Centraal tuchtcollege: “berisping, tenzij”

Publicatie Nr. 13 – 26 maart 2015
Jaargang 2015
Rubriek Nieuws
Auteur Sophie Broersen
Pagina’s 598

Als het Centraal Tuchtcollege (CTG) een maatregel oplegt, zal dat voortaan ten minste een berisping zijn, tenzij er aanleiding is om te volstaan met een waarschuwing. Dat schrijft Daan Asser,  waarnemend voorzitter van het CTG,  in een interne brief aan alle leden en plaatsvervangend voorzitters van het CTG. Medisch Contact heeft de brief in bezit. Volgens Asser zal dit niet leiden tot een toename van berispingen.

In de brief staat dat de CTG-voorzitters dit besluit namen tijdens een vergadering op 11 februari. 2015. Volgens Asser is de tekst scherp gesteld omdat deze vooral bedoeld is om over te discussiëren: ‘En dat gebeurt ook al, hebben we gemerkt.’ De voorzitters denken dat ‘het uitgangspunt berisping als de “normale” maatregel, zal leiden tot een consistentere motivering’. Aanleiding hiervoor is recent onderzoek van De Klerk en Olsthoorn waaruit naar voren kwam dat tuchtcolleges niet consistent zijn in motiveren.

Volgens Asser gaat het met name om de wat ‘zwaardere gevallen’: ‘Vooral de buitenwacht begrijpt in zaken die ernstig ogen dan niet goed waarom er slechts een waarschuwing wordt opgelegd. Voor die gevallen zeggen wij: ga dan uit van een berisping, tenzij er goede reden is om een waarschuwing te geven, en leg dat dan goed uit. Maar het is niet de bedoeling om berispingen op te leggen waar een waarschuwing nodig is.’

Een berisping staat voor een terechtwijzing vanwege ernstig verwijtbaar handelen en weegt zwaarder dan een waarschuwing, waarmee hooguit gewezen wordt op onjuist gedrag. Het heeft ook andere gevolgen: een berisping (en alle zwaardere maatregelen) wordt in het BIG-register bij de naam van de zorgverlener gezet, en blijft daar vijf jaar zichtbaar. Ook wordt de maatregel in een lokale krant gepubliceerd, met naam en toenaam.

Een waarschuwing is juist de maatregel die de tuchtcolleges (zowel de regionale als het centrale) het meest opleggen. In 2013 legde het CTG – in de 87 zaken die ter zitting kwamen  en gegrond waren – onder meer 48 waarschuwingen en 16 berispingen op. De regionale tuchtcolleges (RTG’s) vonden tuchtzaken 255 gegrond, en legden daarbij 168 waarschuwingen op en slechts 42 berispingen.

Sandra Schreuder, woordvoerder van de RTG’s, is verbaasd als ze hoort van de brief. ‘Waarschijnlijk wordt gedoeld op het onderzoek van Els Olsthoorn (en C.de Klerk, red.), waarin staat dat in de tekst van de uitspraken niet altijd terug te vinden is waarom een tuchtcollege voor een bepaalde maatregel kiest. Daarover hebben wij binnen de RTG’s wel onderling afstemming gezocht. Namelijk dat we duidelijker moeten motiveren, zeker als we kiezen voor een waarschuwing terwijl er wel verwijtbaar is gehandeld.’

Aart Hendriks (KNMG):  ‘Natuurlijk is de KNMG ook voorstander van meer rechtsgelijkheid en een goede motivering van uitspraken. Maar een berisping moet niet het uitgangspunt zijn. Ik ben bang dat dit artsen defensief en kopschuw maakt, terwijl toch het voornaamste doel van het tuchtrecht blijft: bewaking van de kwaliteit van de zorg. Dan moet het tuchtrecht niet een steeds meer bestraffend karakter krijgen. Gezien het feit dat een berispte arts met naam en toenaam wordt gepubliceerd, lijkt dat nu overigens al teveel het geval. Wij zullen het CTG om tekst en uitleg vragen.’

Sophie Broersen

  • Het rapport van De Klerk en Olsthoorn

Lees ook:

http://medischcontact.artsennet.nl/Actueel/Nieuws/Nieuwsbericht/148992/Centraal-tuchtcollege-berisping-tenzij.htm 24 maart 2015

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone