Aanpak De Jonge moet impuls geven aan cliëntondersteuning

Er is meer inzicht nodig in de vraag naar en het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning. Ook moet cliëntondersteuning bij “de toegang” beter bekend zijn en georganiseerd worden, en moeten cliënten actiever op hun recht hierop worden gewezen. Verder is het aan het veld om aan de slag te gaan met het verbeteren van de kwaliteit van cliëntondersteuning.

Dit schrijft minister Hugo de Jonge (VWS) in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij ingaat op de inzet van de 55 miljoen euro die deze regeerperiode beschikbaar is gesteld voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Met de extra middelen wil De Jonge met gemeenten, zorgkantoren en alle andere betrokken partijen een impuls geven aan onafhankelijke cliëntondersteuning. Uit onderzoek van het SCP is gebleken dat veel mensen behoefte hebben aan deze vorm van ondersteuning, maar niet van de mogelijkheid hiervan op de hoogte zijn.

Om de extra middelen gericht te investeren, is het volgens De Jonge van belang om scherp te zijn op wat wel en niet de bedoeling is van cliëntondersteuning. “De essentie van cliëntondersteuning is voor mij dat iemand naast de cliënt staat en hem of haar met informatie, advies en voorlichting bij staat om een hulpvraag te verhelderen, de weg te vinden in een voor veel mensen complex stelsel en in het contact met gemeenten, zorgkantoren, instanties en aanbieders. Cliëntondersteuning kan eenmalig zijn, maar kan ook periodiek nodig zijn gedurende een enige of langere tijd.”

De functie cliëntondersteuning wordt de laatste jaren echter steeds breder ingevuld, ziet de minister. “Dat is niet altijd meer in lijn met de (formele) bedoeling van cliëntondersteuning”, schrijft hij. “Cliëntondersteuners zijn soms bijna zorgcoördinator of casusregisseur”. Ook is cliëntondersteuning meer divers geworden, omdat ze niet meer alleen beroepsmatig wordt geleverd, maar ook door vrijwilligers, zoals ouderenadviseurs en ervaringsdeskundigen in bijvoorbeeld de ggz.

Onderzoek

Met een deel van het budget laat De Jonge onderzoek doen naar de huidige behoefte aan cliëntondersteuning en het aanbod ervan. De minister verwacht eind 2018 of begin 2019 over de resultaten te beschikken. Betrokken partijen kunnen die resultaten gebruiken voor de verdere inrichting van de functie onafhankelijke cliëntondersteuning. Verder steekt de minister geld in het organiseren van cliëntondersteuning bij “de toegang”. Hiermee doelt hij op de plek waar de eerste hulpvraag wordt gesteld, zoals de huisarts of het wijkteam. “Deze professionals moeten bekend zijn met het feit dat onafhankelijke cliëntondersteuning een gratis voorziening is voor kwetsbare mensen met een (complexe) hulpvraag. Professionals moeten cliënten op (gespecialiseerde) cliëntondersteuning kunnen wijzen, zoals die door de betreffende gemeente is georganiseerd.”

De Jonge verdeelt in 2018 een bedrag van 2,7 miljoen euro over veertien koplopergemeenten die al actief aan de slag zijn gegaan met het verbeteren en vernieuwen van onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit geld kunnen de gemeenten gebruiken voor het uitwerken van hun plannen, bijvoorbeeld gericht op het vergroten van capaciteit en bekendheid of het verbeteren van de kwaliteit van cliëntondersteuning. Ook nieuwe koplopergemeenten kunnen zich aansluiten, aldus de minister. “Het resultaat is een lerende praktijk van tientallen gemeenten, kleiner en groter, die allen met de doorontwikkeling van de functie cliëntondersteuning aan de slag zijn en hun ervaringen actief met elkaar uitwisselen.”

Bekendheid

Een ander onderdeel van de aanpak is gericht op het vergroten van de bekendheid met en de vindbaarheid van cliëntondersteuning. De Jonge: “Uitgangspunt is dat mensen, die recht hebben op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning, hiervan op de hoogte zijn of op de hoogte worden gesteld door professionals.” Ook wordt werk gemaakt van het verbeteren van de kwaliteit en deskundigheid, zowel bij hen die ondersteuning beroepsmatig verlenen als degenen die dit doen op vrijwillige basis. De minister belooft de beroepsgroep, verenigd in de Beroepsvereniging voor Cliëntondersteuners voor Mensen met een Beperking, hierin financieel te gaan ondersteunen.

Averil Hart, anorexia-patiente UK overleden door medische fouten

Brits meisje (19) sterft aan anorexia nadat ze van niemand medische hulp krijgt. En volgens haar vader zou ze niet enige zijn

Twitter
“Een tragedie die perfect vermeden had kunnen worden”: zo wordt de dood van de Britse Averil Hart (19) genoemd. Het meisje uit Newton stierf in december 2012 aan anorexia na een hele reeks fouten in de hulpverlening. Ze woog nog amper 29,9 kilogram. Haar vader bewoog hemel en aarde om uit te spitten wat er precies was misgegaan. En zegt nu dat er nog meer slachtoffers kunnen zijn.

Averil begon met haar gezondheid te sukkelen nadat ze haar toelatingsexamen had afgelegd voor de universiteit. Ze werd 10 maanden opgenomen in Addenbrooke’s Hospital in Cambridge en daarna ontslagen om aan een opleiding creatief schrijven te beginnen aan de universiteit van East Anglia in Norwich. In december 2012 werd ze in haar kamer op de universiteit gevonden, in elkaar gezakt. Ze was de 3 voorgaande maanden een derde van haar lichaamsgewicht verloren. Maar niemand van het medisch personeel had de moeite genomen om haar gewicht of mentale toestand te volgen.

Eetstoornissen

Ze werd naar het Norfolk and Norwich Hospital gevoerd, maar zag daar 3 dagen lang geen enkele specialist die zich bezig hield met eetstoornissen. Intussen ging haar gezondheid verder achteruit. Toen het personeel eindelijk doorkreeg dat het ernstig was, werd ze naar Addenbrooke’s gebracht, waar ze nog eens 5 uur aan haar lot werd overgelaten. Haar toestand was inmiddels kritiek en 3 dagen later stierf ze aan zware hersenbeschadiging.

Er volgde een onderzoek en een vernietigend rapport van de Parliamentary and Health Service Ombudsman. Die behandelt klachten rond overheidsdiensten die tekortgeschoten zijn, zoals de nationale gezondheidsdienst (NHS). Volgens het rapport was Averil tekortgedaan door elk mogelijk radartje van het netwerk dat er voor haar had moeten zijn.

Zo hadden huisartsen nagelaten om haar gewicht te checken en was er zelfs een botte consulent die geweigerd had om haar bezorgde vader te ontvangen, hoewel hij het meisje enkele maanden eerder had behandeld. Om alles nog erger te maken, hadden hulpverleners e-mails gewist om hun fouten te verbergen en weigerden ze om hun verantwoordelijkheid op te nemen. In de plaats “beschermden ze gewoon zichzelf. Haar dood had perfect vermeden kunnen worden.”

Hoog risico

De vader van Averil – Nic Hart – had vorig jaar geen goed woord over voor de zorg die zijn dochter gekregen had. Hij pompte zelf ruim 20.000 euro in een onderzoek naar de dood van zijn dochter. “De zorg die Averil kreeg was als in de Derde Wereld. Ze lieten een patiënt die een hoog risico vormde, gewoon aan haar lot over. En die nalatigheid was niet alles, het onderzoek naar haar dood duurde veel te lang, waardoor nog meer onnodige slachtoffers vielen.”

  
www.averilhart.com

Daarmee verwijst de man naar de lijkschouwer van Cambridgeshire, die een aantal “soortgelijke overlijdens” onderzoekt. “De lijkschouwer zal zijn rapport klaar hebben in September en zei al dat er verscheidene soortgelijke overlijdens zijn die hij onderzoekt. Het gaat hier om een falende dienstverlening”, verklaarde vader Nic Hart gisteren.

Onrecht

De Cambridgeshire & Peterborough NHS Foundation Trust van de nationale gezondheidsdienst (NHS) kreeg van de ombudsman de opdracht om zich schriftelijk te excuseren bij de familie van het meisje “voor het onrecht dat ze had geleden door de fouten die waren begaan”. Dat gebeurde ook. De trust moest ook 3.400 euro schadevergoeding betalen en uitleggen welke lessen hij uit het drama had getrokken. Zes jaar na de feiten heeft de trust dat nu ook gedaan.

Volgens grote baas Tracy Dowling is er een actieplan opgesteld dat personeel beter moet doen uitkijken voor signalen die erop kunnen wijzen dat het leven van een anorexiapatiënt gevaar loopt en naar extreme breekbaarheid die normaal niet voorkomt bij jongeren. Er volgt ook nog een hele reeks opleidingen, trainingen en seminaries rond anorexiapatiënten, onder meer voor de medische dienst op de universiteit. Dat zei ze op de openbare omroep BBC.
————-
BBC July 12 2018

Averil Hart: Anorexia death ‘prompts further probe’

Image copyright Justice4Averil
Image caption Averil Hart went to the University of East Anglia to study creative writing

The father of a student who died of anorexia has said others may have died in similar circumstances.

Averil Hart, 19, from Newton, Suffolk, died in December 2012 after her condition worsened while at university.

A report found her death could have been prevented and her father Nic said the Cambridgeshire coroner was looking into deaths “of a similar nature”.

Cambridgeshire & Peterborough NHS Foundation Trust (CPFT) has apologised to Ms Hart’s family.

Miss Hart became unwell after her A-levels and spent 10 months as an in-patient at Addenbrooke’s Hospital, Cambridge.

She was discharged to study creative writing at the University of East Anglia in Norwich.

Image copyright Justice4Averil
Image caption Cambridgeshire & Peterborough NHS Foundation Trust has apologised to Averil Hart’s family

Ms Hart was found collapsed at the university in December 2012 and taken to the Norfolk and Norwich Hospital, but saw no specialist eating disorders clinician for three days, by which time her condition had deteriorated.

She was transferred to Addenbrooke’s, but died three days later.

The CPFT was asked by the Parliamentary and Health Service Ombudsman, who wrote the report, to apologise in writing to Ms Hart’s family for the “injustice they suffered as a result of the failings”.

Mr Hart told Cambridgeshire County Council’s health committee on Thursday her death had been “completely avoidable”.

“The Cambridgeshire coroner has set an inquest date in September, and said there are several other deaths of a similar nature they will be looking at. We have a failure of a service here,” he added.

‘Extreme frailty’

The trust was ordered to pay her family £3,000 compensation and explain to them the lessons and actions taken.

Chief executive Tracy Dowling said the trust had “responded with seriousness to the findings, and has put the action plan in place with good rigour”.

A “clear focus” will be put in place, she said, on the need for acute staff to recognise life-threateningly ill patients with anorexia, as well as “extreme frailty not usually seen in younger people”.

The trust is to lead a regional seminar regarding safe and effective care for patients with severe anorexia in the autumn, focusing on how care is shared with GPs.

According to the Ombudsman’s report, the service will also provide teaching and training to counselling services at the UEA and Anglia Ruskin universities, as well as consulting with college nursing staff and GPs.

