Antistollingsmiddelen

Lareb meldt 45 doden door DOAC’s

Bijwerkingencentrum Lareb heeft 45 meldingen gekregen van mensen die zijn overleden na het gebruik van de nieuwe antistollingsmiddelen dabigatran, rivaroxaban en apixaban. Tot eind januari 2015 heeft Lareb 680 meldingen ontvangen over bijwerkingen van deze middelen.

Mensen overleden bijvoorbeeld als gevolg van bloedingen. Antistollingsmiddelen worden voorgeschreven om ernstige complicaties te voorkomen, die op kunnen treden wanneer het bloed te snel stolt. Het optreden van bloedingen moet ook tegen deze achtergrond gezien worden, en zijn daarom ook te verwachten. Zowel bij de oudere antistollingsmiddelen (cumarines) als deze nieuwe middelen kunnen patiënten overlijden ten gevolge van een bloeding.

Het radioprogramma Argos meldde onlangs dat er nog geen begin is gemaakt met de studie die minister Schippers van Volksgezondheid heeft toegezegd om de veiligheid van de nieuwe en de oude antistollingsmedicijnen met elkaar te vergelijken. Dabigatran en rivaroxaban worden in Nederland sinds december 2012 vergoed. Ze zouden een goed alternatief zijn voor de oude antistollingsmiddelen. Uit verschillende onderzoeken zou echter blijken dat de NOAC’s het risico op bloedingen verhogen.

Niet verantwoord
Een vergelijking tussen het aantal meldingen van de oudere en nieuwere antistollingsmiddelen vindt Lareb niet verantwoord, omdat allerlei factoren het melden beïnvloeden. Voor de traditionele antistollingsmedicatie hebben de trombosediensten de complicaties in een apart register bijgehouden. Deze zijn vaak niet ook nog bij Lareb gemeld.

Lareb zal de antistollingsmiddelen blijven volgen. Het bijwerkingencentrum waarschuwt gebruikers van deze middelen om daar niet zomaar mee te stoppen zonder overleg met hun arts.
11 maart 2015 door: Skipr

http://www.sin-nl.org/nieuws/nieuwe-antistollingsmiddelen-beperkt-getest-voorzichtigheid-geboden/

Antistollingsmiddelen blijven omstreden

Nieuwe antistollingsmedicijnen met de merknamen Pradaxa en Xarelto worden sinds twee jaar vergoed door de Nederlandse zorgverzekeraars. Deze veel duurdere noac’s, de Nieuwe Orale Anti Coagulantia, kwamen versneld op de markt omdat ze grote voordelen zouden hebben ten opzichte van de traditionele bloedverdunners. Minder bijwerkingen, en een vaste dagelijkse dosis waardoor patiënten niet meer naar de trombosedienst hoeven om de stolling te laten controleren en daarmee de dosis van het medicijn te laten bepalen.
De Gezondheidsraad eiste bij de invoering van de vergoeding een onderzoek in Nederland naar de effectiviteit en de veiligheid van de nieuwe middelen. Om ze zo te kunnen vergelijken met de oude, spotgoedkope bloedverdunners.
Zijn de noac’s inderdaad veiliger ? Is er echt geen controle van de stolling meer nodig ? En hoe staat het met de studie waar de Gezondheidsraad om vroeg?
Eerder, in december 2012 besteedde Argos aandacht aan de toen net ingevoerde Noac’s. Nu, ruim twee jaar later, kijken we of de waarschuwingen die medici toen uitten, bewaarheid zijn geworden.
Argos over sterfgevallen, misleiding en het uitblijven van een beloofd onderzoek.

Een reportage van Helene van Beek
28 februari 2015 Radio1Argos

Nieuwe antistollingsmiddelen beperkt getest: voorzichtigheid geboden!

13 november 2012 door: Jenneke van de Streek bron: www.mednet.nl
Leidraad waarborgt veilige introductie nieuwe antistollingmiddelen
De OMS heeft samen met een aantal wetenschappelijke verenigingen de ‘Leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen (NOAC)’ ontwikkeld. Deze leidraad geeft advies over een zorgvuldige introductie van de nieuwe antistollingsmiddelen.
De leidraad is uitvloeisel van het verzoek van de Gezondheidsraad aan wetenschappelijke verenigingen om hun richtlijnen omtrent antistollingsmiddelen aan te passen, om veilig gebruik van de nieuwe middelen te waarborgen en therapietrouw te bevorderen. Naast de OMS zijn de wetenschappelijke verenigingen van internisten, cardiologen, neurologen, orthopeden, laboratoriumartsen, klinisch chemici en apothekers bij de totstandkoming betrokken.
Effectief
De nieuwe antistollingsmiddelen, zoals dabigatran, rivaroxaban en apixaban, die recent op de markt zijn gebracht zijn even effectief of effectiever dan de bestaande behandelingen en de kans op bloedingen in het hoofd is lager. Patiënten hoeven niet langer onder controle te blijven bij de trombosedienst.
Terughoudendheid
Desondanks is vooralsnog enige terughoudendheid over de inzet van de middelen gewenst. De middelen tot nog toe onderzocht in geselecteerde populaties en er is er nog weinig ervaring in de alledaagse klinische praktijk. Ook zijn niet alle patiënten met atriumfibrilleren geïndiceerd voor behandeling met het middel. De schatting is dat slechts eenderde van deze groep in aanmerking voor het gebruik van NOAC’s komt. Tenslotte is er geen specifiek antidotum beschikbaar voor het geval het antistollingseffect gestopt moet worden bij een spoedoperatie of een bloeding.
Afspraken
De leidraad geeft onder meer aanbevelingen voor de indicatiestelling. Voorafgaand aan de introductie van het middel in een ziekenhuis zijn duidelijke organisatorische afspraken nodig. Ieder ziekenhuis moet op basis van landelijke afspraken en richtlijnen eigen protocollen opstellen en regionale afspraken maken tussen ziekenhuizen, huisartsen en ambulancediensten die de verantwoordelijkheden in het geval van spoedeisende situaties vastleggen