Collega-arts verslaafd? Zorg zwijgt erover. Interview Sophie Hankes SIN-NL

Een verslaving komt in alle lagen van de bevolking voor. Ook bij zorgverleners.

AMSTERDAM – Artsen en verpleegkundigen houden nog steeds hun mond wanneer ze zien dat een collega verslaafd is. Dat doen ze op basis van een informele collegiale zwijgafspraak. Ruim twee jaar geleden kwam dit probleem al aan de orde in Den Haag. Tot nu toe is wettelijk nog niets veranderd.
Nog steeds brengen verslaafde zorgverleners hun patiënten onnodig in gevaar, stelt Sophie Hankes. Ze is voorzitter van SIN-NL, de organisatie die zich inzet voor slachtoffers van medische fouten en een bijdrage wil leveren aan de vermindering van het aantal medische blunders.
Afgelopen week werd tijdens een behandeling van een zaak bij Medisch Tucht College Amsterdam opnieuw duidelijk dat collega’s niet snel aan de bel trekken als het verkeerd gaat. Een Amsterdamse verpleegkundige schreef zichzelf medicijnen voor en gebruikte daarvoor het receptenboekje van de afdeling. De man werd weliswaar ontslagen, maar zijn collega’s en werkgever hielden het hele verhaal verder onder de pet. Het was een apotheker die samen met een gedupeerde patiënt de zaak wél aanhangig maakte.
Typerend
Typerend, vindt Hankes dat. Ze trekt al tien jaar ten strijde. En dat doet ze zeker niet zachtzinnig. Soms zoekt ze in haar missie de grenzen van het toelaatbare op. Ook omdat ze zelf slachtoffer van medische fouten is. Zo heeft ze een zwarte lijst op haar website geplaatst met namen van artsen en andere personen uit de gezondheidszorg die volgens haar flink in de fout zijn gegaan.
Jansen Steur
Oud-neuroloog Jansen Steur, die met zijn verslaving volop in het nieuws was, staat ook op die lijst. Door de aandacht voor zijn functioneren en de verhalen over een aan alcohol verslaafde arts, werd de Tweede Kamer wakker geschud. Naar aanleiding van een zaak rond een huisarts met een groot drankprobleem benadrukten PvdA, VVD, PVV en CDA dat artsen met een alcohol- of drugsverslaving sneller op non-actief moeten worden gesteld en dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg in zo’n situatie onmiddellijk moet ingrijpen.
We zijn nu anderhalf jaar verder en er iets niets veranderd. Uiteenlopende praktijkvoorbeelden tonen aan dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg artsen (en verzorgend personeel) niet op non-actief stelt, zolang hun verslaving geen aantoonbaar negatief effect heeft op het werk. De IGZ huldigt het standpunt dat verslaving een privézaak is. ,,De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt zich in het algemeen veel te terughoudend op om adequaat te kunnen optreden’’, haalt Sophie Hankes uit.
Tweede Kamerlid Hanke Bruins-Slot (CDA) constateerde in 2012 al dat de Inspectie jaren achtereen geen enkele verslaafde arts bij het Medisch Tuchtcollege had aangemeld. ,,De laatste keer was in 2008.’’ Nog steeds heeft Den Haag geen actie ondernomen, tot grote ergernis van SIN-NL.
Voorstel
Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) zegt dat ze een voorstel heeft klaarliggen. Want binnenkort worden de wijzigingen in de Wet BIG (die een belangrijke functie vervult bij de structurering van zorg) besproken. ,,Dat is het moment waarop ik mijn voorstel kan indienen. Helaas duurt het lang, maar ik ben er mee bezig.’’
Steunpunt
Artsenfederatie KNMG heeft sinds 2011 een steunpunt voor verslaafde dokters: ABS-artsen. De werkwijze kun je vergelijken met die van de AA. De arts mag geen druppel meer drinken of geen pil meer slikken en lotgenoten steunen elkaar in die strijd. ,,Het is voor verslaafde artsen erg moeilijk om goede hulp te krijgen. Sowieso vinden artsen het al moeilijk om voor zichzelf medische hulp te zoeken en een verslavingsprobleem maakt het er niet makkelijker op’’, aldus een woordvoerder van ABS-artsen die aangeeft goede resultaten te boeken. 85 Procent van de artsen kan na interventie weer normaal aan het werk. Van het vrijwillig verslavingsprogramma hebben inmiddels meer dan honderd artsen gebruik gemaakt.
Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland heeft zo’n steunpunt nog niet ingericht. ,,Maar de problematiek herkennen we wel’’, aldus een woordvoerder. ,,En we hopen dat we straks kunnen leren van de ervaringen bij de KNMG.’’