Nieuw tuchtrecht: Tuchtrechter mag vanaf 2019 beroepsverbod aan BIG- zorgverleners opleggen

Tuchtrechter mag vanaf 2019 beroepsverbod opleggen

De Eerste Kamer is akkoord met een wetsvoorstel waarmee de tuchtrechter BIG-geregistreerde zorgverleners een beroepsverbod kan opleggen. Daarmee treedt het wetsvoorstel van voormalig VWS-minister Edith Schippers naar verwachting begin 2019 in werking.
Voormalig VWS-minister Edith Schippers diende eind 2016 de wijzigingen voor de Wet BIG in bij de Tweede Kamer. Foto: Roel Wijnants

Met de invoering van de wet krijgt de tuchtrechter de bevoegdheid om BIG-geregistreerde zorgverleners een beroepsverbod opleggen als er sprake is van ernstig gevaar voor patiënten. Het gaat om ernstig gedrag, waarbij de tuchtrechter vindt dat iemand niet geschikt is het eigen beroep uit te oefenen, maar ook niet geschikt is een ander beroep in de zorg uit te oefenen waarbij hij (een categorie van) patiënten behandelt. Volgens het ministerie van VWS kan het gaan om bijvoorbeeld een ernstig zedendelict, een ernstig geweldsdelict of een levensdelict. Het tuchtrecht kan ook van toepassing zijn op gedrag dat zich afspeelt in het privéleven van de zorgprofessional.

Doorhalen in het BIG-register

Op dit moment kan de tuchtrechter een BIG-geregistreerde alleen doorhalen in het BIG-register. Een zorgverlener mag dan de beroepstitel niet meer gebruiken of zelfstandig voorbehouden handelingen verrichten. Wel mag hij dan in opdracht en onder toezicht van een nog wel BIG-geregistreerde werken. Door het wetsvoorstel kan de tuchtrechter ook verbieden dat iemand patiënten of een categorie van patiënten behandelt en in opdracht en onder toezicht van een BIG-geregistreerde werkt.

Minister Edith Schippers van VWS diende de wijzigingsvoorstellen voor de Wet BIG eind 2016 in bij de Tweede Kamer. Al in 2013 gaf zij aan een breder beroepsverbod mogelijk te willen maken voor BIG-geregistreerde zorgverleners. Ook haar voorganger minister Klink hekelde het feit dat artsen met een beroepsverbod onder een andere titel patiënten bleven zien, zonder dat dit strafbaar was. Als de hernieuwde Wet BIG volgend jaar in werking treedt is het tien jaar geleden dat Klink de wetswijzigingen aankondigde.

Direct op non-actief stellen

Verder krijgt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting de mogelijkheid om een zorgverlener vanwege ernstig gedrag direct op non-actief te stellen in afwachting van het oordeel van de tuchtrechter. Ook wordt in het wetsvoorstel verduidelijkt dat de Wet BIG ook van toepassing is bij cosmetische handelingen. Voorbehouden handelingen (zoals injecteren of chirurgische ingrepen) vallen onder de Wet BIG ongeacht de vraag of een behandeling vanuit een medisch of cosmetisch doel plaatsvindt. Om eenvoudiger de bevoegdheid van een zorgverlener te kunnen controleren en te zoeken in het BIG-register, verplicht het wetsvoorstel dat BIG-geregistreerden hun registratienummer voeren.

Ondersteuning van tuchtklachtfunctionaris

Het wetsvoorstel regelt ook dat iemand die een tuchtklacht wil indienen gebruik kan maken van de ondersteuning door een tuchtklachtfunctionaris. Deze functionaris adviseert de klager over het formuleren en indienen van een tuchtklacht. Dat moet bevorderen dat bij de tuchtrechter klachten worden ingediend die goed zijn geformuleerd en waarvoor het tuchtrecht is bedoeld. Voor het indienen van een tuchtklacht zal de klager griffierecht van 50 euro moeten gaan betalen. Als de klacht gegrond wordt verklaard, krijgt de klager het griffierecht terug. Daarnaast krijgt het tuchtcollege de mogelijkheid om, als een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is, de zorgverlener te veroordelen in de kosten die de klager heeft moeten maken, bijvoorbeeld voor een advocaat.

