaglanden doet een boekje open over de gang van zaken mbt de sterftecijfers.
Argos brengt ook naar buiten dat de cardiologen van het Medisch Centrum Haaglanden (waarvan Schalij afdelingshoofd is), met twee vestigingen, in Den Haag en Leidschendam, vanwege de twijfel over de kwaliteit van het hartcentrum sinds 2,5 maand voor open hart operaties geen patiënten meer doorsturen naar het HagaZiekenhuis.

Het Haagse ziekenhuis kondigt aan dat de afdeling cardiochirurgie gaat samenwerken met de afdeling Thoraxchirurgie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
Deze samenwerking is volgens het ziekenhuis tevens een oplossing voor de problemen op de afdeling cardiochirurgie. Professor dr. Robert Klautz van het LUMC is aangesteld als hoofd van de vakgroep. Hij begint maandag.
Let wel: Hoohendijk is juni 2012 gepromoveerd bij collega van Klautz hoogleraar Hazekamp.
Zo blijft het hoogleraren van het LUMC onder elkaar: Schalij, Hazekamp en Klautz……

Vragen van SIN-NL:

  • Is Dr G.J.F. Hoohenkerk verantwoordelijk voor de vermijdbare dood van hartpatienten?
  • Heeft Dr Hoohenkerk gesjoemeld met zijn sterftecijfers?
  • Wie is de andere cardiochirurg die ontslagen is per juni 2013?
  • Waarom wordt deze cardiochirurg ontslagen?
  • Waarom mogen beide cardiochirurgen nog dooropereren?
  • Is er sprake van medische fouten?
  • Zijn de nabestaanden geinformeerd? Zoja hoe? Zonee, waarom niet?
  • Waarom heeft het zolang geduurd voordat dit naar buiten kwam?
  • Zijn de gegevens in het proefschrift van Dr Hoohenkerk betrouwbaar?
  • Zijn de gegevens in wetenschappelijke artikelen van Dr Hoohenkerk betrouwbaar?
  • Wat is de rol van zijn promotor van het LUMC en collega Prof. dr Mark Hazekamp?
  • Waarom uitgerekend samenwerking met het LUMC?
  • Waarom uitgerekend aanstelling van Prof. Klautz van het LUMC als afdelingshoofd?

Cardiochirurgen werkzaam in Haga ziekenhuis

Keyhan-Falsafi, M.A – Cardiothoracaal chirurg

Update feb. 2016: Keyhan-Falsafi is niet meer werkzaam bij Haga ziekenhuis. Volgens CTSNet werkt deze arts werkzaam bij het Amphia ziekenhuis te Breda. Echter, op de website van het Amphia ziekenhuis op de afdeling cardiochirurgie ontbreekt zijn naam. Wie wil ons informatie verschaffen of en waar deze arts momenteel werkzaam is?

Werkervaring

  • 2005 – 2013(?): Cardiothoracale chirurgie Hagaziekenhuis

Opleidingen

  • 1999 – 2005: Ruhruniversiteit Bochum Duitsland 1999-2005 opleiding cardiothoracale chirurgie, examen februari 2005
  • 29-04-2003: Promotie Ruhruniversiteit Bochum Duitsland
  • 1998: Cardiologie universiteitklinik Essen Duitsland
  • 1992 – 1997: Studie geneeskunde Universiteit Bochum Duitsland

Khargi, K. – Cardiothoracaal chirurg

Update feb. 2016: werkzaam bij Maastricht UMC – Cardiovascular Center Maastricht

Werkervaring

  • 1995 – heden: Meer dan 4000 hartoperaties verricht
  • 1995 – 2004: Ruhr Universiteit Bochum
  • 1994: Universiteit Leiden
  • 30 november 1998: de eerste hart bypass operatie in het academisch ziekenhuis Paramaribo Suriname verricht.
  • 1998 – 2004: 3 keer per jaar hartoperaties in Suriname uitgevoerd.
  • In meer dan 22 landen waaronder in Europa, Israel, China, India Australië, Chili, Venezuela, Zuid Afrika hartoperaties uitgevoerd.
  • Lid van Europese hartklep specialisten (European Valve repair Group)
  • Lid van de Europese club van hartchirurgen voor technologische innovatie: European association for cardiothoraci surgery
  • Bestuurslid stichting samenwerkende Haagsche en Surinaamse ziekenhuizen (Equilly Equipped)
  • Vaste reviewer van de European Journal of Cardiothoracic Surgery

