AMC weigert aansprakelijkheid voor gevolgen calamiteit bij baby

Commentaar SIN-NL

Artikel 11 WKKGZ
1. De zorgaanbieder doet bij het Staatstoezicht op de volksgezondheid onverwijld melding van:
a. iedere calamiteit die bij de zorgverlening heeft plaatsgevonden;
De stellingname van het AMC dat niet melden geen onrechtmatige handeling is jegens de patient en/of zijn ouders, is met het oog op bovenstaande wettelijke verplichting, op zijn minst dubieus.

——————-

Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam acht zich niet aansprakelijk voor de schade die een baby heeft opgelopen of nog zal oplopen na een calamiteit in het ziekenhuis. Het jongetje, dat inmiddels bijna twee is, mist door de calamiteit nu een groot deel van zijn strottenklepje.

Op 2 januari 2016 meldde de NOS dat het AMC de evidente calamiteit niet gemeld had.

Daarvoor is het ziekenhuis op de vingers getikt door de Inspectie (toevoeging SIN-NL: zie hieronder). Ook toen het AMC tegen de Inspectie had toegegeven dat de mislukte operatie op het baby’tje gemeld had moeten worden als calamiteit, hield het ziekenhuis naar buiten toe vol dat er geen sprake was van een calamiteit.

Tuchtrechter

De ouders van het jongetje hebben na hun klacht bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu ook een tuchtzaak aangespannen tegen de verantwoordelijke kno-arts. Vorige week werd bekend dat de top van de kno-afdeling van het AMC opgestapt is na een onderzoek door Ernst & Young naar het reilen en zeilen van de afdeling.

Het AMC geeft in een brief aan de ouders wel aan zijn besluit om aansprakelijkheid af te wijzen te zullen heroverwegen als het Medisch Tuchtcollege concludeert dat de betrokken kno-arts onzorgvuldig gehandeld heeft. Het ziekenhuis vindt dat die conclusie niet getrokken kan worden.

Formeel

Verder hanteert het AMC een formeel juridisch argument. Het niet melden van een calamiteit bij de Inspectie levert geen onrechtmatige handeling op jegens de patiënt of zijn ouders. Het ziekenhuis spreekt nog wel zijn begrip uit voor de frustraties, de onrust en het verdriet van de ouders en biedt hun een gesprek aan, maar daar blijft het bij.
——————

Inspectie tikt AMC op vingers over calamiteit met baby

Rinke van den Brink Redacteur gezondheidszorg

Het AMC in Amsterdam had levensbedreigende complicaties na een operatie van een baby’tje in 2014 als calamiteit moeten melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het ziekenhuis had de evidente calamiteit als ‘ernstig incident’ beoordeeld. Incidenten hoeven niet gemeld te worden.

In een brief aan de ouders van de baby schrijft de IGZ nu: “De Inspectie stelt vast dat bij de zorg voor uw zoon sprake is van een calamiteit zoals bedoeld in artikel 4a van de Kwaliteitswet Zorginstellingen. Het AMC had hiervan melding moeten doen bij de inspectie.” De IGZ beraadt zich nog op maatregelen tegen het AMC.

De inspectie stelt vast dat het bij de zorg voor deze baby in het AMC ontbroken heeft aan “het tijdig herkennen en erkennen van een calamiteit”.

Toegegeven

Het ziekenhuis heeft volgens de IGZ al op 13 januari tegenover de inspectie toegegeven dat het bij de behandeling van het baby’tje om een calamiteit ging. Naar buiten toe wilde het ziekenhuis niet toegeven dat het onmiskenbaar in de fout was gegaan.

Diezelfde dag liet het ziekenhuis aan de NOS weten dat het beter zou zijn geweest als de zaak wel gemeld was bij de IGZ. Niet omdat er sprake was van een calamiteit, maar omdat volgens een woordvoerder “de algemene regel is: bij twijfel melden”.

Bijzondere operatie

De baby onderging drie maanden na zijn geboorte een complexe en bijzondere dubbele operatie aan zijn strottenhoofd. Dat werd iets verruimd en tegelijk werd zijn strottenklepje een beetje opgetrokken. Die gecombineerde operatie wordt alleen in het AMC uitgevoerd.

De arts die de operatie uitvoerde, gebruikte zonder dat te motiveren hechtdraad die ze nooit eerder had gebruikt. Die hechtdraad raakte los, waarna een nieuwe ingreep nodig was. Korte tijd later moest de baby acuut weer geopereerd worden.

Strottenklepje

Er bleek een scheur in zijn strottenklepje te zitten. Bovendien was een deel daarvan aan het afsterven. Bij die tweede heroperatie is meer dan de helft van het strottenklepje verwijderd. Zo’n klepje dient om de luchtpijp af te sluiten bij het slikken, zodat geen voedsel of drinken in de luchtpijp en vervolgens de longen terecht kan komen.

Het baby’tje, dat intussen 21 maanden oud is, heeft een paar maanden alleen sondevoeding gekregen en heeft een ontwikkelingsachterstand opgelopen. Het moet nog steeds drinken van een lepeltje.

Delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone