Neuroloog Keuter op zwarte lijst artsen ivm gebrek aan integriteit en bescheidenheid

SIN-NL heeft Emile Keuter, neuroloog te Meppel op de zwartelijstartsen.nl geplaatst.
Keuter kiest voor een directe openbare aanval op Mr Sophie Hankes,  slachtoffer van medische fouten.  . Zij werd aantoonbaar levenslang invalide door het experimenteel plaatsen van een implantaat bij haar hersenstam door buitenlandse neurochirurgen, waarnaar zij verwezen werd.

Keuter stelt  als neuroloog, dus  hij is niet bevoegd tot het stellen van psychiatrische diagnose, desalniettemin een psychiatrische diagnose  over een patiënt die hij nooit gesproken, of gezien heeft, hetgeen in verschillende opzichten tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

Kiest voor negeren feiten en documenten op drkuks.com
Toont hiermee een volledig gebrek aan basale integriteit als arts en als mens.

Neuroloog Keuter steunt  zijn opleider en  collega dr K neuroloog UMCG die nb 150.000 euro incasseert op basis van aantoonbare leugens over Sophie Hankes, die willens en wetens door rechter-vriendjes genegeerd worden. Van bescheidenheid en integriteit is ook bij deze neuroloog aldus geen sprake.

Neuroloog K. UMCG won deze rechtszaak omdat de voorzitter van de artsenorganisatie KNMG R-J. van der Gaag buurman is van rechter H. Wammes van Gerechtshof Arnhem, die het vonnis medebepaalde….
Na bekendmaking door SIN-NL van deze belangenverstrengeling, trad van der Gaag per 1 maart 2016 snel af.

Mr H. Wammes Rechter- Raadsheer Gerechtshof Arnhem, Albert Cuypstraat 27, Arnhem.
Buurman van voorzitter R-J van der Gaag, voorzitter KNMG, per 1 maart 2016 oud-voorzitter.

zie mini docu Leugens van dr Kuks en corrupte rechters  home pagina www.sin-nl.org 6.20-7.33 min.
Mr H. Wammes is mede-verantwoordelijk voor de  aantoonbaar  onrechtmatige rechterlijke uitspraak ten nadele van slachtoffer medische fout, door negeren van ingediende feiten en documenten in strijd met art 6 (eerlijk proces) EVRM.

‘Betrouwbare informatie over de zorg is moeilijk vindbaar’

Informatie op internet over de Nederlandse zorg en gezondheid is voor veel mensen onoverzichtelijk en geeft lang niet altijd antwoord op de vragen die ze hebben. Ook is niet altijd duidelijk welke informatie betrouwbaar is.

Dit kwam naar voren tijdens een bijeenkomst van het BurgerPlatform van onderzoeksinstituut NIVEL. De bijeenkomst ging over de vraag welke informatie mensen willen krijgen over zorg en gezondheid en welke informatie op internet te vinden zou moeten zijn.

De deelnemers pleiten voor één centrale, onafhankelijke website met daarop doorverwijzingen naar betrouwbare informatie. De overheid zou deze website kunnen beheren. De website KiesBeter.nl vervult deze rol al, maar is bij de meeste mensen onbekend. Het is dan ook belangrijk om te zorgen voor grotere bekendheid van de website onder het publiek, aldus het NIVEL.

Keurmerk

Een andere aanbeveling is om te werken met een overheidskeurmerk voor informatie op internet over de zorg. Dit zou het voor mensen duidelijker moeten maken welke bronnen betrouwbaar zijn en welke niet. Ook vinden de meeste deelnemers aan het platform het belangrijk dat informatie op internet volledig en actueel is. De volledigheid mag echter niet ten koste gaan van de betrouwbaarheid van de informatie.

NIVEL raadt partijen zoals Zorginstituut Nederland, Thuisarts.nl en Zorgkaart Nederland aan de informatie op hun website beter te laten aansluiten bij de informatiebehoefte van burgers. De vindbaarheid en bruikbaarheid van informatie over zorg en gezondheid kan volgens het onderzoeksinstituut worden vergroot door informatie te structureren in de verschillende fasen van een ziekteproces. Ook is het belangrijk om aan te geven waar informatie vandaan komt en om zoveel mogelijk te verwijzen naar andere, betrouwbare websites. Verder zouden zorgpartijen de doelgroep moeten betrekken bij de ontwikkeling van de informatie op internet, aldus het NIVEL.