Opleidingen

  • 2009 – heden: Masters of Science, Harvard University Boston, U.S.A
  • 1996 – 2004: Promotie onderzoek: Doctorstitel, Ruhr Universiteit Bochum Duitsland en Universiteit van Amsterdam
  • 1995: Opleiding cardiothoracale chirurgie Antonius Ziekenhuis en Universiteit Leiden
  • 1987: Medical Doctor (M.D.) Amerikaans arts examen, F.M.G.E.M.S
  • 1985 – 1988: Opleiding Interne Geneeskunde Academisch Medisch Centrum Amsterdam en Elisabeth Ziekenhuis Curaçao
  • 1985: Artsexamen, Universiteit van Utrecht

Prenger, K.B. – Cardiothoracaal chirurg

Update feb. 2016: Prenger publiceert op LinkedIn dat hij nog steeds werkzaam is bij het Haga ziekenhuis. Echter ontbreekt zijn naam op de website van het Hagaziekenhuis op de afdeling cardiochirurgie.

Werkervaring

  • 2004-heden: Hartchirurg HagaZiekenhuis
  • 2004: Grondlegger maatschap Hartchirurgie HagaZiekenhuis
  • 1988-2004: Cardiothoracaal chirurg Academisch ziekenhuis Maastricht
  • 1993-2000: Hoofd ad interim afdeling Cardiothoracale Chirurgie Academisch ziekenhuis Maastricht
  • 1987-1988: Cardiothoracaal chirurg Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 1987-1988

Opleidingen

  • 1997: International Executive Programme INSEAD (Fontainebleau)
  • 1983 – 1987: Specialisatie Cardiothoracale Chirurgie Academisch ziekenhuis Groningen
  • 1979 – 1983: Specialisatie Algemene Chirurgie Academisch ziekenhuis Groningen
  • 1971 – 1978: Studie geneeskunde Universiteit Groningen

Nieuwsberichten

Eenvandaag 16 maart 2013

Opmerkelijk: Bas Hoogerwerf kondigt aan het begin van de uitzending wel dit item aan, overigens met de onaanvaardbare woorden: gedoe in het Hagaziekenhuis. Maar na 2 items geeft hij aan dat dit item door technische problemen niet kan worden uitgezonden….Zou het Hagaziekenhuis of arts Hoohenkerk gedreigd hebben met juridische acties of is er werkelijk sprake van een technisch mankement???? Het item blijkt om 21.06 plotseling wel online te staan bij Eenvandaag zonder mededeling dat het item niet uitgezonden is…

sitestat16-03-2013 Uitzending bron:
www.eenvandaag.nl
Verslag Bart Hettema Verslag Barbara van Gool Redactie Channah Durlacher
Ruzie en gerommel met sterftecijfers op de afdeling Hartchirurgie van het HagaZiekenhuis. Van 2007 tot 2010 heeft een vertegenwoordiger van de hartchirurgen te lage sterftecijfers aangeleverd aan de Nederlandse Vereniging van Thoraxchirurgie (NVT).
Het is vanaf 2007 verplicht de zogenaamde mortaliteitscijfers te delen met de vakbroeders hartchirurgen. Het radioprogramma Argos besteedde vandaag aandacht aan de kwestie. Luister hier de uitzending terug.

Naast het gerommel met cijfers kampt het ziekenhuis met een arbeidsconflict binnen de cardiologische afdeling. De NVT bevestigt verder dat in het Hagaziekenhuis de sterftecijfers binnen de hartafdeling beduidend hoger liggen dan gewenst in een Nederland ziekenhuis. Het Hagaziekenhuis ontkent dit op hun website. Vanmiddag zal er een persconferentie zijn in het Hagaziekenhuis.
Het Medisch Centrum Haaglanden (MCH) stuurt al tweeenhalve maand geen hartpatienten meer door naar het Hagaziekenhuis. Dit is bevestigd door hoofd cardiologie Dr Martin Schalij van het MCH.
In EenVandaag onder meer een reactie van Jan Klein, bijzonder hoogleraar Veiligheid in de Zorg.
Het is in korte tijd het zoveelste voorbeeld van onrust binnen een ziekenhuis. De afgelopen jaren was het onder meer mis bij het Medisch Spectrum Twente in Enschede, het Ruwaard van Putten Ziekenhuis in Spijkenisse, Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, het VU Medisch Centrum in Amsterdam, het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam, het Scheper Ziekenhuis in Emmen en het UMC Sint Radboud in Nijmegen.

27 nov. 2012 www.nvtnet.nl: Thoraxchirurgen presenteren sterftecijfers

Voor bypassoperaties en geïsoleerde aortaklep-vervangingen presenteren de 16 Nederlandse Hartchirurgische centra vandaag hun sterftecijfers. Deze zijn voor alle centra redelijk vergelijkbaar en in geen enkel centrum is de sterfte hoger dan de verwachte sterfte op basis van de EuroSCORE. De voorzitter van de Vaste commissie van VWS ontvangt de publicatie uit handen van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie, Michel Versteegh.

De sterftecijfers zijn afkomstig uit een publicatie van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie die tijdens de wetenschappelijke najaarsvergadering gepresenteerd is. Nederlandse hartchirurgen zijn in 1995 gestart met een landelijke registratie op het gebied van hartchirurgische verrichtingen. Dit systeem is later aangevuld met risicovariabelen en ziekenhuissterfte. Sinds 1 januari 2007 is de registratie van de interventie van alle 16 Nederlandse hartchirurgische centra compleet.

In het totaal werden in de periode 1995-2011 meer dan 200.000 hartoperaties bij volwassen patiënten in de registratie opgenomen. De gemiddelde leeftijd van patiënten neemt over deze periode toe, zowel bij mannen als bij vrouwen. Het aandeel bypassoperaties daalt gestaag over deze periode. Er is wel een grote variatie in het aantal uitgevoerde bypassoperaties per centrum. Ook zijn er grote verschillen ten aanzien van de gebruikte technieken. De geïsoleerde aortaklepvervanging is in deze periode licht toegenomen. Het type geïmplanteerde prothese is in de loop van de jaren sterk veranderd; het percentage bioprothesen is bijvoorbeeld toegenomen van 30 naar ruim 70 procent.

In 2011 heeft een audit plaatsgevonden bij vijf centra om de juistheid en volledigheid van de data te controleren en om inzicht te verwerven in het proces van de dataregistratie. Deze audits zijn positief verlopen en het bleek dat de kwaliteit van de verzamelde data acceptabel tot goed is evenals de gebruikte methodes van dataverzameling.

27 NOV. 2012 door Bart Kiers www.zorgvisie.nl: Thoraxchirurgen presenteren sterftecijfers

De zestien Nederlandse hartchirurgische centra presenteren vandaag hun sterftecijfers voor bypassoperaties, geïsoleerde aortaklepvervangingen en een combinatie van deze twee ingrepen. In één centrum is de sterfte hoger dan te verwachte sterfte.

Nederlandse hartchirurgen zijn in 1995 gestart met een landelijke registratie op het gebied van hartchirurgische verrichtingen. In 2007 belandde de ontwikkeling in een stroomversnelling. Aanleiding was de crisis bij de hartchirurgie in het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen in 2005. De Inspectie voor de Gezondheidszorg eiste van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT) dat de Nederlandse hartcentra zouden mee werken aan de klinische registratie om een herhaling te voorkomen. Sinds 1 januari 2007 is de registratie van de interventies van alle zestien Nederlandse hartchirurgische centra compleet.

Sterftecijfers thoraxchirurgen goed vergelijkbaar
Vandaag 27 november biedt NVT-voorzitter Michel Versteegh het onderzoek met de meest recente sterftecijfers aan in Den Haag aan de Vaste kamercommissie van VWS. Het gaat om sterftecijfers voor bypassoperaties, geïsoleerde aortaklepvervangingen en een combinatie van deze twee ingrepen. Volgens de NVT zijn deze cijfers betrouwbaar en voor alle centra redelijk vergelijkbaar. Over het algemeen scoren de centra vrij goed. De sterfte is in overeenstemming met de verwachte sterfte op basis van de EuroSCORE. Dit is een wereldwijd gehanteerd model dat het risico op overlijden tijdens of na hartchirurgie berekent.

Eén centrum hogere sterfte dan verwacht
In één centrum is de sterfte bij geïsoleerde aortaklepvervangingen hoger dan te verwachte sterfte. Om welk centrum het gaat is niet bekend, want de instellingen zijn geanonimiseerd. Bij bypassoperaties vallen twee centra juist in positieve zin op. De sterfte is daar lager dan mag worden verwacht. Ook bij een combinatie van deze twee ingrepen is er één centrum dat beter scoort dan verwacht.

Grote verschillen in technieken
In het totaal werden in de periode 1995-2011 meer dan 200.000 hartoperaties bij volwassen patiënten in de registratie opgenomen. De gemiddelde leeftijd van patiënten neemt over deze periode toe, zowel bij mannen als bij vrouwen. Het aandeel bypassoperaties daalt gestaag over deze periode. Er is wel een grote variatie in het aantal uitgevoerde bypassoperaties per centrum. Ook zijn er grote verschillen ten aanzien van de gebruikte technieken. De geïsoleerde aortaklepvervanging is in deze periode licht toegenomen. Het type geïmplanteerde prothese is in de loop van de jaren sterk veranderd; het percentage bioprothesen is bijvoorbeeld toegenomen van dertig naar ruim zeventig procent.

Algemene sterftecijfers niet openbaar
In oktober hebben de NVZ vereniging van zieken en de academische ziekenhuisen (NFU) besloten de algemene sterftecijfers niet te publiceren, omdat deze niet goed vergelijkbaar zijn. Er is afgesproken dat ziekenhuizen de cijfers zelf openbaar maken. Een aantal hebben dat al gedaan. (Zorgvisie – Bart Kiers)

Sterftecijfers ongeldig omdat ziekenhuisinformatie rammelt: 20.12.2011 door Carina van Aartsen www.zorgvisie.nl

De nieuwe, gestandaardiseerde, sterftecijfers in Nederlandse ziekenhuizen zeggen niets over de werkelijke sterfte omdat de gegevens waarop de cijfers zijn gebaseerd, onbetrouwbaar zijn. Dat bleek gisteren tijdens de bekendmaking van deze HSMR-cijfers door de verenigingen van ziekenhuizen en academische ziekenhuizen: NVZ en NFU.

Geen kwaliteitsinformatie
Sprekers Cor Kalkman en Wim van Harten benadrukten meerdere malen dat de gepresenteerde cijfers uit 2010 alleen iets zeggen over de wijze van registreren door ziekenhuizen en een ‘indicator’ zijn voor interne analyses. De overall sterftecijfers zijn geen maat voor de kwaliteit van zorg en vormen ook geen indicatie voor vermijdbare sterfte. De reden waarom NVZ en NFU nu onbetrouwbare cijfers presenteren waar het publiek en andere externe partijen niets aan hebben, is omdat zij dat nu eenmaal hebben beloofd aan VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Slechte basisinformatie
Kalkman, anesthesioloog in het UMC Utrecht, noemt het schokkend dat een derde van de ziekenhuizen zulke slechte data aanleverde dat het CBS er niet eens een cijfer uit kon berekenen. Bijvoorbeeld omdat er veel te veel vage diagnoses zijn genoteerd en de gegevens niet uniform zijn. In deze groep zitten opvallend veel grote ziekenhuizen. Een oorzaak hiervan is dat de Landelijke Medische Registratie, de centrale databank die als basis is gebruikt voor de sterftecijfers, aan alle kanten rammelt. De LMR is nooit opgezet met het doel hieruit HSMR’s te destilleren en sommige ziekenhuizen zijn al jaren geleden gestopt met het aanleveren van gegevens. Opnieuw beginnen, kost een ziekenhuis al gauw zes nieuwe medewerkers. Bovendien is het aanleveren van deze gegevens niet wettelijk verplicht. Van Harten hoopt dat de gepresenteerde cijfers ziekenhuizen stimuleren om er weer mee te beginnen. Kalkman vindt dat het aanleveren van data om onderling vergelijkbare sterftecijfers te kunnen berekenen, zo snel mogelijk verplicht moet worden gesteld: “Een raad van bestuur kan er druk achter zetten en de medisch specialisten aanzetten tot het leveren van juiste informatie, zoals een goede ontslagbrief.” Kalkman denkt dat medisch specialisten er zelf ook uiteindelijk bij zijn gebaat om transparant te zijn. Een eerlijke vergelijking is uiteindelijk wat iedereen wil, vermoedt hij. Om daaraan direct toe te voegen: “Maar ik ben een rasoptimist..”

Goede hoop
Het is de bedoeling dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu met ziekenhuizen gaat praten die hoog scoren op het gestandaardiseerde sterftecijfer. Maar de gegevens zijn zo onbetrouwbaar dat een hoog sterftecijfer waarschijnlijk meer zegt over de kwaliteit van de aangeleverde data dan over de werkelijke sterfte in dat ziekenhuis. Van Harten en Kalkman willen niet direct zeggen dat zij hun tijd beter hadden kunnen besteden dan aan deze HSMR-cijfers, maar zegt Van Harten: “Het voelt wel een beetje zo.” Toch is er op dit moment geen beter alternatief, en daarom gaan de ziekenhuizen door met de HSMR in de hoop dat de registratie verbetert. Tot dan, moeten patiënten en anderen die iets over de kwaliteit van een ziekenhuis willen weten, zich ook tot andere bronnen wenden. Kalkman: “Ik zou nooit mijn keuze laten bepalen door de HSMR. Je moet het zien in vergelijking met een hoge score op de ranglijsten van bijvoorbeeld het AD en Elsevier. En de druk van ‘peer pressure’, de beoordeling door collega-specialisten, dat zegt ook veel.” (Zorgvisie-Carina van Aartsen)