Blog over hoge ziekenhuisrekening

27 februari 2015 door: Maaike de Vries skipr.nl
Zorg is niet gratis, maar wat kost het nou precies?

“Ik weet vooraf niet wat mijn zorg kost, ik krijg achteraf een nota die ik niet begrijp en het is nog hartstikke duur ook.”

Het onlangs verschenen rapport ‘Ziekenhuisrekeningen op weg naar transparantie’ laat zich eenvoudig samenvatten. De kosten van ziekenhuiszorg zijn voor verzekerden alles behalve transparant, is de conclusie van de Nationale Ombudsman.

Grote boosdoener is het dbc-systeem. Een systeem waarbij ziekenhuizen niet de daadwerkelijk gemaakte kosten (een mri of het gipsen van een pols) in rekening brengen maar een diagnose-behandeling-combinatie. Dit is een pakket aan zorg dat gemiddeld wordt gegeven bij een bepaalde diagnose.

In de collectief gefinancierde ziekenhuiszorg hangt, anders dan in de rest van de economie, aan afzonderlijke producten en diensten dus geen prijs. Ziekenhuizen moeten een volledig dbc-product in rekening brengen, ook als ze meer of minder zorg bieden dan gebruikelijk. Zo kan het dus dat verzekerden relatief hoge rekeningen krijgen, en hun volledige eigen risico van 375 euro kwijt zijn aan iets tamelijk eenvoudigs als het uitspuiten van een oor.

Verzekerden begrijpen er niks van. Minister Schippers heeft mede daarom 2015 uitgeroepen tot het ‘jaar van de transparantie’. Lost dit de drie klachten van de Nationale Ombudsman op?

Vooraf weten wat zorg kost
Artsen en zorgverzekeraars kunnen vooraf niet zeggen wat een behandeling kost. Dit is deels begrijpelijk. Ze weten vooraf namelijk niet of en welke complicaties optreden. En belangrijker, ze weten misschien nog helemaal niet welke behandeling nodig is. Natuurlijk kunnen artsen niet zeggen wat de behandeling van buikpijn kost als ze niet weten of het om stress of een tumor gaat. Maar waarom zouden artsen niet kunnen vertellen wat de kosten zijn van bijvoorbeeld een sterilisatie of een longfunctieonderzoek?

In de niet verzekerde zorg is dit namelijk geen probleem. Nieuwe borsten en een buikwandcorrectie hebben gewoon een prijs. Waarom zouden artsen binnen de dbc-systematiek, op basis van ervaring, dan niet kunnen zeggen dat dit ‘typisch een been is met dbc-code zus en zo die 1.500 of 3.500 euro kost’?

De eerste stappen worden gezet in die richting. Het OLVG laat op haar website weten dat een bezoek aan de eerste hulp altijd minstens 150 euro kost. Geïnteresseerden kunnen bij het Martiniziekenhuis online een prijsopgave aanvragen. Wie precies wil weten wat niet gecontracteerde zorg kost, kan prijslijsten inzien of voor de prijzen van dbc’s speuren op de site van de NZa.
Rekening begrijpen
Het dbc-systeem is een onderhandelings- en declaratietaal die zorgaanbieders en zorgverzekeraars met elkaar spreken. Het is een taal die verzekerden niet verstaan, en die de meeste mensen ook helemaal niet interesseerde totdat het eigen risico toenam tot 375 euro. Verzekerden willen nu snappen wat zo veel geld kost. Websites als Dezorgnota.nl geven uitleg over begrippen en codes. Maar hoe simpel ook uitgelegd, het blijft een lastig verhaal dat niet te vergelijken is met andere diensten en producten. Twintig tabletten paracetamol 500 mg kosten 89 cent. Zo helder zal de zorgnota nooit worden.
Hoge prijzen
Blijft tot slot staan dat verzekerden de rekeningen hoog en disproportioneel vinden. Transparantie zal dit probleem niet oplossen. Integendeel, het zal verzekerden er nog meer van doordringen wat zorg kost. In 2013 gaven we bijna 25 miljard euro uit aan ziekenhuiszorg. Dat is net iets minder dan aan onderwijs. En dat zien we terug op onze zorgnota’s. Dat voelen we in onze portemonnee.

Transparantie biedt dus maar ten dele een oplossing voor de klachten van de Nationale Ombudsman. Maakt dat transparantie dan een verloren missie? Allerminst. Het systeem is niet eenvoudig. Daar verandert transparantie weinig aan. Wat transparantie vooral doet en moet doen, is ons er bewust van maken wat de prijs van zorg is. Zorg is niet gratis. Transparantie maakt dat inzichtelijk.

Maaike de Vries is chef Zorg bij De Argumentenfabriek en co-auteur van Zo werkt de Zorg in Nederland.