Het NIVEL BurgerPlatform bestaat uit een diverse groep van 20 tot 30 burgers die ongeveer één keer per jaar samenkomen om ervaringen en gedachten uit te wisselen over een actuele kwestie in de zorg.

Hoogleraar Johanneke Portielje bepleit andere benadering oudere kankerpatiënt

Hoogleraar bepleit andere benadering oudere kankerpatiënt

Bij oudere patiënten met kanker moet de arts zich richten op de hele patiënt en niet alleen op de tumor. Dit betoogde hoogleraar Geriatrische oncologie Johanneke Portielje van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) tijdens haar inaugurele rede op 18 september 2017.

 Artsen zijn gewend om te focussen op de tumor. Maar bij ouderen draait het volgens Portielje ook om vragen als: hoe is de gezondheid van de patiënt, zal diegene zijn zelfstandigheid behouden en vindt hij de baten van een behandeling opwegen tegen de lasten? Die onderwerpen spelen mee bij behandelkeuzes. Ze wijst erop dat de risico’s van een behandeling vaak groter zijn op latere leeftijd en dat daarmee rekening moet worden gehouden.

In het HagaZiekenhuis, waar Portielje een dag in de week blijft werken, heeft ze daarom een gespecialiseerde polikliniek opgezet voor oudere patiënten met kanker en andere gezondheidsproblemen. Door haar patiënten oncologisch én geriatrisch in kaart te brengen, komt er een individueel behandelplan tot stand. “Dat wil ik ook in het LUMC gaan doen, samen met de afdeling Ouderengeneeskunde.”

Meer kennis

Om de zorg voor ouderen met kanker te verbeteren moeten artsen over meer kennis kunnen beschikken, vindt de hoogleraar. “Nu behandelen artsen vaak nog op de tast, omdat ze niet weten hoeveel winst een oudere kan verwachten van een bepaalde behandeling, hoe groot de kans is op bijwerkingen, enzovoorts.” Het LUMC werkt daarom in een regionaal verband aan voorspellingsmodellen die de dokter op zijn tablet kan raadplegen en die dit soort kennis inzichtelijk maken.

Portielje benadrukt in haar oratie het belang van meer wetenschappelijk onderzoek. “Het meeste onderzoek richt zich nog steeds op jongere patiënten, terwijl inmiddels meer dan de helft van de kankerpatiënten oud is”, constateert ze. “Ik zie hier een belangrijke taak voor de academische centra. Verder zou ik graag zien dat fabrikanten verplicht worden om de werkzaamheid en bijwerkingen van nieuwe medicijnen, voordat ze op de markt komen, goed te onderzoeken bij de uiteindelijke doelgroep.”

Consumentenbond pleit voor openbaarmaking tarieven

De Consumentenbond roept de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op om actie te ondernemen zodat de tarieven van ziekenhuiszorg openbaar worden. Daarnaast vraag de organisatie de zorgautoriteit om een toezegging dat per 1 januari 2018 de gecontracteerde tarieven voor dat jaar van alle zorgverzekeraars openbaar zijn.

De Consumentenbond was recent aanwezig bij een bestuurlijk overleg over transparantie van gecontracteerde ziekenhuisprijzen. In een brief aan Marian Kaljouw, de voorzitter van de raad van bestuur van de NZa, schrijft directeur Bart Combée: “De resultaten van dit overleg stelden mij zeer teleur. Zorgverzekeraars en ziekenhuizen lijken niet bereid via gemeenschappelijke afspraken invulling te geven aan de ook door de minister geformuleerde wens tot transparantie van deze tarieven.”

Als de gezamenlijke afspraken inderdaad niet op korte termijn te realiseren vallen, dan verzoekt Combée de NZa over tot het opstellen van regelgeving om transparantie over de tarieven af te dwingen. Hij wijst erop dat in november 2016 minister Schippers (VWS) aan de NZa de opdracht gaf om een traject te ontwerpen voor stapsgewijze openbaarmaking van alle prijsgegevens in de ziekenhuiszorg. “Ondertussen zijn we bijna een jaar verder en de resultaten tot nu toe stellen mij zeer teleur.”

Eigen risico

Volgens de Consumentenbond is het nu voor consumenten onmogelijk een keuze te maken voor een voordeligere zorgaanbieder en worden zij regelmatig verrast door de hoogte van de rekening. Dit zou bij veel patiënten problemen veroorzaken. “De plannen om het eigen risico te verhogen vergroten het belang van transparantie van de tarieven nog.”

Gerechtshof oordeelt over omvangrijke zorgfraude pgb

Gerechtshof oordeelt over omvangrijke zorgfraude
Het gerechtshof in Den Haag heeft zeven mensen veroordeeld tot gevangenisstraffen
variërend tussen de tien en veertig maanden voor hun betrokkenheid bij fraude in de zorg.
Zij hebben in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 zorgkantoren, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) opgelicht.

Bij de zorgfraude met betrekking tot AWBZ-gelden waren twee criminele organisaties betrokken.

Één criminele organisatie richtte zich op het frauderen bij het verkrijgen van een persoonsgebonden budget (PGB) door onder meer (bevriende) budgethouders op te voeren met ernstige ziektebeelden die zij in werkelijkheid niet hadden. De andere criminele organisatie, waartoe zorgaanbieders behoorden die Zorg in Natura aanboden, declareerde veel meer uren aan zorg bij het zorgkantoor dan in werkelijkheid was verleend.

Omdat verdachten substantieel meer uren in rekening hebben gebracht dan er zorg was verleend, is dit geld crimineel verkregen, aldus het gerechtshof. Het geld is vervolgens gebruikt voor de aankoop van onder meer een huis en een auto, één van de verdachten heeft inkomstenbelasting betaald over het teveel aan gefactureerde uren. In beide gevallen oordeelt het gerechtshof dat er sprake is van het witwassen van crimineel geld.
De financiële schade voor één van de zorgkantoren alleen al bedroeg naar schatting 2 miljoen euro.

Gevangenisstraffen

Zeven mensen zijn veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Het gerechtshof heeft aan twee verdachten, vanwege hun geringere rol bij de fraude, een taakstraf opgelegd. Eén verdachte is vrijgesproken van betrokkenheid bij deze fraude.


Den Haag, 15 september 2017 bron: rechtspraak.nl

Het gerechtshof in Den Haag heeft voor hun betrokkenheid bij fraude in de zorg 7 verdachten veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen variërend tussen de 10 en 40 maanden. Aan twee verdachten is vanwege hun geringere rol bij de fraude een taakstraf opgelegd.

Bij de zorgfraude met betrekking tot AWBZ-gelden waren twee criminele organisaties betrokken. Een criminele organisatie richtte zich op het frauderen bij het verkrijgen van een PGB (PersoonsGebondenBudget) door onder meer (bevriende) budgethouders op te voeren met ernstige ziektebeelden die zij in werkelijkheid niet hadden. De andere criminele organisatie, waartoe zorgaanbieders behoorden die Zorg in Natura aanboden, declareerde veel meer uren aan zorg bij het zorgkantoor dan in werkelijkheid was verleend.

Eén verdachte is, net als de rechtbank heeft gedaan, vrijgesproken van betrokkenheid bij deze fraude. De overige verdachten kregen soortgelijke straffen als waartoe ze eerder bij de rechtbank waren veroordeeld.

IGZ: De Zorgconsulent Winterswijk berispt om slechte zorg

De Zorgconsulent berispt om slechte zorg

De Zorgconsulent uit Winterswijk, een zorginstelling voor jongeren met een verstandelijke handicap, is op de vingers getikt door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Volgens de inspectie heeft de organisatie onvoldoende personeel in dienst. Daarbij zijn zorgverleners onvoldoende geschoold.

De IGZ wees de organisatie in november vorig jaar al op tekortkomingen in de zorg. Daardoor waren er risico’s voor de veiligheid van bewoners. Volgens de inspectie is het de zorgaanbieder niet gelukt de problemen op te lossen.

De Zorgconsulent krijgt nu vier maanden om verbetermaatregelen door te voeren. Gebeurt dat niet, dan kan de instelling worden beboet. (ANP)

‘Consequent vergelijken uitkomsten zorg stuwt zorgkwaliteit omhoog’

Commentaar SIN-NL
Een goed verstaander heeft een half woord nodig.
Jarenlang ging het behalen van winst boven het behalen van de beste uitkomsten van zorg en nu nog.
Artsen zijn nauwelijks bereid tot openheid over de resultaten van hun behandelingen.
Dit gaat duidelijk ten koste van levens en levenskwaliteit van hun patiënten.
Eigenbelang/financieel belang staat ook bij artsen meestal, voorop….
Biesma: geen woorden maar daden, per direct, in het belang van de patiënt!


‘Consequent vergelijken stuwt zorgkwaliteit omhoog’

Ziekenhuizen moeten hun behandeluitkomsten consequent met elkaar vergelijken. Pas dan neemt de kwaliteit van zorg substantieel toe. “Zodra we de best practices met elkaar vergelijken en daarvan leren, gaat die zorg met tienden van procenten tegelijk omhoog, soms zelfs met procenten”, stelt bestuursvoorzitter Douwe Biesma van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein.

 “Iedereen die zich in deze sector verdiept, ziet dat er veel winst te halen is, zelfs in Nederland waar we aan de top staan”, zegt Biesma in het oktobernummer van Skipr-magazine tegen interviewer Willem Wansink. “Wij kunnen veel van elkaar leren door bij elkaar in de keuken te kijken, door elkaar mee te nemen. Ik ga naar jou toe en vraag: ‘waarom heb jij minder complicaties na die operatie?’ Dit is zo voor de hand liggend, maar we hebben het lang niet gedaan. De ziekenhuizen willen dit en wij stimuleren het. Het duurt alleen jaren voor je zover bent, ook in ons eigen ziekenhuis.”

Inmiddels zijn onderling vergelijken en continu verbeteren vaste begrippen binnen het St. Antonius. “Als je dat met zijn alleen hoog in het vaandel hebt en dat hebben we in dit ziekenhuis, dan zijn bijna alle zorgprofessionals daar op aanspreekbaar.”

Intrinsieke motivatie

Een praktisch voorbeeld hiervan is het interne ‘dashboard kwaliteitsbeleid’. Daarin worden de uitkomsten van zorg per maatschap zorgvuldig gedefinieerd. “Iedereen ziet het. Iedereen kan het vergelijken”, zegt Biesma, zelf opgeleid als internist-hematoloog. “Dat heet peer pressure, groepsdruk. Er is geen maatschap die achterblijft. Dit stuk appelleert aan de intrinsieke motivatie van alle professionals. Geen van onze medewerkers, niemand, wil slechter zijn dan de ander. Net als vroeger op school. Het blijft vervelend om telkens het laagste cijfer te hebben.”

Ook binnen de Santeon-keten waarvan het St. Antonius deel uitmaakt maakt Biesma zich als voorzitter sterk voor deze waardegedreven aanpak. “Als we alle gegevens binnen Santeon met elkaar vergelijken, dan constateren we dat sommige ziekenhuizen het op onderdelen beter doen, ook dan het Antonius. Maar zodra we de best practices met elkaar vergelijken en daarvan leren, gaat die zorg met tienden van procenten tegelijk omhoog, soms zelfs met procenten.”

Balans

Hij wijst in dit verband op de eerste evaluatie naar de behandeling van borstkanker in Santeon-verband. “Al na een jaar zien wij significante verbeteringen. Wat betekent dat? Minder her-operaties, kortere ligduur, minder complicaties en infecties.

Daar moet het toch om gaan in een ziekenhuis? Wat maakt het dan uit of dit ziekenhuis aan het eind van het jaar een keer 7 of slechts 3 miljoen euro overhoudt in plaats van 9 miljoen? Mij gaat het om de kwaliteit. Ik wil de balans terugkrijgen tussen de aandacht die we besteden aan de beheersmatige kant van de organisatie en de meer menselijke kant van de behandeling. Daar sta ik voor, daarvoor kun je me ’s nachts wakker maken.”

Lees het volledige interview met Douwe Biesma in Skipr magazine 09/10, september 2017.

Einde bevel huisarts Kerimov van ’t Hart Medisch Centrum Lelystad

Einde bevel huisarts Kerimov van ’t Hart Medisch Centrum

De minister van VWS heeft op advies van de inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) het bevel aan huisarts Kerimov van ’t Hart Medisch Centrum beëindigd. Hij heeft zijn praktijk in Lelystad overgedragen aan een andere zorgaanbieder en levert daar zelf geen zorg.

De huisarts heeft voldoende aangetoond dat hij in de praktijk ’t Hart Medisch Centrum niet langer zorg verleent. Hij heeft zijn patiënten overgedragen aan een andere zorgaanbieder. Huisarts Kerimov is daarom ook niet meer verantwoordelijk voor een goede waarneming van de praktijk. Hierdoor vindt de inspectie dat er geen direct gevaar meer is voor de patiëntveiligheid. Wel is de inspectie bezig met het voorbereiden van een tuchtklacht tegen huisarts Kerimov.

Meer informatie

Communicatie en shared decision making arts-patiënt moet verbeteren: neuroloog Leo Visser

‘Shared decision making is verrekte lastig’

Artsen moeten beter leren inspelen op wat patiënten belangrijk vinden. Ze werken nog te veel vanuit het medische model, zegt neuroloog Leo Visser in zijn boek ‘Menselijkheid in de zorg’.

Het vertrouwen in artsen is in Nederland zeer hoog. Uit internationaal onderzoek blijkt dat 80 procent van de patiënten vertrouwen heeft in artsen. Alleen Zweden en Zwitserland scoren net zo hoog. Maar op de vraag hoe dat vertrouwen was na het laatste consult, zegt nog maar 50 procent van de patiënten tevreden te zijn. ‘Dat geeft aan dat de communicatie tussen artsen en patiënten in de spreekkamer voor verbetering vatbaar is’, stelt neuroloog Leo Visser (57) uit het Elisabeth-Tweesteden-Ziekenhuizen in Tilburg. Hij bundelde al zijn ervaringen in het boek Menselijkheid in de zorg over de arts-patiëntrelatie.

Medisch model
Artsen werken te veel vanuit het medische model, vertelt Visser. Ze stellen een diagnose en geven medicijnen of een andere behandeling. ‘Die aanpak werkt als patiënten eenmalig in het ziekenhuis komen voor bijvoorbeeld staar of een knieoperatie. Maar steeds meer patiënten hebben een chronische aandoening. Nu al is dat één op de vier. Zij moeten leren leven met een aandoening, vaak levenslang. Dat heeft een enorme impact op hun leven. Artsen hebben dan een andere rol. Zij zijn veel meer coach en gids. Ze moeten leren inspelen op de onzekerheden van patiënten als ze een zware diagnose krijgen en hen begeleiden tijdens de behandeling.’

Perspectief patiënten
Meer aandacht voor het perspectief van patiënten is hard nodig, is de boodschap van Visser, die daarover les geeft aan de Humanistische Universiteit. ‘Shared decision making is belangrijk, want het is bijvoorbeeld goed voor de therapietrouw. Maar het is zo verrekte moeilijk. Je kunt als arts denken dat je zaken helder hebt uitgelegd, bijvoorbeeld over het juist innemen van medicijnen, en toch blijkt een groot deel van de patiënten het niet te begrijpen. Als patiënten een ernstige aandoening hebben, is het lastig om samen te beslissen. De gevolgen van besluiten kunnen zo complex zijn, dat patiënten het soms prettiger vinden als artsen de beslissing nemen. Het is essentieel dat artsen een goed beeld krijgen van wat patiënten echt belangrijk vinden en de doelen van medicatie aan die wensen aanpassen.’

Miscommunicatie tussen arts en patiënt
Dat het tijdens het gesprek in de spreekkamer flink mis kan gaan, ervoer Visser tijdens de ziekte van naaste familieleden. Zijn moeder was na een complicatie op de intensive care beland. Hij had haar in tranen aangetroffen. De behandelend intensivist had haar gezegd dat ze alle behandelingen zouden stopzetten. ‘Zoiets zeg je alleen als er naaste familie bij is. Als artsen niet goed communiceren, verergeren ze het lijden van patiënten.’ Vissers’ moeder verliet het ziekenhuis overigens weer lopend.

Arts als gids en coach
Visser had als neuroloog veel moeilijke gesprekken met patiënten die te horen kregen dat ze bijvoorbeeld Parkinson of multiple sclerose (MS) hadden. ‘Dat is een life-event. Zo’n diagnose heeft enorme impact en geeft veel onzekerheid over de toekomst. Veel mensen die MS hebben, denken dat ze eindigen in een rolstoel, maar dat is helemaal niet zo. In de helft van de gevallen kunnen we met medicatie de ziekte stabiliseren. Patiënten die wel achteruitgaan, hebben te maken met een continu rouwproces. Artsen moeten vooral duidelijk zijn over wat er aan de hand is en wat de vervolgstappen zijn.’

De grenzen van empathie
Compassie en empathie zijn belangrijk in de communicatie om betrokkenheid te tonen en mee te voelen. Maar artsen moeten ervoor waken dat ze zich te veel emotioneel laten meeslepen door het lijden van patiënten. ‘Dan dreigt het gevaar dat ze zichzelf verliezen. Artsen maken getraumatiseerde patiënten mee, mensen aan de rand van de samenleving, mensen die in de laatste levensfase verkeren. Als je daar ’s nachts wakker van ligt, heeft het te veel impact op je eigen leven. Het is belangrijk dat de arts vitaal blijft.’

Communicatievaardigheden
Om de communicatie te verbeteren in de spreekkamer zou er meer aandacht voor moeten komen in de opleiding van artsen. Maar dat is niet voldoende. Ook voor specialisten die al lang in ziekenhuizen werken, kan het geen kwaad als experts hun communicatie-vaardigheden onder de loep nemen. ‘Het ziekenhuis in Winterswijk nam de gesprekken in de spreekkamer op. Samen met een communicatie-expert namen de artsen de gesprekken door om te zien wat er beter kan. Het is niet voor niets dat dat ziekenhuis een 8,6 scoort op patiënttevredenheid.’

Darmkankerpatiënt positief over keuzehulp

Patiënten die een behandeling ondergaan bij uitgezaaide dikkedarmkanker kunnen gebruikmaken van de Dikkedarmkanker keuzehulp, een methode die arts en patiënt helpt in het gesprek over de best passende behandeling. Acht op de tien patiënten zegt tevreden tot zeer tevreden te zijn over de tool.

Dit blijkt uit onderzoek van arts-onderzoeker Lotte Keikes van het Academisch Medisch Centrum (AMC) onder elf Nederlandse ziekenhuizen, gefinancierd door de Maag Lever Darm Stichting (MLDS).

De Dikkedarmkanker keuzehulp is een initiatief van de MLDS en ontwikkeld door het ZorgKeuzeLab, in samenwerking met Darmkanker Nederland en een team van medisch oncologen onder leiding van Miriam Koopman van het UMC Utrecht. Zo’n 300 patiënten in 11 ziekenhuizen hebben de tool inmiddels gebruikt.

De keuzehulp bestaat uit een hand-out waarmee arts en patiënt de behandelopties samen bespreken. De patiënt krijgt toegang tot de online keuzehulp, met informatie over dikkedarmkanker en de verschillende behandelingen, naast vragen over zijn wensen en behoeften. De arts en patiënt kunnen de uitkomsten van deze keuzehulp samen bespreken in een vervolggesprek.

Dilemma

Uit het AMC-onderzoek blijkt dat ruim driekwart van de deelnemende patiënten tevreden of zeer tevreden is over de tool. Het onderzoek richtte zich op patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker, in de laatste fase van hun leven. MLDS- directeur Bernique Tool: “De keuze van een behandeling is dan een dilemma tussen lengte en kwaliteit van leven. Ziekenhuizen bieden verschillende behandelmethoden aan, die elk verschillende bijwerkingen en impact hebben op de kwaliteit van leven. Welke behandelmethode het beste past, is erg afhankelijk van de persoonlijke situatie van de patiënt. Medische- en menselijke afwegingen komen samen. Daarom is het belangrijk om hierover samen met een arts in gesprek te gaan.”

De keuzehulp wordt nog niet in alle deelnemende ziekenhuizen evenveel gebruikt. De hoogste participatiegraad lag op 83 procent van de patiënten, de laagste op 36 procent. “We zien dat het ene ziekenhuis makkelijk tot implementatie overgaat, terwijl dit bij het andere achterblijft. We willen graag achterhalen wat precies de succesfactoren en belemmeringen zijn bij het gebruik van de keuzehulp. We gaan met de beroepsgroep verder hierover in gesprek, want dat levert nuttige inzichten op voor de toekomst”, aldus Tool.

Het onderzoek van Keikes wordt binnenkort gepresenteerd op ESMO, een Europees congres voor medisch oncologen.