Nieuw tuchtrecht en meldplicht BIG-nummer per 2019 van kracht
bron: www.medischcontact.nl 10 juli 2018

Vanaf 2019 moeten artsen hun BIG-nummer kenbaar maken aan patiënten. Ook vervalt dan de plicht om opgelegde lichte tuchtmaatregelen bekend te maken. De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met een modernisering van de Wet BIG, waar deze veranderingen deel van uitmaken. Nu beide Kamers hebben ingestemd met alle wijzigingen van de Wet BIG, is het streven om deze ‘naar verwachting begin 2019’ van kracht te laten worden, meldt een woordvoerder van VWS.

Lees verder: www.medischcontact.nl

Zilveren Kruis: Gerechtshof verhoogt drempel voor ongecontracteerde zorgaanbieders

‘Rechtbank verhoogt drempel voor ongecontracteerde zorgaanbieders’

Ongecontracteerde zorgaanbieders mogen niet zonder machtiging declaraties van hun cliënten bij zorgverzekeraars indienen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een zaak tegen zorgverzekeraar Zilveren Kruis.

Zilveren Kruis had vanaf 2018 bepaald dat voor ongecontracteerde zorg eerst een machtiging moet worden verleend en dat zogeheten cessie van een vordering niet langer is toegestaan. Cessie wil zeggen dat de zorgaanbieders namens de patiënt of cliënt zorg declareert bij de verzekeraar. Zilveren Kruis bepaalde bovendien dat zorgaanbieders geen betaalovereenkomsten aan hun patiënten en cliënten mochten aanbieden.

“Dit maakt het vooral voor ongecontracteerde zorgaanbieders lastig”, legt Lex Geerts van Eldemans|Geerts advocaten uit. “Machtigingsaanvragen worden ervaren als drempel, omdat vaak niet duidelijk is welke afwegingen bij het afwijzen daarvan een rol spelen, naast de complicatie van tijdsdruk. En het declaratieverkeer via krapbij kas zittende verzekerden laten lopen, zal vaak tot gevolg hebben dat de zorgaanbieder maar moet afwachten of deze het geld krijgt doorbetaald.”

In de eerste aanleg had de Rechtbank Midden Nederland op 23 februari 2018 Zilveren Kruis op alle punten in het ongelijk gesteld en de machtigingsprocedure en het cessieverbod afgekeurd. Het hof is van oordeel dat een machtiging vooraf bij ongecontracteerde zorg in beginsel is toegestaan, waarbij niet de indicatie wordt beoordeeld, maar meer de vraag of de machtigingsaanvraag met het voorgestelde traject daarna te volgen zijn. Bovendien vindt het hof het redelijk dat Zilveren Kruis kijkt of de zorgaanbieder op een fraudelijst staat.

Wat betreft de betaalovereenkomsten bepaalt het hof dat sprake is van contractsvrijheid en dat Zilveren Kruis niet gehouden is betaalovereenkomsten aan te gaan. “Zorgaanbieders die kleinere bedragen declareren zullen minder problemen ondervinden dan zorgaanbieders die grotere bedragen moeten declareren. Interessant is nog om andere opties te onderzoeken, bijvoorbeeld het vragen van een voorschot aan de verzekerde of andere varianten om de directe betaalrelatie met de verzekeraar te regelen”, aldus Geerts.

Lees ook het blog van Lex Geerts: Ongecontracteerde zorg moeilijker gemaakt

Zorgprofessionals verdenken collega’s van diefstal medicijnen

Bijna een op de drie zorgprofessionals verdenkt collega’s ervan wel eens medicijnen of verbandmiddelen mee naar huis te nemen zonder toestemming. Dit blijkt uit onderzoek van detacheerder FBD onder meer dan duizend zorgmedewerkers.

Bijna de helft van de ondervraagden ervaart dat de administratie, van onder andere medicijnen, niet op orde is. “Het is enorm treurig dat er in een organisatie mensen zijn die stelen uit de voorraad. Maar zeker zo pijnlijk is het dat niemand erachter komt, omdat de voorraad onbekend is en de administratie slecht geregeld is”, zegt Michel Strikker, directeur bij FBD.

De slechte administratie heeft tot gevolg dat de kwaliteit van zorg achteruit gaat, volgens FBD. Dit heeft ook tot gevolg dat processen langer duren, waar de patiënt vervolgens de dupe van wordt. “Diegene krijgt ofwel minder goede óf late zorg”, aldus Strikker. Ruim driekwart van medewerkers van zorginstellingen ziet de kwaliteit van de zorg bovendien achteruit gaan door bezuinigingen opgelegd door de overheid.

Budgetten

Verder zegt bijna de helft van de zorgprofessionals dat zorgbestuurders budgetten inefficiënt besteden, wat ook een negatief effect heeft op de kwaliteit van zorg. Daar komt bij dat ruim een kwart van de respondenten stelt dat zijn werkgever niet over goede financiële professionals beschikt die de problemen in de toekomst de baas zijn.

Ned. Orthopedische Vereniging in gesprek over revisies/heroperaties knie en heupprotheses

In gesprek met orthopeden die minder presteren

Orthopeden die vaker revisies moeten uitvoeren na totale knie- en heupprotheses, zijn door hun beroepsvereniging uitgenodigd voor een gesprek. Daarna zijn verbeterplannen opgesteld.

Dit staat in een rapport van de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) dat 9 juli 2018 verscheen.
In de LROI registreerden de Nederlandse orthopeden vorig jaar ruim 76.000 gewrichtsprotheses en 43.000 patiëntgerelateerde uitkomstmaten (PROMS).  Het register werd ooit opgezet om implantaten snel te kunnen traceren – handig als blijkt dat een bepaalde prothese niet deugt.
Lees verder: www.medischcontact.nl

IGJ legt bevel op aan tandartspraktijk 0900Dentist

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft een bevel opgelegd aan tandartspraktijk 0900Dentist in Amsterdam, omdat er sprake is van ernstige tekortkomingen op het gebied van infectiepreventie, radiologie, zorg, organisatie en taakdelegatie. De praktijk mag per direct geen zorg meer verlenen.

De tekortkomingen die de inspectie zag bij een bezoek op 27 en 29 juni zijn dusdanig ernstig dat de veiligheid en gezondheid van patiënten in gevaar is. 0900Dentist mag geen zorg verlenen totdat naar het oordeel van IGJ weer goede zorg kan worden verleend. Ook moet de tandartspraktijk haar patiënten informeren waar zij voor (spoedeisende) tandheelkundige zorg terecht kunnen.

De inspectie ontving tussen 2013 en 2016 meldingen over de tandartspraktijk. Deze gingen over mogelijke tekortkomingen op het gebied van infectiepreventie, radiologie, zorg, organisatie en taakdelegatie. Naar aanleiding van deze meldingen heeft de IGJ schriftelijk een onderzoek gestart, wat weer heeft geleid tot inspectiebezoeken, op 27 en 29 juni jongstleden. Tijdens deze bezoeken werden ernstige tekortkomingen geconstateerd die een acuut risico vormen voor de veiligheid en de gezondheid van patiënten.

Verbetermaatregelen

Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan dat nog verlengen. Zodra 0900Dentist van mening is dat er adequate verbetermaatregelen zijn gerealiseerd, kan de tandartsenpraktijk dit schriftelijk aan de inspectie kenbaar maken. Vervolgens zal de inspectie oordelen of de maatregelen voldoen aan de voorwaarden voor goede zorg en of de werking van het bevel kan worden opgeheven.
——————————————

www.igj.nl

Bevel voor tandartspraktijk 0900Dentist

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ i.o.) heeft een bevel opgelegd aan tandartspraktijk 0900Dentist in Amsterdam. Er mag per direct geen zorg meer worden verleend.

Bij een bezoek op 27 en op 29 juni 2018 zag de inspectie ernstige tekortkomingen op het gebied van infectiepreventie, radiologie, zorg (dossiervoering), organisatie en taakdelegatie.

Deze tekortkomingen zijn dusdanig ernstig dat de veiligheid of gezondheid van patiënten in gevaar is. IGJ legt tandartspraktijk 0900Dentist een bevel op. Dat betekent dat de tandartspraktijk geen zorg mag verlenen totdat naar het oordeel van IGJ weer goede zorg kan worden verleend. Ook moet tandartspraktijk 0900Dentist haar patiënten informeren waar zij voor (spoedeisende) tandheelkundige zorg terecht kunnen.

Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan dat nog verlengen.

Documenten

Ruim 100.000 Nederlanders kampen met morbide obesitas

In Nederland lijdt 1 procent van de volwassenen aan morbide obesitas. In totaal kampen ruim 100.000 mensen van boven de twintig jaar met deze ernstige vorm van zwaarlijvigheid, blijkt woensdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het RIVM.

Voor het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen drie verschillende soorten overgewicht: klasse 1 (een BMI van 30 tot 35), klasse 2 (een BMI van 35 tot 40) en klasse 3 (een BMI van 40 of hoger). Bij klasse 3 wordt gesproken van morbide obesitas.

BMI staat voor body mass index. Dat is het gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters. Bij een volwassene is er bij een BMI van 25 of hoger sprake van overgewicht. Bij het BMI wordt geen onderscheid tussen vetmassa en spiermassa gemaakt, waardoor het mogelijk is dat gespierde mensen een ‘te hoog’ BMI hebben, terwijl er geen overschot aan lichaamsvet is.

Bij elkaar opgeteld kampt 50 procent van de twintigplussers in Nederlanders met overgewicht. Begin jaren tachtig was dat nog bij 33 procent het geval. De helft van deze stijging viel in de categorie obesitas. De resterende 36 procent heeft een matige vorm van overgewicht.

Groei

Van de drie klassen overgewicht komt de eerste klasse het vaakst voor. Sinds begin jaren tachtig is het aandeel mensen met overgewicht in die categorie ook het hardst gegroeid. Het percentage is van 4 naar 11 procent gestegen.

Het aantal gevallen van overgewicht in klasse 2 en 3 (obesitas en morbide obesitas) is ook toegenomen. Deze gevallen kwamen begin jaren tachtig nog zelden voor. Vrouwen kampen vaker met obesitas dan mannen. Dat is ook binnen de drie afzonderlijke overgewichtsklassen het geval. In de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar komt obesitas het meest voor. Een vijfde van de Nederlanders van deze leeftijd is obees.

Oorzaken

“Obesitas is iets wat we steeds meer en meer zien”, vertelt chirurg René Wiezer van de Nederlandse Obesitas Kliniek in de Dit wordt het nieuws-podcast van NU.nl.

Daar zijn volgens Wiezer meerdere oorzaken voor. “Het is de hoeveelheid eten, het soort eten, maar ook een tekort aan lichaamsbeweging.” Voor een deel is het te wijten aan de manier waarop mensen leven. “Ga je ’s avonds buiten nog even een half uurtje lopen, of blijf je televisie kijken? Neem je brood mee van huis, of neem je een kroket bij de lunch?”

Voorheen werden er als medische ingreep bij mensen met een ernstige vorm van obesitas veel maagbanden geplaatst, vertelt Wiezer. “Het effect was niet voldoende en er ontstonden toch wat problemen bij maagwanden”, stelt de chirurg. “Tegenwoordig worden er meer maagverkleinende ingrepen toegepast.”

 

VUmc schikt voor ruim 2,3 ton na gesjoemel

Het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam schikt voor ruim 2,3 ton euro met het Openbaar Ministerie (OM) vanwege het indienen van onrechtmatige declaraties. Dat gebeurde op de afdeling kindergeneeskunde in de jaren 2010 en 2011. Het ziekenhuis moet een boete betalen van ruim 116.000 euro en daarbovenop eenzelfde bedrag dat het OM ziet als onterecht verdiend voordeel.

Het OM vindt de strafbare feiten bewezen en noemt de aangeboden transactie passend. In de onderzochte periode heeft het ziekenhuis bij zeker zes patiënten een hoger tarief bij de zorgverzekeraar in rekening gebracht dan bij de uitgevoerde behandeling hoorde. Vastgesteld is dat dagverpleging werd gedeclareerd voor patiëntjes die via de spoedeisende hulp naar de afdeling kindergeneeskunde waren doorgestuurd. Dat was onterecht, bleek uit onderzoek van deze dossiers.

De fiscale opsporingsdienst FIOD begon eind 2014 met het onderzoek. Aanleiding hiervoor was een melding van de Nederlandse Zorgautoriteit over mogelijk onjuiste declaraties die werden ingediend bij zorgverzekeraars.

Doorzoeking

De FIOD legde eind 2016 bij een doorzoeking van het ziekenhuis beslag op meer patiëntendossiers en e-mailverkeer. De FIOD en het OM hadden deze informatie ook in het onderzoek willen betrekken. Maar deze wens strandde bij de rechter, nadat de artsen en het ziekenhuis hiertegen in verzet waren gekomen vanwege het medisch beroepsgeheim.

Het OM heeft geen aanwijzingen dat binnen het ziekenhuis bewust werd aangestuurd op de onrechtmatige declaraties. Ook zou niemand er persoonlijk voordeel van hebben gehad. Het ziekenhuis heeft de fouten erkend en heeft verbeteringen moeten doorvoeren. (ANP)
————————–

VUmc betaalt 232.434 euro voor onrechtmatige declaraties

3 juli 2018 – Functioneel Parket www.om.nl

De afdeling kindergeneeskunde van (de Stichting) VU medisch centrum in Amsterdam (Hierna: VUmc) betaalt een transactie in de vorm van een boete van 116.217 euro voor onrechtmatige declaraties op de afdeling kindergeneeskunde. Het volgens het OM onterecht verdiende vermogen van nog eens 116.217 euro wordt afgenomen. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie (OM) als voorwaarde voor de transactie gesteld dat het ziekenhuis de compliance op orde brengt om onrechtmatige declaraties in de toekomst te voorkomen.

Het OM ziet de aangeboden transactie als passend voor de bewezen strafbare feiten. Voor de onderzochte periode van 2010 tot en met 2011 heeft het ziekenhuis bij zeker zes patiënten een behandeling met een hogere vergoeding gedeclareerd dan in werkelijkheid werd uitgevoerd.

Van ontucht verdachte huisarts Maarten B. uit Leiden krijgt geen nieuwe deskundige

Van ontucht verdachte huisarts krijgt geen nieuwe deskundige

De Leidse huisarts die wordt verdacht van ontucht met zijn eigen dochtertje en drie andere jonge meisjes en het stiekem filmen van patiënten, krijgt vooralsnog geen nieuwe deskundige toegewezen. De 37-jarige Maarten B. had de rechtbank in Den Haag daarom gevraagd, omdat een andere deskundige in het onderzoek niet objectief zou zijn.

Voor de stiekeme opnames moet nog een dagvaarding worden opgesteld, maar de deskundige, een Amsterdamse hoogleraar, heeft de beelden al wel bestudeerd om te beoordelen of er sprake was van medisch noodzakelijke handelingen. B. heeft zelf college bij de hoogleraar gevolgd en zijn advocaat maakte er bezwaar tegen dat die het dossier had ingezien voordat hij de beelden bekeek. Daardoor zou de hoogleraar kunnen zijn beïnvloed en geen objectief oordeel hebben kunnen vormen.

De officier van justitie vond het juist een voordeel dat B. zelf college van de hoogleraar heeft gehad, omdat die daardoor precies weet hoe de huisarts is opgeleid. De hoogleraar heeft overigens aangegeven dat hij B. niet kent.

Voorbarig

De rechtbank vond het verzoek voorbarig, omdat nog niet precies duidelijk is waarvan B. voor wat betreft de opnames wordt beschuldigd. De rechtbank wil pas oordelen als die dagvaarding er is en de hoogleraar is ondervraagd door de rechter-commissaris.

De volgende zogeheten pro-formazitting in de zaak is in september2018. De inhoudelijke behandeling volgt in januari. (ANP)