Aanpak De Jonge moet impuls geven aan cliëntondersteuning

Er is meer inzicht nodig in de vraag naar en het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning. Ook moet cliëntondersteuning bij “de toegang” beter bekend zijn en georganiseerd worden, en moeten cliënten actiever op hun recht hierop worden gewezen. Verder is het aan het veld om aan de slag te gaan met het verbeteren van de kwaliteit van cliëntondersteuning.

Dit schrijft minister Hugo de Jonge (VWS) in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij ingaat op de inzet van de 55 miljoen euro die deze regeerperiode beschikbaar is gesteld voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Met de extra middelen wil De Jonge met gemeenten, zorgkantoren en alle andere betrokken partijen een impuls geven aan onafhankelijke cliëntondersteuning. Uit onderzoek van het SCP is gebleken dat veel mensen behoefte hebben aan deze vorm van ondersteuning, maar niet van de mogelijkheid hiervan op de hoogte zijn.

Om de extra middelen gericht te investeren, is het volgens De Jonge van belang om scherp te zijn op wat wel en niet de bedoeling is van cliëntondersteuning. “De essentie van cliëntondersteuning is voor mij dat iemand naast de cliënt staat en hem of haar met informatie, advies en voorlichting bij staat om een hulpvraag te verhelderen, de weg te vinden in een voor veel mensen complex stelsel en in het contact met gemeenten, zorgkantoren, instanties en aanbieders. Cliëntondersteuning kan eenmalig zijn, maar kan ook periodiek nodig zijn gedurende een enige of langere tijd.”

De functie cliëntondersteuning wordt de laatste jaren echter steeds breder ingevuld, ziet de minister. “Dat is niet altijd meer in lijn met de (formele) bedoeling van cliëntondersteuning”, schrijft hij. “Cliëntondersteuners zijn soms bijna zorgcoördinator of casusregisseur”. Ook is cliëntondersteuning meer divers geworden, omdat ze niet meer alleen beroepsmatig wordt geleverd, maar ook door vrijwilligers, zoals ouderenadviseurs en ervaringsdeskundigen in bijvoorbeeld de ggz.

Onderzoek

Met een deel van het budget laat De Jonge onderzoek doen naar de huidige behoefte aan cliëntondersteuning en het aanbod ervan. De minister verwacht eind 2018 of begin 2019 over de resultaten te beschikken. Betrokken partijen kunnen die resultaten gebruiken voor de verdere inrichting van de functie onafhankelijke cliëntondersteuning. Verder steekt de minister geld in het organiseren van cliëntondersteuning bij “de toegang”. Hiermee doelt hij op de plek waar de eerste hulpvraag wordt gesteld, zoals de huisarts of het wijkteam. “Deze professionals moeten bekend zijn met het feit dat onafhankelijke cliëntondersteuning een gratis voorziening is voor kwetsbare mensen met een (complexe) hulpvraag. Professionals moeten cliënten op (gespecialiseerde) cliëntondersteuning kunnen wijzen, zoals die door de betreffende gemeente is georganiseerd.”

De Jonge verdeelt in 2018 een bedrag van 2,7 miljoen euro over veertien koplopergemeenten die al actief aan de slag zijn gegaan met het verbeteren en vernieuwen van onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit geld kunnen de gemeenten gebruiken voor het uitwerken van hun plannen, bijvoorbeeld gericht op het vergroten van capaciteit en bekendheid of het verbeteren van de kwaliteit van cliëntondersteuning. Ook nieuwe koplopergemeenten kunnen zich aansluiten, aldus de minister. “Het resultaat is een lerende praktijk van tientallen gemeenten, kleiner en groter, die allen met de doorontwikkeling van de functie cliëntondersteuning aan de slag zijn en hun ervaringen actief met elkaar uitwisselen.”

Bekendheid

Een ander onderdeel van de aanpak is gericht op het vergroten van de bekendheid met en de vindbaarheid van cliëntondersteuning. De Jonge: “Uitgangspunt is dat mensen, die recht hebben op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning, hiervan op de hoogte zijn of op de hoogte worden gesteld door professionals.” Ook wordt werk gemaakt van het verbeteren van de kwaliteit en deskundigheid, zowel bij hen die ondersteuning beroepsmatig verlenen als degenen die dit doen op vrijwillige basis. De minister belooft de beroepsgroep, verenigd in de Beroepsvereniging voor Cliëntondersteuners voor Mensen met een Beperking, hierin financieel te gaan ondersteunen.